← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 augustus 2010, nr. 145464, houdende voorschriften inzake diervoeders (Regeling diervoeders 2010)

Geldende tekst a fecha 2022-05-05

Gelet op:

Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31);

Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEG L 273)

Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268);

Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levenmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268);

Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PbEU L 268);

Verordening (EG) nr. 882/2004 van Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, 191);

Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU 2005, 35);

Verordening (EG) nr. 470/2009: verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 152/11);

Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PbEU L 194);

Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PbEU L 229);

Richtlijn nr. 82/475/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juni 1982 tot vaststelling van de categorieën van voedermiddelen die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van mengvoeders voor huisdieren (PbEG L 213);

Richtlijn nr. 95/53/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding (PbEG L 265);

Richtlijn nr. 95/69/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEG en 82/471/EEG (PbEG L 332);

Richtlijn nr. 98/51/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 9 juli 1998 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 95/69/EG van de Raad houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding (PbEG L 208);

Richtlijn nr. 98/68/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1998 tot vaststelling van het in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 95/53/EG van de Raad bedoelde modeldocument en van controlevoorschriften bij de invoer van diervoeder uit derde landen in de Gemeenschap (PbEG L 261);

Richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140);

Richtlijn nr. 2008/38/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 5 maart 2008 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 69);

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, onderdeel b, 3, 6, eerste en vierde lid, 7, derde lid, 10, eerste lid, 12, 15, tweede lid, 16, tweede, vierde en vijfde lid, 17, 22, derde lid, 23, 24, 25, eerste en vierde lid, 28, tweede lid, 32, vierde lid, en 34 van de Kaderwet diervoeders en op de artikelen 7, 12, 17, 21, 24, 27 en 28 van het Besluit diervoeders;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Ongewenste stoffen in diervoeders, verboden voedermiddelen en onder beperkingen toegestane middelen en stoffen in biologische diervoeders

Artikel 3
1.

Het is eenieder verboden met diervoeders als bedoeld in artikel 3, onder 4, van verordening (EG) nr. 178/2002 een handeling als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, onderdeel a, van de wet, waaronder handelingen als bedoeld in artikel 2.17 van de wet, te verrichten, indien dat diervoeder:

2.

Op een gehalte, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is bijlage I bij de Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen van overeenkomstige toepassing.

3.

Water dat wordt gebruikt voor het bereiden, bewerken of verwerken van een diervoeder is van voldoende kwaliteit.

4.

Indien een handeling met een diervoeder als bedoeld in het eerste lid, aanhef, is toegestaan krachtens een EU-verordening als bedoeld in artikel 1.1 van het besluit of artikel 2 door een besluit van een bevoegde instantie en aan dat besluit voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften nageleefd door degene op wie dat besluit betrekking heeft.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 en indien naar zijn oordeel aan de orde, geeft de minister de bevestiging, bedoeld in bijlage II, deel II, punten 1.9.3.1, onderdeel c, en 1.9.4.2, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2018/848 dat biologische eiwithoudende diervoeders voor varkens en pluimvee niet in voldoende hoeveelheid beschikbaar zijn.

Artikel 6

De artikelen 8.9 tot en met 8.18 van de Regeling diergeneesmiddelen zijn van overeenkomstige toepassing op handelingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, met diervoeders.

Hoofdstuk 3. Regels ter uitvoering van communautaire verordeningen

§ 1a. Algemene regels ter uitvoering van communautaire verordeningen

Artikel 7
1.

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn:

2.

Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, zijn niet van toepassing ten aanzien van activiteiten, genoemd in bijlage IV bij verordening (EG) nr. 999/2001, mits is voldaan aan de in die bijlage gestelde voorwaarden.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

§ 2. Regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 183/2005

Artikel 13

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 4, 5, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 9, eerste en tweede lid, 10, 11, 23, eerste lid, en 24 van de verordening (EG) nr. 183/2005.

Artikel 14

Het is eenieder verboden met diervoeders die vallen binnen de werkingssfeer, bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 183/2005, een diervoederbedrijf te exploiteren zonder erkenning of registratie als bedoeld in artikel 9, respectievelijk 10, van verordening (EG) nr. 183/2005.

