← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 augustus 2010, nr. 145464, houdende voorschriften inzake diervoeders (Regeling diervoeders 2010)

Geldende tekst a fecha 2013-10-11

Gelet op:

Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31);

Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEG L 273)

Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268);

Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levenmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268);

Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PbEU L 268);

Verordening (EG) nr. 882/2004 van Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, 191);

Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU 2005, 35);

Verordening (EG) nr. 470/2009: verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 152/11);

Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PbEU L 194);

Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PbEU L 229);

Richtlijn nr. 82/475/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juni 1982 tot vaststelling van de categorieën van voedermiddelen die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van mengvoeders voor huisdieren (PbEG L 213);

Richtlijn nr. 95/53/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding (PbEG L 265);

Richtlijn nr. 95/69/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PbEG L 332);

Richtlijn nr. 98/51/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding (PbEG L 208);

Richtlijn nr. 98/68/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1998 tot vaststelling van het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 95/53/EG van de Raad bedoelde modeldocument en van controlevoorschriften bij de invoer van diervoeder uit derde landen in de Gemeenschap (PbEG L 261);

Richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140);

Richtlijn nr. 2008/38/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 5 maart 2008 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 69);

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, onderdeel b, 3, 6, eerste en vierde lid, 7, derde lid, 10, eerste lid, 12, 15, tweede lid, 16, tweede, vierde en vijfde lid, 17, 22, derde lid, 23, 24, 25, eerste en vierde lid, 28, tweede lid, 32, vierde lid, en 34 van de Kaderwet diervoeders en op de artikelen 7, 12, 17, 21, 24, 27 en 28 van het Besluit diervoeders;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Ongewenste stoffen in diervoeders, verboden voedermiddelen en onder beperkingen toegestane middelen en stoffen in biologische diervoeders

Artikel 3
1.

Het is eenieder verboden met diervoeders als bedoeld in artikel 3, onder 4, van verordening (EG) nr. 178/2002 een handeling als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, onderdeel a, van de wet, waaronder handelingen als bedoeld in artikel 2.17 van de wet, te verrichten, indien dat diervoeder:

2.

Op een gehalte, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is bijlage I bij de Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen van overeenkomstige toepassing.

3.

Water dat wordt gebruikt voor het bereiden, bewerken of verwerken van een diervoeder is van voldoende kwaliteit.

4.

Indien een handeling met een diervoeder als bedoeld in het eerste lid, aanhef, is toegestaan krachtens een EU-verordening als bedoeld in artikel 1.1 van het besluit of artikel 2 door een besluit van een bevoegde instantie en aan dat besluit voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften nageleefd door degene op wie dat besluit betrekking heeft.

Artikel 4
1.

De NVWA is de nationale autoriteit, bedoeld in artikel 38 van verordening (EG) nr. 396/2005, wat betreft diervoeders.

2.

De aan Nederland opgedragen werkzaamheden, bedoeld in hoofdstuk V van verordening (EG) nr. 396/2005, worden, wat betreft diervoeders, verricht door de NVWA.

3.

De aanvrager, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) nr. 396/2005, dient zijn aanvraag in bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

De artikelen 8.9 tot en met 8.18 van de Regeling diergeneesmiddelen zijn van overeenkomstige toepassing op handelingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, met diervoeders.

Hoofdstuk 3. Regels ter uitvoering van communautaire verordeningen

§ 1. Regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 999/2001

Artikel 7
1.

Het is verboden in strijd te handelen met:

2.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing ten aanzien van activiteiten, genoemd in bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001, mits is voldaan aan de in die bijlage gestelde voorwaarden.

Artikel 8
1.

De minister keurt de procedures om versleping te voorkomen, bedoeld in de Hoofdstuk III, Deel A, onderdelen 2 en 4, Hoofdstuk IV, Deel C, onder b, Deel D, onder b, Deel E, onder f, en Hoofdstuk V, Deel B, onderdeel 2, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001, goed.

