Havenbeveiligingswet BES

Type Wet Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

[vervallen]

2.

De bepalingen gegeven bij deze wet zijn van toepassing op de havenfaciliteiten gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die schepen bedienen, ongeacht dezer nationaliteit of hoedanigheid.

Artikel 3
1.

Het bestuurscollege wijst havenfaciliteiten aan.

2.

De gezaghebber is de bevoegde autoriteit, bedoeld in Voorschrift 1, eerste lid, onder 11, voor de uitvoering, respectievelijk toepassing van Voorschrift 10, tweede en derde lid, en de paragrafen 15 en 16 van Deel A van de Code.

Artikel 4

Het bestuurscollege in overeenstemming met Onze Minister wijst het contactpunt aan, bedoeld in Voorschrift 7, tweede lid.

Artikel 5

Voor de krachtens deze wet af te geven certificaten worden de modellen gebruikt zoals opgenomen in de appendix van de delen A en B behorende bij de Code. De certificaten worden in het Engels en Nederlands gesteld.

Artikel 6

[vervallen]

Hoofdstuk 2. Beveiligingsniveaus

§ 2.1. Beveiligingsniveau havenfaciliteiten

Artikel 7
1.

De vaststelling en aanpassing van het beveiligingsniveau waarop een havenfaciliteit functioneert geschiedt in overeenstemming met paragraaf 14 van Deel A van de Code.

2.

Wijziging van het beveiligingsniveau geschiedt door de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

De gezaghebber ziet toe op de juiste en tijdige uitvoering van de vastgestelde beveiligingsmaatregelen verbonden aan een bepaald beveiligingsniveau.

4.

Een verhoging respectievelijk verlaging van het beveiligingsniveau van een havenfaciliteit, wordt onverwijld aan de gezaghebber gemeld, alsmede aan de beveiligingsfunctionarissen van de desbetreffende havenfaciliteiten, opdat beveiligingsmaatregelen als bedoeld in het derde lid, kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 8
1.

De verhoging respectievelijk verlaging van het beveiligingsniveau van een of meer havenfaciliteiten wordt onverwijld medegedeeld aan de schepen die zich in de territoriale zee rond Bonaire, rond Sint Eustatius en rond Saba bevinden of kennis hebben gegeven van het voornemen de territoriale zee binnen te zullen varen, onder vermelding van:

2.

Schepen als bedoeld in het eerste lid, kunnen alle informatie, gegevens en inlichtingen, als bedoeld in het eerste lid, melden bij en ontvangen van de door het bestuurscollege in overeenstemming met Onze Minister aangewezen instantie.

§ 2.2

Artikel 9

[vervallen]

Hoofdstuk 3. Beveiliging havenfaciliteiten

§ 3.1. Beveiligingscertificaten

Artikel 10
1.

Elke havenfaciliteit gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba voldoet aan Voorschrift 10, eerste lid, en beschikt over een geldig beveiligingscertificaat, dat door de gezaghebber wordt verleend. Een beveiligingscertificaat heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de gezaghebber ontheffing verlenen van de verplichting te beschikken over een beveiligingscertificaat, mits de havenfaciliteit beschikt over een gelijkwaardige beveiligingsvoorziening waarmee hij heeft ingestemd.

3.

Goederen worden alleen overgeslagen van een schip in een ankerplaats of een redegebied, gelegen in de territoriale zee rond Bonaire, rond Sint Eustatius en rond Saba, indien de gezaghebber heeft ingestemd met een gelijkwaardige beveiligingsvoorziening.

4.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op het aan of van boord doen gaan van passagiers.

5.

Onder een gelijkwaardige beveiligingsvoorziening wordt in dit artikel verstaan een gelijkwaardige voorziening als bedoeld in Voorschrift 12, tweede lid.

6.

Het is de beheerder van een havenfaciliteit niet toegestaan een activiteit als bedoeld in Voorschrift 1.1.8 in zijn havenfaciliteit te verrichten of toe te laten dat deze wordt verricht, indien de beheerder niet in het bezit is van een geldig beveiligingscertificaat of een ontheffing.

Artikel 11
1.

In elk van de openbare lichamen kan een commissie inzake havenbeveiliging worden ingesteld.

2.

De commissie, bedoeld in het eerste lid, is belast met het adviseren aan de gezaghebber over:

Artikel 12
1.

De aanvraag voor een beveiligingscertificaat of de wijziging van beveiligingscertificaat dat reeds is verleend, wordt door de beheerder ingediend bij de gezaghebber van het openbaar lichaam waarin de havenfaciliteit is gelegen.

2.

In afwijking van het eerste lid, draagt het desbetreffende bestuurscollege er zorg voor dat de gegevens en informatie, bedoeld in artikel 13 aan de gezaghebber ter beschikking worden gesteld, indien het beheer van een havenfaciliteit behoort tot de zorg van het openbaar lichaam.

Artikel 13
1.

De aanvraag voor de afgifte of wijziging van een beveiligingscertificaat omvat in elk geval:

2.

