Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- b. ingezetene: degene die in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont;
- c. inspecteur: de bij regeling van Onze Minister van Financiën als zodanig aangewezen functionaris;
- d. ontvanger: de bij regeling van Onze Minister van Financiën als zodanig aangewezen functionaris;
- e. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Artikel 2
Waar iemand woont, wordt naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld, voor zover in de volgende leden niet anders is bepaald.
Degenen, die de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba als woonplaats verlaten, maar binnen een jaar zich daar opnieuw vestigen, worden geacht ook tijdens hun afwezigheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba te hebben gewoond, tenzij blijkt, dat zij tijdens hun afwezigheid op het grondgebied van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van een andere Mogendheid hebben gewoond.
Degenen, die tijdelijk binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verblijven, maar hetzij Nederland, Aruba Curaçao of Sint Maarten als woonplaats hebben, hetzij geacht worden daar te wonen op grond van de daar geldende wetgeving inzake de inkomstenbelasting, worden als niet binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba wonend beschouwd, indien hun verblijf minder dan een jaar duurt.
Onze Minister kan bepalen dat schepen en luchtvaartuigen, die binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba hun thuishaven hebben, voor zover het de woonplaats van de bemanning betreft, als deel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba worden beschouwd.
Artikel 3
Voor de toepassing van deze wet wordt met overlijden gelijk gesteld vermoedelijk overlijden.
Artikel 3a
De bepalingen van deze wet voor weduwen zijn van overeenkomstige toepassing op weduwnaars.
Artikel 4
Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet, met dien verstande, dat de heffing van de premie geschiedt door de inspecteur en de invordering daarvan door de ontvanger.
Voor zover de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering geschiedt door Onze Minister, kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld voor de te voeren administratie en de registratie van de verzekerden.
Artikel 5
Vervallen
Hoofdstuk II. Kring van de verzekerden
Artikel 6
Verzekerd op grond van de bepalingen van deze wet is degene, die de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt, indien hij:
- a. ingezetene is;
- b. geen ingezetene is, doch wiens zuiver inkomen geheel of nagenoeg geheel binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba aan de heffing van inkomstenbelasting of loonbelasting is onderworpen;
- c. geen ingezetene is en evenmin geacht kan worden blijvend buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba te wonen, maar voor buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verrichte arbeid wedde of loon geniet ten laste van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of Curaçao, Aruba of Sint Maarten, mits hij Nederlander is.
Niet verzekerd is degene, die niet geacht kan worden blijvend binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba te wonen en die terzake van binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verrichte arbeid wedde of loon geniet ten laste van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van een andere Mogendheid.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen personen die niet op grond van het eerste lid zijn verzekerd als verzekerden op grond van deze wet worden aangemerkt.
Bij algemene maatregel van bestuur kan van het eerste lid worden afgeweken:
- a. ten aanzien van vreemdelingen;
- b. ten aanzien van personen, op wie een overeenkomstige regeling buiten de de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba van toepassing is;
- c. ten aanzien van personen die tijdelijk op Bonaire, Sint Eustatius of Saba verblijven of tijdelijke werkzaamheden op Bonaire, Sint Eustatius of Saba verrichten;
- d. ten aanzien van echtgenoten en overige gezinsleden van de in het tweede lid en in de onderdelen a, b en c bedoelde personen.
Indien een verzekerde ophoudt verzekerde te zijn, eindigt zijn verzekering voor wat de aanspraken op weduwen- en wezenpensioen betreft, voor zover niet reeds een overeenkomstige regeling buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba op hem van toepassing is, niet eerder dan zes weken na de dag met ingang van welke hij heeft opgehouden verzekerde te zijn.
Hoofdstuk III
§ 1. Het recht op weduwen- en wezenpensioen
Artikel 7
De weduwe van een verzekerde heeft, zolang zij de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES niet bereikt heeft, recht op een weduwenpensioen op grond van deze wet.
Artikel 8
Geen recht op weduwenpensioen heeft de weduwe:
- a. wier echtgenoot vóór het bereiken van de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES nimmer verzekerd is geweest;
- b. wier echtgenoot op de dag van de huwelijkssluiting de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES had bereikt of overschreden, tenzij de weduwe met deze echtgenoot, vóórdat hij de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES had bereikt, reeds eerder gehuwd is geweest;
- c. die veroordeeld is terzake van het ombrengen van haar echtgenoot;
- d. die een uitreiziger is.
Het bepaalde in het voorgaande lid onder a en b blijft buiten toepassing, indien de weduwe, indien zij niet was hertrouwd, recht op weduwenpensioen zou hebben.