2.

De minister verleent de toestemming, bedoeld in Hoofdstuk III, Deel B, onderdeel 2, Deel D, onderdeel 2, en Hoofdstuk IV, Deel C, onder a en c, Deel D, onder a en c, Deel E, onder c, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.

3.

De minister verleent de erkenning, bedoeld in Hoofdstuk III, Deel B, onderdeel 1, en Hoofdstuk IV, Deel D, onder d, van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

§ 2. Regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 183/2005

Artikel 13

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, 5, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 9, eerste en tweede lid, 11, 23, eerste lid, en 24 van de verordening (EG) nr. 183/2005.

Artikel 14

Het is eenieder verboden met diervoeders die vallen binnen de werkingssfeer, bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 183/2005, een diervoederbedrijf te exploiteren zonder erkenning of registratie als bedoeld in artikel 9, respectievelijk 10, van verordening (EG) nr. 183/2005.

Artikel 15

Indien een inrichting een activiteit als bedoeld in artikel 10, onder 1, van verordening (EG) nr. 183/2005 verricht, is een erkenning als bedoeld in artikel 14 vereist.

Artikel 16

Indien aan een bedrijf een erkenning voor een activiteit, als bedoeld in artikel 15 is verleend, dan is voor diezelfde activiteit geen registratie, bedoeld in artikel 14, meer nodig.

Artikel 17

Een besluit omtrent erkenning, dan wel wijziging daarvan, wordt genomen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 18
1.

De minister keurt de nationale gidsen voor goede praktijken, bedoeld in artikel 21 van verordening (EG) nr. 183/2005, goed voor zover de gidsen betrekking hebben op de bepalingen in verordening (EG) nr. 183/2005.

2.

Ingeval in een gids richtsnoeren zijn opgenomen die aanvullend zijn ten opzichte van verordening (EG) nr. 183/2005 zijn deze richtsnoeren telkens duidelijk te onderscheiden van het deel van de gids dat betrekking heeft op verordening (EG) nr. 183/2005.

Artikel 19

Vervallen

§ 3. Regels ter uitvoering van overige Europese verordeningen

Artikel 20
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 12, 15, eerste lid, 16, 17, eerste lid, 18 en 20 van verordening (EG) nr. 178/2002.

2.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 15, vijfde lid, en 19, tweede lid, van verordening (EG) nr. 178/2002.

Artikel 21
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 16, eerste, tweede en zesde lid, 20, eerste lid, 21, eerste en derde lid, en 25 van verordening (EG) nr. 1829/2003.

2.

De minister is de bevoegde nationale instantie, bedoeld in de artikelen 17, tweede lid, en 18, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1829/2003.

Artikel 22

Het is verboden in strijd te handelen met de artikel 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1830/2003.

Artikel 23

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste, derde en vierde lid, en 16 van verordening (EG) nr. 1831/2003.

Artikel 24

Het is verboden in strijd te handelen met de artikel 4, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste lid, 8, 9, 11, 13, 14, eerste en tweede lid, 15, 16, 17, eerste en tweede lid, 18, 19, 20, eerste lid, 22, eerste lid, 23, 24, vijfde lid, tweede volzin, en zesde lid, en 25, vierde lid, van verordening (EG) nr. 767/2009.

Artikel 25
1.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 54, zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, onderdeel a, 6, 8, eerste en tweede lid, onderdelen a en b, 9, 10, 11, aanhef, 12, 13 en 19, eerste lid, van verordening (EG) nr. 669/2009.

2.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 54, zijn de bevoegde autoriteit op het APB, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 669/2009.

3.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 54, zijn de bevoegde autoriteit ten aanzien van het verlenen van instemming, bedoeld in artikel 7, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 669/2009.

§ 4. De aanvraag tot erkenning, registratie of goedkeuring, vereist op grond van Europese verordeningen

Artikel 26
1.

