Wet luchtvervoer BES

Type Wet Bes
Publication 2016-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Vervallen

Artikel 2
1.

Deze wet is, behoudens het bepaalde in artikel 39, niet van toepassing op het kosteloos luchtvervoer dat niet door een luchtvervoeronderneming wordt bewerkstelligd.

2.

Deze wet is voorts niet van toepassing op het vervoer van brieven, andere poststukken en postpakketten, noch op het luchtvervoer door militaire, douane- of politieluchtvaartuigen op bevel van de overheid.

Artikel 3

Het luchtvervoer, achtereenvolgens door verschillende vervoerders te bewerkstelligen, wordt voor de toepassing van deze wet geacht een enkel luchtvervoer te vormen, wanneer het door de partijen als een enkele handeling is beschouwd, onverschillig of het in de vorm van een enkele overeenkomst, dan wel in de vorm van een reeks van overeenkomsten is gesloten.

Artikel 4

Wanneer in deze wet sprake is van dagen, worden kalenderdagen en niet werkdagen bedoeld.

Hoofdstuk II. Luchtvervoerbewijzen

Deel I. Reisbiljet

Artikel 5
1.

Bij het luchtvervoer van reizigers moet een reisbiljet worden uitgereikt.

2.

Het reisbiljet strekt, behoudens tegenbewijs, tot bewijs van het sluiten van de luchtvervoerovereenkomst en de voorwaarden daarvan. Het ontbreken van het reisbiljet, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de luchtvervoerovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van deze wet. Indien evenwel de reiziger met toestemming van de vervoerder aan boord gaat, zonder dat een reisbiljet is uitgereikt, heeft de vervoerder niet het recht zich te beroepen op de bepalingen van deze wet, welke zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.

Deel II. Bagagebiljet

Artikel 6
1.

Bij het luchtvervoer van aangegeven bagage moet een bagagebiljet worden uitgereikt.

2.

Onder aangegeven bagage wordt verstaan: alle zaken welke toebehoren aan of onder de hoede zijn van een reiziger en welke door of namens deze, alvorens een luchtreis te ondernemen, ten vervoer door de lucht worden aangeboden en aangegeven. Onder aangegeven bagage worden niet begrepen zaken, die de reiziger als gemakkelijk mee te voeren, draagbare dan wel met de hand verwijdbare zaken op of bij zich heeft.

3.

Het bagagebiljet strekt, behoudens tegenbewijs, tot bewijs van het aangeven van de bagage en van de voorwaarden van de luchtvervoerovereenkomst. Het ontbreken van het bagagebiljet, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de luchtvervoerovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van deze wet. Indien evenwel de vervoerder bagage aanneemt zonder dat een bagagebiljet is uitgereikt, heeft hij niet het recht zich te beroepen op de bepalingen welke zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.

Deel III. Luchtvrachtbrief

Artikel 7
1.

Elke vervoerder van goederen heeft het recht van de afzender te vorderen een bewijsstuk, «luchtvrachtbrief» genaamd, op te maken en af te geven; elke afzender heeft het recht van de vervoerder te vorderen dat document aan te nemen.

2.

Het ontbreken van de luchtvrachtbrief, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de vervoerovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van deze wet. Indien evenwel de vervoerder de goederen aanneemt zonder dat een luchtvrachtbrief is opgemaakt, heeft hij niet het recht zich te beroepen op de bepalingen van deze wet, welke zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.

Artikel 8
1.

De luchtvrachtbrief wordt door de afzender opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren en afgegeven met de goederen.

2.

Het eerste exemplaar bevat de vermelding «voor de vervoerder»; het wordt getekend door de afzender. Het tweede exemplaar bevat de vermelding «voor de geadresseerde»; het wordt getekend door de afzender en de vervoerder en het gaat met de goederen mee. Het derde exemplaar wordt getekend door de vervoerder en, na ontvangst van de goederen, door deze uitgereikt aan de afzender.

3.

De handtekening van de vervoerder moet worden geplaatst vóór het inladen van de goederen in het luchtvaartuig.

4.

De handtekening van de vervoerder kan worden vervangen door een stempel; die van de afzender kan worden gedrukt of vervangen door een stempel.

5.

Indien op verzoek van de afzender de vervoerder de luchtvrachtbrief opmaakt, wordt hij, behoudens tegenbewijs, geacht te handelen voor rekening van de afzender.

Artikel 9

Wanneer er verscheidene colli zijn, heeft de vervoerder het recht van de afzender te vorderen, verschillende luchtvrachtbrieven op te maken.

Artikel 10
1.

De afzender is aansprakelijk voor de juistheid van de mededelingen en de verklaring betreffende de goederen welke hij op de luchtvrachtbrief stelt.

