Wet materieel ambtenarenrecht BES

Type Wet Bes
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Ambtenaar in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen is degene die door het bevoegde gezag is aan gesteld om in openbare dienst op Bonaire, Sint Eustatius of Saba werkzaam te zijn en op wie artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 niet van toepassing is.

2.

Tot de openbare dienst behoren alle diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba beheerd, met inbegrip van het van overheidswege gegeven openbare onderwijs.

3.

Zij met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht zijn geen ambtenaren in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen.

4.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder openbaar lichaam verstaan: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, niet onder ambtenaren verstaan:

Artikel 3

De bepalingen van deze wet en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften vinden slechts toepassing voor zover niet bij een wet of uit kracht daarvan gegeven voorschriften anders is of wordt bepaald.

Artikel 4

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Bepalingen van materieel recht

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 6A
1.

Voor de vervulling van een vertrouwensfunctie komt slechts in aanmerking degene die Nederlander is. Degene die geen Nederlander is, kan niettemin voor de vervulling van een vertrouwensfunctie in aanmerking komen wanneer het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert.

2.

Aan een ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend, indien hij op grond van artikel 5, derde lid, of artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Aanstelling en bevordering geschieden overeenkomstig de regels, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk III. Beoordeling en ranglijst

Artikel 15
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld aangaande het beoordelen van ambtenaren.

2.

Bij ministeriële regeling wordt een leidraad inzake het houden van functioneringsgesprekken vastgesteld voor de ambtenaren in dienst van de staat.

3.

Bij besluit van het bestuurscollege van een openbaar lichaam wordt een leidraad inzake het houden van functioneringsgesprekken vastgesteld voor de ambtenaren in dienst van dat openbaar lichaam.

Artikel 15a

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de inrichting en het bijhouden van een ranglijst, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk IV. Bezoldiging, uitkeringen en toelagen

§ 1. Bezoldiging, persoonlijke toelage en beloning voor overwerk

Artikel 17

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de bezoldiging van de ambtenaren, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27

Vervallen

Artikel 28

Vervallen

§ 2. Kinder-, standplaats- en kostwinnerstoelage

Artikel 29

Vervallen

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31

Vervallen

Artikel 32

Vervallen

§ 3. Bezoldiging in militaire dienst

Artikel 34

Vervallen

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

§ 4. Uitkering bij overlijden

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

[vervallen]

Hoofdstuk V. Dienst- en werktijden

Artikel 42

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot dienst- en werktijden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk VI. Verlof, verlofsbezoldiging en aanspraken in geval van ziekte

Artikel 43
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor ambtenaren regels gesteld over verlening van verlof, het toekennen van verlofsbezoldiging en aanspraken bij ziekte.

2.

Met inachtneming van de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voor ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam nadere regels worden gesteld bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, over de verlening van verlof en het toekennen van verlofsbezoldiging.

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Vervallen

Artikel 45A

Vervallen

Artikel 45B

Vervallen

Artikel 45C

Vervallen

Hoofdstuk VII. Verschillende verplichtingen en rechten van de ambtenaar

§ 1. Eed of belofte

Artikel 46

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de verplichte aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn aanstelling.

§ 2. Het verrichten van arbeid

Artikel 47
1.

De ambtenaar is verplicht zich als een goed ambtenaar te gedragen.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van de arbeid.

Artikel 48

Vervallen

Artikel 49

Vervallen

Artikel 50

Vervallen

Artikel 51

Vervallen

Artikel 52

Vervallen

Artikel 53

Vervallen

§ 3. Nevenarbeid

Artikel 54

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor ambtenaren betreffende het bekleden van een andere functie bij de staat of een openbaar lichaam.

Artikel 55

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende het aanvaarden van nevenbetrekkingen en het verrichten van nevenwerkzaamheden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Artikel 56

Vervallen

Artikel 57

Vervallen

Artikel 57A

Vervallen

§ 4. Gebruik van overheidsgoederen

Artikel 58

Vervallen

§ 5. Verhouding tot derden

Artikel 59

Vervallen

Artikel 60

Vervallen

Artikel 61

Vervallen

§ 5a. Recht tot vereniging, vergadering en betoging

Artikel 61a
1.

De ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

2.

Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:

§ 5b. Onderzoek aan lichaam, kleding en goederen

Artikel 61b

De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegde gezag gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. Het bevoegd gezag, op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen.

§ 6. Geheimhouding

Artikel 62
1.

De ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in zijn ambt is ter kennis gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt of hem uitdrukkelijk is opgelegd.

2.

De in het vorige lid bedoelde verplichting bestaat niet tegenover hen, aan wie de ambtenaar onmiddellijk of middellijk ondergeschikt is, noch in zover hij door een boven hem gestelde van de verplichting tot geheimhouding is ontheven.

3.

De ambtenaar die opzettelijk handelt in strijd met regels, die betrekking hebben op de geheimhouding van inlichtingen en stukken, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of een geldboete van de derde categorie.

4.

