Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011
Bij een ontslag op grond van artikel 11 dient het bevoegd gezag te voldoen aan categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in het kader van de inspanningsverplichting aan een ontslag op grond van artikel 11, stelt:
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
-
- extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
-
- (vervallen)
-
- aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
- aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
-
- (vervallen)
-
- aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
-
- aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
Toelichting op artikel 11
Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale Dienst.
11.3. Ontslagmoment
Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden.
Artikel 12. Vormvoorschriften
12.1. Ter uitwerking van de in dit reglement opgenomen bepalingen omtrent toetsing van het ontslag worden door het bevoegd gezag de volgende formulieren gehanteerd en toelichtingen verstrekt:
De melding van een ontslag genoemd in artikel 7, 7A of 7B bestaat uit:
- a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’;
- b. een ingevuld formulier ‘Opgave formatie’ of, indien het de melding van het ontslag bij een centrale dienst betreft, een ingevuld formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst’;
- c. per ontslag de gegevens als genoemd in artikel 7.6 sub d en sub e, indien het een uitgesteld ontslag betreft.
De melding van ontslag genoemd in artikel 8 bestaat uit:
- a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’;
- b. een ingevuld formulier ‘Opgave kwalitatieve frictie’.
De melding van een ontslag genoemd in artikel 9 bestaat uit:
- a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’;
- b. een afschrift van het ontslagbesluit.
De melding van een ontslag genoemd in artikel 11 bestaat uit:
- a. een ingevuld formulier ‘Opgave medewerker’;
- b. een ingevuld formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst’.
Bij de melding van ontslagen op grond van het genoemde in artikel 7, 7A, 7B, 8, 9 en 11, dienen eveneens de op de betreffende formulieren genoemde bijlagen te zijn gevoegd.
12.2. Afspraken
Indien er afspraken zijn gemaakt tussen het bevoegd gezag en betrokkene over:
- a. ziekteverlof en schorsing;
- b. te verrichten activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting;
- c. de informatievoorziening richting het Participatiefonds;
- d. de informatievoorziening richting de sector kanton van de Rechtbank;
- e. de gevolgen van een beslissing van het Participatiefonds in het kader van de instroomtoets, of de gevolgen van een beslissing van UWV in het kader van de uitkeringsaanvraag;
wordt hier tevens opgave van gedaan bij de melding van ontslag op grond van het genoemde in artikel 7, 7A, 7B, 8, 9 en 11.
Uitgangspunt is dat alle informatie die het Participatiefonds in het kader van de instroomtoets van het bevoegd gezag ontvangt, wordt meegewogen in de beoordeling van het vergoedingsverzoek.
Artikel 13
Vervallen.
Toelichting op artikel 12–13
Er zijn geen toelichtingen.
Artikel 14. Nieuwe feiten en omstandigheden
14.1. Indien aan het Participatiefonds na het afgeven van de beschikking blijkt dat de beslissing genomen is op basis van onjuiste informatie, houdt zij zich het recht voor om de beslissing te herzien.
14.2. Het bevoegd gezag doet schriftelijk melding van feiten en omstandigheden welke ten tijde van het nemen van de beslissing niet bekend waren of konden worden geacht en van zodanige aard zijn dat zij tot een andere beslissing aanleiding kunnen geven.
Artikel 15. Medewerking controle
Het bevoegd gezag is verplicht alle medewerking te verlenen aan een controle door of namens het Participatiefonds welke gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een melding. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een administratie welke op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in voor zover relevant en betrekking hebbend op de melding.
Toelichting op artikel 15
De in artikel 15 bedoelde administratie dient het bevoegd gezag gedurende een periode van vijf jaar te bewaren.
Deel 4. Zelfstandig wachtgeldbeleid
Artikel 16 tot en met 25
Vervallen.
Toelichting op artikel 16 tot en met 25
Voor de huidige deelnemers aan zelfstandig wachtgeldbeleid blijft artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998–1999 voor onbepaalde tijd van toepassing.
Deel 5. Slotbepalingen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27. Toelichting en bestuursvoorschriften
27.1. Aan dit reglement is een toelichting toegevoegd die deel uitmaakt van het reglement.
27.2. Het Participatiefonds hanteert bestuursvoorschriften waarin de belangrijkste uitvoeringstechnische verplichtingen voor bevoegde gezagsorganen zijn neergelegd.
Artikel 28. Wijziging of afwijking van het reglement
28.1. Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is.
28.2. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is.
Artikel 29. Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.
Artikel 30. Wijziging voorgaand reglement
Artikel 32 van het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2009–2010’ wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
‘Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2009 en heeft betrekking op ontslagen die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 31 juli 2010. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht’.
Artikel 31. Citeertitel
Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011’.
Artikel 32. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2010 en heeft betrekking op ontslagen die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht.
