Wet aansprakelijkheid olietankschepen BES

Type Wet Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Deze wet is van toepassing op schade door verontreiniging veroorzaakt op het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, daaronder begrepen de territoriale zee, en in de exclusieve economische zone van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of, zolang een zodanige zone niet is ingesteld, binnen het gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dat zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijl van de basislijnen waarvan de breedte van de territoriale zee wordt gemeten, alsmede op preventieve maatregelen, waar ook genomen, ter voorkoming of ter beperking van zodanige schade.

2.

Deze wet is mede van toepassing op aansprakelijkheid wegens voorvallen ten tijde dat het schip, in verband met het vervoer, zich bevindt op een laad- of losplaats, in een haven of op een binnenwater in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

Het bepaalde bij of krachtens deze wet is niet van toepassing op oorlogsschepen of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een staat ten tijde dat zij uitsluitend worden gebruikt in dienst van de overheid voor andere dan handelsdoeleinden.

Hoofdstuk II. De aansprakelijkheid wegens schade door verontreiniging en de beperking van aansprakelijkheid

Artikel 3
1.

De eigenaar van het schip op het tijdstip van het voorval of, zo het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten, op het tijdstip van het eerste feit, is aansprakelijk voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door het schip als gevolg van het voorval.

2.

De eigenaar is niet aansprakelijk indien hij bewijst dat de schade:

3.

Indien de eigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te veroorzaken of van de schuld van die persoon, kan de eigenaar geheel of gedeeltelijk worden ontheven van zijn aansprakelijkheid tegenover die persoon.

4.

Voor schade door verontreiniging kan de eigenaar niet uit anderen hoofde worden aangesproken.

5.

Voor schade door verontreiniging kunnen, onverminderd het in het zesde lid bepaalde, noch uit hoofde van deze wet noch uit anderen hoofde worden aangesproken:

6.

De eigenaar heeft een recht van verhaal op derden die voor de schade uit anderen hoofde, anders dan uit overeenkomst, jegens de benadeelden aansprakelijk zijn. Voor zover niet anders is overeengekomen, heeft hij op de in het vijfde lid genoemde, van aansprakelijkheid vrijgestelde personen echter geen recht van verhaal, tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

Artikel 4

Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging is ontstaan, zijn de eigenaren van alle betrokken schepen, tenzij zij ingevolge artikel 3 van aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is. Op de onderlinge verhouding van de eigenaren van de betrokken schepen is artikel 545, derde lid, laatste volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5
1.

De eigenaar van een schip kan zijn aansprakelijkheid uit hoofde van deze wet per voorval beperken tot een totaal bedrag dat als volgt wordt berekend:

met dien verstande dat dit bedrag 59,7 miljoen rekeneenheden niet te boven gaat.

2.

De eigenaar kan zijn aansprakelijkheid niet overeenkomstig het voorgaande lid beperken, indien de schade door verontreiniging het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

3.

De in het eerste lid genoemde rekeneenheid is het bijzondere trekkingsrecht, zoals dit is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds.

4.

De brutotonnage van het schip wordt berekend overeenkomstig de voorschriften voor de meting, vervat in Bijlage I van het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969 (P.B. 1981, no. 159).

Artikel 6
1.

Teneinde zich te kunnen beroepen op de in artikel 5 bedoelde beperking van aansprakelijkheid vormt de eigenaar een fonds bij het in artikel 10 bedoelde gerecht, tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid. Het fonds wordt gevormd door het storten van een geldsom of het stellen van een door het gerecht goed te keuren bankgarantie of andere financiële zekerheid.

2.

Heeft de eigenaar een fonds gevormd en is hij gerechtigd zijn aansprakelijkheid te beperken, dan is ter zake van vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging gegrond op dat voorval, geen verhaal meer mogelijk op andere goederen van de eigenaar, indien het fonds werkelijk beschikbaar is tot voldoening van die vorderingen.

Artikel 7

Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar, één van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers, een verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, of enige andere persoon die er belang bij had de schuld van de eigenaar te voldoen, in verband met het voorval een vergoeding terzake van schade door verontreiniging heeft betaald, dan subrogeert deze persoon, tot het bedrag dat hij heeft betaald, in de rechten die de door hem schadeloos gestelde persoon op grond van deze wet zou hebben gehad.

Artikel 8
1.

Vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de eigenaar overeenkomstig artikel 5, tweede lid, niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zich beroepen op de in artikel 5 bedoelde beperking van aansprakelijkheid.

2.

De verweerder komen alle verweermiddelen toe die de eigenaar tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de eigenaar surséance van betaling is verleend, of dat deze zich in staat van faillissement of vereffening bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit, dat de schade door verontreiniging is veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de eigenaar zelf. Andere verweermiddelen welke hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de eigenaar tegen hem ingestelde vordering komen hem niet toe.

3.

De verweerder kan de eigenaar steeds in het geding roepen.

4.

Een verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, kan in diens plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 een fonds vormen, zelfs indien ingevolge het bepaalde in artikel 5, tweede lid, de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken. De vorming van dit fonds heeft dezelfde rechtsgevolgen als de vorming van een fonds door de eigenaar, doch in geval de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken ingevolge het bepaalde in artikel 5, tweede lid, blijven de rechten van de schuldeisers, voor zover zij niet uit het fonds bevredigd zijn, tegenover de eigenaar onverlet en treden die rechtsgevolgen alleen in ten aanzien van degene die het fonds vormde.

Artikel 9

Het recht op schadevergoeding uit hoofde van deze wet vervalt, wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop de schade is ontstaan een rechtsvordering ter zake is ingesteld, doch in ieder geval nadat zes jaar zijn verstreken na de datum van het voorval waaruit de schade is ontstaan. Indien het voorval bestond uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, loopt de termijn van zes jaren na de dag waarop het eerste van die feiten plaatsvond.

Hoofdstuk III. De vorderingen ter zake van schade door verontreiniging en de verdeling van het fonds

Artikel 10

Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen tot schadevergoeding van schade door verontreiniging uit hoofde van het Verdrag en van deze wet is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij uitsluiting bevoegd het Gerecht in eerste aanleg van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire.

Artikel 11
1.

Degene die gebruik wenst te maken van de bevoegdheid tot beperking van zijn aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, verzoekt het gerecht het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt vast te stellen en te bevelen, dat tot een procedure ter verdeling van dit bedrag wordt overgegaan.

2.

Op het verzoek en de procedure ter verdeling zijn de artikelen 642a, tweede tot en met vierde lid, 642b tot en met 642d, 642e, eerste lid, 642f tot en met 642t, eerste lid, en 642u tot en met 642z van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het geval van artikel 642e, eerste lid, de rechter de opheffing van de gelegde conservatoire beslagen dan wel teruggave van reeds gegeven zekerheid moet bevelen. Het fonds wordt verdeeld onder de schuldeisers in evenredigheid met de bedragen van hun erkende vorderingen. Indien het bedrag van alle vorderingen het door het gerecht vastgestelde bedrag overtreft, worden de vorderingen naar evenredigheid gekort.

3.

De vorderingen van de eigenaar ter zake van door hem vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging, staan in rang gelijk met andere vorderingen op het fonds.

4.

De in artikel 5 bedoelde rekeneenheid wordt omgerekend in de munteenheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties op de dag, waarop de eigenaar voldoet aan een ingevolge het artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES gegeven bevel tot storting of tot zekerheidstelling, en volgens de op die dag geldende koers.

Artikel 12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.