Artikel 15

Indien een inrichting een activiteit als bedoeld in artikel 10, onder 1, van verordening (EG) nr. 183/2005 verricht, is een erkenning als bedoeld in artikel 14 vereist.

Artikel 16

Indien aan een bedrijf een erkenning voor een activiteit, als bedoeld in artikel 15 is verleend, dan is voor diezelfde activiteit geen registratie, bedoeld in artikel 14, meer nodig.

Artikel 17

Een besluit omtrent erkenning, dan wel wijziging daarvan, wordt genomen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

§ 3. Regels ter uitvoering van overige Europese verordeningen

Artikel 20

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 11, 12, 15, eerste lid, 16, 17, eerste lid, 18 en 20 van verordening (EG) nr. 178/2002.

Artikel 21

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 16, eerste, tweede en zesde lid, 20, eerste lid, 21, eerste en derde lid, en 25 van verordening (EG) nr. 1829/2003.

Artikel 22

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikel 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1830/2003.

Artikel 23

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 3, eerste, derde en vierde lid, en 16 van verordening (EG) nr. 1831/2003.

Artikel 24

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikel 4, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste lid, 8, 9, 11, 13, 14, eerste en tweede lid, 15, 16, 17, eerste en tweede lid, 18, 19, 20, eerste lid, 22, eerste lid, 23, 24, vijfde lid, tweede volzin, en zesde lid, en 25, vierde lid, van verordening (EG) nr. 767/2009.

Artikel 25

Vervallen

§ 4. De aanvraag tot erkenning, registratie of goedkeuring, vereist op grond van Europese verordeningen

Artikel 26
1.

De volgende aanvragen worden bij de NVWA ingediend:

2.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen nadat het ingevolge artikel 35, onderdeel a, verschuldigde bedrag is voldaan.

3.

De aanvrager van een registratie als bedoeld in artikel 8, is geregistreerd, indien een termijn van zes weken, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot registratie, is verstreken zonder dat de minister op de aanvraag heeft beslist.

Artikel 27

De houder van een erkenning, registratie of goedkeuring stelt de minister zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand schriftelijk in kennis van wijziging van de volgende gegevens:

Artikel 28

In een openbaar register, dat ter inzage ligt bij de minister, worden de volgende gegevens vastgelegd:

Hoofdstuk 4. Regels over de in- en uitvoer

Artikel 29

Het is verboden toevoegingsmiddelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1831/2003, voormengsels als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 1831/2003, en diervoeders als bedoeld in artikel 3, onder 4, van verordening (EG) nr. 178/2002, waaronder de substanties, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen b, c, d, en g, van verordening (EG) nr. 1831/2003, in of buiten Nederland te brengen in strijd met het bepaalde in:

Artikel 30
1.

Toevoegingsmiddelen, voormengsels en diervoeders die afkomstig zijn uit een derde land, gaan vergezeld van:

2.

In de documenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verwezen naar het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ingeval het laatstgenoemde onderdeel van toepassing is.

3.

Het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vergezelt de toevoegingsmiddelen, voormengsels of diervoeders waarop het betrekking heeft tot het tijdstip waarop deze producten in het vrije verkeer worden gebracht.

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32

Vervallen

Artikel 33

Vervallen

Artikel 34

Vervallen

Hoofdstuk 5. Regels over retributies

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Vervallen

Artikel 43

Vervallen

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Vervallen

Artikel 46

Vervallen

Artikel 47

Vervallen

Artikel 48

Vervallen

Artikel 49

Vervallen

Artikel 50

Vervallen

Artikel 51

Vervallen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet

Artikel 52

Vervallen

§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet

Artikel 53

Vervallen

Artikel 54

Vervallen

Artikel 55

Als instellingen als bedoeld in artikel 10.2 van de wet voor het onderzoek van de door met controle of toezicht belaste ambtenaren genomen monsters worden aangewezen:

Artikel 56

Als bemonsterings- en analysemethoden als bedoeld in artikel 34, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 2017/625 worden aangemerkt de methoden, genoemd in:

§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen

Artikel 57
1.

Het is een houder van een dier verboden een diervoeder te vervoederen dat:

2.