De volgende aanvragen worden bij de NVWA ingediend:

2.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen nadat het ingevolge artikel 35, onderdeel a, verschuldigde bedrag is voldaan.

3.

De aanvrager van een registratie als bedoeld in artikel 8, is geregistreerd, indien een termijn van zes weken, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot registratie, is verstreken zonder dat de minister op de aanvraag heeft beslist.

Artikel 27

De houder van een erkenning, registratie of goedkeuring stelt de NVWA zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand schriftelijk in kennis van wijziging van de volgende gegevens:

Artikel 28

In een openbaar register, dat ter inzage ligt bij de NVWA, worden de volgende gegevens vastgelegd:

Hoofdstuk 4. Regels over de in- en uitvoer

Artikel 29

Het is verboden toevoegingsmiddelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1831/2003, voormengsels als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 1831/2003, en diervoeders als bedoeld in artikel 3, onder 4, van verordening (EG) nr. 178/2002, waaronder de substanties, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen b, c, d, en g, van verordening (EG) nr. 1831/2003, in of buiten Nederland te brengen in strijd met het bepaalde in:

Artikel 30
1.

Toevoegingsmiddelen, voormengsels en diervoeders die afkomstig zijn uit een derde land, gaan vergezeld van:

2.

In de documenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verwezen naar het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ingeval het laatstgenoemde onderdeel van toepassing is.

3.

Het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vergezelt de toevoegingsmiddelen, voormengsels of diervoeders waarop het betrekking heeft tot het tijdstip waarop deze producten in het vrije verkeer worden gebracht.

Artikel 31
1.

Toevoegingsmiddelen, voormengsels en diervoeders die afkomstig zijn uit een derde land en die in Nederland in het douanegebied van de Europese Economische Ruimte worden binnengebracht, worden aangevoerd via:

2.

In afwijking van het eerste lid worden toevoegingsmiddelen, voormengsels en diervoeders als bedoeld in verordening (EG) nr. 669/2009 of uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 en die afkomstig zijn uit een derde land en die in Nederland in het douanegebied van de Europese Economische Ruimte worden binnengebracht, aangevoerd via:

3.

De belanghebbende bij een lading houdt de lading en de documenten bij een lading beschikbaar voor een controle als bedoeld in artikel 15, eerste of vijfde lid, van verordening (EG) nr. 882/2004, indien:

4.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 18, tweede volzin, en 19, 20 en 21 van verordening (EG) nr. 882/2004.

Artikel 32
1.

Toevoegingsmiddelen, voormengsels en diervoeders die in Nederland in het douanegebied van de Europese Economische Ruimte worden binnengebracht, die een diervoeder bevatten als bedoeld in bijlage I van verordening (EG) nr. 669/2009 worden aan de NVWA aangeboden voor een meer uitgebreide officiële controle als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 882/2004 in samenhang met artikel 1 van verordening (EG) nr. 669/2009.

2.

De belanghebbende bij een lading die een diervoeder bevat als bedoeld in het eerste lid stelt de NVWA voor inklaring schriftelijk in kennis van de aanvoer, bedoeld in artikel 31, eerste lid, met de vooraanmelding, bedoeld in artikel 6 van verordening (EG) nr. 669/2009 met een document als bedoeld in dat artikel.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, 11 en 12 van verordening (EG) nr. 669/2009.

Artikel 33
1.

Belanghebbenden bij een zending diervoeders als bedoeld in artikel 1.1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 doen overeenkomstig artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 een kennisgeving aan de NVWA.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013.

Artikel 34
1.

Na afronding van de controle, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, artikel 32, eerste lid, of artikel 33 wordt door de NVWA een document als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, afgegeven en wordt van dat document aantekening gemaakt op de documenten, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, ingeval de producten:

2.

Het document, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld overeenkomstig de richtsnoeren, opgenomen in artikel 1 van richtlijn nr. 98/68/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1998 tot vaststelling van het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 95/53/EG van de Raad bedoelde modeldocument en van controlevoorschriften bij de invoer van diervoeder uit derde landen in de Gemeenschap (PbEG L 261).

