Gevolgen van de invoering van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk en de belastingverdragen
De Directeur-Generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
1. Inleiding
Blijkens artikel 1 van het Besluit van 24 december 1997, Stb. 769, is de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen(Wet van 24 december 1997, Stb. 768)(OOW) op 1 januari 1998 in werking getreden. Ingevolge deze wet zijn, teneinde een gelijkschakeling van de sociale zekerheid voor de overheidsector en de marktsector te bereiken, de ambtenaren (overheidswerknemers) rechtstreeks opgenomen in de kring van verzekerden op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Over de invoering van de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet(ZW) voor het overheidspersoneel moet nog een beslissing worden genomen.
In concreto betekent het vorenstaande dat met ingang van 1 januari 1998 de WAO is ingevoerd voor de overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers in de zin van de Wet OOW.
Sedert 1 april 1993 is het personeel bij de overheid voor wat betreft het arbeidsvoorwaardenoverleg verdeeld over een achttal sectoren. Deze sectoren zijn: Rijk, Defensie, Onderwijs, Rechtelijke Macht, Politie, Gemeenten, Provincies en Waterschappen.
In de Wet OOW zijn de overheidswerknemers die deel uitmaken van de hiervoor genoemde acht sectoren in twee categorieën onderverdeeld:
2. Overheidswerknemers sector Rijk
Tot de overheidswerknemers sector Rijk behoort het personeel van de ministeries (uitgezonderd Defensie, maar inclusief de Dienst Buitenlandse Zaken), het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin.
Uit informatie verkregen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, over vorenbedoelde overheidswerknemers is mij onder meer gebleken:
De WAO-uitkering berust op de WAO (werknemersverzekeringswet). De gehele of gedeeltelijke doorbetaling van het salaris, de herplaatsingstoeslag en de suppletieuitkering berusten op de ambtelijke rechtspositieregeling (zoals het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA) en de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, terwijl de uitbetaling van het invaliditeitspensioen berust op het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP (ABP). Ik merk hierbij nog op dat met ingang van 1 januari 1996 het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is geprivatiseerd en opgegaan in de Stichting Pensioenfonds ABP. Voorts is per die datum de Algemene burgerlijke pensioenwet (Abp-wet) ingetrokken en zijn de in die wet geregelde pensioenaanspraken van overheidswerknemers opgenomen in het pensioenreglement van het ABP.
Voor de overheidswerknemers bestaat de mogelijkheid particulier een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Een voorbeeld daarvan is het door het ABP, samen met de verzekeringsmaatschappij Proteq, ontwikkelde IP-AanvullingsPlan (IPAP). Deze verzekering, die de WAO-uitkering en het bovenwettelijke invaliditeitspensioen aanvult met een bepaald percentage, loopt blijkens een door het ABP uitgegeven brochure in het algemeen via de werkgever. De uit deze verzekering voortvloeiende uitkering berust noch op de WAO, noch op het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP. Hoewel deze verzekering slechts door overheidswerknemers kan worden afgesloten en bij ontslag uit de overheidsdienst wordt beëindigd, is niettemin naar mijn mening toch sprake van een particuliere invaliditeitsverzekering omdat het afsluiten van die verzekering op vrijwillige basis geschiedt en geheel los staat van de ambtelijke rechtspositieregeling.
3. Overheidswerknemers sectoren Defensie, Onderwijs, Rechtelijke Macht, Politie, Gemeenten, Provincies en Waterschappen
Ingevolge de Wet OOW behoren de overheidswerknemers in de sectoren Defensie (burger personeel), Onderwijs, Rechtelijke Macht, Politie, Gemeenten, Provincies en Waterschappen vanaf 1 januari 1998 tot de kring van verzekerden WAO. Voor deze overheidswerknemers geldt mutatis mutandis hetzelfde als hiervoor ten aanzien van de overheidswerknemers sector Rijk wordt opgemerkt, zij het echter met dien verstande dat er ten opzichte van de overheidswerknemers sector Rijk verschil/verschillen kan/kunnen bestaan met betrekking tot de aanspraak op en de duur van de gehele of gedeeltelijke doorbetaling van het salaris, de aanspraak op en de hoogte van het bovenwettelijk invaliditeitspensioen, de eventuele suppletieuitkering en de eventuele herplaatsingstoeslag, omdat hun ambtelijke rechtspositieregeling op bepaalde onderdelen kan afwijken van die van de overheidswerknemers sector Rijk.
