Advocatenwet BES

Type Wet Bes
Publication 2015-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. De inschrijving en de beëdiging van de advocaten

Artikel 1
1.

Bevoegd om aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba schriftelijk inschrijving als advocaat te verzoeken is degene:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden verleend door een universiteit of een hogeschool of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onder a, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

3.

Bij het verzoek worden overgelegd de nodige stukken ten bewijze dat de verzoeker aan de in het eerste of tweede lid gestelde vereisten voldoet.

Artikel 2
1.

Alvorens op een verzoek als in artikel 1 bedoeld te beslissen, wint het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, gehoord de procureur-generaal, advies in van de raad van toezicht.

2.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan de inschrijving bij een met redenen omklede beschikking weigeren, doch niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker.

3.

Het is tot die weigering verplicht indien:

4.

Indien bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba geen bezwaar tegen de inschrijving bestaat, wordt verzoeker, na de in artikel 4 vermelde eed of belofte te hebben afgelegd, op een daartoe door de griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bijgehouden lijst als advocaat ingeschreven en wordt hem op zijn verzoek een bewijs der inschrijving uitgereikt.

5.

Door een inschrijving als in het vorige lid bedoeld wordt de bevoegdheid verkregen om in Bonaire, Sint Eustatius en Saba het beroep van advocaat uit te oefenen, onverminderd het bepaalde in paragraaf 3 van deze wet.

Artikel 3
1.

De advocaten worden in een openbare zitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op requisitoir van het openbaar ministerie beëdigd.

2.

Zij leggen de volgende eed of belofte af:

«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.»

Artikel 4
1.

Krachtens beslissing van het Hof van Justitie wordt een advocaat van de in artikel 2 bedoelde lijst van inschrijving afgevoerd, hetzij op eigen verzoek, hetzij ambtshalve dan wel op vordering van de procureur-generaal.

2.

De afvoering van de lijst geschiedt ambtshalve, dan wel op vordering van de procureur-generaal:

3.

In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, hoort het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alvorens een beslissing te nemen, de procureur-generaal.

§ 2. De bevoegdheden en verplichtingen der advocaten

Artikel 5

De advocaten zijn bevoegd, in alle zaken en voor alle autoriteiten in Bonaire, Sint Eustatius en Saba de belangen van hun lastgevers te behartigen, alsmede hun lastgevers overal te vertegenwoordigen, waar zulks niet bij algemene verordening is verboden.

Artikel 6
1.

De advocaat moet zijn kantoor hebben in Curaçao of Sint Maarten of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en dit schriftelijk bekend stellen ter griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.

Hij is verplicht een dusdanige boekhouding te voeren, dat daaruit te allen tijde kan blijken, welke gelden van derden hij, daaronder mede begrepen als curator en als bewindvoerder, onder zich heeft.

3.

Deze gelden dienen op een afzonderlijke rekening te worden gestort en geplaatst gehouden.

4.

De controle op de naleving van de voorafgaande leden van dit artikel berust bij de raad van toezicht, die, indien aanwijzingen bestaan dat de advocaat aan voormelde verplichtingen niet voldoet, bevoegd is een onderzoek door de deskundige, bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, te gelasten, tenzij de betrokken advocaat er de voorkeur aan geeft, dat dit onderzoek op zijn kosten door een accountant zal plaats hebben. De raad wijst dan, na overleg met de advocaat, een accountant aan.

Artikel 7

De advocaat moet, indien hij in zijn bediening een terechtzitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van het Gerecht in eerste aanleg bijwoont, gekleed te zijn in een gesloten toga van zwarte stof met wijde mouwen; hij draagt bovendien een neerhangende bef van wit batist; hij mag desverkiezende pleiten het hoofd gedekt met een baret.

Artikel 8
1.

Advocaten, die in staat van faillissement worden verklaard of die wegens schulden worden gegijzeld of onder curatele gesteld, zijn gedurende de duur van het faillissement, de gijzeling of de curatele van rechtswege in de uitoefening van de praktijk geschorst.

2.

Zij mogen gedurende de schorsing de titel van advocaat niet voeren.

Artikel 9

Iedere advocaat is verplicht naar vermogen mede te werken aan de opleiding van de advocaten, zoals die in paragraaf 3 van deze wet is geregeld.

§ 3. De stage

Artikel 10
1.

De advocaat die niet in het bezit is van de verklaring, bedoeld in artikel 16, hierna te noemen: de stagiaire, is verplicht de praktijk uit te oefenen onder toezicht van een patroon en bij deze kantoor te houden, tenzij hij elders binnen het Koninkrijk der Nederlanden zijn stage heeft voltooid en ter zake een stageverklaring heeft verkregen.

2.

