Petroleumwet Saba Bank BES

Type Wet Bes
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1
1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

2.

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de Saba Bank en binnen de daarboven gelegen exclusieve economische zone.

Artikel 2
1.

De in of op de Saba Bank aanwezige petroleum is eigendom van de het Rijk.

2.

De eigendom van deze petroleum gaat door de winning over op de in artikel 3 genoemde naamloze vennootschap.

Artikel 3
1.

De naamloze vennootschap Saba Bank Resources N.V., gevestigd op Saba, heeft het exclusieve recht op het onderzoek naar- en de winning van petroleum in of op Saba Bank, behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid.

2.

De aandelen van Saba Bank Resources N.V. kunnen slechts gehouden worden door het Rijk.

Artikel 4
1.

Saba Bank Resources N.V. is gerechtigd om, indien en voorzover zij zulks noodzakelijk oordeelt, met betrekking tot het onderzoek naar- en de winning van petroleum in of op de Saba Bank overeenkomsten met derden aan te gaan, welke alvorens in werking te kunnen treden de goedkeuring behoeven van Onze Minister.

2.

Ingeval een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op onderzoek met gebruikmaking van boringen en op winning van petroleum, verleent Onze Minister zijn goedkeuring slechts indien de overeenkomst wordt aangegaan met een of meer volgens het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba opgerichte en aldaar gevestigde naamloze vennootschappen.

Artikel 5
1.

Bij algemene maatregel van bestuur, worden, de Mijnraad gehoord, regelen gesteld betreffende het aangaan van de in artikel 4, eerste lid bedoelde overeenkomsten.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur, worden, de Mijnraad gehoord, nadere regelen gesteld met betrekking tot het onderzoek naar- en de winning van petroleum in, op of boven de Saba Bank. De in de vorige volzin bedoelde algemene maatregel van bestuur, dient in ieder geval bepalingen te bevatten:

3.

Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat Onze Minister en de Ministers wie het mede aangaat daarbij omschreven bevoegdheden hebben ter uitvoering van daarbij aangewezen voorschriften.

4.

Bij de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan voorts aan Onze Minister de bevoegdheid worden toegekend, om in gevallen waarin ernstige aantasting van de in het tweede lid bedoelde belangen ontstaat of dreigt te ontstaan:

Artikel 6
1.

Onze Minister kan op daartoe strekkend verzoek, na overleg met Saba Bank Resources N.V. en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan derden vergunning verlenen tot het instellen van een zuiver wetenschappelijk onderzoek in, op of boven de Saba Bank.

2.

Onze Minister kan, de Mijnraad gehoord, aan de in het eerste lid bedoelde vergunning voorschriften verbinden.

Artikel 7
1.

Saba Bank Resources N.V. is in verband met het in artikel 3, eerste lid, aan haar verleende recht, een heffing verschuldigd aan het Rijk.

2.

De grondslag van deze heffing is het aantal vaten aardolie, dat gemiddeld per dag door Saba Bank Resources N.V. en/of elke derde, waarmede een overeenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is aangegaan, afzonderlijk wordt geproduceerd.

3.

Deze heffing bedraagt, indien het volume van de gemiddelde dagproduktie als bedoeld in lid 2 niet meer dan 24 999 vaten beloopt, 12½ ten honderd van het gemiddelde dagvolume.

Beloopt de gemiddelde dagproduktie als bedoeld in lid 2 meer dan 24 999 doch niet meer dan 74 999 vaten, dan bedraagt deze heffing 3125 vaten per dag benevens 25 ten honderd van het gemiddelde dagvolume dat 24 999 vaten te boven gaat.

Beloopt de gemiddelde dagproduktie als bedoeld in lid 2 meer dan 74 999 doch niet meer dan 199 999 vaten, dan bedraagt deze heffing 15 625 vaten per dag benevens 35 ten honderd van het gemiddelde dagvolume dat 74 999 vaten te boven gaat.

Beloopt de gemiddelde dagproduktie als bedoeld in lid 2 meer dan 199 999 doch niet meer dan 299 999 vaten, dan bedraagt deze heffing 59 375 vaten per dag benevens 37½ ten honderd van het gemiddelde dagvolume dat 199 999 vaten te boven gaat.

Beloopt de gemiddelde dagproduktie als bedoeld in lid 2 meer dan 299 999 vaten, dan bedraagt deze heffing 96 875 vaten per dag benevens 40 ten honderd van het gemiddelde dagvolume dat 299 999 vaten te boven gaat.

4.

