Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011
gelet op de Wet budgettering wachtgelden en instelling Participatiefonds (Stb. 1995, 155), het Besluit Participatiefonds (Stb. 1996, 384) en de statuten van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs, het volgende reglement voor het Primair Onderwijs vast te stellen:
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Deel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. : Begripsbepalingen
-
- Afvloeiingsvolgorde: de volgorde waarin personeel voor afvloeiing in aanmerking komt. Hierin is tevens het eindigen van dienstverbanden van rechtswege betrokken. Hoofdregel is dat eerst al het tijdelijk aangestelde personeel dient te zijn afgevloeid voordat vast personeel kan worden ontslagen.
-
- Andere gronden: gronden welke niet genoemd zijn in enig ander lid van artikel 9 van het reglement en welke in ieder geval buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag vallen.
-
- Andere ontslagen: de omvang in netto-loonkosten op jaarbasis van beëindigde of geëindigde dienstverbanden uitgezonderd het natuurlijk verloop, einde vervangingsbetrekking en het ontslag of de ontslagen waar de ontslagmelding betrekking op heeft.
-
- Benoeming in reguliere betrekking: een (her)benoeming in een betrekking niet zijnde een vervangingsbetrekking.
-
- Bestuursvoorschriften: de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds.
-
- Bevoegd gezag: het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WPO, respectievelijk het bevoegd gezag van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 68 WPO, tenzij het bevoegd gezag door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard is uitgezonderd van aansluiting bij de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs.
-
- CAO-PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 is overeengekomen en welke ook in 2010 van kracht blijft.
-
- Centrale diensten: diensten zoals bedoeld in artikel 68 WPO.
-
- Contractactiviteiten: activiteiten waarvoor een prijs bij derden in rekening wordt gebracht.
-
- Detachering: de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd wordt belast met werkzaamheden bij een ander bevoegd gezag of buiten het onderwijs.
-
- Eigen beleid: in het reglement Participatiefonds zijn gronden genoemd voor onvermijdbaar ontslag. Indien de reden voor het ontslag anders is dan genoemd in enig artikel of lid van het reglement, is er sprake van eigen beleid.
-
- Eigen middelen: eigen middelen zijn middelen welke niet zijn begrepen in of onttrokken aan de beschikbare formatie in het huidige schooljaar.
-
- Formatiebudget: de formatie in geld zoals bedoeld in artikel 120 en 123 WPO met inbegrip van de bijzondere bekostiging toegekend op grond van samenvoeging van scholen in het primair onderwijs, het overgedragen gekregen geld voor formatie, de aanvullende formatie in geld toegekend door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de gerealiseerde/verwachte aanvullende formatie/contractactiviteiten in geld van derden.
-
- Formulier: het bevoegd gezag kan bij het doen van een melding in het kader van de instroomtoets gebruik maken van het formulier ‘Aanvraag vergoeding kosten werkloosheid’.
-
- In- en doorstroombanen: banen voor personeel dat destijds is aangetrokken voor het verrichten van werkzaamheden door gebruik te maken van de regeling ‘In- en doorstroombanen voor langdurig werklozen’.
-
- Instroomtoets: de toetsing van een door het bevoegd gezag bij het Participatiefonds ingediend vergoedingsverzoek.
-
- Kwalitatieve fricties (het oplossen van): het vrijmaken van formatieruimte ten behoeve van personeel met andere voor het onderwijs noodzakelijke kwaliteiten.
-
- Leraar in opleiding: de functie als bedoeld in artikel 3.22 tot en met 3.26 en artikel 4.21 tot en met 4.25 van de CAO-PO.
-
- Materiële instandhouding: de vergoeding zoals genoemd in Afdeling 4 van de WPO.
- Ingetrokken melding: de ontslagmelding die is gedaan, wordt ingetrokken door het bevoegd gezag.