2.

Hij draagt de aansprakelijkheid voor alle schade die door de vervoerder of door anderen, jegens wie de vervoerder ter zake aansprakelijk is, wordt geleden als gevolg van zijn onnauwkeurige, onjuiste of onvolledige mededelingen en verklaringen.

Artikel 11
1.

De afzender is verplicht de inlichtingen te verschaffen en bij de luchtvrachtbrief de documenten te voegen, welke, vóór de afgifte van de goederen aan de geadresseerde, nodig zijn om aan de formaliteiten inzake douane, plaatselijke rechten of politie te voldoen. De afzender is tegenover de vervoerder verantwoordelijk voor alle schade die het gevolg is van ontbreken, de onvolledigheid of de onnauwkeurigheid van die inlichtingen en documenten, behoudens in geval van schuld aan de zijde van de vervoerder of diens ondergeschikten.

2.

De vervoerder is niet gehouden te onderzoeken, of die inlichtingen en documenten juist of voldoende zijn.

Artikel 12
1.

De luchtvrachtbrief strekt, behoudens tegenbewijs, tot bewijs van het sluiten van de overeenkomst, van de ontvangst van de goederen en van de voorwaarden van het luchtvervoer.

2.

Opgaven in de luchtvrachtbrief betreffende het gewicht, de afmetingen en de verpakking der goederen, alsook betreffende het aantal der colli, hebben kracht van bewijs, behoudens tegenbewijs; die betreffende de hoeveelheid, de omvang en de toestand der goederen strekken tegenover de vervoerder enkel tot bewijs, voor zover zij door deze juist zijn bevonden in tegenwoordigheid van de afzender en dit is vastgesteld in de luchtvrachtbrief, of indien het betreft opgaven omtrent de uiterlijke staat der goederen.

Artikel 13
1.

De afzender heeft het recht, onder voorwaarde, dat hij al de uit de luchtvervoerovereenkomst voortvloeiende verplichtingen naleeft, over de goederen te beschikken, hetzij door deze op het luchtvaartterrein van vertrek of van bestemming terug te nemen, hetzij door deze gedurende de reis tijdens een landing op te houden, hetzij door deze te doen afleveren op de plaats van bestemming of tijdens de reis aan een andere persoon dan de op de luchtvrachtbrief aangegeven geadresseerde, hetzij door terugzending te vragen naar het luchtvaartterrein van vertrek, voor zover de uitoefening van dat recht noch aan de vervoerder, noch aan de andere afzenders nadeel doet, en mits hij de daaruit voortspruitende kosten vergoede.

2.

In geval het uitvoeren van de opdrachten van de afzender onmogelijk is, moet de vervoerder deze daarvan onmiddellijk verwittigen.

3.

Indien de vervoerder handelt naar de opdrachten van de afzender inzake de beschikking over de goederen, zonder overlegging te eisen van het aan deze afgegeven exemplaar van de luchtvrachtbrief, zal hij, behoudens verhaal op de afzender, verantwoordelijk zijn voor de schade, door dit feit veroorzaakt aan hem die op regelmatige wijze in het bezit is van de luchtvrachtbrief.

4.

Het recht van de afzender houdt op te bestaan op het ogenblik waarop dat van de geadresseerde begint, overeenkomstig het hieronder volgend artikel 14. Indien echter de geadresseerde de luchtvrachtbrief of de goederen weigert, of indien hij niet kan worden bereikt, herkrijgt de afzender zijn beschikkingsrecht.

Artikel 14
1.

Behoudens in de gevallen in het vorige artikel aangeduid, heeft de geadresseerde het recht om dadelijk na aankomst van de goederen ter plaatse van bestemming van de vervoerder te vorderen hem de luchtvrachtbrief over te geven, en hem de goederen af te leveren tegen betaling van de verschuldigde bedragen en onder naleving van de bepalingen voor het luchtvervoer, aangegeven in de luchtvrachtbrief.

2.

Behoudens beding van het tegendeel moet de vervoerder de geadresseerde dadelijk van de aankomst van de goederen in kennis stellen.

3.

Indien het verlies van de goederen door de vervoerder wordt erkend, of indien de goederen na verloop van een termijn van zeven dagen, nadat zij hadden moeten aankomen, niet zijn aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd tegenover de vervoerder de rechten te doen gelden, die uit de luchtvervoerovereenkomst voortvloeien.

Artikel 15
1.

Indien de geadresseerde niet opkomt, indien hij weigert het goed aan te nemen dan wel het verschuldigde te betalen of indien op het goed beslag is gelegd, is de vervoerder verplicht het goed voor rekening en gevaar van de rechthebbende op te slaan in een daarvoor geschikte bewaarplaats.

