Stuwadoorswet 1946 BES

Type Wet Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1
1.

Voor de toepassing van deze wet en van de naar aanleiding daarvan uitgevaardigde besluiten wordt verstaan onder:

2.

Onder goederen worden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen mede begrepen de brandstof voor de voortbeweging van het zeeschip, het water en de ballast, doch worden overigens voor zoover een en ander zonder behulp van krachtwerktuigen wordt behandeld, niet begrepen hetgeen dient tot uitrusting van het schip, de bagage van de reizigers en van de bemanning, zoomede het proviand.

Artikel 2
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven, welke gelden voor stuwadoorsbedrijven, ten aanzien van:

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijst de ambtenaren aan, die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften.

2.

Het Hoofd of de Bestuurder van een stuwadoorsonderneming is verplicht te zorgen, dat vanaf den gestelden datum voldaan wordt aan de voorschriften bedoeld in het vorig lid. Tevens rust op hem de verplichting toe te zien dat deze voorschriften op voor een ieder waarneembare wijze worden bekend gesteld.

3.

Iedere havenarbeider, die arbeid verricht, waarop een voorschrift, gegeven bij of krachtens een in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur, betrekking heeft, is in de gevallen, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald, verplicht, voor zoover hij redelijkerwijze kan worden geacht met dat voorschrift bekend te zijn, bij of terzake van den arbeid, dien hij verricht, dat voorschrift na te leven en de op grond van dat voorschrift aanwezige en voor hem bestemde beveiligingsmiddelen aan te wenden. De voormannen hebben toe te zien dat aan deze verplichting wordt voldaan.

Artikel 3
1.

De beslissing omtrent het wel of niet dan wel slechts gedeeltelijk voldaan hebben aan een voorschrift bij en krachtens deze wet gegeven, berust bij Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of de daartoe door hem aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de daartoe door hem aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid zijn bevoegd aan de Hoofden of Bestuurders eener stuwadoorsonderneming te bevelen den stuwadoorsarbeid door havenarbeiders onverwijld geheel of ten deele te doen staken, indien zij van oordeel zijn, dat onmiddellijk gevaar bestaat voor personen tengevolge van de niet-naleving van een of meer der voorschriften bij of krachtens deze wet gegeven. Het bevel wordt schriftelijk en gedagteekend gegeven.

3.

De Hoofden of Bestuurders eener stuwadoorsonderneming zijn verplicht te zorgen, dat in hunne onderneming onverwijld aan een bevel, als in de voorgaande leden bedoeld, wordt voldaan; voorts te zorgen dat de arbeid niet eerder wordt hervat dan nadat het bevel tot geheele of gedeeltelijke staking in beroep is vernietigd of nadat de ambtenaar, die het bevel gaf, tot de hervatting schriftelijk verlof heeft gegeven.

4.

De ambtenaar die het bevel gaf, kan ter uitvoering daarvan de hulp inroepen van den sterken arm.

5.

Een beschikking krachtens deze wet van de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt gegeven namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 4

[vervallen]

Artikel 5
1.

Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft het Hoofd (de Hoofden) of de Bestuurder(s) van een stuwadoorsonderneming die een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift overtreedt. Geen strafvervolging wordt ingesteld en geen straf uitgesproken tegen het Hoofd (de Hoofden) of de Bestuurder(s), buiten wiens toedoen het feit is begaan.

2.

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft het Hoofd (de Hoofden) of de Bestuurder(s) van een stuwadoorsonderneming, die, nadat een bevel tot geheele of gedeeltelijke staking van stuwadoorsarbeid is gegeven, in strijd met dat bevel den arbeid doet of laat voortzetten of zonder de vereischte toestemming doet of laat hervatten. Geen strafvervolging wordt ingesteld en geen straf uitgesproken tegen het Hoofd (de Hoofden) of de Bestuurder(s), buiten wiens toedoen het feit is begaan.

3.

Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft de havenarbeider, die een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift overtreedt.

4.

De feiten, bij lid 1 en lid 3 van dit artikel strafbaar gesteld worden beschouwd als overtredingen, het feit bij lid 2 van dit artikel als misdrijf.

Artikel 6
1.

Met het opsporen der feiten, strafbaar gesteld in artikel 5, zijn, behalve de bij artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen, belast de daartoe door Onze Minister van Justitie aan te wijzen ambtenaren.

2.

De in het vorig lid bedoelde opsporingsambtenaren hebben toegang tot alle schepen en werven, waarop deze wet en de daarop berustende bepalingen van toepassing is.

3.

Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien desnoods met inroeping van den sterken arm.

Slotbepalingen

Artikel 7

Deze wet wordt aangehaald als: Stuwadoorswet 1946 BES.

Artikel 8

Deze landsverordening treedt in werking op een nader door den Gouverneur te bepalen datum.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.