Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 juni 2010, nr. 2010-0000147401, CZW/WVOB, houdende regels over functies voor het personeel van de veiligheidsregio’s (Regeling personeel veiligheidsregio’s)
Gelet op artikel 2 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio's in werking treedt.
Artikel 1
Met betrekking tot de functies, genoemd in bijlage 1 en bijlage 1a bij het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A.
Met betrekking tot de functies, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage B.
Met betrekking tot de functies, genoemd in artikel 2, derde lid, van het Besluit personeel veiligheidsregio’s, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen, en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio’s in werking treedt.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling personeel veiligheidsregio’s.
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement a. Functie adviseur gevaarlijke stoffen
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.
1.1. Algemene informatie
Functienaam: Adviseur gevaarlijke stoffen
2.1. Kerntaken
2.1. Kerntaken en werkgebieden
De AGS analyseert en beoordeelt het incident tijdens de uitruk- en verkenningsfase op basis van de beschikbare gegevens en vertaalt deze informatie naar mogelijke scenario’s en scenario ontwikkelingen. De AGS stelt dit beeld gedurende het incident zo nodig bij. Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een mono- en multidisciplinair advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s).
Kerntaak 2:. Vormen advies
Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s).
Kerntaak 3:. Optreden als AGS (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
In het brongebied brengt de AGS, onder turbulente omstandigheden, een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, maar ook samenwerking en afstemming met betrokken partijen, als bij een COPI, spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast kan de AGS optreden als adviseur van het OT. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen incident
Werkzaamheden
Niveau A: inschatten, non-verbaal
Onderkent en verplaatst zich in de gevoelens en behoeften van anderen, en houdt rekening met de gevolgen van eigen handelen op andere mensen of onderdelen van de organisatie.
Niveau B: reageren
Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Vormen advies
Werkzaamheden
Op basis van de gekozen scenario’s formuleert de AGS een advies. Hierbij houdt hij rekening met operationele mogelijkheden en sluit hij aan op de doelgroep en de belangen van de ontvanger(s). Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Supplement b. Functie bevelvoerder
Beoordelingscriteria
1.1. Algemene informatie
Werkzaamheden
Beschrijving van de functie: De bevelvoerder:
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan alle betrokkenen.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren AGS
Kerntaak 2:. verkennen van het incident*
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*
De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.
Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 1:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de uitrukwerkzaamheden
Geeft leiding aan de uitvoering van de werkzaamheden op het gebied van de voorbereiding op de verkenning en inzet.
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
De bevelvoerder rukt samen met zijn manschap(pen) uit naar het incident in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid qua verkenningsplan en voorlopig inzetplan ter plaatse.
Werkzaamheden:
De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan definitief.
Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*
De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.
De kerntaken worden uitgevoerd in vier te onderscheiden operationele taakgebieden:
De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.
Werkzaamheden:
De bevelvoerder geeft leiding aan de bemensing van een blusvoertuig en de bemensing van een bijzonder voertuig dat aan zijn tankautospuit is gekoppeld. De bevelvoerder voert taken uit in het kader van het bestrijden van de brand in de ruimste zin van het woord. De bevelvoerder maakt gebruik van alle mensen en middelen die hem ter beschikking staan.
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
Werkzaamheden:
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement c. Functie brandweerduiker
Kerntaak 2:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de verkenningswerkzaamheden
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
Kerntaak 4:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de nazorgwerkzaamheden
Werkzaamheden:
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement c. Functie brandweerduiker
3.1. Uitwerking kerntaken
De brandweerduiker moet kunnen omgaan met schokkende gebeurtenissen.
4.1. Competenties
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
Werkzaamheden
Kerntaak 2:. Inzet
Kerntaak 3:. Nazorg
Werkzaamheden
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie centralist meldkamer
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
1.1. Algemene informatie
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Tijdens en na afloop van het incident legt de centralist meldkamer relevante informatie over (het verloop van) het incident vast in het meldkamersysteem. Hij reflecteert op zijn handelen en de samenwerking. De centralist meldkamer levert, indien nodig, een bijdrage aan de evaluatie van het incident.