3.

Ingeval een partij producten in delen wordt gesplitst, wordt het document, bedoeld in het eerste lid, afgegeven voor elke deelpartij die bestemd is om in een andere lidstaat dan Nederland in het vrije verkeer te worden gebracht.

Hoofdstuk 5. Regels over retributies

Artikel 35

Voor de be- en afhandeling van een aanvraag tot:

Artikel 36

Voor de be- en afhandeling van een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 14 dan wel tot wijziging van deze registratie, is de aanvrager per aanvraag een retributie verschuldigd van € 23,68.

Artikel 37

Voor de door de NVWA aangekondigde en vastgelegde periodieke controles, bij een inrichting als bedoeld in artikel 10 van verordening (EG) nr. 183/2005 op de naleving van de voorschriften verbonden aan de erkenning ten behoeve van de instandhouding daarvan, is de houder van de erkenning een retributie verschuldigd bestaande uit:

Artikel 38
1.

Voor een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving als bedoeld in artikel 28 van verordening (EG) nr. 882/2004, is de exploitant een bedrag verschuldigd, bestaande uit:

2.

In afwijking van het eerste lid is de exploitant voor een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving in het kader van een controle als bedoeld in artikel 32, eerste lid, in verbinding met artikel 40, eerste lid, een bedrag verschuldigd, bestaande uit:

3.

Voor zover in het kader van de in het eerste of tweede lid bedoelde aanvullende officiële controle laboratoriumonderzoek is verricht van chemische en microbiologische monsters die ten behoeve van die controle zijn genomen, is de exploitant, naast de in het eerste lid onderscheidenlijk tweede lid bedoelde vergoeding, een bedrag voor dit laboratoriumonderzoek verschuldigd.

4.

Het in het derde lid bedoelde bedrag bestaat uit de door de Minister te berekenen werkelijke kosten verbonden aan de onderzoeken, waaronder in elk geval zijn begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen en materialen, alsmede personeelskosten en huisvestingskosten.

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40
1.

Voor de controles, bedoeld in artikel 32, eerste lid, welke plaatsvinden op een werkdag tussen 06:00 uur en 23:00 uur, is de aanbieder een retributie verschuldigd van € 0,04117 per ton toevoegingsmiddel, voormengsel of diervoeder dat ter controle wordt aangeboden.

2.

De retributie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste € 60,16 en ten hoogste € 462,93.

3.

Voor de afgifte van het document, bedoeld in artikel 34, eerste lid, wordt een retributie van € 27,52 in rekening gebracht.

4.

Voor de controles, bedoeld in het eerste lid, welke plaatsvinden tussen 23:00 uur en 06:00 uur, op een zaterdag of zondag onderscheidenlijk op een algemeen erkende feestdag of 5 mei, is de aanbieder een retributie verschuldigd van € 0,05336 per ton toevoegingsmiddel, voormengsel of diervoeder dat ter controle wordt aangeboden, met dien verstande dat de retributie ten minste € 76,66 en ten hoogste € 590,00 bedraagt.

Artikel 41

Voor de be- en afhandeling van een aanvraag tot toestemming als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1831/2003 is de aanvrager een retributie verschuldigd bestaande uit:

Artikel 42
1.

Voor werkzaamheden binnen openingstijd, die op verzoek van de aanbieder door of vanwege de NVWA worden verricht met betrekking tot toevoegingsmiddelen, voormengsels of diervoeders, is de aanbieder een retributie verschuldigd, bestaande uit:

2.

Voor zover voor de verrichtingen, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de aanbieder een certificaat, een geleidebiljet of een gewaarmerkt afschrift van een certificaat of geleidebiljet wordt afgegeven zonder dat direct voorafgaand onderzoek ter plaatse van de aanbieder wordt verricht door een ambtenaar, is de aanbieder een retributie verschuldigd van:

Artikel 43
1.