Voor de toepassing van het in lid 3 genoemde tarief van de heffing wordt het volume van de gemiddelde dagproduktie als bedoeld in lid 2 berekend aan het eind van iedere kalendermaand aan de hand van de in de voorafgaande maand behaalde werkelijke dagproduktie. Deze berekening is de basis voor de afrekening van de heffing met het Rijk in de daaropvolgende kalendermaand.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur, kan de omrekening van de krachtens dit artikel verschuldigde vaten aardolie naar de tegenwaarde in USD worden geregeld.

6.

De leden 2 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op aardgas, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur, een omrekeningsformule wordt vastgesteld krachtens welke een verband wordt gelegd tussen gewonnen aardgas en vaten aardolie op basis van de geldende relatieve waarden van aardgas en aardolie bij de bron.

7.

De gelden welke uit hoofde van de in het eerste lid bedoelde heffing aan het Rijk verschuldigd zijn, worden door de zorg van Onze Minister van Financiën gestort in een bij landsbesluit aan te wijzen dan wel bij algemene maatregel van bestuur, op te richten fonds ten behoeve van de economische ontwikkeling van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8
1.

Derden waarmede een overeenkomst tot winning van petroleum als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is aangegaan, zijn belasting verschuldigd op hun belastbare winst als omschreven in dit artikel.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder belastbare winst verstaan dat bedrag dat een derde, waarmede een overeenkomst tot winning van petroleum als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is aangegaan, jaarlijks verkrijgt door verkoop van de hoeveelheid aardolie welke aan deze derde krachtens bedoelde overeenkomst in natura is toegewezen, verminderd met de kosten tot verwerving, inning en behoud der inkomsten. Deze kosten mogen niet meer belopen dan een bedrag, welke voor analoge transacties tussen derden als redelijk kan worden aangemerkt en zullen het bij bovenbedoelde overeenkomst vastgestelde percentage niet kunnen overschrijden.

3.

Indien en voorzover een overeenkomst tot winning van petroleum als bedoeld in artikel 4, eerste lid, voorziet in betaling door Saba Bank Resources N.V. van de belasting, als bedoeld in dit artikel, wordt de belastbare winst verhoogd met een bedrag gelijk aan de door Saba Bank Resources N.V. te betalen winstbelasting.

4.

Onverkort het bepaalde in het tweede lid, worden kosten die het in dat lid bedoelde percentage overtreffen, toegevoegd aan de kosten van een volgend jaar.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur, kan de omrekening van de hoeveelheid aardolie bedoeld in het tweede lid naar de tegenwaarde in USD worden geregeld.

6.

De door een derde waarmede een overeenkomst tot winning van petroleum als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is aangegaan, verschuldigde winstbelasting bedraagt dertig ten honderd van de belastbare winst, indien er vanwege het Rijk geen opcentenheffing plaats vindt.

De verschuldigde winstbelasting, wordt ingeval van opcenten-heffing vanwege het Rijk zodanig bepaald, dat de winstbelasting en de opcenten tezamen dertig ten honderd van de belastbare winst bedragen.

7.

Voor de duur van een overeenkomst tot winning van petroleum als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt door het Rijk geen hogere belasting dan bedoeld in het zesde lid van dit artikel geheven.

8.

De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op aardgas, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur, een omrekeningsformule wordt vastgesteld krachtens welke een verband wordt gelegd tussen gewonnen aardgas en vaten aardolie op basis van de geldende relatieve waarden van aardgas en aardolie bij de bron.

9.

Voorzover daarvan in dit artikel niet uitdrukkelijk is afgeweken, blijven de bepalingen van hoofdstuk IV van de Belastingwet BES van toepassing. De winst, behaald uit andere hoofde dan met de aktiviteiten welke specifiek omschreven zijn in bovenbedoelde overeenkomst, blijft onderworpen aan de bepalingen van voornoemde wet.

Artikel 9
1.

Er is een Mijnraad, welke tot taak heeft Onze Minister te adviseren omtrent de uitvoering van deze wet.

2.

Saba Bank Resources N.V. is verplicht de Mijnraad alle verlangde inlichtingen en gegevens te verschaffen betreffende het onderzoek naar- en de winning van petroleum in of op de Saba Bank.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur, worden regelen gesteld betreffende de samenstelling en werkwijze van de Mijnraad.

4.

De Mijnraad brengt jaarlijks vóór 31 december aan Onze Minister schriftelijk verslag uit omtrent haar werkzaamheden.

Artikel 10
1.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

2.

De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:

3.

Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.

5.

Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.

Artikel 11

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.