De risico-analyse en het beveiligingsplan, bedoeld in het eerste lid, worden opgesteld in overeenstemming met paragraaf 15 respectievelijk paragraaf 16, van Deel A van de Code met inachtneming van de paragrafen 15 tot en met 18, van Deel B van de Code.

3.

Een beveiligingsplan als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan:

Artikel 14
1.

Een beveiligingscertificaat wordt in elk geval geweigerd, indien het voorgestelde beveiligingsplan niet voldoet aan paragraaf 16.3 van Deel A van de Code.

2.

Een beveiligingscertificaat kan worden geweigerd, indien naar het oordeel van de gezaghebber het voorgestelde beveiligingsplan in samenhang met geconstateerde relevante informatie, onvoldoende garantie biedt voor een afdoende beveiliging van de havenfaciliteit en de schepen die haar aandoen.

Artikel 15
1.

Een beveiligingscertificaat wordt door de gezaghebber ingetrokken, indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag zou hebben geleid.

2.

De gezaghebber kan een beveiligingscertificaat intrekken, indien de beheerder heeft gehandeld in strijd met het beveiligingsplan of heeft nagelaten te handelen in overeenstemming met dit plan.

Artikel 16
1.

Indien de gezaghebber constateert dat een havenfaciliteit niet voldoet aan het daarvoor vastgestelde beveiligingsplan, dan wordt de beheerder in de gelegenheid gesteld om binnen een door de gezaghebber vastgestelde termijn, de situatie in die havenfaciliteit wederom in overeenstemming te brengen met het beveiligingsplan.

2.

In afwijking van het eerste lid, draagt de gezaghebber er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in artikel 18, de situatie in de havenfaciliteit wederom in overeenstemming met het beveiligingsplan brengt, indien de havenfaciliteit in beheer is van het openbaar lichaam.

3.

Het bestuurscollege draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld te voldoen aan het tweede lid.

Artikel 17

De gezaghebber meldt onverwijld aan Onze Minister:

§ 3.2. Havenbeveiligingsfunctionaris

Artikel 18
1.

Elke havenfaciliteit gelegen in een openbaar lichaam beschikt over een havenbeveiligingsfunctionaris die door de beheerder van de havenfaciliteit wordt aangewezen.

2.

De gezaghebber wordt onverwijld in kennis gesteld van de aanwijzing.

3.

De beheerder stelt de havenbeveiligingsfunctionaris in staat en verschaft hem de middelen noodzakelijk voor het juist en tijdig vervullen van zijn taken en bevoegdheden ingevolge deze wet.

Artikel 19
1.

Een havenbeveiligingsfunctionaris is in elk geval belast met de uitvoering van paragraaf 17, onderdeel 2 en paragraaf 18 van Deel A van de Code.

2.

De havenbeveiligingsfunctionaris constateert na overleg met de officier belast met de beveiliging van een schip, op welk beveiligingsniveau het schip en de havenfaciliteit zich bevinden en of het beveiligingsniveau van de havenfaciliteit moet worden verhoogd.

3.

De havenbeveiligingsfunctionaris treedt onverwijld in overleg met de gezaghebber, indien naar zijn oordeel het beveiligingsniveau van een havenfaciliteit moet worden verhoogd.

Artikel 20
1.

De havenbeveiligingsfunctionaris is bevoegd maatregelen als bedoeld in paragraaf 14, onderdeel 6, van Deel A van de Code, toe te passen, indien dit naar zijn oordeel en gelet op de veiligheid van de havenfaciliteit, geen uitstel duldt.

2.

De gezaghebber wordt door de havenbeveiligingsfunctionaris onverwijld geïnformeerd over de getroffen maatregelen.

Artikel 21
1.

De beheerder is bevoegd van een ieder die om toegang tot een havenfaciliteit verzoekt, te eisen dat hij zich identificeert door middel van een geldig identiteitsbewijs. Een gelijke bevoegdheid bestaat ten aanzien van degene die zich in een havenfaciliteit bevindt.

2.

De beheerder is, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat, bevoegd van een ieder die zich in de havenfaciliteit bevindt, te eisen dat hij zich onderwerpt aan een onderzoek aan de kleding, en dat hij toestaat dat zijn persoonlijke bezittingen onderzocht worden. Indien mede toelating gevraagd wordt voor een voertuig, is de beheerder bevoegd dit eveneens te onderzoeken.

3.

De beheerder is bevoegd de toegang tot een havenfaciliteit te weigeren of daarvan kunnen laten verwijderen, degene die de veiligheid van de havenfaciliteit zou kunnen bedreigen dan wel niet voldoet aan een vordering als bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.

4.

De beheerder is bevoegd degene die zich in een havenfaciliteit bevindt, de verdere aanwezigheid aldaar te ontzeggen, indien deze weigert te voldoen aan een vordering als bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid of het tweede lid.

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5. Toezicht

Artikel 27
1.

Voor zover de medewerking wordt gevorderd van de openbare lichamen wijst het bestuurscollege de ambtenaren of personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van deze wet.

2.

Met het opsporen van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.