Voor zover laboratoriumonderzoeken zijn verricht van chemische en microbiologische monsters die zijn genomen in het kader van werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 35, 36, 37, 39, 40, 41 of 42, is de aanbieder, naast de retributies die ter zake van de desbetreffende werkzaamheden zijn verschuldigd, een retributie voor deze laboratoriumonderzoeken verschuldigd.

2.

De in het eerste lid bedoelde retributie bedraagt de door de Minister te berekenen werkelijke kosten verbonden aan de onderzoeken, waaronder in elk geval zijn begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen en materialen, alsmede personeelskosten en huisvestingskosten.

Artikel 44

Indien op grond van dit hoofdstuk een starttarief verschuldigd is, wordt deze in rekening gebracht ten aanzien van werkzaamheden die door iedere aanwezige medewerker van de NVWA op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één aanbieder op één plaats worden verricht.

Artikel 45
1.

In afwijking van artikel 32, derde lid, en artikel 61, tweede lid, meldt de aanbieder de werkzaamheden die hij door een ambtenaar op een zaterdag, zondag, algemeen erkende feestdag, onderscheidenlijk op een werkdag tussen 18:00 uur en 06:00 uur wenst te laten verrichten, schriftelijk bij de NVWA, uiterlijk twee weken vóór de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering van de werkzaamheden zoals deze zijn aangemeld.

2.

De aanbieder meldt de werkzaamheden tot afgifte van een certificaat, geleidebiljet of gewaarmerkt afschrift van een certificaat of geleidebiljet, bedoeld in artikel 42, tweede lid, die hij door de NVWA wenst te laten verrichten, schriftelijk bij de NVWA, uiterlijk vóór 14:00 uur op de derde werkdag, voorafgaande aan de dag van transport van de lading waarop het certificaat of geleidebiljet ingevolge de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 46
1.

Indien de datum of het tijdstip van aanvang of beëindiging van de werkzaamheden afwijkt van de datum of het tijdstip volgens de melding, bedoeld in artikel 32, derde lid, artikel 45, eerste of tweede lid, onderscheidenlijk artikel 61, tweede lid, wordt degene die de melding heeft verricht, hiervan door de NVWA in kennis gesteld.

2.

Indien de gemelde werkzaamheden niet zullen plaatsvinden, worden uitgesteld of wijziging ondergaan als gevolg van niet aan de NVWA te wijten oorzaken of omstandigheden, wordt dit door degene die de melding heeft verricht, schriftelijk aan de NVWA bericht:

Artikel 47
1.

Indien:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien:

3.

Indien de aanbieder overeenkomstig het tweede lid heeft aangetoond dat de te late melding, onderscheidenlijk het feit dat de werkzaamheden meer tijd in beslag nemen dan is aangemeld, is veroorzaakt door omstandigheden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, onderscheidenlijk 2°, en de werkzaamheden in afwijking van het eerste lid alsnog op de daartoe aangevraagde dag worden uitgevoerd, is de aanbieder de retributie, bedoeld in artikel 48 onderscheidenlijk artikel 51, verschuldigd.

Artikel 48
1.

Indien de werkzaamheden als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderscheidenlijk de werkzaamheden tot afgifte van een certificaat, geleidebiljet of gewaarmerkt afschrift van een certificaat of geleidebiljet als bedoeld in artikel 42, tweede lid, later zijn aangemeld dan het van toepassing zijnde tijdstip genoemd in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, c, onderscheidenlijk d, is de aanbieder een retributie verschuldigd naast de ingevolge artikel 42, eerste of tweede lid, verschuldigde retributie.

2.

De retributie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:

Artikel 49
1.

Naast de retributie bedoeld in artikel 35 onderscheidenlijk artikel 37, is de aanbieder een retributie verschuldigd van € 9,05 per kwartier dat de in het desbetreffende artikel bedoelde werkzaamheden plaatsvinden buiten openingstijd.

2.