2.

De vervoerder is verplicht voor rekening van de rechthebbende de afzender en, ingeval van beslag, tevens de geadresseerde zo spoedig mogelijk telegrafisch of telefonisch in kennis te stellen van de opslag en van de aanleiding daartoe.

Artikel 16
1.

Indien het goed dat ingevolge het eerste lid van het vorig artikel anders dan wegens beslag is opgeslagen, aan spoedig bederf onderhevig is en de afzender niet binnen twaalf uren na verzending van de in het tweede lid van het voorgaande artikel bedoelde kennisgeving over het goed beschikt, is de vervoerder verplicht het goed geheel of gedeeltelijk op de meest geëigende wijze te verkopen en daarvan de afzender terstond te verwittigen.

2.

Indien daartoe gegronde redenen bestaan, kan bovendien in geval van opslag van het goed iedere belanghebbende worden gemachtigd het geheel of gedeeltelijk op de door de rechter te bepalen wijze te verkopen.

3.

De machtiging wordt verleend door de rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg, ter zittingsplaats waar het goed is opgeslagen.

4.

De opbrengst van het ingevolge de beide voorgaande leden verkochte wordt steeds, voor zover zij niet strekt tot voldoening van de kosten van opslag en van de vorderingen van de vervoerder, onder gerechtelijke bewaring gesteld.

Artikel 17

De vervoerder die, indien op het goed beslag is gelegd, het goed aflevert in strijd met het bepaalde bij het eerste lid van artikel 15 en de geadresseerde die het aanneemt wetende, dat daarop zulk een beslag ligt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de schade welke daaruit mocht voortvloeien voor degene die het beslag heeft gelegd. Behoudens tegenbewijs wordt aangenomen dat de geadresseerde bekend was met het beslag en, in geval op het goed een ander dan revindicatoir beslag is gelegd, dat de vordering ten volle op het goed kan worden verhaald.

Artikel 18
1.

Indien de vervoerder het goed aflevert zonder dat het hem wegens het luchtvervoer bij de aflevering verschuldigde is voldaan of zonder dat hij zekerheidstelling daarvoor heeft gekregen, verliest hij zijn aanspraak te dier zake op de afzender, wanneer deze doet blijken, dat krachtens de tussen hem en de geadresseerde bestaande rechtsverhouding het verschuldigde door de geadresseerde moest worden gedragen en hij dit, zo hij het betaalde, uit hoofde van het onvermogen van de geadresseerde, niet meer op deze zou kunnen verhalen.

2.

In het geval in het vorig lid bedoeld verjaart de rechtsvordering van de vervoerder op de geadresseerde ter zake van het luchtvervoer door tijdsverloop van één jaar. Deze verjaring begint te lopen bij het eindigen van de reis.

Artikel 19

De kosten van sortering der goederen, voor zover nodig voor de richtige aflevering, zijn voor rekening van de luchtvervoerder.

Artikel 20

De afzender en de geadresseerde kunnen, ieder op zijn eigen naam, al de rechten doen gelden welke hun onderscheidenlijk bij de artikelen 13 en 14 zijn toegekend, hetzij zij handelen in hun eigen belang, hetzij in het belang van een ander, op voorwaarde, dat zij de verplichtingen welke de overeenkomst oplegt, uitvoeren.

Artikel 21
1.

De artikelen 13, 14 en 20 doen niet te kort aan de verhouding tussen de afzender en de geadresseerde onderling, noch aan de verhouding van derden, wier rechten afkomstig zijn, hetzij van de afzender, hetzij van de geadresseerde.

2.

Elk beding, waarbij van de bepalingen der artikelen 13, 14 en 20 wordt afgeweken, moet in de luchtvrachtbrief worden opgenomen.

3.

Niets in deze wet belet de uitgifte van een verhandelbare luchtvrachtbrief.

Deel IV. Vrijstelling van bepalingen

Artikel 22

De bepalingen van de betreffende de luchtvervoerbewijzen zijn niet van toepassing op het vervoer, dat in bijzondere omstandigheden buiten elke normale uitoefening van het luchtvaartbedrijf plaats heeft.

Hoofdstuk III. Aansprakelijkheid van de vervoerder en van diens ondergeschikten

Artikel 23
1.

De vervoerder is aansprakelijk voor schade, ontstaan in geval van verwonding of enig ander lichamelijk letsel, door een reiziger geleden, wanneer het ongeval, dat de schade veroorzaakte, verband hield met het luchtvervoer en plaats had aan boord van het luchtvaartuig of tijdens enige handeling verband houdende met het aan boord gaan en het verlaten van het luchtvaartuig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.