Arbeidsgeschillenwet 1946 BES

Type Wet Bes
Publication 2012-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1
1.

Overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet is er een bemiddelaar tot bevordering van de arbeidsvrede.

2.

De Rijksvertegenwoordiger benoemt, schorst en ontslaat de bemiddelaar en stelt diens instructie vast.

Artikel 2

In deze wet wordt verstaat onder:

Hoofdstuk II. Van geschillen

§ 1. Van de tusschenkomst van de bemiddelaar

Artikel 3
1.

Indien in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba een geschil is ontstaan, dat tot staking of uitsluiting aanleiding dreigt te geven en waarbij vijf en twintig werknemers of meer betrokken zijn, dient onverwijld door bij het geschil betrokken werkgevers en/of werknemers of door bestuurders van hun vakverenigingen de tussenkomst van de bemiddelaar, te worden ingeroepen, welke inroeping onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.

2.

Betreft het een geschil dat tot staking of uitsluiting aanleiding kan geven en waarbij minder dan 25 werknemers betrokken zijn, dan zijn partijen bevoegd schriftelijk de tusschenkomst van de bemiddelaar in te roepen.

3.

Indien een geschil als bedoeld in het eerste of tweede lid van dit artikel is ontstaan in een bedrijf, waarin voor de bij dat geschil betrokken categorie van werknemers een werknemersraad bestaat, wordt, in afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste en het tweede lid van dit artikel, door het bestuur of bij ontstentenis daarvan door de vertegenwoordiger(s) op Bonaire, Sint Eustatius of Saba van dat bedrijf en die werknemersraad over het geschil onderhandeld en getracht zo spoedig mogelijk een oplossing in der minne tot stand te brengen. Ieder van de betrokken partijen geeft aan de bemiddelaar kennis van de aanvang dezer onderhandelingen, welke kennisgeving onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.

4.

Wanneer de bemiddelaar van een dreigende staking of uitsluiting dan wel van de aanvang van de onderhandelingen als bedoeld in het vorige lid kennis heeft gekregen krachtens het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel of op andere wijze, deelt hij dit onverwijld aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mede.

Artikel 3a

Indien in een bedrijf een geschil is ontstaan, dat tot staking of uitsluiting in dat bedrijf aanleiding geeft of heeft gegeven, dan wel naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan geven, is het gedurende een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen termijn van ten hoogste dertig dagen zowel de werknemer als de werkgever verboden in zodanig bedrijf naar aanleiding van dat geschil het verrichten van arbeid of werkzaamheden, waartoe de werknemers zich uitdrukkelijk hebben verbonden of waartoe zij uit kracht van een overeenkomst verplicht zijn, geheel of gedeeltelijk te staken, te weigeren, na te laten, of zodanige arbeid of werkzaamheden al dan niet voorwaardelijk of al dan niet met inachtneming van een termijn op te zeggen, onverminderd de bevoegdheid tot beëindiging van een dienstbetrekking om een dringende reden als bedoeld in de artikelen 1615p en 1615q van het Burgerlijk Wetboek BES.

Artikel 3b
1.

Indien in een bij ministeriële regeling genoemd bedrijf een geschil is ontstaan of dreigt te ontstaan, is het in de in die regeling genoemde bedrijven verboden naar aanleiding van dat geschil het verrichten van arbeid of werkzaamheden waartoe de werknemers zich uitdrukkelijk hebben verbonden of waartoe zij uit kracht van een overeenkomst verplicht zijn, geheel of gedeeltelijk te staken, te weigeren, na te laten, of zodanige arbeid of werkzaamheden al dan niet voorwaardelijk of al dan niet met inachtneming van een termijn op te zeggen, totdat de bemiddeling van de bemiddelaar ter vereffening of ter voorkoming van het geschil zal zijn geëindigd.

2.

Indien in een bedrijf als bedoeld in het vorige lid een geschil is ontstaan dat tot staking of uitsluiting in dat bedrijf aanleiding geeft of naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan geven, of indien in een zodanig bedrijf een staking of uitsluiting reeds is ingetreden, is het – onverminderd het bepaalde in het eerste lid – gedurende een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen termijn van ten hoogste negentig dagen verboden in zodanig bedrijf naar aanleiding van het geschil het verrichten van arbeid of werkzaamheden waartoe de werknemers zich uitdrukkelijk hebben verbonden of waartoe zij uit kracht van een overeenkomst verplicht zijn, geheel of gedeeltelijk te staken, te weigeren, na te laten, of zodanige arbeid of werkzaamheden al dan niet voorwaardelijk of al dan niet met inachtneming van een termijn op te zeggen.