Naast de retributie bedoeld in artikel 42, is de aanbieder een retributie verschuldigd van € 10,43 per kwartier dat de in het desbetreffende artikel bedoelde werkzaamheden plaatsvinden buiten openingstijd.

3.

Indien het voor de goede uitvoering van de aanvullende officiële controle, bedoeld in artikel 38, naar het oordeel van de NVWA noodzakelijk is deze buiten openingstijd te doen plaatsvinden, is de exploitant ten aanzien van de onderneming waarvan de aanvullende officiële controle wordt uitgevoerd een bedrag verschuldigd, naast het in artikel 38, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, bedoelde bedrag, bestaande uit een bedrag van 30% van het in artikel 38, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, bedoelde bedrag per kwartier, per kwartier dat de controle plaatsvindt buiten openingstijd.

4.

Indien het voor de goede uitvoering van de aanvullende officiële controle, bedoeld in artikel 38a, naar het oordeel van de NVWA noodzakelijk is deze buiten openingstijd te doen plaatsvinden, is de exploitant ten aanzien van de onderneming waarvan de aanvullende officiële controle wordt uitgevoerd een bedrag verschuldigd, naast het in artikel 38a bedoelde bedrag, bestaande uit een bedrag van 30% van het in artikel 38a, eerste lid, bedoelde bedrag per aanvullende officiële controle.

5.

De openingstijd, bedoeld in dit artikel, is de periode van maandag tot en met vrijdag, van 07:00 uur tot 18:00 uur, met uitzonderling van algemeen erkende feestdagen en 5 mei.

Artikel 50
1.

De aanbieder is een retributie verschuldigd, voor zover door omstandigheden buiten toedoen van de met de werkzaamheden belaste persoon of personen, de in artikel 42 bedoelde werkzaamheden worden onderbroken, of uitgesteld, onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk niet plaatsvinden, bestaande uit een bedrag van € 34,75.

2.

De aanbieder is een retributie verschuldigd, voor zover door omstandigheden buiten toedoen van de met de werkzaamheden belaste persoon of personen, de aanvraag tot afgifte van een certificaat, geleidebiljet of gewaarmerkt afschrift van een certificaat of geleidebiljet als bedoeld in artikel 42, tweede lid, wordt ingetrokken, bestaande uit een bedrag gelijk aan de retributie die ingevolge artikel 42, tweede lid, verschuldigd zou zijn indien daadwerkelijk tot afgifte zou zijn overgegaan.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de melding als bedoeld in artikel 46 tijdig is gedaan.

4.

De in het eerste lid bedoelde retributie wordt naast de artikel 42 verschuldigde retributies in rekening gebracht, voor zover er sprake is van een situatie waarin de desbetreffende werkzaamheden worden uitgesteld of waarin een aanvang met de desbetreffende werkzaamheden is gemaakt, maar deze vervolgens zijn onderbroken of gedeeltelijk niet plaatsvinden.

Artikel 51

Indien de werkzaamheden bedoeld in artikel 42, eerste lid, naar het oordeel van de aanwezige ambtenaar van de NVWA meer tijd in beslag nemen dan is aangemeld op grond van artikel 61, tweede lid, is de aanbieder een retributie verschuldigd, naast de ingevolge artikel 42, eerste lid verschuldigde retributies, bestaande uit een bedrag van € 34,75 per kwartier dat de werkzaamheden langer duren dan is aangemeld.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet

Artikel 52

Vervallen

§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet

Artikel 53

Vervallen

Artikel 54
1.

De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, worden benoemd tot onbezoldigd ambtenaar bij de NVWA voor de volgende taken:

2.

De taken, bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de minister.

Artikel 55

Als instellingen als bedoeld in artikel 10.2 van de wet voor het onderzoek van de door met controle of toezicht belaste ambtenaren genomen monsters worden aangewezen:

Artikel 56
1.

Als bemonsterings- en analysemethoden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening (EG) nr. 882/2004 worden aangemerkt de methoden, genoemd in:

2.

