Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2010, nr. WJZ/204802 (8258), houdende regels voor de subsidiëring van cultuuruitingen (Regeling op het specifiek cultuurbeleid)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-08-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, artikel 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid en artikel 5 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen voor verstrekking van jaarlijkse instellingssubsidies en vierjaarlijkse instellingssubsidies

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen voor verstrekking van subsidies aan instellingen en fondsen op grond van de artikelen 4a en 4c van de wet

Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen voor verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidies aan aangewezen instellingen en fondsen op grond van artikel 4b en 4c van de wet

Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor verstrekking van projectsubsidies

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

§ 6.1. Algemeen

§ 6.2. Overgangsbepalingen

§ 6.3. Wijziging van andere regelingen

Artikel 6.3. Subsidieregeling ‘Digitaliseren met beleid’

Vervallen

Artikel 6.4. Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008

Vervallen

Artikel 6.5. Tijdelijke regeling aanvulling eigen inkomsten cultuurinstellingen

Vervallen

Artikel 6.6. Subsidieregeling innovatie cultuuruitingen

Vervallen

Artikel 6.7. Mandaatbesluit FCP

Vervallen

Artikel 6.8. Mandaatbesluit NFPK

Vervallen

Artikel 6.9. Subsidieregeling Bibliotheekinnovatie

Vervallen

§ 6.4. Slotbepalingen

Bijlage Ia. , als bedoeld in artikel 2.28 van de regeling op het specifiek cultuurbeleid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage Ib. , als bedoeld in artikel 4.4 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage IIa. , als bedoeld in artikel 2.27, derde lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage IIb. , als bedoeld in artikel 2.27, derde lid, van de regeling op het specifiek cultuurbeleid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2.1. Algemeen

Artikel 2.1. Reikwijdte
1.

De artikelen van dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 4a of 4c van de wet.

2.

Paragraaf 2.2 is niet van toepassing op de verstrekking van subsidies op grond van artikel 4c van de wet.

§ 2.2. Subsidieaanvraag

Artikel 2.2. Aanvraagtermijnen

Om in aanmerking te komen voor subsidie, dient de instelling overeenkomstig de aanvraagtermijn in hoofdstuk 3 een subsidieaanvraag in.

Artikel 2.3. In te dienen documenten

De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

Artikel 2.4. Activiteitenplan

Het activiteitenplan omvat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee na te streven doelstellingen.

Artikel 2.5. Begroting
1.

De begroting behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager voor ieder van de vier jaren van de vierjaarsperiode, bedoeld in artikel 4a en 4c van de wet, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

2.

De begroting bevat een postgewijze toelichting.

3.

De begroting bevat tevens een beknopt kwantitatief activiteitenoverzicht van de te verrichten activiteiten in ieder van de vier jaren van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

4.

De minister kan aangeven dat de begroting uitgaat van een prijspeil van een door hem bepaald jaar.

Artikel 2.6. Aanvullende bescheiden
1.

De aanvraag gaat voorts vergezeld van een document waaruit de financiële positie van de aanvrager blijkt alsmede een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.

2.

Een document als bedoeld in het eerste lid is de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of, indien geen jaarrekening voor handen is, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.

3.

Documenten als bedoeld in het eerste lid gaan niet bij de aanvraag voor zover de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze reeds in het bezit zijn van de minister.

Artikel 2.7. Melden gelijke subsidieaanvragen

Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, maakt hij dat inzichtelijk in de aanvraag.

§ 2.3. Subsidieverlening

Artikel 2.8. Beslistermijn

De minister beslist op de aanvraag voor subsidie binnen 40 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend en uiterlijk dertien weken voor de periode van vier kalenderjaren waarvoor subsidie wordt gevraagd.

Artikel 2.9. Weigeringsgronden
1.

De subsidieverlening wordt geweigerd voor zover de minister van oordeel is dat het verstrekken daarvan het door hem openbaar gemaakte cultuurbeleid, mede gelet op de beschikbare financiële middelen, niet of onvoldoende ondersteunt.

2.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidieverlening voorts in ieder geval geweigerd voor zover:

3.