4. Beroepsmilitairen
Uit informatie verkregen van het Ministerie van Defensie, Directie Arbeidsvoorwaardenbeleid, Afdeling Pensioenen en Sociale Zekerheid, is mij onder meer gebleken:
Ook voor de beroepsmilitair bestaat de mogelijkheid particulier een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Voor de aanspraken van de beroepsmilitair wordt dezelfde systematiek gevolgd als die welke geldt voor de overige overheidswerknemers.
5. Gevolgen van de invoering van de Wet OOW voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) en de belastingverdragen
Het van toepassing zijn van de WAOheeft tot gevolg dat de totale uitkering die de (ex) beroepsmilitair of de overige (ex) overheidswerknemer vanaf 1 januari 1998 ontvangt van de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheids- en onderwijspersoneel (USZO) of het ABP of zijn/haar (voormalige) werkgever is opgebouwd uit een WAO-uitkering en een bovenwettelijke uitkering (die afhankelijk van de situatie van betrokkene kan bestaan uit een arbeidsongeschiktheidspensioen, een verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen, een invaliditeitspensioen, een bijzondere invaliditeitsverhoging (smartengeld), en een herplaatsingstoelage of een suppletieuitkering). De WAO-uitkering berust op de WAO (werknemersverzekeringswet) en de bovenwettelijke uitkering berust op de ambtelijke/militaire rechtspositieregeling (zoals het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), het Algemeen militair ambtenarenreglement (Amar), het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, het Reglement Dienst-Buitenlandse Zaken, de Algemene militaire pensioenwet (Amp-wet), het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP, het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie, de Uitkeringsregeling 1966, het Inkomstenbesluit militairen).
Voor de toepassing van de BRK en de belastingverdragen valt de bovenwettelijke uitkering onder de werking van het overheidspensioenartikel. Hoewel de WAO-uitkeringen worden toegekend ter zake van een vroegere dienstbetrekking vallen zij in verband met het arrest van de Hoge Raad van 4 juli 1989, BNB 1989/274, niet onder het particuliere pensioenartikel maar onder het restartikel. Kent het desbetreffende belastingverdrag evenwel een aparte verdragsbepaling voor sociale verzekeringsuitkeringen c.q. sociale zekerheidsuitkeringen, dan hangt het van de formulering van die bepaling af of op de WAO-uitkeringen die bepaling van toepassing is. Indien het sociale zekerheidsartikel toepassing mist en het desbetreffende verdrag geen restartikel kent, dan blijft de nationale wetgeving in stand; in Nederland zal dan ook over het WAO-deel loon- en (eventueel) inkomstenbelasting worden geheven. De uitkering die de gewezen overheidswerknemer/beroepsmilitair op grond van bijvoorbeeld het IP-Aanvullingsplan (IPAP) of een andere soortgelijke particuliere verzekering inzake invaliditeit ontvangt valt naar mijn oordeel onder het restartikel. Kent het desbetreffende belastingverdrag evenwel een aparte verdragsbepaling voor lijfrenteuitkeringen, dan is op de vorenbedoelde uitkeringen die bepaling van toepassing. Indien het desbetreffende verdrag geen lijfrenteartikel en evenmin een restartikel kent, dan blijft de nationale wetgeving in stand; in Nederland zal dan ook over de IPAP-uitkering of soortgelijke uitkering loon- en (eventueel) inkomstenbelasting worden geheven.
Voor de toepassing van de BRK vallen de WAO-uitkeringen onder de werking van artikel 17, eerste lid, waardoor die uitkeringen betaald aan inwoners van de Nederlandse Antillen of Aruba belastbaar zijn in Nederland. Daarentegen zijn IPAP-uitkeringen of soortgelijke uitkeringen genoten door inwoners van de Nederlandse Antillen of Aruba op grond van artikel 20 (restartikel) belastbaar in die landen.
Indien aan de (ex) overheidswerknemers en de (ex) beroepsmilitairen op grond van de Toeslagenwet een toeslag wordt verleend op hun WAO-uitkering, dan dient die toeslag voor de toepassing van de BRK en de belastingverdragen het regime te volgen van de WAO-uitkering.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.