Indien in bijlage 1 of bijlage 2 geen analysemethode is vermeld voor het te onderzoeken toepassingsgebied of onderwerp wordt een voor dat toepassingsgebied en onderwerp geschikte bemonsterings- of analysemethode gehanteerd met toepassing van artikel 11 van verordening (EG) nr. 882/2004.

§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen

Artikel 57
1.

Het is een houder van een dier verboden een diervoeder te vervoederen dat:

2.

Indien het vervoederen van een diervoeder als bedoeld in het eerste lid, aanhef, is toegestaan krachtens een EU-verordening als bedoeld in artikel 1.1 van het besluit of artikel 2 door een besluit van een bevoegde instantie en aan dat besluit voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften nageleefd door degene op wie dat besluit betrekking heeft.

§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen

Artikel 58

De minister kan toestemming verlenen voor een onderzoek voor wetenschappelijke doeleinden dat wordt uitgevoerd overeenkomstig de richtsnoeren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1831/2003.

Artikel 59
1.

Een aanvraag tot toestemming als bedoeld in artikel 58 dan wel tot verlenging of wijziging daarvan, wordt ingediend bij het Bureau Diergeneesmiddelen.

2.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen nadat het ingevolge artikel 41, onderdeel a, verschuldigde bedrag is voldaan.

Artikel 60

Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 59 wordt een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de richtsnoeren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1831/2003.

§ 5. Verrichtingen op verzoek

Artikel 61
1.

Een aanvraag tot het doen van verrichtingen op verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de NVWA, onder vermelding van:

2.

De aanbieder meldt de gewenste verrichtingen schriftelijk bij de NVWA, uiterlijk vóór 07:00 uur op de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering.

§ 6. Nadere regelen omtrent het verstrekken van inlichtingen

Artikel 62

De inlichtingen die ingevolge artikel 20, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 10, vierde alinea, van richtlijn 96/23 worden verstrekt bevatten ten minste:

Artikel 63

Inlichtingen als bedoeld in artikel 20, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 10, vierde alinea, van richtlijn 96/23 die op een andere wijze worden verstrekt dan door toezending van een schriftelijke en ondergetekende verklaring, of een elektronisch verzonden verklaring waaruit de authenticiteit van het origineel genoegzaam blijkt, worden onverwijld bevestigd door middel van een schriftelijke en ondergetekende verklaring.

§ 6. Nadere regelen omtrent het verstrekken van inlichtingen

Artikel 64

Een belanghebbende kan binnen zeven dagen nadat aan hem het resultaat van het onderzoek, bedoeld in artikel 5:18, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bekend is gemaakt, bij de NVWA een verzoek om heronderzoek indienen.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 65

Vervallen

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Artikel 66

Wijzigt de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen.

Artikel 67

Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.

Artikel 68

Wijzigt de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB.

Artikel 69

Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

Artikel 70

De Regeling diervoeders wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 71

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2010.

Artikel 72

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diervoeders 2012.

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Analysemethoden in vaste scope

Bijlage 2. , behorend bij artikel 56

Analysemethoden in flexibele scope

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Analysemethoden in flexibele scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan dioxinen, dibenzofuranen, nonorthoPCB’s en monoortho PCB’s (en indicator PCB’s); GCHRMS

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan bestrijdingsmiddelen, gaschromatografie en ECD

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan mycotoxinen; HPLC en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan mycotoxinen; HPLC en fluorescentie detectie

Plantaardige en dierlijke producten – bepalen van metalen; ETAAS, FAAS en koude damp-AFS techniek

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders – bepaling van het gehalte vocht; gewichtsverlies na verwarmen, gravimetrisch

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking en van beta-agonisten; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking; gaschromatografie en massaspectrometrische detectie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 65a
1.

Tot en met 31 augustus 2011 blijft de Regeling diervoeders zoals die regeling luidde bij de inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing op diervoeders die in de handel worden gebracht, voorzover deze zijn bestemd voor gezelschapsdieren en geëtiketteerd volgens die regeling.

