Wet van 15 april 2010, houdende regeling van de uitvoering van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen door de Pensioen- en Uitkeringsraad en de Sociale verzekeringsbank (Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen)

Type Wet
Publication 2016-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen te waarborgen en daartoe nieuwe regels te treffen voor de uitvoering van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De artikelen 18 tot en met 20, 22, 26 tot en met 30 en 33 tot en met 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn van toepassing op de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR.

2.

De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 20 en 22, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, worden door Onze Minister toegepast in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

3.

In afwijking van artikel 37, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, wordt het toezicht op de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR uitgeoefend door Onze Minister.

4.

Artikel 84 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is ten aanzien van de uitvoering van deze wet door de Sociale verzekeringsbank niet van toepassing.

Artikel 3
1.

Er is een Raad, die is belast met de taken, genoemd in artikel 4.

2.

De Raad is gevestigd op een door Onze Minister te bepalen plaats.

3.

De Raad bezit rechtspersoonlijkheid.

4.

De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op de Raad.

Artikel 4

De Raad heeft tot taak:

Artikel 5
1.

De Raad bestaat uit minimaal drie en maximaal negen leden, onder wie een voorzitter.

2.

De benoeming van de leden van de Raad geschiedt gehoord hebbende de organisaties en instellingen welke regelmatig zijn betrokken bij de uitvoering van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR.

3.

De leden van de Raad worden benoemd voor een periode van vier jaren.

4.

De Raad wordt zodanig samengesteld dat daarin de categorieën belanghebbenden waarop de werkzaamheden van de Raad betrekking hebben op een evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd.

5.

Het lidmaatschap van de Raad is onverenigbaar met het hebben van een financiële aanspraak op basis van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR.

6.

De Raad stelt regels betreffende de uitvoering van zijn taken, genoemd in artikel 4.

7.

De voorzitter vertegenwoordigt de Raad in en buiten rechte.

Artikel 6

De Sociale verzekeringsbank heeft tot taak:

Artikel 7
1.

De beschikkingen, bedoeld in artikel 6, onderdelen a en b, worden gegeven met in achtneming van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4, onderdeel d.

2.

De Sociale verzekeringsbank vraagt de Raad om advies indien deze niet kan voldoen aan de verplichting, genoemd in het eerste lid, omdat:

3.

Indien de Sociale verzekeringsbank een beschikking geeft die afwijkt van het advies, genoemd in het tweede lid, wordt dit advies met het besluit meegestuurd. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan Onze Minister en aan de Raad.

Artikel 8
1.

De Raad en de Sociale verzekeringsbank overleggen ten minste een maal per kwartaal over de afstemming van de hen op grond van deze wet toegekende taken.

2.

De Raad en de Sociale verzekeringsbank stellen gezamenlijk Onze Minister onverwijld op de hoogte van het resultaat van dit overleg.

Artikel 9
1.

De kosten van de buitengewone pensioenen, garantietoeslagen, uitkeringen, periodieke uitkeringen, garantie-uitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen, die worden verstrekt op grond van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen alsmede de uitkeringen en tegemoetkomingen op grond van de AOR, komen ten laste van het Rijk.

2.

De kosten, gemoeid met de uitvoering van deze wet, komen ten laste van ’s Rijks kas, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.

Artikel 10
1.

Er is een Cliëntenraad, die met de Raad en de Sociale verzekeringsbank overlegt en hun gevraagd en ongevraagd schriftelijk adviseert over de uitvoering van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR, voorzover dit relevant is vanuit het oogpunt van cliëntenbelangen, met uitzondering van individuele zaken.

2.

De Cliëntenraad bestaat uit personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken, genoemd in de artikelen 4 en 6.

3.

De Cliëntenraad bestaat uit minimaal zeven en maximaal vijftien leden, onder wie een voorzitter, die door de Sociale verzekeringsbank worden benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming van de leden van de eerste Cliëntenraad na inwerkingtreding van deze wet, geschiedt op voordracht van de Raad. De daaropvolgende benoemingen geschieden op voordracht van de zittende leden van de Cliëntenraad.

4.

De leden van de Cliëntenraad worden benoemd voor een periode van drie jaren.

5.

De Raad en de Sociale verzekeringsbank verstrekken de Cliëntenraad tijdig, spontaan en op verzoek, alle informatie die hij redelijkerwijs nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak, tenzij enig wettelijk voorschrift deze verstrekking in de weg staat.

6.

De Sociale verzekeringsbank voert het secretariaat van de Cliëntenraad en benoemt een van zijn medewerkers tot ambtelijk secretaris.

7.

De Cliëntenraad stelt in ieder geval regels betreffende:

8.

De leden van de Cliëntenraad hebben recht op een reiskostenvergoeding tot een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen maximum.

Artikel 11
1.

Aan de voorzitter en de leden van het bestuur, bedoeld in artikel 5 van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet ontslag verleend.

2.

Aan de voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden van de Kamers, bedoeld in artikel 11 van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet ontslag verleend.

Artikel 12
1.

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van de Raad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, van wie naam en functie zijn vermeld op een door deze Raad in overleg met de Sociale verzekeringsbank vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en in dienst genomen door de Sociale verzekeringsbank krachtens een arbeidsovereenkomst.

2.

De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Raad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad.

Artikel 13

Op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen in verband met het opnemen van een grondslag voor de uitvoering door de Pensioen- en Uitkeringsraad en de Sociale verzekeringsbank van de Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië en het besluit van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië van 5 november 1946 (Indisch Staatsblad 1946, 118) worden de archiefbescheiden van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen, voor zover betrekking hebbend op de AOR, overgedragen aan de Sociale verzekeringsbank respectievelijk de Pensioen- en Uitkeringsraad, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945.

Artikel 16

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers.

Artikel 17

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

Artikel 18

Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

Artikel 19

Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.

Artikel 20

De Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad wordt ingetrokken.

Artikel 21

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 24

Deze wet wordt aangehaald als: Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.