← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van het College van Procureurs Generaal van 18 december 2009, nummer PaG 14389, houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de hoofdofficieren van justitie van de arrondissementsparketten

Geldende tekst a fecha 2009-11-21

Overwegende dat bij besluiten van 9 november 2009 , nummers 5602920/09 (Stcrt 2009, 17519) en 5628333/09 (Stcrt 2009, 17341) het mandaat, de volmacht en de machtiging verleend aan het College bij besluit van 15 december 1997, nummer 665429/897 is vervangen door een nieuwe regeling van mandaat, volmacht en machtiging;

Dat er binnen het Openbaar Ministerie sprake is van verleende ondermandaten;

Dat op grond van de besluiten van 9 november 2009 , nummers 5602920/09 (Stcrt 2009, 17519) en 5628333/09 (Stcrt 2009, 17341) verleende ondermandaten geacht worden gegrond te zijn op de nieuwe regeling van mandaat, volmacht en machtiging;

Dat er aanleiding is om de inhoud van het mandaat, volmacht en machtiging verleend aan de onderdelen van het openbaar ministerie aan te passen;

Dat de regeling van mandaat, volmacht en machtiging ertoe dient om de (regionale) samenwerking te faciliteren en de hoofdofficieren van justitie en de directeur bedrijfsvoering de mogelijkheid te geven om aan die regionale samenwerking inhoud en vorm te geven;

Gelet op de Algemene Wet Bestuursrecht, het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Besluit Algemene Rechtspositie Politieambtenaren, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie en de Mandaatregeling beheer openbaar ministerie;

Gezien het advies van de Medezeggenschapsraad Openbaar Ministerie van 26 maart 2009, kenmerk MROM 2009/ 006;

Besluit:

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. De voorzitter van het regionaal managementteam

Artikel 2
1.

De hierna genoemde hoofdofficieren van justitie fungeren als voorzitter van het regionaal managementteam en aan hen wordt het beheermandaat, het budgetmandaat en het mandaat organisatie en formatie verleend als bedoeld in artikel 3:

2.

De in het eerste lid, onder a, d, e en j, genoemde hoofdofficieren van justitie wijzen een fungerend hoofdofficier van justitie, die lid is van het managementteam, aan als plaatsvervangend voorzitter van het managementteam. De in het eerste lid onder b, c, f, g, h, i en k genoemde hoofdofficieren van justitie wijzen een hoofdofficier van justitie, die lid is van het regionaal managementteam, aan als plaatsvervangend voorzitter van het regionaal managementteam. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van de in het eerste lid genoemde hoofdofficieren van justitie worden deze vervangen door hun plaatsvervanger.

Paragraaf 3. Het beheermandaat, het budgetmandaat en het mandaat organisatie en formatie en het mandaat van de hoofdofficieren van justitie

Artikel 3. Het beheermandaat, het budgetmandaat en het mandaat organisatie en formatie van de voorzitter van het regionaal managementteam
1.

Bevoegdheden ten aanzien van het beheer van het regioparket (de dagelijkse gang van zaken)

Aan de voorzitter van het regionaal managementteam bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de aan het College toekomende bevoegdheden inzake aangelegenheden die het beheer van de gezamenlijke arrondissementsparketten betreffen, met uitzondering van:

2.

Budgetmandaat

Aan de voorzitter van het regionaal managementteam bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt mandaat verleend om besluiten te nemen met betrekking tot de verdeling, toedeling en besteding van het gezamenlijke budget van de arrondissementsparketten die onder het bereik van het betreffende regionaal managementteam vallen, een en ander met inachtneming van het aan hem toegekende budget en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.

3.

Het College behoudt zich het recht voor om bij een nader aanvullend besluit nadere aanwijzingen te geven ten aanzien van de administratieve organisatie van het budgetmandaat, de wijze waarop verplichtingen worden aangegaan, de wijze waarop betaalbaarstelling ten laste van het budget plaatsheeft en de wijze waarop bestedingen van het budget worden verantwoord.

4.

Aan de voorzitter van het regionaal managementteam bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt mandaat verleend om via het jaarplan aanwijzingen te geven aan de hoofdofficieren van justitie met betrekking tot de besteding en de uitputting van het budget.

5.

Mandaat organisatie en formatie

Aan de voorzitter van het regionaal managementteam bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt mandaat verleend om, passend binnen de hoofdlijnen van de organisatie en formatie en met inachtneming van de budgettaire kaders zoals die in het jaarplan zijn vastgelegd en het geldende functiehuis voor de sectoren rechterlijke macht en rijk, de organisatie en formatie vast te stellen van de arrondissementsparketten die onder het bereik van het betreffende regionaal managementteam vallen.