Subsidie wordt niet verstrekt voor een subsidiebedrag dat minder dan € 125.000 bedraagt.

Artikel 2.10. Wijziging subsidiebedrag
1.

Bij de subsidieverlening kan de minister, al dan niet in afwijking van het subsidieplafond dat van toepassing is, bepalen dat de subsidie jaarlijks door hem wordt verhoogd, rekening houdend met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden.

2.

De minister kan de subsidie, al dan niet in afwijking van het subsidieplafond dat van toepassing is, tevens op de navolgende momenten verhogen:

3.

Indien de subsidie wordt gewijzigd, rekening houdend met de ontwikkeling van de kosten in de arbeidsvoorwaarden of de kosten van het prijspeil, bepaalt de minister welk percentage van de subsidie wordt aangemerkt als loongevoelig onderscheidenlijk prijsgevoelig.

Artikel 2.11. Voorschotten
1.

De minister betaalt als voorschot per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag dat aan een instelling is verleend.

2.

Een kwartaal als bedoeld in het eerste lid is gelijk aan de periode van de eerste drie maanden, de tweede drie maanden, de derde drie maanden of de vierde drie maanden van een kalenderjaar.

3.

Indien de liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger om een ander betaalritme vraagt, kan de minister in afwijking van het eerste lid een groter of kleiner deel van de subsidie als voorschot betalen in door hem te bepalen termijnen.

4.

De liquiditeitsbehoefte, bedoeld in het derde lid, volgt uit documenten van de aanvrager, dan wel wordt ambtshalve vastgesteld door de minister.

5.

Indien de subsidie wordt gewijzigd op grond van artikel 2.10, eerste of tweede lid, wordt de bevoorschotting overeenkomstig de wijziging aangepast.

§ 2.4. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 2.12. Besteding van de subsidie

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de werkzaamheden op een zodanige manier worden uitgevoerd dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel 2.13. Te voeren administratie
1.

De subsidieontvanger stelt het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.

2.

De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen evenals de baten en lasten kunnen worden nagegaan.

3.

De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende documenten gedurende zeven jaren.

Artikel 2.14. Meldingsplicht
1.

Indien gedurende de subsidieperiode aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke baten en lasten en de begrote baten en lasten, doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan de minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

2.

De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan de minister van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.

3.

Aan het tweede lid wordt in ieder geval toepassing gegeven indien het voor de subsidieontvanger aannemelijk is of had moeten zijn dat:

Artikel 2.15. Periodieke verslaglegging
1.

De subsidieontvanger dient na het eerste, tweede en derde jaar van de periode waarvoor subsidie is verleend, over het betreffende jaar, uiterlijk op 30 april van het daaropvolgende jaar een bestuursverslag, een jaarrekening en een beknopt kwantitatief activiteitenoverzicht in.

2.

Het bestuursverslag geeft in ieder geval toelichting op:

3.

Voorts bevat het bestuursverslag een beknopte inzichtelijke kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar.

4.

Het beknopte kwantitatieve activiteitenoverzicht heeft betrekking op de activiteiten die zijn verricht in het jaar waarop het bestuursverslag betrekking heeft.

5.

Op het bestuursverslag en het beknopte kwantitatieve activiteitenoverzicht is artikel 2.28 van toepassing. Het bestuur van de subsidieontvanger ondertekent het bestuursverslag.

6.

Op de jaarrekening zijn de artikelen 2.26, 2.27 en 2.28 van toepassing.

7.

In afwijking van het eerste lid dient de ontvanger van een subsidie die wordt verstrekt op grond van artikel 3.29, na het eerste, tweede en derde jaar van de periode waarvoor subsidie is verleend, over het betreffende jaar, uiterlijk op 30 april van het daarop volgende jaar een activiteitenverslag en een financieel verslag in. De artikelen 5.11, derde lid, en 5.12 zijn van overeenkomstige toepassing.

8.

De indiening van de stukken, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een door de minister te bepalen elektronische wijze en conform de voorschriften van de handboeken verantwoording cultuursubsidies die de minister op www.cultuursubsidie.nl beschikbaar heeft gesteld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.