← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 juni 2010, nr. WJZ/211998 (2719), houdende regels in verband met de erkenning van EG-beroepskwalificaties voor personeel in de kinderopvang (Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel)

Geldende tekst a fecha 2017-04-01

Gelet op artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Gereglementeerde beroepen in de kinderopvang

Deze regeling is van toepassing op:

Artikel 3. Aanvraag erkenning beroepskwalificaties
1.

De aanvrager verstrekt aan de minister bij de aanvraag de volgende documenten, bedoeld in artikel 13 van de wet:

2.

Bij toepassing van artikel 11, derde lid, van de wet verstrekt de aanvrager de minister bij de aanvraag een bewijs van kennis, vaardigheden en competenties in het kader van een leven lang leren als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet.

Artikel 4. Proeve van bekwaamheid
1.

Indien de minister op grond van artikel 11 van de wet eist dat de aanvrager een proeve van bekwaamheid aflegt, draagt de minister ervoor zorg dat:

2.

De aanvrager voldoet de kosten van de proeve van bekwaamheid.

Artikel 5. Aanpassingsstage
1.

Indien de minister eist op grond van artikel 11 van de wet dat de aanvrager een aanpassingsstage doorloopt, deelt de minister de aanvrager schriftelijk mee:

2.

Een aanpassingsstage duurt ten hoogste een jaar.

3.

Voor een aanpassingsstage wendt de aanvrager zich tot het relevante kindercentrum of gastouderbureau met het verzoek hem in de gelegenheid te stellen een aanpassingsstage te volgen.

4.

De aanvrager wordt gedurende de aanpassingsstage begeleid door een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, aangewezen door het kindercentrum of gastouderbureau waarbinnen deze begeleider werkzaam is.

5.

De aanpassingsstage wordt beoordeeld op de vraag of de aanvrager de vakken, bedoeld in het eerste lid, onder a, in voldoende mate beheerst.

6.

Het kindercentrum of het gastouderbureau deelt het resultaat van de aanpassingsstage zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen een maand na het doorlopen van de aanpassingsstage mee aan de aanvrager en de minister.

Artikel 6. Herkansing

Indien het resultaat van de proeve van bekwaamheid of de aanpassingsstage onvoldoende is, heeft de aanvrager het recht nogmaals een proeve van bekwaamheid af te leggen of een aanpassingsstage te doorlopen.

Artikel 7. Verklaring vooraf

Een dienstverrichter verstrekt aan de minister de volgende documenten, bedoeld in artikel 23 van de wet:

Artikel 8. Dienst Uitvoering Onderwijs
1.

Aan de Directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle benodigde werkzaamheden, waaronder het vaststellen en ondertekenen van stukken, ter uitvoering van de bevoegdheden van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedoeld in de artikelen 3, 4, eerste lid, 5, eerste lid, en 7, en de artikelen 31a, 31b en 31c van de wet met betrekking tot de in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3° en 6° bedoelde gereglementeerde beroepen.

2.

Aan de Directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de afhandeling van administratieve stukken inzake klacht-, bezwaar- en beroepsprocedures, voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat de Directeur-generaal geen besluit op bezwaar neemt met betrekking tot een bezwaarschrift tegen een besluit dat hij in mandaat heeft genomen.

3.

De Directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, ondermandaat, volmacht en machtiging in een door hem te bepalen omvang verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij geen onder-mandaat verleent aan de functionaris aan wie door hem ondermandaat tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, is verleend.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.