Indien het vervoederen van een diervoeder als bedoeld in het eerste lid, aanhef, is toegestaan krachtens een EU-verordening als bedoeld in artikel 1.1 van het besluit of artikel 2 door een besluit van een bevoegde instantie en aan dat besluit voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften nageleefd door degene op wie dat besluit betrekking heeft.

§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen

Artikel 58

Vervallen

Artikel 59

Een aanvraag tot toestemming voor een onderzoek voor wetenschappelijke doeleinden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1831/2003 wordt in behandeling genomen nadat het ingevolge artikel 19, aanhef en onderdeel b, van de Regeling NVWA-tarieven verschuldigde bedrag is voldaan.

Artikel 60

Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 59 wordt een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de richtsnoeren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1831/2003.

§ 2. Aanwijzing toezichthouders en laboratoria

Artikel 61
1.

Een aanvraag tot het doen van verrichtingen op verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de minister, onder vermelding van:

2.

De aanbieder meldt de gewenste verrichtingen, uiterlijk vóór 07:00 uur op de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering.

§ 4. Nadere regelen over het gebruik van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen of een product met een mogelijk ongewenste stof in een proefstadium of voor onderzoeksdoeleinden

Artikel 62

De inlichtingen die ingevolge artikel 20, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 worden verstrekt bevatten ten minste:

Artikel 63

Inlichtingen als bedoeld in artikel 20, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 die op een andere wijze worden verstrekt dan door toezending van een schriftelijke en ondergetekende verklaring, of een elektronisch verzonden verklaring waaruit de authenticiteit van het origineel genoegzaam blijkt, worden onverwijld bevestigd door middel van een schriftelijke en ondergetekende verklaring.

§ 5. Verrichtingen op verzoek

Artikel 64

Een belanghebbende kan binnen zeven dagen nadat aan hem het resultaat van het onderzoek, bedoeld in artikel 5:18, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bekend is gemaakt, bij de minister een verzoek om heronderzoek indienen.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 65

Hoofdstuk 8 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van tarieven door de Stichting Skal voor de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.5 van het besluit.

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Artikel 66

Wijzigt de Regeling zekerheidsstelling en betaling van VWA-keurlonen.

Artikel 67

Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.

Artikel 68

Wijzigt de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB.

Artikel 69

Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

Artikel 70

De Regeling diervoeders wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 71

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2010.

Artikel 72

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diervoeders 2012.

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Analysemethoden in vaste scope

Bijlage 2. , behorend bij artikel 56

Analysemethoden in flexibele scope

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan dioxinen, dibenzofuranen, nonorthoPCB’s en monoortho PCB’s (en indicator PCB’s); GCHRMS

Analysemethoden in flexibele scope

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan mycotoxinen; HPLC en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten – bepalen van het gehalte aan mycotoxinen; HPLC en fluorescentie detectie

Plantaardige en dierlijke producten – bepalen van metalen; ETAAS, FAAS en koude damp-AFS techniek

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders – bepaling van het gehalte vocht; gewichtsverlies na verwarmen, gravimetrisch

Analysemethoden in vaste scope

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking; gaschromatografie en massaspectrometrische detectie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 65a

De Regeling diervoeders zoals die luidde bij de inwerkingtreding van deze regeling blijft van toepassing op diervoeder, bestemd voor gezelschapsdieren, voorzover een diervoeder voor 1 september 2011 in de handel is gebracht, in overeenstemming met die regeling is geëtiketteerd en de voorraad van dat diervoeder nog niet is uitgeput.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Analysemethoden in vaste scope

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Analysemethoden in flexibele scope

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 60a
1.

De minister kan toestemming verlenen voor een proefneming met een product dat mogelijk een ongewenste stof bevat voor de vaststelling van een verhoogd gehalte, een maximumgehalte of een actiedrempel als bedoeld in artikel 4, tweede lid, eerste alinea, van richtlijn nr. 2002/32/EG.

2.

De minister draagt bij het verlenen van een toestemming als bedoeld in het eerste lid, zorg voor toepassing van artikel 4, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn nr. 2002/32/EG.

3.

Het is verboden in strijd te handelen met aan een toestemming verbonden voorschriften.

