Wet van 17 mei 2010, houdende regels met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel en worden ingericht als openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet en dat het in verband hiermee wenselijk is de instelling en inrichting van deze openbare lichamen te regelen, de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen, de openbaarheid van hun vergaderingen alsmede het toezicht op deze besturen, waarbij voor zover mogelijk aansluiting wordt gezocht bij het gemeentelijk bestuursmodel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- b. eilandsbestuur: ieder bevoegd orgaan van het openbaar lichaam;
- c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- d. Rijksvertegenwoordiger: Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
In deze wet wordt onder ambtenaar mede verstaan: degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is.
Hoofdstuk II. De instelling van de openbare lichamen
Artikel 2
Er is een openbaar lichaam Bonaire.
Het openbaar lichaam Bonaire omvat de eilanden Bonaire en Klein Bonaire.
Het openbaar lichaam Bonaire bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 3
Er is een openbaar lichaam Sint Eustatius.
Het openbaar lichaam Sint Eustatius omvat het eiland Sint Eustatius.
Het openbaar lichaam Sint Eustatius bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
Er is een openbaar lichaam Saba.
Het openbaar lichaam Saba omvat het eiland Saba.
Het openbaar lichaam Saba bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4a
Bij algemene maatregel van bestuur worden de grenzen van de openbare lichamen vastgesteld.
Hoofdstuk III. De inrichting en samenstelling van de organen van het openbaar lichaam
Afdeling I. Algemene bepaling
Artikel 5
In elk openbaar lichaam is een eilandsraad, een bestuurscollege, een gezaghebber en een kiescollege voor de Eerste Kamer.
Afdeling II. De eilandsraad
Artikel 6
De eilandsraad vertegenwoordigt de gehele bevolking van het openbaar lichaam.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Het aantal leden van de eilandsraad bedraagt:
- a. negen in het openbaar lichaam Bonaire;
- b. vijf in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
Artikel 10
De gezaghebber is voorzitter van de eilandsraad.
Artikel 11
Voor het lidmaatschap van de eilandsraad is vereist dat men ingezetene van het openbaar lichaam is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.
Onder ingezetene wordt verstaan hij die zijn werkelijke woonplaats in het openbaar lichaam heeft.
Hij die als ingezetene met een adres is ingeschreven in de bevolkingsadministratie van een openbaar lichaam, wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in het openbaar lichaam.
Zij die geen Nederlander zijn, dienen tevens te voldoen aan de vereisten dat:
- a. zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 3 of artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland, en
- b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop de eilandsraad beslist over de toelating als lid tot de eilandsraad gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel rechtmatig in Nederland verbleven op grond van artikel 8, onder a, b, c, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000.
Geen lid van de eilandsraad kunnen zijn zij die geen Nederlander zijn, en als door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun niet-Nederlandse echtgenoten, geregistreerde partners of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel 12
Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van de eilandsraad hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden van de eilandsraad wegens handelen in strijd met artikel 16 van het lidmaatschap van de eilandsraad is vervallen verklaard.
Artikel 13
De leden van de eilandsraad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de eilandsraad zij vervullen.
De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot lid van de eilandsraad of na aanvaarding van een andere functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging van een opgave van de functies op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam.
Artikel 14
Een lid van de eilandsraad is niet tevens:
- a. minister;
- b. staatssecretaris;
- c. lid van de Raad van State;
- d. lid van de Algemene Rekenkamer;
- e. Nationale ombudsman;
- f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
- g. Rijksvertegenwoordiger;
- h. gezaghebber;
- i. eilandgedeputeerde;
- j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
- k. gezamenlijke ombudsman of lid van de gezamenlijke ombudscommissie;
- l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van het openbaar lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder i, kan een lid van de eilandsraad tevens eilandgedeputeerde zijn van het openbaar lichaam waar hij lid van de eilandsraad is gedurende het tijdvak dat:
- a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de eilandsraad en eindigt op het tijdstip waarop de eilandgedeputeerden ingevolge artikel 54, eerste lid, aftreden, of
- b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot eilandgedeputeerde en eindigt op het tijdstip met ingang waarvan de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de eilandsraad is goedgekeurd of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.
Het lid van de eilandsraad, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt geacht ontslag te nemen als lid van de eilandsraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot eilandgedeputeerde aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de eilandsraad tevens zijn:
- a. ambtenaar van de burgerlijke stand;
- b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
- c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.
Artikel 15
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de eilandsraad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de eilandsraad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de eilandsraad naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»
(Dat verklaar en beloof ik!»)
In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
«Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o funshon di miembro di konseho insular mi no a duna ni primintí, ni direkta- ni indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni preteksto, ningun regalo ni fabor.
Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en kuestion.
Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo miembro di konseho insular segun mi konsenshi i honor.
Ku Dios Todopoderoso yudami!»
(Esei mi ta deklará i primintí!»)
Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
«I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour, either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in order to be appointed member of the island council.
I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise, and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution, that I will observe the laws and that I will perform my duties as member of the island council in good faith.
So help me God Almighty!
(This I affirm and promise!)
Artikel 16
Een lid van de eilandsraad mag niet:
- a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur;
- b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur;
- c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het openbaar lichaam aangaan van:
- 1°. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;
- 2°. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het openbaar lichaam;
- d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
- 1°. het aannemen van werk ten behoeve van het openbaar lichaam;
- 2°. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het openbaar lichaam;
- 3°. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het openbaar lichaam;
- 4°. het verhuren van roerende zaken aan het openbaar lichaam;
- 5°. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het openbaar lichaam;
- 6°. het van het openbaar lichaam onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;
- 7°. het onderhands huren of pachten van het openbaar lichaam.
Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kan de Rijksvertegenwoordiger ontheffing verlenen.
De eilandsraad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.
Artikel 17
De eilandsraad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.
Artikel 18
De eilandsraad vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten.
Voorts vergadert de eilandsraad indien de gezaghebber het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de eilandsraad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt.
Artikel 19
De eilandsraad vergadert na de periodieke verkiezing van zijn leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met ingang waarvan de leden van de eilandsraad in oude samenstelling aftreden.
Artikel 20
De gezaghebber roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.
Tegelijkertijd met de oproeping brengt de gezaghebber dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
Artikel 21
De vergadering van de eilandsraad wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de gezaghebber, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De eilandsraad kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 22
De gezaghebber heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.
Een eilandgedeputeerde heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen.
Een eilandgedeputeerde kan door de eilandsraad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.
Artikel 23
De leden van het eilandsbestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht in rechte getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 144, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES over hetgeen zij in de vergadering van de eilandsraad hebben gezegd of aan de eilandsraad schriftelijk hebben overgelegd.
Artikel 24
De vergadering van de eilandsraad wordt in het openbaar gehouden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.