Artikel 4
1.

Indien de bemiddelaar krachtens het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid van artikel 3 of op andere wijze kennis heeft gekregen van een geschil, dat tot staking of uitsluiting aanleiding dreigt te geven of heeft gegeven, stelt hij zich onverwijld in verbinding met partijen en tracht met alle hem ten dienste staande middelen zo spoedig mogelijk een oplossing tot stand te brengen. Betreft het een geval als bedoeld in artikel 3, derde lid, dan is de taak van de bemiddelaar in de eerste plaats gericht op het plegen van overleg ter verkrijging van een oplossing in der minne tussen het bestuur of bij ontstentenis daarvan de vertegenwoordiger(s) op Bonaire, Sint Eustatius of Saba van dat bedrijf en de betrokken werknemersraad.

2.

Hij kan bij het geschil betrokken werkgevers of werknemers of bestuurders van hunne vakvereenigingen, tot het geven van inlichtingen betreffende het geschil voor zich doen verschijnen.

3.

De opgeroepene is verplicht te verschijnen en alle gewenschte inlichtingen te verstrekken.

4.

Partijen zijn verplicht de bemiddelaar alle van hen gevorderde bijstand en medewerking te verlenen, waartoe zij redelijkerwijze in staat zijn.

5.

Het bepaalde in het voorgaande lid van dit artikel blijft buiten toepassing, indien of zolang de bemiddelaar zich ingevolge artikel 5 van tussenkomst dient te onthouden, doch de betrokken partijen zijn verplicht hem desverlangd omtrent het verloop van de onderhandelingen in te lichten.

Artikel 4a

De bemiddelaar kan ambtshalve zijn bemiddeling aanbieden, met inachtneming van het gestelde in artikel 5.

Artikel 5
1.

De bemiddelaar onthoudt zich van tusschenkomst of van verdere tusschenkomst in een geschil:

2.

Hebben de in het eerste lid onder a en b genoemde omstandigheden slechts betrekking op een gedeelte der bij het geschil betrokken werkgevers of werknemers, dan beslist de bemiddelaar, naar gelang van omstandigheden, of en in hoeverre hij in het geschil tusschenbeide zal komen.

Artikel 6

Indien in het geval, bedoeld in artikel 3 sub 2, de bemiddelaar geen termen aanwezig acht voor zijne tusschenkomst, geeft hij daarvan kennis aan de verzoekers. Hij kan hun daarbij zodanige raadgevingen verstrekken als hem dienstig schijnen om eene minnelijke beëindiging van het geschil te bevorderen.

Artikel 7
1.

Indien het geschil meer dan één bedrijf omvat of in verschillende bedrijven is ontstaan kan de Rijksvertegenwoordiger op verzoek van de bemiddelaar voor elk bedrijf of voor elk geschil een buitengewone bemiddelaar benoemen.

2.

Al hetgeen bij of krachtens deze wet bepaald is met betrekking tot de bemiddelaar, geldt eveneens ten aanzien van de krachtens het eerste lid van dit artikel benoemde buitengewone bemiddelaars.

Artikel 7a
1.

Indien het geschil is ontstaan in een of meer bedrijven als bedoeld in artikel 3B, eerste lid, en de tussenkomst van de bemiddelaar, alsmede c.q. van de in artikel 7 bedoelde buitengewone bemiddelaar, niet tot oplossing in der minne van het geschil heeft geleid, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een of meer andere buitengewone bemiddelaars – al dan niet in opvolging van elkaar – in dat geschil benoemen.

2.

Al hetgeen bij of krachtens deze wet bepaald is met betrekking tot de bemiddelaar, alsmede het bepaalde in de artikelen 9, derde lid, 10 en 11, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een of meer krachtens het vorige lid benoemde buitengewone bemiddelaars, behoudens het bepaalde in de tweede volzin van artikel 4, eerste lid, indien het betreft een geval als bedoeld in artikel 3, derde lid.