-
- Natuurlijk verloop: de omvang in netto-loonkosten op jaarbasis van het eindigen of beëindigen van dienstverbanden zonder dat daar een uitkering op volgt welke op grond van het BWOO dan wel de WW en de bovenwettelijke regeling door UWV wordt uitbetaald. Een en ander uitgezonderd einde vervangingsbetrekking.
-
- Netto-loonkosten: het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele brutokortingen vermeerderd met de werkgeverslasten.
-
- OALT: Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige Afdeling 11 van de WPO (die kwam te vervallen per 1 augustus 2004).
-
- Onderwijsassistent in opleiding: de functie als bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO.
-
- Onderwijspersoneel: Directieleden, leraren en onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking bij het bevoegd gezag als hierboven bedoeld en leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid, WPO, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling.
-
- Ontslag: beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het eindigen of de beëindiging van een dienstverband voor bepaalde tijd, of een tijdelijke uitbreiding van een (vast) dienstverband, wordt ongeacht de reden met ontslag gelijkgesteld. Voor de toepassing van dit Reglement wordt met ontslag niet gelijkgesteld: In beide situaties behoeft geen melding bij het Participatiefonds te worden gedaan. Indien er echter sprake is van een rappel als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt ook het einde van een vervangingsbetrekking waaraan geen reguliere aanstelling vooraf is gegaan, en een ontslag op eigen verzoek van betrokkene, met ontslag gelijk gesteld en dient melding bij het Participatiefonds plaats te vinden.
- a. het eindigen van een vervangingsbetrekking waaraan geen reguliere aanstelling vooraf is gegaan;
- b. het ontslag op eigen verzoek van betrokkene.
- Ingetrokken ontslag: het voorgenomen ontslag dat niet geëffectueerd wordt, dan wel de herbenoeming bij hetzelfde bevoegd gezag van een tijdelijk personeelslid, waarbij de omvang van de nieuwe aanstelling groter of gelijk is aan de oude aanstelling en geen vervangingsbetrekking betreft.
- Uitgesteld ontslag: een ontslag waarvan het vergoedingsverzoek op een bepaalde datum op grond van formatieve ontwikkelingen (de daling) kan worden toegewezen maar waarvan de ingangsdatum is uitgesteld omdat het bevoegd gezag het betreffende personeelslid op basis van andere middelen dan die begrepen zijn onder normatieve formatie, aanvullende formatie en de opbrengst van de contractactiviteiten, in dienst houdt.
- Ontslagdatum: de datum van het einde van het dienstverband.
-
- Outplacement: Bij outplacement in de zin van het Reglement dient er sprake te zijn van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn (zie de uitspraak van de Raad van State van 9 mei 2007, zaaknummer 200606432/1).
-
- Participatiefonds: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 184, eerste lid van de WPO.
-
- Projectformatie: additionele gelden als bedoeld in de artikelen 3.4 en 4.4 beiden aanhef en onder d van de CAO-PO.
-
- Samenwerkingsverband:
- bkb-Samenwerkingsverband: een bestuurlijke krachtenbundeling tussen zelfstandige bevoegde gezagsorganen zoals bedoeld in de beleidsregel van OC en W van 4 april 1997, kenmerk PO/PJ-97008394, Uitleg nummer 11, 16 april 1997 en 12 april 2002, kenmerk PO/KB-2002/14416, Uitleg nummer 11, 24 april 2002.
- wpo-Samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 WPO.
-
- Schooljaar: een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar.
-
- Schoolsoort: het basisonderwijs en de scholen voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO.
-
- Schoonmaakpersoneel: personeel waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding.
-
- Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds: door het bestuur van het Participatiefonds aangewezen organisatie voor de uitvoering van de instroomtoets.
-
- Vergoedingsverzoek: een door het bevoegd gezag ingediend verzoek – middels de melding van een ontslag – op grond van artikel 138, derde lid van de WPO strekkende tot het voor rekening van het Participatiefonds nemen van de kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppletieregelingen op grond van het BWOO dan wel de WW en de bovenwettelijke regeling, van een (voorgenomen) ontslag.
