Wet merken BES

Type Wet Bes
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder «Onze Minister» verstaan: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 2

Alle stukken, gericht tot en uitgaande van Onze Minister, benevens de daarbij behorende volmachten en bewijsstukken, zijn vrij van recht van zegel en van de formaliteit van registratie.

Artikel 3

Indien het kantoor van Onze Minister gedurende de laatste dag van enige door of jegens Onze Minister in acht te nemen termijn is gesloten, wordt de termijn voor de toepassing van deze wet verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop het kantoor wederom is geopend.

Artikel 4

Ingeval de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES niet een rechter aanwijzen, voor wie de rechthebbende op een merk tot vaststelling van zijn recht of wegens inbreuk daarop kan worden opgeroepen, kan de verweerder voor het gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Curaçao, worden opgeroepen.

Hoofdstuk II. Individuele merken

Artikel 5
1.

Als individuele merken worden beschouwd de benamingen, tekeningen, afdrukken, stempels, letters, cijfers, vormen van waren of van verpakking en alle andere tekens, die dienen om de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden.

2.

Evenwel kunnen niet als merken beschouwd worden vormen die door de aard van de waar worden bepaald, die de wezenlijke waarde van de waar beïnvloeden of die een uitkomst op het gebied van de nijverheid opleveren.

Artikel 6

Onverminderd de bepalingen van het gemene recht, kan een geslachtsnaam als merk dienen.

Artikel 7
1.

Onverminderd de in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 of het Protocol van 27 juni 1989 (Trb. 1990, 44) bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891 vastgestelde rechten van voorrang dan wel het recht van voorrang voortvloeiend uit het Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom van 15 april 1994; bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, wordt het uitsluitend recht op een merk verkregen door het eerste depot, verricht bij Onze Minister of voortvloeiend uit een inschrijving bij het Internationaal Bureau voor de bescherming van de industriële eigendom, hetgeen wordt aangeduid als internationaal depot.

2.

Bij de beoordeling van de rangorde van het depot wordt rekening gehouden met de op het tijdstip van het depot bestaande en ten tijde van het geding gehandhaafde rechten op:

Artikel 8

Er wordt geen recht op een merk verkregen door:

Artikel 9
1.

Het recht op het merk vervalt:

2.

Het recht op het merk wordt, binnen de in artikel 25, vierde lid, gestelde grenzen, vervallen verklaard:

3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt onder gebruik van het merk mede verstaan:

Artikel 10
1.

Het depot van een merk geschiedt bij Onze Minister, met inachtneming van de vereisten en tegen betaling van de rechten, bepaald bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Onze Minister onderzoekt of de overgelegde stukken aan de voor het vaststellen van een datum van depot gestelde vereisten voldoen en stelt de datum van depot vast. Aan de deposant wordt zo spoedig mogelijk, schriftelijk mededeling gedaan van de vastgestelde datum van depot dan wel van de gronden voor het niet toekennen van een depotdatum.

2.

Indien bij het depot niet is voldaan aan de overige in algemene maatregel van bestuur, gestelde vereisten geeft Onze Minister hiervan zo spoedig mogelijk, schriftelijk kennis aan de deposant onder opgave van de voorschriften waaraan niet is voldaan en stelt hem in de gelegenheid daaraan alsnog te voldoen binnen een bij algemene maatregel van bestuur, gestelde termijn.

3.

Het depot vervalt, indien niet binnen de gestelde termijn voldaan is aan de bepalingen van algemene maatregel van bestuur.

4.

Onze Minister maakt de akte van depot op met vermelding van het tijdstip waarop dit werd verricht, schrijft deze akte, onverminderd het bepaalde bij artikel 18 en 19 onverwijld in het register in voor de door deposant vermelde waren of diensten en verstrekt een bewijs van inschrijving aan de merkhouder.

5.

De wettelijke datum van inschrijving is die van het depot.

6.

In voorkomende gevallen vermeldt de inschrijving de datum en de grondslag van het ingeroepen recht van voorrang.

7.