Artikel 33. Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt middels toezending aan de betrokken bevoegde gezagsorganen, vermelding in het publicatieblad Rentree van het Participatiefonds en plaatsing op de internetsite van het Participatiefonds.
Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Toelichting op artikel 26–33
Er zijn geen toelichtingen.
Adressen
Bestuur en bestuursbureau Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs
Bestuur en bestuursbureau Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs
Blaak 22, 3011 TA Rotterdam
telefoon 010-217 76 40
fax 010-214 13 58
www.vfpf.nl
Premies en zelfstandig wachtgeldbeleid
Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds, Heerlen
Postbus 4839, 6401 JM Heerlen
telefoon 045-579 81 03
fax 045-579 34 82
www.vfpf.nl
Instroomtoets
Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds, Zoetermeer
Postbus 870, 2700 AW Zoetermeer
telefoon 079-323 24 20
fax 079-323 38 54
www.instroomtoets.nl
Afdeling Casemanagement Re-integratie
Postbus 2460, 3000 CL Rotterdam
telefoon 010-217 76 30
fax 010-271 16 85
Onder financiële bijdragen van derden worden onder meer bijdragen van gemeenten verstaan, Europese subsidies en sponsorgelden.
7.1. Ontslaggrond
Aan de herbenoemingsverplichting van tijdelijk personeel is een ondergrens gesteld. Voor groepsleraren in het primair onderwijs is deze ondergrens 8 uur. Indien de omvang van de voorafgaande aanstelling minder dan 8 uur is, bedraagt de ondergrens de helft van de beëindigde aanstelling. Voor vakleraren en onderwijsondersteunend personeel wordt de één-uurgrens gehanteerd.
7.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden gezamenlijk
Indien er sprake is van een fusie en/of overdracht van instellingen dan wel besturen, houdt het bevoegd gezag hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2010–2011 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2009–2010 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.
7.2.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden gezamenlijk op het niveau van het bkb-Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband van bevoegde gezagsorganen in het kader van bestuurlijke krachtenbundeling zal zich voor wat betreft ontwikkelingen inzake de rijksbekostiging van personeel gedragen als ware het één werkgever. Een ontslag binnen het samenwerkingsverband kan dan ook pas plaatsvinden als er binnen dat samenwerkingsverband geen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden beschikbaar zijn om dat ontslag te voorkomen. Het feit dat de stimuleringsbijdrage is vervallen betekent niet dat er geen bkb- Samenwerkingsverbanden meer bestaan. Dit is afhankelijk van de inhoud en looptijd van de samenwerkingsovereenkomst.
7.2.3. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van een centrale dienst
Op grond van artikel 21 WPO moeten verschillende bevoegde gezagsorganen die in één samenwerkingsverband zitten, zijn aangesloten bij dezelfde centrale dienst. Bij het beoordelen van een vergoedingsverzoek van uitkeringskosten welke het gevolg zijn van ontslag bij een centrale dienst wordt gekeken naar het verschil in middelen welke beschikbaar zijn voor de centrale dienst. Wat de zorgformatie betreft, geldt ook het gestelde in de toelichting op artikel 7.6.c.
7.3. Uitgesteld ontslag
In beide situaties wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen betrokken van de periode 6 maanden voorafgaand aan de eerste daling tot en met het daadwerkelijke moment van ontslag. Indien een bevoegd gezag van de bovenstaande mogelijkheden gebruik wil maken, dient het dit expliciet aan te geven.
7.4. Natuurlijk verloop en andere ontslagen
Voor de ruimte van de rijksbekostiging van personeel die ontstaat door natuurlijk verloop of andere ontslagen geldt dat het bevoegd gezag van de school deze inzet om gedwongen ontslagen te voorkomen. Om deze reden betrekt het bevoegd gezag eveneens het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in het in artikel 7.2 bedoeld overzicht.
7.6.c. Zorgformatie
Dit betekent dat bij een ontslag van een personeelslid van een speciale school voor het basisonderwijs die participeert in meer dan één samenwerkingsverband, de bedoelde passage van alle samenwerkingsverbanden dient te worden overgelegd. (zie art. 18 lid 8 WPO).
7.7. Toetsingsdatum
Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7 beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum.
Toelichting op artikel 7A
Alle instellingen voor primair onderwijs ontvangen een budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget) In artikel 7A van het reglement wordt een deel van het PAB-budget bij de beoordeling van de vermijdbaarheid van het ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel buiten beschouwing gelaten. Voor het schooljaar 2010–2011 is het percentage van PAB-budget dat bij de vergelijking buiten beschouwing wordt gelaten, gesteld op 35%.
7A.1. Ontslaggrond
Indien er een ontslaguitkering wordt aangevraagd ten gevolge van de afbouw van overuren wordt de melding van het ontslag getoetst op grond van artikel 7A van dit reglement.