§ 2. Van de tusschenkomst van eenen bijzonderen bemiddelaar

Artikel 8
1.

De Rijksvertegenwoordiger kan ter vereffening van een geschil dat niet ingevolge artikel 5 aan de tusschenkomst van de bemiddelaar is onttrokken, overgaan tot de aanwijzing van een bijzonderen bemiddelaar, al dan niet bijgestaan door een commissie, indien het verzoek daartoe schriftelijk wordt gedaan door of namens de bij het geschil betrokken werkgevers en werknemers, of door of namens zoodanig gedeelte van hen, dat naar het oordeel van de Rijksvertegenwoordiger de tusschenkomst van een bijzonderen bemiddelaar kan leiden tot vereffening van het geschil, althans tot eene aanzienlijke beperking van het aantal daarbij betrokken personen.

2.

Voor de toepassing van het bepaalde in deze paragraaf worden alleen geacht tot eene partij te behooren de werkgevers, de werknemers, of de vakvereenigingen van werkgevers en werknemers, door of namens wie een verzoek is gedaan, als bedoeld in het eerste lid, alsmede de werkgevers en de werknemers, die bij het geschil zijn betrokken en die door den bijzonderen bemiddelaar zijn toegelaten, om zich, bij de behandeling van het geschil door dien bijzonderen bemiddelaar, daarin te voegen.

3.

De bemiddelaar kan op verzoek van partijen als bijzondere bemiddelaar optreden.

4.

Tenzij het derde lid van dit artikel van toepassing is, onthoudt de bemiddelaar zich van tussenkomst of van verdere tusschenkomst in een geschil, indien door de Rijksvertegenwoordiger een bijzonderen bemiddelaar is aangewezen.

Artikel 9
1.

De bijzondere bemiddelaar kan tot eene partij behoorende werkgevers en werknemers, bestuurders van vakvereenigingen welke of welker leden tot eene partij behooren, alsmede getuigen en deskundigen voor zich en eventueel voor de commissie doen verschijnen.

2.

De opgeroepene is verplicht te verschijnen en alle gewenschte inlichtingen te verschaffen.

3.

De bijzondere bemiddelaar kan met goedvinden van de Rijksvertegenwoordiger aan deskundigen opdragen een onderzoek in te stellen.

Artikel 10
1.

Komt ene bemiddeling tot stand, zoo wordt daarvan eene akte opgemaakt, welke door den bijzonderen bemiddelaar, eventueel door de Commissieleden en door of namens beide partijen onderteekend wordt.

2.

Slaagt de bemiddeling niet, dan kan de bijzondere bemiddelaar, mede namens de commissie, tenzij partijen zich alsnog verbinden het geschil aan de uitspraak van een scheidsgerecht als bedoeld in § 3 van dit hoofdstuk, te onderwerpen, zijn oordeel uitspreken over alle geschilpunten en de middelen tot vereffening van het geschil. Van dit oordeel wordt schriftelijk mededeeling gedaan aan partijen.

3.

Bij het doen dezer mededeeling verzoekt de bijzondere bemiddelaar ieder der partijen hem binnen een door dezen gestelden termijn te berichten, of zij de voorgestelde middelen tot vereffening aanvaardt.

4.

Verklaren beide partijen de voorgestelde middelen te aanvaarden, dan wordt daarvan eene akte opgemaakt, welke door den bijzonderen bemiddelaar, eventueel door de Commissieleden en door of namens beide partijen ondertekend wordt.

5.

Bij gebreke van eene verklaring van een of van beide partijen, dat zij de voorgestelde middelen tot vereffening aanvaarden, kan de bijzondere bemiddelaar zijn oordeel over de geschilpunten en de door hem voorgestelde middelen tot vereffening geheel of gedeeltelijk openbaar maken.

Artikel 11

Alle geschillen, die ter zake van de behandeling van het geschil door den bijzonderen bemiddelaar, eventueel bijgestaan door een commissie, mochten rijzen, worden door hem beslecht.

§ 3. Van het scheidsgerecht

Artikel 12
1.

Partijen kunnen zich met medewerking van de bemiddelaar verbinden, een geschil te onderwerpen aan de uitspraak van een scheidsgerecht.

2.

De in lid 1 bedoelde verbintenis wordt schriftelijk aangegaan ten overstaan van de bemiddelaar.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.