§ 5. Verrichtingen op verzoek

§ 5. Verrichtingen op verzoek

§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 65b

Vervallen

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Urine en diervoeder(grondstoffen) – screening op hormonale activiteit; gist bioassay met fluorescentiemeting

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – bepalen van het gehalte stikstof/ruw eiwit; Kjeldahl

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 38a

Vervallen

Artikel 40a

Vervallen

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet

§ 1. Aanwijzing toevoegingsmiddelen en andere producten als bedoeld in artikel 7 van de wet

§ 7. Heronderzoek

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – bepaling van het gehalte lactose na chromatografische scheiding; LCRI

Grondstoffen, voedingsmiddelen en diervoeders – het aantonen en bepalen van genetisch gemodificeerde organismen en afgeleide producten; (realtime) PCR

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – Het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie en fluorescentie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – Het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie en fluorescentie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – Het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie en fluorescentie

Dierlijke en plantaardige producten – Bepalen van het gehalte aan dioxinen, dibenzofuranen, nonorthoPCB’s en monoortho PCB’s (en indicator PCB’s); GCHRMS

Dierlijke en plantaardige producten – Bepalen van het gehalte aan bestrijdingsmiddelen, gaschromatografie en ECD

Plantaardige en dierlijke producten – Bepalen van metalen; ETAAS, FAAS en koude damp-AFS techniek

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders – Bepaling van het gehalte vocht; gewichtsverlies na verwarmen, gravimetrisch

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking en van beta-agonisten; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van dierbehandelingsmiddelen; vloeistofchromatografie, massaspectrometrische detectie en fluorescentie detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) – Het aantonen, bepalen en bevestigen van natuurlijke toxinen; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie en UV detectie en fluorescentie

Artikel 6a
1.

Onverminderd artikel 6.3, tweede lid, van de wet is de minister bevoegd uitvoering te geven aan een voorschrift van een EU-verordening als bedoeld in artikel 2.1 van het besluit dat een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft, de keuze laat of als ontvanger van informatie aanwijst, indien die uitvoering niet bestaat uit het nemen van een besluit.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien in deze regeling anders is bepaald.

§ 1b. Regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 999/2001

§ 2. Regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 183/2005

§ 3. Regels ter uitvoering van overige Europese verordeningen

§ 4. De aanvraag tot erkenning, registratie of goedkeuring, vereist op grond van Europese verordeningen

Hoofdstuk 3a. Monitoring zoönotische salmonella

Hoofdstuk 4. Regels over de in- en uitvoer

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

§ 2. Aanwijzing toezichthouders en laboratoria

§ 5. Verrichtingen op verzoek

§ 7. Heronderzoek

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Dierlijke en plantaardige producten – Bepalen van het gehalte aan dioxinen, dibenzofuranen, nonorthoPCB’s en monoortho PCB’s (en indicator PCB’s); GCHRMS

Dierlijke en plantaardige producten – Bepalen van het gehalte aan bestrijdingsmiddelen, gaschromatografie en ECD

Artikel 56a

De Minister is bevoegd tot aanwijzing van nationale referentielaboratoria als bedoeld in artikel 100, eerste lid, eerste zin, van verordening (EU) 2017/625, ten aanzien van onderwerpen die diervoeders betreffen.

§ 3. Aanwijzing schadelijke stoffen

Artikel 57a

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stcrt. 2017/65622.

1.

Het verbod van artikel 2.17, eerste lid, van de Wet dieren is van overeenkomstige toepassing op de houder die producent is van koemelk bestemd voor consumptie of verwerking, voor het ontvangen van mengvoeder voor runderen dat gemiddeld tussen 15 november 2017 en 1 januari 2018 meer dan 4,3 gram bruto fosfor per kilogram mengvoeder bevat en waarvan de verhouding tussen het fosfor en ruw eiwit hoger dan 2,2 is.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien gemiddeld over het jaar 2017 in het totale rantsoen aantoonbaar minder dan 3,5 gram bruto fosfor per kilogram droge stof aan runderen is vervoederd.

3.

Aantonen dat in 2017 minder dan 3,5 gram bruto fosfor per kilogram droge stof aan runderen is vervoederd, is uitsluitend mogelijk indien:

§ 4. Nadere regelen over het gebruik van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen of een product met een mogelijk ongewenste stof in een proefstadium of voor onderzoeksdoeleinden

§ 7. Heronderzoek

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 2. behorend bij artikel 56

Plantaardige en dierlijke producten – Bepalen van metalen; ETAAS, FAAS en koude damp-AFS techniek

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders – Bepaling van het gehalte vocht; gewichtsverlies na verwarmen, gravimetrisch

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 28a
1.

