Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES

Type Wet Bes
Publication 2010-12-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Titel I. De justitiële documentatie

§ 1. Het registreren van gegevens

Artikel 1
1.

Er is een justitiële documentatiedienst, die belast is met het registreren van de door deze wet aangewezen justitiële gegevens.

2.

De registratie geschiedt, naar door deze wet gestelde regelen, in strafregisters en op strafkaarten.

3.

De leiding van de dienst berust bij Onze Minister van Justitie. De procureur-generaal is belast met het beheer van de strafregisters, en de officier van justitie met het beheer van de strafkaarten, ieder voor zijn bevoegdheidsgebied.

4.

Onze Minister van Justitie treft de nodige maatregelen opdat de gegevens, bedoeld in het tweede lid, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn. Hij verbetert of verwijdert de gegevens dan wel vult deze aan of schermt deze af indien hem blijkt dat deze onjuist of onvolledig zijn.

§ 2. De strafregisters

Artikel 2
1.

De strafregisters bestaan uit:

2.

Met veroordeling wordt gelijkgesteld het in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht BES bedoelde bevel van de rechter, dat de schuldige ter beschikking van de Regering zal worden gesteld, teneinde van harentwege te worden verpleegd.

3.

Met veroordeling wordt mede gelijkgesteld het in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht BES bedoelde bevel van de rechter, dat de schuldige ter beschikking van de Regering zal worden gesteld, hetzij zonder toepassing van straf, hetzij tezamen met een veroordeling tot gevangenisstraf als bedoeld in artikel 41ter van het Wetboek van Strafrecht BES.

4.

De strafregisters bestaan tevens uit de strafbladen van de omtrent natuurlijke personen gewezen onherroepelijke uitspraken of beslissingen krachtens welke tegen deze personen veroordelingen, door andere dan rechters in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gewezen, op Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen worden ten uitvoer gelegd, voor zover die veroordelingen zijn gewezen wegens feiten, die misdrijven opleveren, of ingevolge die uitspraken of beslissingen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba vrijheidsstraf, anders dan vervangende, moet worden ondergaan. Betreft het een persoon die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, dan geldt het voorgaande eveneens indien ingevolge de bedoelde uitspraak of beslissing de in het derde lid genoemde straffen of maatregelen moeten worden ondergaan.

Artikel 3
1.

Het strafblad vermeldt:

2.

Het strafblad vermeld tevens:

3.

Op de wijze door de procureur-generaal te bepalen wordt in de strafregisters aantekening gehouden van:

Artikel 4

Een strafblad wordt uit het strafregister verwijderd, indien na vernietiging van het gewijsde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Artikel 5
1.

Een strafblad wordt uit het strafregister verwijderd na verloop van een termijn van vier jaren.

2.

De termijn beloopt acht jaren, indien bij de veroordeling is opgelegd gevangenisstraf.

3.

Het voorgaande lid is niet van toepassing:

4.

Vervallen.

Artikel 6

De termijn, in het voorgaande artikel bedoeld, vangt aan op de dag na die, waarop de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Artikel 7
1.

De in artikel 5 bedoelde termijn wordt verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven.

2.

De termijn wordt mede verlengd met de duur van de verlenging van de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling, met de duur van de verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van de Regering of van de proeftijd van een voorwaardelijke terbeschikkingstelling van de Regering; indien het bevel dat de terbeschikkingstelling niet zal worden tenuitvoergelegd, wordt herroepen, wordt de termijn tevens verlengd met de duur van de terbeschikkingstelling van de Regering.

3.

De termijn loopt niet in de tijd gedurende welke de veroordeelde uit het gesticht of de inrichting, waarin hij zijn straf of maatregel ondergaat, ontvlucht is, of gedurende welke hij zich aan de tenuitvoerlegging heeft onttrokken.

Artikel 8
1.

Een strafblad wordt niet verwijderd zolang nog enig ander strafblad ten aanzien van de veroordeelde in het strafregister blijft geplaatst.

2.

