Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende het herkenningsteken dat motorvoertuigen in een uitvaartstoet van motorvoertuigen voeren (Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2010-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 13, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 30c van het RVV 1990;

Besluit:

Artikel 1
1.

Het herkenningsteken, bedoeld in artikel 30c van het RVV 1990, bestaat uit twee zwarte vlaggen in de vorm van een gelijkbenige driehoek, waarbij, zoals weergegeven in figuur 1:

2.

De vlaggen worden, met de ongelijke zijde verticaal geplaatst, gevoerd aan de linker- en rechterzijde van het voertuig.

3.

De vlaggen zijn deugdelijk bevestigd aan het voertuig.

4.

De vlaggen steken, op de plek waar zij geplaatst zijn, geheel boven het voertuig uit.

5.

De vlaggen zijn zo geplaatst dat het zicht van de chauffeur niet wordt belemmerd.

6.

De vlaggen zijn zo vervaardigd dat zij zowel bij stilstand als rijdend voldoende zichtbaar zijn voor andere weggebruikers.

Figuur 1.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.