-
- Vervanging (vervangingsbetrekking): een aanstelling van een personeelslid ter vervanging, niet zijnde bij detachering, waarbij het betreft vervanging bij de in de toelichting limitatief opgesomde vormen van afwezigheid.
-
- Wetten:
- BZA: Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs, BZA (Stb. 1995, 703).
- WPO: Wet op het Primair Onderwijs (Stb.1998, 495).
- BWOO: Besluit Werkloosheid onderwijs en onderzoekspersoneel (Stb. 1994, 100).
- BBWO: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs (Stb. 2001, 61).
- WW en de bovenwettelijke regeling: De Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566) en de bovenwettelijke regeling als bedoeld in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Stb. 1997, 768). De bovenwettelijke regeling vangt de vermindering van de uitkeringsaanspraken op als gevolg van de invoering van de WW voor het onderwijs.
-
- Zij-instromers: onbevoegden met een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b WPO.
Toelichting op artikel 1
2. Andere gronden
In de uitspraak van 26 augustus 1999, onder nummer E04.98.0149, heeft de Raad van State aangegeven dat een ontslag dat valt binnen de risicosfeer van het bevoegd gezag, reeds daarom niet onvermijdbaar kan worden geacht op grond van artikel 9, lid h van het reglement. Andere gronden welke bedoeld zijn in artikel 9, lid h van het reglement, zijn derhalve gronden welke vallen buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag.
9. Contractactiviteiten
Het kan hierbij gaan om cursussen waarvan de kosten niet ten laste komen van ’s Rijks kas en werkzaamheden welke voor eigen rekening ten behoeve van derden worden uitgevoerd. Maar ook bij detachering kan er sprake zijn van een contractactiviteit, namelijk de vergoeding voor de diensten van de gedetacheerde.
11. Eigen beleid
In de uitspraak van 17 augustus 1999, onder nummer E04.98.0131, heeft de Raad van State aangegeven dat van onvermijdbaar ontslag alleen sprake kan zijn indien het ontslag is verleend op grond van het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 11 van het reglement. De omstandigheid dat een ontslaggrond niet is opgenomen in het reglement heeft derhalve tot gevolg dat het ontslag niet als onvermijdbaar kan worden aangemerkt. Niet van belang is of op goede gronden tot het ontslag van betrokkene is besloten.
13. Formatiebudget
In artikel 1.13 van het reglement staat omschreven welke gelden er in de formatie worden meegenomen, hierbij staat genoemd de aanvullende formatie in geld. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt hieronder begrepen en vormt als zodanig een onderdeel van de formatie.
20. Ingetrokken melding
Het ontslag hoeft hierdoor niet getoetst te worden, wat automatisch betekent dat indien er wel uitkeringskosten ontstaan, deze ten laste van het bevoegd gezag komen. De omvang van het ontslag wordt bij de overige ontslagmeldingen wel als andere ontslagen dan wel natuurlijk verloop opgenomen.
26. Ontslag
Indien aan een vervangingsbetrekking een reguliere aanstelling is voorafgegaan, wordt het voorafgaande ontslag gemeld. Deze melding kan plaatsvinden direct na afloop van de reguliere betrekking. In geval van een aanvraag van een ziekte uitkering na ontslag kan de melding ook direct plaatsvinden.
28. Participatiefonds
Het Participatiefonds stelt zich ten doel:
36. Vervanging (vervangingsbetrekking)
Vervanging bij de volgende vormen van afwezigheid van onderwijspersoneel wordt gezien als vervanging in de zin van het Reglement Participatiefonds en behoeft niet te worden gemeld:
Deel 2. Premie
Artikel 2. : Verplichting tot betaling van premie
Het bevoegd gezag is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.
Toelichting op artikel 2
Er zijn geen toelichtingen.
Deel 3. Instroomtoets
Artikel 3. : Het vergoedingsverzoek
3.1. Vergoedingsverzoek
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.