De ambtenaar aan wiens schuld het handelen in strijd met regels, die betrekking hebben op de geheimhouding van inlichtingen en stukken, te wijten is, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

5.

Geen vervolging van de ambtenaar, bedoeld in het derde en vierde lid, heeft plaats dan op klachte van hem, te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.

6.

De in het derde en vierde lid bedoelde strafbare feiten zijn misdrijven.

Artikel 63

Het is de ambtenaar verboden misbruik te maken van hetgeen hij in zijn ambt heeft vernomen.

§ 7. Dienstkleding

Artikel 64

Vervallen

Artikel 65

Vervallen

§ 8. Ambts- en dienstwoningen

Artikel 66

Vervallen

§ 9. Schadeplicht en rekenplicht

Artikel 67

Vervallen

Artikel 68

Vervallen

Artikel 69

Vervallen

Artikel 70

Vervallen

Artikel 71

Vervallen

§ 10. Schadeloosstellingen

Artikel 72

Vervallen

Artikel 73

Vervallen

Artikel 74

Vervallen

§ 11. Beloningen en andere bijzondere eenmalige toelagen.

Artikel 75

Vervallen

Artikel 75a

Vervallen

§ 12. Studieopdracht

Artikel 76

Vervallen

§ 13. Andere verplichtingen en rechten

Artikel 77

Vervallen

Artikel 78

Vervallen

Artikel 79

Vervallen

Artikel 80

Vervallen

Artikel 81

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende overige rechten en verplichtingen van ambtenaren, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen

Artikel 82

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende disciplinaire straffen, met dien verstande dat een boete dan wel een inhouding of korting op de bezoldiging ten hoogste gelijk is aan het bedrag van het salaris van de ambtenaar over een maand.

Artikel 83

Vervallen

Artikel 83a
1.

De kennisgeving, bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, wordt zo mogelijk in het dienstgebouw of de werkplaats waar de ambtenaar zijn dienst verricht tegen gedagtekend en door hem ondertekend ontvangstbewijs ter hand gesteld.

2.

Indien de ambtenaar niet in het dienstgebouw of op de werkplaats aanwezig is, wordt de mededeling aan zijn woon- of verblijfplaats tegen gedagtekend en door de ontvanger ondertekend ontvangstbewijs afgegeven aan de betrokkene of aan een van zijn huisgenoten. Indien degene die met de afgifte van de mededeling belast is noch de ambtenaar, noch iemand van diens huisgenoten aantreft, of indien degene die hij aantreft weigert het stuk in ontvangst te nemen of het ontvangstbewijs te ondertekenen, wordt het bij aangetekende post aan zijn woon- of verblijfplaats gezonden.

3.

In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de betrokken ambtenaar geacht met de mededeling bekend te zijn geworden op de dag van de afgifte aan zijn woon- of verblijfplaats, onderscheidenlijk op de dag waarop het door de postdienst aan die woon- of verblijfplaats is bezorgd of aangeboden.

Artikel 84

Vervallen

Artikel 85

Vervallen

Artikel 86

Vervallen

Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag

Artikel 87

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende schorsing en ontslag van ambtenaren.

Artikel 88

Vervallen

Artikel 89

Vervallen

Artikel 90

Vervallen

Artikel 91

Vervallen

Artikel 92

Vervallen

Artikel 93

Vervallen

Artikel 94

Vervallen

Artikel 95

Vervallen

Artikel 96

Vervallen

Artikel 97

Vervallen

Artikel 98

Vervallen

Artikel 99

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van wachtgeld.

Artikel 100

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van een geldsom of van investeringsfaciliteiten aan personen die op eigen verzoek, doch gevolg gevend aan een uitnodiging van het bevoegd gezag tot het doen van dat verzoek, zijn ontslagen.

Hoofdstuk X. Georganiseerd overleg

Artikel 101

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de structuur van het overleg inzake aangelegenheden van algemeen belang betreffende de rechtstoestand van ambtenaren.

Artikel 101 t/m 109

[vervallen]

Hoofdstuk XI. Inhouding, beslag en korting

§ 1. Algemeen

Artikel 110
1.

Onder bezoldiging wordt in dit hoofdstuk verstaan het geldsbedrag, dat een ambtenaar tijdens zijn ambtsbetrekking ter beloning van de door hem bewezen diensten, onder welke benaming ook, geniet, na aftrek van hetgeen hem in mindering wordt gebracht voor verhaal van pensioenbijdragen.

2.

Onder bezoldiging is in dit hoofdstuk wachtgeld begrepen.

3.

Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt een ter beschikking van een openbaar lichaam gestelde ambtenaar in dienst van de staat geacht in dienst van dat openbaar lichaam te zijn.

§ 2. Inhouding

Artikel 111
1.

Op de door de overheid en de openbare lichamen verschuldigde bezoldigingen kan worden ingehouden, hetgeen de ambtenaar aan hen zelf verschuldigd is.

2.

Belastingen en retributies worden geacht ten deze tevens verschuldigd te zijn aan het lichaam, met de invordering belast.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.