De producent van mengvoeders voor pluimvee bemonstert voedermiddelen bij de aanvoer per productielocatie, indien de jaarproductie van die locatie:

2.

Een monster als bedoeld in het eerste lid weegt ten minste 60 gram.

Artikel 28b
1.

De producent van mengvoeders voor pluimvee bemonstert van de af te leveren partijen mengvoer van 24 ton die bestemd zijn voor:

2.

De leverancier van voedermiddelen die aan pluimveehouderijen worden geleverd, bemonstert van de af te leveren partijen voedermiddelen van 24 ton ten minste 1 op de 30 partijen.

3.

De monsters, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden genomen uit de productstroom.

4.

In aanvulling op het eerste en tweede lid bemonstert de producent van mengvoeders en de leverancier van voedermiddelen voor pluimvee ten minste elke zes maanden op kritische punten in het productieproces of het logistieke proces, bedoeld in artikel 6 van verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU 2005, L 35).

5.

Een monster als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid weegt ten minste 60 gram.

Artikel 28c
1.

De producent van mengvoeders die bestemd zijn voor herkauwende dieren, eenhoevigen of varkens neemt uit de productstroom per productielocatie waarvan de jaarproductie:

2.

Ten minste 50% van de monsters, bedoeld in het eerste lid, worden genomen van mengvoeders.

3.

Een monster, bedoeld in het eerste lid, weegt ten minste 60 gram.

Artikel 28d
1.

De producent en de leverancier van voedermiddelen die bestemd zijn voor herkauwende dieren, eenhoevigen of varkens nemen per product per toeleverancier een monster van ten minste 60 gram per kwartaal.

2.

De producent en de leverancier kunnen ten aanzien van een partij voedermiddelen schriftelijk overeenkomen dat de bemonstering, bedoeld in het eerste lid, door de producent of de leverancier plaatsvindt.

3.

Bij seizoensgebonden of incidentele producten start de bemonstering, bedoeld in het eerste lid, bij de eerste lading.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien:

Artikel 28e
1.

De producent en de leverancier, bedoeld in dit hoofdstuk, laten de monsters onderzoeken in een laboratorium.

2.

De producent en de leverancier laten monsters waarin, na onderzoek als bedoeld in het eerste lid, de aanwezigheid van Salmonella is geconstateerd nader onderzoeken op de volgende serotypes:

3.

De serotypering van de monsters, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats in een laboratorium dat daarvoor op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoria is erkend.

Artikel 28f
1.

De producent en de leverancier bewaren de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 28e, gedurende een periode van twee jaar.

2.

Geconstateerde aanwezigheid van de serotypes, bedoeld in artikel 28e, tweede lid, wordt onverwijld door de producent of de leverancier aan de minister en de betrokken pluimveehouder doorgegeven.

Hoofdstuk 5. Regels over retributies

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

§ 5. Verrichtingen op verzoek

§ 6. Nadere regelen omtrent het verstrekken van inlichtingen

§ 7. Heronderzoek

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8. Wijziging en intrekking van andere regelingen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 56

Bijlage 2. behorend bij artikel 56

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking en van beta-agonisten; vloeistofchromatografie en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen, bepalen en bevestigen van stoffen met hormonale werking; gaschromatografie en massaspectrometrische detectie

Dierlijke en plantaardige producten, diervoeder (grondstoffen) en water – Het aantonen van stoffen met hormonale werking en dierbehandelingsmiddelen; immunochemische detectie

Urine en diervoeder(grondstoffen) – Screening op hormonale activiteit; Gist bioassay met fluorescentiemeting

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – Bepalen van het gehalte stikstof/ruw eiwit; Kjeldahl

Plantaardige en dierlijke producten, diervoeders, water – Bepaling van het gehalte lactose na chromatografische scheiding; LCRI

Grondstoffen, voedingsmiddelen en diervoeders – Het aantonen en bepalen van genetisch gemodificeerde organismen en afgeleide producten; (realtime) PCR

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.