Indien de veroordeelde vóór afloop van de in artikel 5 bedoelde termijn opnieuw wordt vervolgd of zal worden vervolgd, kan het gerecht, voor hetwelk de zaak wordt vervolgd, of zal worden vervolgd, op vordering van het openbaar ministerie gelasten, dat het strafblad niet wordt verwijderd alvorens over die strafzaak onherroepelijk is beslist.

Artikel 8a

In geval van tenuitvoerlegging op Bonaire, Sint Eustatius of Saba van een veroordeling, door een andere dan de rechter in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gewezen, vangt de in artikel 5 bedoelde termijn aan op de dag na die waarop die veroordeling onherroepelijk is geworden. De duur van de termijn wordt bepaald aan de hand van de bij de uitspraak of beslissing, krachtens welke de bovenbedoelde veroordeling op Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan worden ten uitvoer gelegd, opgelegde of uitvoerbaar geworden straf of maatregel.

§ 3. De strafkaarten

Artikel 9

Alle bij het parket van de officier van justitie binnengekomen processen-verbaal of politiële rapporten betreffende een persoon, worden geregistreerd op een ten name van die persoon gestelde strafkaart.

Artikel 10
1.

Op de wijze door Onze Minister van Justitie te bepalen worden op de strafkaart de volgende gegevens geregistreerd:

2.

Het model van de strafkaart zal door Onze Minister van Justitie worden vastgesteld.

Artikel 11

Een strafkaart wordt vernietigd:

§ 4. Het verstrekken van gegevens uit de justitiële documentatiedienst

Artikel 12
1.

Onze Minister van Justitie verstrekt inlichtingen uit het strafkaartsysteem en de strafregisters aan:

2.

De op grond van het voorgaande lid verkregen gegevens mogen uitsluitend ten behoeve der justitie worden gebruikt.

3.

Onze Minister van Justitie verstrekt voorts inlichtingen uit het strafkaartsysteem en de strafregisters aan bij ministeriële regeling aan te wijzen instellingen, die werkzaam zijn op het gebied van de reclassering en kinderbescherming, alsmede aan bij ministeriële regeling aan te wijzen psychiaters en psychologen, en aan de secretarissen van de voogdijraden, in die gevallen waarin dit nodig is voor het voorbereiden van enig rapport of het uitoefenen van enig toezicht.

4.

Tot het geven van inlichtingen als in dit artikel bedoeld is bevoegd de procureur-generaal en – voor zover betreft het strafkaartsysteem – mede de officier van justitie.

Artikel 13
1.

Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor de goede taakuitoefening van degene aan wie inlichtingen uit het strafkaartsysteem en de strafregisters worden verstrekt, kunnen bij ministeriële regeling personen of instanties die met een publieke taak zijn belast, worden aangewezen aan wie bedoelde inlichtingen worden verstrekt. Daarbij kunnen nadere voorschriften worden gegeven in verband met de verwerking en verdere verwerking.

2.

De inlichtingen worden niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

Artikel 14
1.

Onze Minister van Justitie verstrekt aan de gezaghebbers uittreksels uit de strafregisters ten dienste van de afgifte van de verklaringen omtrent het gedrag.

2.

De afgifte van deze uittreksels geschiedt door of namens de procureur-generaal.

Titel Ia. Rechten van de betrokkene op kennisneming en verbetering

Artikel 14a
1.

Onze Minister van Justitie deelt een ieder op diens verzoek binnen vier weken mede of en zo ja welke gegevens deze persoon betreffende in de strafregisters zijn vastgelegd.

2.

De mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt niet gedaan in schriftelijke vorm, tenzij het betreft een weigering om mededeling te doen.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verzoek en de wijze van kennisneming.

Artikel 14b
1.

Elke verstrekking van inlichtingen op grond van de artikelen 12 en 13 wordt vastgelegd en gedurende ten minste een jaar bewaard.

2.

Onze Minister van Justitie deelt een ieder op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende inlichtingen in het jaar voorafgaande aan het verzoek, zijn verstrekt.

Artikel 14c

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.