Het op artikel 4 van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 of op de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom van 15 april 1994; bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie gegronde beroep op voorrang wordt gedaan bij het depot of bij een bijzondere verklaring af te leggen bij Onze Minister, in de maand volgende op het depot, met inachtneming van de vormvereisten en tegen betaling van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bepaalde rechten. Het ontbreken van een dergelijk beroep doet het recht op voorrang vervallen.

Artikel 18

De internationale depots geschieden volgens de bepalingen van het Protocol van 27 juni 1989 (Trb. 1990, 44) bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891. De nationale rechten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, alsmede de rechten bedoeld onder artikel 8, zevende lid, onderdeel a, van het voorgenoemde Protocol, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald.

Artikel 19

Onze Minister schrijft de internationale depots in ten aanzien waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 20
1.

De inschrijving van een depot heeft een geldigheidsduur van 10 jaren, te rekenen van de datum van het depot.

2.

Het teken waaruit het merk bestaat mag niet worden gewijzigd, noch gedurende de inschrijving, noch ter gelegenheid van de vernieuwing daarvan.

3.

De inschrijving wordt op verzoek vernieuwd, voor verdere termijnen van 10 jaren, met inachtneming van de vormvereisten en tegen betaling van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bepaalde rechten.

4.

De vernieuwing moet worden verzocht binnen de zes maanden, die aan het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving voorafgaan. Nochtans kan tegen betaling van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bepaalde extra rechten vernieuwing plaatsvinden die verzocht is binnen de zes maanden die volgen op de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving.

5.

De vernieuwing werkt van de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur af.

6.

Onze Minister schrijft de vernieuwingen in.

Artikel 21
1.

Het uitsluitend recht op een merk kan, onafhankelijk van de overdracht van de onderneming of een deel daarvan, overgaan of voorwerp van een licentie zijn voor alle of een deel van de waren of diensten, waarvoor het merk is gedeponeerd.

2.

Nietig is:

3.

Het uitsluitend recht op een merk kan door de merkhouder ingeroepen worden tegen een licentiehouder die handelt in strijd met de bepalingen van de licentie-overeenkomst inzake de duur daarvan, de door de inschrijving gedekte vorm waarin het merk mag worden gebruikt, de waren waarvoor de licentie is verleend, het grondgebied waarbinnen het merk mag worden aangebracht of de kwaliteit van de door de licentiehouder in het verkeer gebrachte waren.

4.

De overdracht of andere overgang of de licentie kan niet aan derden worden tegengeworpen dan na inschrijving van het depot van een uittreksel der akte, waaruit van die overgang of die licentie blijkt, of van een daarop betrekking hebbende, door de betrokken partijen ondertekende verklaring, mits dit depot is verricht met inachtneming van de gestelde vormvereisten en tegen betaling van de rechten, bepaald bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Het in de vorige volzin bepaalde is van overeenkomstige toepassing op pandrechten en beslagen.

5.

De licentiehouder is bevoegd in een door de merkhouder ingestelde vordering als bedoeld in artikel 23, derde en vierde lid, tussen te komen om rechtstreeks door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen. Een zelfstandige vordering als bedoeld in de vorige volzin kan de licentiehouder slechts instellen, indien hij de bevoegdheid daartoe van de merkhouder heeft bedongen.

Artikel 22
1.

Niemand kan, welke vordering hij ook instelt, in rechte bescherming inroepen voor een teken, dat als merk beschouwd wordt in de zin van artikel 5, tenzij hij het op regelmatige wijze heeft gedeponeerd en zo nodig de inschrijving ervan heeft doen vernieuwen. De niet-ontvankelijkheid kan ambtshalve door de rechter worden uitgesproken. Zij wordt opgeheven door depot of vernieuwing tijdens het geding. In geen geval kan schadevergoeding worden toegekend voor aan het depot voorafgaande feiten.

2.

De bepalingen van deze wet laten onverlet het recht van gebruiker van een teken, dat niet als merk wordt beschouwd in de zin van artikel 5, om de bepalingen van het gemene recht in te roepen voor zover dit toestaat zich te verzetten tegen onrechtmatig gebruik van dit teken.

Artikel 23
1.

Onverminderd de toepassing van het gemene recht betreffende de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan de merkhouder zich op grond van zijn uitsluitend recht verzetten tegen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.