Ministeriële regeling van 18 mei 2010, nr. BS/2010015570, van de afdeling Pensioenen, Sociale Zekerheid, Zorg en Veteranen

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-02-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze Regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Met deze regeling wordt beoogd de contacten tussen leden van een reünievereniging en tussen leden van een reünievereniging en militairen in actieve dienst van dezelfde eenheid of onderdeel of met dezelfde uitzendervaring, met faciliteiten te ondersteunen.

Artikel 3. Reüniefaciliteiten
1.

Een reünievereniging kan ten laste van Defensie voor zijn leden aanspraak maken op de volgende faciliteiten ten behoeve van de organisatie van een reünie:

2.

Een reünievereniging kan eenmaal per kalenderjaar gebruik maken van de faciliteiten.

3.

Een reünievereniging kan alleen op werkdagen gebruik maken van deze faciliteiten, tenzij het betrokken defensieonderdeel toestemming geeft om de reünie op een zaterdag te organiseren.

4.

Als een reünie op zaterdag wordt georganiseerd, geldt – in tegenstelling tot het tweede lid – dat eenmaal per twee kalenderjaren gebruik kan worden gemaakt van de in het eerste lid genoemde faciliteiten.

5.

Een reünievereniging kan tegen betaling extra producten of diensten afnemen. Daarover dient voorafgaand aan de reünie middels een offerte overeenstemming te zijn bereikt met de lokale facilitaire dienst.

6.

De kosten van de reüniefaciliteiten komen voor rekening van het defensieonderdeel waartoe de reünievereniging traditioneel behoort.

7.

Als de reünievereniging niet bij een defensieonderdeel behoort, komen de kosten voor rekening van het defensieonderdeel dat de locatie waar de reünie wordt georganiseerd, in gebruik heeft.

8.

De normbedragen voor het standaardarrangement worden jaarlijks vastgesteld en opgenomen in bijlage I van deze regeling.

Artikel 4. Toekennen van faciliteiten
1.

Een reünievereniging die gebruik wenst te maken van de reüniefaciliteiten, dient daartoe een verzoek in bij het defensieonderdeel dat volgens artikel 3, zesde en zevende lid, van deze regeling wordt belast met de kosten van de reüniefaciliteiten.

2.

Voordat het defensieonderdeel beslist op een verzoek van een reünievereniging om gebruik te mogen maken van de reüniefaciliteiten, wordt getoetst of de reünie voldoet aan het gestelde in artikel 2.

Artikel 5. Militaire of semi-militaire locatie
1.

Een reünie dient plaats te vinden op een militaire of semi-militaire locatie, waarbij het defensieonderdeel waartoe de reünievereniging behoort de reüniefaciliteit verstrekt. Als gebruik wordt gemaakt van een locatie van een ander defensieonderdeel blijven de kosten voor rekening van het defensieonderdeel waartoe de reünievereniging behoort.

2.

Als naar het oordeel van het defensieonderdeel op de eigen locatie geen geschikte accommodatie kan worden aangeboden, kan voor de reünie worden uitgeweken naar een andere militaire of semi-militaire locatie.

3.

De defensieonderdelen maken een overzicht van de door hen goedgekeurde semi-militaire locaties. Dit overzicht is opgenomen in bijlage II van deze regeling.

4.

De ondersteuning van een reünie dient te geschieden met de middelen en faciliteiten die door de commandant van de betrokken militaire of semi-militaire locatie kunnen worden geboden.

Artikel 6. Reünieregister verenigingen
1.

Namens de Minister van Defensie beslist de Directeur van het Veteraneninstituut op een verzoek van een reünievereniging voor veteranen om te worden opgenomen in het reünieregister. Voorafgaand aan de beslissing wordt getoetst of de reünievereniging voldoet aan het gestelde in artikel 1, onderdeel e. Ook vindt overleg plaats met het defensieonderdeel waartoe de betreffende reünievereniging traditioneel behoort.

2.

Namens de Minister van Defensie beslissen de defensieonderdelen op een verzoek van een reünievereniging voor postactieven dan wel voor oorlogs- en dienstslachtoffers om te worden opgenomen in het reünieregister. Voorafgaand aan de beslissing wordt getoetst of de reünievereniging voldoet aan het gestelde in artikel 1, onderdeel e.

3.

Het reünieregister wordt bijgehouden door het Veteraneninstituut.

Artikel 7. Overgangsbepalingen
1.

Bestaande reünieverbanden van missies van vóór 1963 die zijn ingeschreven in het reünieregister en die niet kunnen worden aangemerkt als vereniging, zijn vrijgesteld van de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 1, onder e.

2.

Voor de overige reünieverenigingen die ten gevolge van deze regeling niet meer aan de voorwaarden voor inschrijving voldoen, geldt een overgangsregeling. Zij ontvangen een voorlopige inschrijving tot 1 januari 2013 om aan de voorwaarden te voldoen. Vanaf 1 januari 2013 dienen alle ingeschreven reünieverenigingen te voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 1, onder e.

3.

Onderafdelingen van ingeschreven reünieverenigingen kunnen in aanmerking komen voor zelfstandige inschrijving als reünievereniging indien zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 1, onder e,

4.

Reünieverenigingen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 1, onderdeel e, kunnen zich als onderafdeling inschrijven bij een reünievereniging die wel aan de voorwaarden voldoet. Deze reünievereniging functioneert dan als koepelorganisatie en is vervolgens verantwoordelijk voor een juiste uitvoering van de regeling door de onderafdeling.

Artikel 8. Evaluatie

Deze Regeling wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Artikel 9. Intrekking regelgeving

De Raamregeling reüniefaciliteiten van 1 maart 2003, nr. P/2003000424 wordt ingetrokken.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze Regeling treedt in werking met ingang van datum dagtekening.

Artikel 11. Citeertitel

Deze Regeling wordt aangehaald als ‘Regeling reüniefaciliteiten veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven’.

Bijlage I. Normbedragen standaardarrangement

In 2020 zijn de volgende normbedragen voor het standaardarrangement van toepassing:

Bijlage II. Militaire en semi-militaire locaties

De volgende locaties worden aangemerkt als Semi-militaire locaties:

De volgende locaties worden vanwege hun bijzondere status aangemerkt als Militaire locatie:

Deze Regeling wordt met toelichting gepubliceerd in de serie Ministeriele Publicaties (MP 32-300).

Deze Regeling wordt met toelichting gepubliceerd in de Staatscourant.

(ad artikel 5, Regeling reüniefaciliteiten veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven)

In 2016 zijn de volgende normbedragen voor het standaardarrangement van toepassing:

Bijlage II. Militaire en semi-militaire locaties

De volgende locaties worden aangemerkt als Semi-militaire locaties:

De volgende locaties worden vanwege hun bijzondere status aangemerkt als Militaire locatie:

Deze Regeling wordt met toelichting gepubliceerd in de serie Ministeriele Publicaties (MP 32-300).

Deze Regeling wordt met toelichting gepubliceerd in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.