7A.3. Vergelijking van rijksbekostiging personeel
Indien er sprake is van een fusie en/of overdracht van instellingen dan wel besturen, houdt het bevoegd gezag hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2010–2011 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2009–2010 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.
7A.3.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van het bkb-Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband van bevoegde gezagsorganen in het kader van bestuurlijke krachtenbundeling zal zich voor wat betreft ontwikkelingen inzake de rijksbekostiging van personeel gedragen als ware het één werkgever. Een ontslag binnen het samenwerkingsverband kan dan ook pas plaatsvinden als er binnen dat samenwerkingsverband geen rijksbekostiging van personeel beschikbaar is om dat ontslag te voorkomen. Het feit dat de stimuleringsbijdrage is vervallen, betekent niet dat er geen bkb-Samenwerkingsverbanden meer bestaan. Dit is afhankelijk van de inhoud en looptijd van de samenwerkingsovereenkomst.
7A.3.3. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van een centrale dienst
Op grond van artikel 21 WPO moeten verschillende bevoegde gezagsorganen die in één samenwerkingsverband zitten, zijn aangesloten bij dezelfde centrale dienst. Bij het beoordelen van een vergoedingsverzoek van uitkeringskosten welke het gevolg zijn van ontslag bij een centrale dienst wordt gekeken naar het verschil in middelen welke beschikbaar zijn voor de centrale dienst. Wat de zorgformatie betreft, geldt ook het gestelde in de toelichting op artikel 7A.4.c.
7A.4.c. Zorgformatie
Dit betekent dat bij een ontslag van een personeelslid van een speciale school voor het basisonderwijs die participeert in meer dan één samenwerkingsverband, de bedoelde passage van alle samenwerkingsverbanden dient te worden overgelegd.
7A.5. Toetsingsdatum
Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7A beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum.
7B.1. Ontslaggrond
Indien er een ontslaguitkering wordt aangevraagd ten gevolge van de afbouw van overuren wordt de melding van het ontslag getoetst op grond van artikel 7B van dit reglement.
7B.3. Zorgformatie
Dit betekent dat bij een ontslag van een personeelslid van een speciale school voor het basisonderwijs die participeert in meer dan één samenwerkingsverband, de bedoelde passage van alle samenwerkingsverbanden dient te worden overgelegd.
7B.4. Toetsingsdatum
Bij een ontslag per andere datum dan 1 augustus of laatste schooldag past het bevoegd gezag zijn melding aan, aan deze andere datum en richt de melding verder in overeenkomstig de wijze als in artikel 7B beschreven, maar nu met als uitgangspunt deze andere datum.
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave Kwalitatieve Frictie’ invult.
8.2. Kwalitatieve frictie
In dit artikel is per soort kwalitatieve frictie aangegeven op welke wijze de kwalitatieve frictie kan worden aangetoond.
8.2.1. Verschuivingen tussen onderwijzend personeel
Ook binnen het primair onderwijs is sprake van vakleerkrachten. Te denken is aan de leerkrachten welke onderwijs geven in de vakken handvaardigheid en lichamelijke opvoeding. Om deze reden wordt in dit artikel gevraagd om de aantallen leerlingen per vak. De bedoelde overzichten dienen aan te tonen dat het bevoegd gezag niet anders kon dan tot ontslag over te gaan van een vakleerkracht of juist een groepsleerkracht. Vervolgens toont het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 5 aan hoe het tot de keus van deze persoon is gekomen.
8.2.2. Verschuivingen tussen verschillende soorten personeel
Met behulp van artikel 5 toont het bevoegd gezag aan dat er op de ontslagdatum geen vacature voor deze leerkracht beschikbaar is.
8.3. Natuurlijk verloop en andere ontslagen
Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt formatieruimte beschikbaar. Om deze reden betrekt het bevoegd gezag het natuurlijk verloop en andere ontslagen bij de melding. Hierbij kan worden volstaan met het natuurlijk verloop en andere ontslagen dat zich in de in artikel 8.2 bedoelde situatie heeft voorgedaan.
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave persoonsgebonden redenen en anders’ invult.
Toelichting op artikel 10
Er zijn geen toelichtingen.
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst’ invult.
Toelichting op artikel 11
Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale Dienst.
11.3. Ontslagmoment
Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden.
Toelichting op artikel 12–13
Er zijn geen toelichtingen.
Toelichting op artikel 15
De in artikel 15 bedoelde administratie dient het bevoegd gezag gedurende een periode van vijf jaar te bewaren.
Deel 4. Zelfstandig wachtgeldbeleid
Toelichting op artikel 16 tot en met 25
Voor de huidige deelnemers aan zelfstandig wachtgeldbeleid blijft artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998–1999 voor onbepaalde tijd van toepassing.
Deel 5. Slotbepalingen
Toelichting op artikel 26–33
Er zijn geen toelichtingen.
Adressen
casemanagement@vfpf.org
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)