Arbeidswet 2000 BES

Type Wet Bes
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op het verrichten en het laten verrichten van arbeid.

2.

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht:

Artikel 2
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 3
1.

Deze wet is niet van toepassing op werknemers van wie het bruto jaarinkomen meer bedraagt dan 260 maal het dagloon, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet ziekteverzekering BES.

2.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan: alle inkomsten uit arbeid in één onderneming, waaronder mede begrepen het naar tijdruimte vastgestelde loon, het vakantiegeld, provisie en winstbonussen en dergelijke, die als grondslag dienen voor de inkomstenbelasting, met uitzondering van de vergoeding voor overwerk en de toeslag, bedoeld in artikel 11, negende lid.

Artikel 4

Het is verboden arbeid te laten verrichten in strijd met de bepalingen van deze wet of de daarop berustende bepalingen.

Artikel 5

De ouder of de voogd van het kind dat of de jeugdige die onder zijn ouderlijke macht respectievelijk voogdij staat, dan wel het hoofd van het gezin, waarin het kind of de jeugdige wordt opgevoed, zorgt ervoor dat het betreffende kind of de betreffende jeugdige geen arbeid verricht die bij of krachtens deze wet wordt verboden.

Artikel 6

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen kunnen meerdere werkgevers jegens de werknemer als één werkgever worden aangemerkt door Onze Minister, indien de eigendom van de ondernemingen grotendeels in handen is van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel indien de feitelijke bestuursbevoegdheid of enige vorm van leiding in handen is van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon.

Artikel 7

Van het bepaalde bij of krachtens deze wet kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken, tenzij dit uitdrukkelijk in de wet bepaald is.

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen ten aanzien van de arbeidsduur, werktijden en rusttijden

Artikel 8
1.

De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 40 uur per week, berekend over een periode van vier weken, met dien verstande dat de arbeidsduur per dag niet meer dan tien uur bedraagt.

2.

De arbeidsduur voor de werknemer, die schemawerk verricht, bedraagt ten hoogste 45 uur per week, berekend over een periode van vier weken, met dien verstande dat de arbeidsduur per dag niet meer dan tien uur bedraagt.

3.

Het is verboden een werknemer arbeid te laten verrichten, waardoor de arbeidsduur genoemd in het eerste en tweede lid, wordt overschreden, anders dan bij wijze van overwerk.

4.

Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan van het eerste en tweede lid worden afgeweken.

Artikel 9
1.

Als rusttijd geldt:

2.

In afwijking van het eerste lid geldt als rusttijd voor de werknemer, die schemawerk verricht:

3.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de rustdag van de werknemer, die schemawerk verricht, tenminste éénmaal per zeven weken op een zondag valt, een en ander met inachtneming van artikel 2, tweede lid, onder h, tweede volzin. Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan van het bepaalde in de eerste volzin worden afgeweken.

4.

Het is verboden de werknemer arbeid te laten verrichten gedurende de voor hem geldende rusttijd, anders dan bij wijze van overwerk.

Artikel 10
1.

De arbeidstijd van een werknemer moet op elke dag waarop hij, al dan niet bij wijze van overwerk, meer dan zes uren arbeid verricht, na ten hoogste vijf uren arbeid worden onderbroken door een pauze van tenminste een half uur.

2.

Het is verboden de werknemer gedurende diens pauze arbeid te laten verrichten, anders dan bij wijze van overwerk.

3.

Een onderbreking van de arbeidstijd van minder dan 15 minuten geldt niet als pauze.

Artikel 11
1.

Onder consignatie wordt voor de toepassing van deze wet verstaan: een tijdruimte tussen twee elkaar opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.

2.

Het is verboden consignatie op te leggen aan werknemers jonger dan 18 jaar.

3.

De werkgever deelt de arbeid zo in, dat:

4.

In afwijking van artikel 8, tweede en vierde lid, bedraagt de arbeidsduur over een periode van 13 weken berekend niet meer dan 40 uur per week, indien de consignatie ook de periode tussen 0.00 uur en 6.00 uur bestrijkt.

5.

Als arbeidstijd geldt tijdens de consignatie de werkelijk als gevolg van een oproep gewerkte tijd, met dien verstande dat de arbeid als gevolg van één oproep of meerdere oproepen binnen een half uur geacht wordt tenminste een half uur te duren. Indien na beëindiging van de arbeid als gevolg van een oproep binnen een half uur weer een oproep volgt, geldt die tussenliggende periode ook als arbeidstijd.

6.

De arbeid, die voortvloeit uit de consignatie, telt niet mee voor de berekening van de totale arbeidsduur, bedoeld in artikel 8.

7.

Op de arbeid, die voortvloeit uit de consignatie, zijn de artikelen 9 en 10 niet van toepassing.

8.

De arbeid, die gedurende consignatie wordt verricht, is overwerk, waarvan de beloning geschiedt conform artikel 15.

9.

Tenzij anders overeengekomen bij schriftelijke overeenkomst, betaalt de werkgever de werknemer aan wie consignatie is opgelegd, onverminderd het achtste lid en ongeacht of er daadwerkelijk oproepen zijn gedaan of arbeid als gevolg van een oproep is verricht, per dag, waarop die consignatie wordt opgelegd, een toeslag van één percent van zijn bruto-maandloon.

10.

Onze Minister is bevoegd het opleggen van consignatiedienst aan een of meer werknemers in een onderneming te verbieden, dan wel daaraan nadere voorwaarden te verbinden of beperkingen te stellen indien hem dat met het oog op de gezondheid of het welzijn van de betrokken werknemer of werknemers wenselijk voorkomt.

Artikel 12
1.

Er is sprake van nachtdienst, indien de werknemer, die schemawerk verricht, volgens zijn werkrooster arbeid verricht op of na 0.00 uur of voor 6.00 uur, anders dan bij wijze van overwerk.

2.

De arbeidsduur per nachtdienst, exclusief pauze, bedraagt ten hoogste acht uren.

3.

In afwijking van artikel 8, tweede lid, bedraagt de arbeidsduur van de werknemer, die arbeid in nachtdienst verricht, over een periode van 13 weken berekend niet meer dan 40 uur per week.

4.

De werkgever deelt de arbeid zo in, dat:

5.

Het bepaalde in het vierde lid, onder a, is niet van toepassing op de werknemer, wiens werkzaamheden naar de aard ervan hoofdzakelijk of uitsluitend en geheel of gedeeltelijk worden verricht tussen de in het eerste lid bedoelde tijdstippen.

6.

Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan van het tweede en derde lid worden afgeweken.

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.