Wet van 22 april 2010 tot wijziging van de Wet op de Raad van State in verband met de herstructurering van de Raad van State
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de advisering door de Raad van State over wetgeving te concentreren bij een kleiner aantal staatsraden en een afzonderlijke afdeling binnen de Raad te belasten met de vaststelling van de adviezen van de Raad;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Wijzigt de Wet op de Raad van State.
Artikel II
Wijzigt de Ambtenarenwet.
Artikel III
Wijzigt de Gemeentewet.
Artikel IV
Wijzigt de Provinciewet.
Artikel V
Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel VI
Wijzigt de Waterschapswet.
Artikel VII
Wijzigt de Waterstaatswet 1900.
Artikel VIII
Wijzigt de Wet milieubeheer.
Artikel IX
Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.
Artikel X
Wijzigt de Wet op de waterhuishouding.
Artikel XI
Wijzigt de Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer.
Artikel XII
Wijzigt de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur.
Artikel XIII
Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de rechterlijke organisatie, enz. (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie).
Artikel XIIIA
Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.
Artikel XIIIB
Wijzigt de Beroepswet.
Artikel XIIIC
Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Artikel XIIID
Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.
Artikel XIIIE
Wijzigt de Wet inrichting landelijk gebied.
Artikel XIV
Zij die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lid zijn van de Raad van State, blijven lid van de Raad van State. Artikel 1, eerste lid, blijft zo nodig buiten toepassing.
Zij zijn lid van de Afdeling advisering en van de Afdeling bestuursrechtspraak, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt bepaald, onverminderd de derde volzin van artikel 2, derde lid. Artikel 2, vierde lid, blijft zo nodig buiten toepassing.
Indien zij niet voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid, kunnen zij niet het ambt van voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak vervullen.
Indien zij niet voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid, kunnen zij:
- a. de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak niet vervangen,
- b. geen zitting hebben in een enkelvoudige kamer en
- c. niet de meerderheid vormen van de leden van een meervoudige kamer.
Zolang de Raad van State meer leden telt dan voorzien in artikel 1, eerste lid, kunnen, indien een vacature ontstaat, in afwijking van dit lid nieuwe leden worden benoemd, indien een evenwichtige samenstelling van de Raad van State dit vergt, mits het aantal leden daardoor niet groter wordt dan voor het ontstaan van de vacature.
Staatsraden in buitengewone dienst die zijn benoemd op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn belast met de taak of taken waarmee zij op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet waren belast. Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel XIVA
De tekst van de Wet op de Raad van State wordt in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nummering van de artikelen van de Wet op de Raad van State opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming.
Artikel XV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.