De raad van toezicht kan de stagiaire vrijstelling verlenen van de verplichting om bij zijn patroon kantoor te houden. Een patroon bij wie niet door de stagiaire kantoor gehouden wordt, wordt aangeduid als buiten-patroon.

3.

De raad van toezicht kan vrijstelling verlenen van de verplichting tot uitoefening van de praktijk onder toezicht van een patroon.

4.

Indien de in het derde lid bedoelde vrijstelling onvoorwaardelijk is verleend, wordt de verkrijger daarvan geacht in het bezit te zijn van de verklaring, bedoeld in artikel 16.

Artikel 11
1.

De Orde van advocaten in het openbaar lichaam waar de betrokken advocaat zich wenst te vestigen en de raad van toezicht verlenen hun bemiddeling bij het zoeken van een patroon.

2.

Indien geen patroon voor een stagiaire wordt gevonden, kan de raad van toezicht een patroon aanwijzen, in welk geval tegelijkertijd vrijstelling van de verplichting om bij de patroon kantoor te houden wordt verleend.

3.

Wanneer de raad van toezicht weigert een buiten-patroon aan te wijzen staat daartegen beroep open op de raad van appèl.

Artikel 12
1.

Patroon kan slechts zijn een advocaat die gedurende ten minste zeven jaren in het Koninkrijk der Nederlanden de advocatuur daadwerkelijk heeft uitgeoefend.

2.

De raad van toezicht is bevoegd in bijzondere gevallen de in het eerste lid bedoelde termijn te verkorten, doch niet tot minder dan vijf jaren.

Artikel 13
1.

Elk patronaat behoeft vooraf de schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht.

2.

Tegen weigering van de goedkeuring kan zowel de stagiaire als de patroon bij de raad van appèl in beroep gaan.

Artikel 14
1.

De stage begint op de dag waarop de stagiaire de uitoefening van de praktijk onder toezicht van de patroon aanvangt, doch niet vóór de dag waarop de stagiaire overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 beëdigd is. De patroon brengt het tijdstip van de aanvang van de stage onverwijld ter kennis van de raad van toezicht.

2.

De stage eindigt tussentijds:

3.

Van de in het vorige lid onder a en d bedoelde beslissing en de weigering door de raad van toezicht de opzegging door de patroon goed te keuren staat beroep open op de raad van appèl.

4.

De in het tweede lid onder d bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd, indien de opzegging jegens de stagiaire onredelijk is.

5.

De Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES is niet van toepassing op een met de stagiaire bestaande arbeidsovereenkomst.

Artikel 15
1.

De stagiaire die kantoor houdt bij zijn patroon is gehouden de hem door de patroon opgedragen werkzaamheden te verrichten.

2.

De patroon is gehouden de stagiaire passende arbeid te verschaffen en de stage mede aan diens opleiding dienstbaar te maken.

3.

Na voorafgaande toestemming van de raad van toezicht kan de patroon aan de stagiaire de verplichting opleggen tot het volgen van rechtstheoretische en/of praktijkgerichte cursussen.

Artikel 16
1.

De raad van toezicht geeft, de patroon en de stagiaire gehoord, aan de stagiaire wiens stage naar het oordeel van de raad van toezicht naar behoren is geweest en drie jaren heeft geduurd, een verklaring dat de stage is voltooid.

2.

De raad van toezicht kan de termijn van drie jaren verkorten of in bijzondere gevallen verlengen.

3.

Tegen weigering van afgifte van de in het eerste lid bedoelde verklaring en verlenging van de stage-periode staat aan de stagiaire beroep op de raad van appèl open.

Artikel 17

De raad van toezicht is bevoegd aan zijn op grond van de artikelen 10, tweede en derde lid, 12, tweede lid, 14, tweede lid onder d en 16, tweede lid genomen beslissingen voorwaarden te verbinden, welke niet de verplichting tot het volgen van enige cursus of tot het afleggen van een proeve van bekwaamheid mogen inhouden.

Artikel 18
1.

Beroep tegen een beslissing van de raad van toezicht wordt ingesteld binnen drie weken na de dag van verzending van een afschrift van de bestreden beslissing, bij een met redenen omkleed verzoekschrift, in tweevoud in te dienen bij de secretaris van de raad van appèl. De secretaris geeft van de instelling van het beroep onverwijld kennis aan de raad van toezicht, aan – indien de patroon in beroep komt – de stagiaire, en aan – indien de stagiaire in beroep komt – de patroon.

2.

De raad van appèl beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de patroon en de stagiaire.

3.

De raad van appèl kan de raad van toezicht uitnodigen nadere inlichtingen te verschaffen.

4.

De beslissing van de raad van appèl is met redenen omkleed.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.