Algemene werkzaamheden
3.1. Uitwerking kerntaken
Werkzaamheden
4.1. Competenties
Beoordelingscriteria
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie centralist meldkamer
Kerntaak 3:. Geeft leiding aan, coördineert en controleert de inzetwerkzaamheden
1.1. Algemene informatie
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Ontvangen en aannemen van een inkomende melding
Werkzaamheden
Kerntaak 2:. Uitgeven van een melding en ondersteunen van de inzet
Beoordelingscriteria
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Na afloop van het incident legt de centralist meldkamer de relevante informatie vast. Hij evalueert het eigen handelen en levert, indien van toepassing, een bijdrage aan de algemene evaluatie van de melding.
Algemene werkzaamheden
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 1:. Ontvangen en aannemen van een melding
Werkzaamheden
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
Kerntaak 2:. Uitgeven van een melding en ondersteunen van de inzet
Kerntaak 2:. herstellen na het incident*
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. herstellen na het incident*
Supplement e. Functie chauffeur
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement f. Functie commandant van dienst
Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De brandweerduiker selecteert uit de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze, trekt deze aan en voert een buddycheck uit. Hij draagt zorg voor voldoende fysieke en mentale getraindheid.
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
2.1. Kerntaken
De kerntaken van de commandant van dienst liggen in het verlengde van de hiervoor geschetste rollen. Bij de beschrijving van de kerntaken is rekening gehouden met de beschrijving van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP).
De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam
Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden:
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Heeft een goede fysieke en psychische conditie.
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement g. Functie controleur brandpreventie
Bijlage A, behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
De commandant van dienst treedt op als operationeel leider (OL) en geeft in die rol leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het OT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (BT). Vanaf GRIP 3 is de OL verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het BT.
Kerntaak 1:. Controleren
2.1. Kerntaken
Kerntaak 2:. Rapporteren
De controleur brandpreventie rapporteert na locatiebezoek aan de leidinggevende en de gebruiker. Hij rapporteert klachten aan de leidinggevende.
Kerntaak 3:. Geven van voorlichting
De controleur brandpreventie geeft situatiespecifieke voorlichting over gebruiksvoorwaarden met betrekking tot de brandveiligheid.
Werkzaamheden
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Kerntaak 1:. Controleren
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 2:. Rapporteren
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Geven van voorlichting
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Beoordelingscriteria
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement h. Functie docent
Supplement e. Functie chauffeur
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 1:. Controleren
Beschrijving van de functie: De docent:
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Kerntaak 1:. didactisch handelen
Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.
Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs
Coachen en begeleiden van deelnemers in relatie tot studievoortgang, leerproces en leerproblematiek. Coachen en begeleiden van instructeurs bij hun taakuitoefening.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Kerntaak 3:. Geven van voorlichting
Werkzaamheden
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
Kerntaak 1:. didactisch handelen
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs
1.1. Algemene informatie
Werkzaamheden:
Beschrijving van de functie: De docent:
2.1. Kerntaken en taakgebieden
1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
De kerntaken van de commandant van dienst liggen in het verlengde van de hiervoor geschetste rollen. Bij de beschrijving van de kerntaken is rekening gehouden met de beschrijving van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP).
Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT
De commandant van dienst treedt op als operationeel leider (OL) en geeft in die rol leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het OT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (BT). Vanaf GRIP 3 is de OL verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het BT.
Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam
Beschrijving van de functie: De duikploegleider:
Op de volgende pagina’s worden de kerntaken nader uitgewerkt aan de hand van activiteiten en beoordelingscriteria.
De duikploegleider rukt samen met de rest van de duikploeg uit naar het incident. Hij maakt een inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident en selecteert het van toepassing zijnde scenario. Hij schaalt indien nodig met extra duikploegen op en adviseert de bevelvoerder of officier van dienst ten aanzien van de overige ondersteunende eenheden. De duikploegleider ziet toe op de fysieke en mentale conditie van de duikploeg.
3.1. Uitwerking kerntaken
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden:
3.1. Uitwerking kerntaken
4.1. Competenties
Werkzaamheden:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.