2.

Onverminderd het eerste lid blijft na 31 augustus 2011 de Regeling diervoeders zoals die luidde bij de inwerkingtreding van deze regeling van toepassing op diervoeder, bestemd voor gezelschapsdieren, voorzover een diervoeder voor 1 september 2011 in de handel is gebracht, in overeenstemming met die regeling is geëtiketteerd en de voorraad van dat diervoeder nog niet is uitgeput.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Analysemethoden in vaste scope

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen van stoffen met hormonale werking en dierbehandelingsmiddelen; immunochemische detectie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 60a
1.

De minister kan toestemming verlenen voor een proefneming met een product dat mogelijk een ongewenste stof bevat voor de vaststelling van een verhoogd gehalte, een maximumgehalte of een actiedrempel als bedoeld in artikel 4, tweede lid, eerste alinea, van richtlijn nr. 2002/32/EG.

2.

De minister draagt bij het verlenen van een toestemming als bedoeld in het eerste lid, zorg voor toepassing van artikel 4, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn nr. 2002/32/EG.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met aan een toestemming verbonden voorschriften.

§ 5. Verrichtingen op verzoek

§ 5. Verrichtingen op verzoek

§ 7. Heronderzoek

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 65b

Vervallen

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Urine en diervoeder(grondstoffen) – screening op hormonale activiteit; gist bioassay met fluorescentiemeting

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – bepalen van het gehalte stikstof/ruw eiwit; Kjeldahl

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 38a

Vervallen

Artikel 40a
1.

Voor de meer uitgebreide officiële controles, bedoeld in artikel 8 van verordening (EG) nr. 669/2009, is de belanghebbende bij de lading een bedrag verschuldigd.

2.

Het in het eerste lid bedoelde bedrag bedraagt de door de Minister te berekenen werkelijke kosten van de controles op bepaalde stoffen of residuen van die stoffen en het daarvoor noodzakelijke laboratoriumonderzoek, waaronder in elk geval zijn begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen en materialen, alsmede administratiekosten, personeelskosten en huisvestingskosten.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

§ 2. Aanwijzing toezichthouders en laboratoria

§ 4. Nadere regelen over het gebruik van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen of een product met een mogelijk ongewenste stof in een proefstadium of voor onderzoeksdoeleinden

§ 7. Heronderzoek

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 2. behorend bij artikel 56

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – bepaling van het gehalte lactose na chromatografische scheiding; LCRI

Grondstoffen, voedingsmiddelen en diervoeders – het aantonen en bepalen van genetisch gemodificeerde organismen en afgeleide producten; (realtime) PCR

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – Het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie en fluorescentie

Dierlijke en plantaardige producten – Bepalen van het gehalte aan dioxinen, dibenzofuranen, nonorthoPCB’s en monoortho PCB’s (en indicator PCB’s); GCHRMS

Dierlijke en plantaardige producten – Bepalen van het gehalte aan bestrijdingsmiddelen, gaschromatografie en ECD

Plantaardige en dierlijke producten – Bepalen van metalen; ETAAS, FAAS en koude damp-AFS techniek

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders – Bepaling van het gehalte vocht; gewichtsverlies na verwarmen, gravimetrisch

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking en van beta-agonisten; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking; gaschromatografie en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen van stoffen met hormonale werking en dierbehandelingsmiddelen; immunochemische detectie

Urine en diervoeder(grondstoffen) – Screening op hormonale activiteit; Gist bioassay met fluorescentiemeting

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – Bepalen van het gehalte stikstof/ruw eiwit; Kjeldahl

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – Bepaling van het gehalte lactose na chromatografische scheiding; LCRI

Grondstoffen, voedingsmiddelen en diervoeders – Het aantonen en bepalen van genetisch gemodificeerde organismen en afgeleide producten; (realtime) PCR