Artikel 4. De bevoegdheden van de hoofdofficieren van justitie
1.

Aanwijzing tot hoofd van dienst

De hoofdofficier van justitie wordt aangewezen tot hoofd van dienst ten aanzien van de rechterlijke en niet rechterlijke ambtenaren werkzaam bij het eigen arrondissementsparket, in de zin van artikel 4, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Algemeen rijksambtenarenreglement en als bevoegd gezag in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef, onderdeel l, sub 3 van het Besluit algemene rechtspositie politie.

2.

Bevoegdheden ten aanzien van het beheer van de arrondissementsparketten (de dagelijkse gang van zaken)

Aan de hoofdofficier van justitie wordt mandaat verleend ten aanzien van de aan het College toekomende bevoegdheden inzake aangelegenheden die het beheer van het eigen arrondissementsparket betreffen met uitzondering van de besluiten en handelingen die op grond van artikel 5, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en c zijn uitgesloten van het mandaat.

3.

Bevoegdheden ten aanzien van budgetten

Aan de hoofdofficier van justitie wordt mandaat verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de besteding en de uitputting van het budget betreffen met betrekking tot eigen arrondissementsparket, een en ander met inachtneming van het – via het jaarplan – aan het arrondissementsparket toegekende budget, de aanwijzingen die aan hem zijn gegeven op grond van artikel 3, derde en vierde lid en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften en met uitzondering van de besluiten en handelingen als bedoeld in artikel 5 aanhef, onderdeel 4.

4.

Personeelsmandaat

Aan de hoofdofficier van justitie wordt mandaat verleend om:

5.

Mandaat arbeidsomstandigheden

6.

Klachtenafhandeling

Aan de hoofdofficier van justitie wordt mandaat verleend om klachten als bedoeld in artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht af te handelen, met uitzondering van klachten die gedragingen betreffen van de hoofdofficier van justitie zelf.

7.

Nationale Ombudsman

Aan de hoofdofficier van justitie wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen en andere handelingen te verrichten, voortvloeiende uit aangelegenheden van de Nationale Ombudsman indien het gaat om:

Aan de hoofdofficier van justitie wordt mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur met uitzondering van de besluiten die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben.

Artikel 5. Voorwaarden verbonden aan het uitoefenen van het mandaat, volmacht en machtiging

De voorzitter van het regionaal managementteam en de hoofdofficier van justitie zijn gehouden bij het uitoefenen van bevoegdheden:

Paragraaf 4. Beslissingen op bezwaar en beroep

Artikel 6. Beslissingen op bezwaar en beroep
1.

Het College beslist op een bezwaar of een beroep dat is gericht tegen een besluit dat is genomen door de hoofdofficier van justitie, alsmede op een daarmee verband houdend verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

De hoofdofficier van justitie beslist op een bezwaar dat op grond van een door hen verleend ondermandaat is genomen alsmede op een daarmee verband houdend verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 5. Verlenen van ondermandaat

Artikel 7. Ondermandaat
1.

De voorzitter van het regionaal managementteam wordt toegestaan van het aan hem in deze regeling toegekende mandaat, volmacht en machtiging door te geven aan de directeur bedrijfsvoering van zijn arrondissementsparket.

2.

De hoofdofficier van justitie wordt toegestaan van het aan hem in deze regeling verleende mandaat:

3.

Het krachtens dit artikel verleende ondermandaat en de doorgegeven machtiging en volmacht kunnen één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8
1.

Bestaande regelingen waarin de in het Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie verleende mandaten, volmachten en machtigingen verder worden doorgegeven, worden geacht te zijn gegrond op deze regeling, voor zover zij daarmee niet strijdig zijn, totdat op grond van deze regeling nieuwe ondermandaten zijn vastgesteld of volmachten en machtigingen worden doorgegeven.

2.

Bestaande regelingen waarin de in het Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie verleende mandaten, volmachten en machtigingen verder worden doorgegeven, worden geacht op 1 juli 2010 te zijn ingetrokken, tenzij deze reeds op een eerder tijdstip worden ingetrokken en zijn vervangen door een op dit besluit gegronde regeling van het ondermandaat of het doorgeven van volmacht en machtigingen.

Artikel 9

Het Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie van 15 december 1997, nummer 665431 L/897, wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 20 november 2009.

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als: Mandaatbesluit openbaar ministerie (arrondissementsparketten) 2009.