Voor de weduwe, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, herleeft, onverminderd de bepalingen van deze wet, het recht op weduwenpensioen op de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat zij zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Artikel 9
Op grond van deze wet hebben, zolang zij de leeftijd van 15 jaar niet hebben bereikt, recht op wezenpensioen:
- a. na het overlijden van een verzekerde man: de kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking stond alsmede de door hem verwekte kinderen tot wie hij niet in familierechtelijke betrekking stond die als gevolg van zijn overlijden vaderloos zijn geworden;
- b. na het overlijden van een verzekerde vrouw: haar eigen kinderen, die als gevolg van haar overlijden moederloos zijn geworden;
- c. na het overlijden van een verzekerde man: de kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking stond alsmede de door hem verwekte kinderen tot wie hij niet in familierechtelijke betrekking stond die als gevolg van zijn overlijden ouderloos zijn geworden;
- d. na het overlijden van een verzekerde vrouw: haar eigen kinderen, die als gevolg van haar overlijden ouderloos zijn geworden.
Ingeval van kinderen tot wie de verzekerde vader niet in familierechtelijke betrekking stond is het eerste lid, onderdelen a en c, van toepassing indien:
- a. de verzekerde vader ten tijde van zijn overlijden onderhoudsplicht op grond van artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES is opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte onderhoudsplicht is erkend; of
- b. zij in een gezinsverband met de overleden verzekerde man samen leefden.
Kinderen zonder familierechtelijke betrekkingen met een vader die niet aangemerkt kunnen worden als kinderen als bedoeld in het tweede lid worden gelijkgesteld met kinderen die als gevolg van het overlijden van de moeder ouderloos zijn geworden, voor zolang geen wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden.
Onze Minister kan bepalen dat met kinderen als bedoeld in het eerste lid worden gelijkgesteld kinderen, die nog geen 15 jaar oud zijn, die ouderloos zijn of wier ouders onbekend zijn of in geval het kinderen zonder familierechtelijke betrekkingen met een vader betreft, wier moeder is overleden en over wie de overleden verzekerde de pleegouderlijke zorg uitoefende.
Op grond van deze wet hebben, zolang zij de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt, recht op wezenpensioen zij die de leeftijd van 15 jaar reeds hebben bereikt, doch overigens voldoen aan het eerste lid, indien:
- a. hun tijd behoudens in geval van ziekte of vakantie geheel of grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding;
- b. zij ten gevolge van ziekte of gebreken blijvend buiten staat zijn om met arbeid, die voor hun krachten is berekend één derde te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van gelijke leeftijd en van soortgelijke bekwaamheid in staat zijn met arbeid te verdienen.
De kinderen tot wie de verzekerde man niet in familierechtelijke betrekking stond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, hebben recht op wezenpensioen indien de wettelijke vertegenwoordiger van voornoemde kinderen ten genoegen van Onze Minister schriftelijk heeft aangetoond dat deze kinderen in een gezinsverband met de overleden verzekerde man samen leefden.
Artikel 10
Geen recht op wezenpensioen bestaat indien de verzekerde aan wiens overlijden het recht daarop zou worden ontleend vóór het bereiken van de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES nimmer verzekerd is geweest.
§ 2. De bedragen van het weduwen- en het wezenpensioen
Artikel 11
Het weduwenpensioen per maand bedraagt voor de weduwe:
- a. jonger dan 40 jaar: USD 163 per 1 januari 2026: USD 729, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 723, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 727, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 723, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- b. van 40 tot en met 48 jaar: USD 222 per 1 januari 2026: USD 955, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 948, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 952, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 948, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- c. van 49 tot en met 57 jaar: USD 278 per 1 januari 2026: USD 1.195, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 1.186, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 1.192, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 1.186, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- d. van 58 tot de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES: USD 365 per 1 januari 2026: USD 1.576, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire; per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius; per 1 januari 2026: USD 1.571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Verhoging van het pensioenbedrag gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die, waarin het recht op verhoging is ontstaan.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het weduwenpensioen voor een weduwe die invalide is of die een of meer kinderen heeft die tot haar last komen en recht hebben op wezenpensioen, USD 365
per 1 januari 2026: USD 1.576, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire;
per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius;
per 1 januari 2026: USD 1.571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en
per 1 januari 2026: USD 1.563, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
per maand.
Een weduwe is invalide, indien zij door een ziekte of gebrek blijvend buiten staat geacht moet worden om met arbeid, die voor haar krachten en bekwaamheid is berekend de helft te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde vrouwen van soortgelijke bekwaamheid met arbeid gewoonlijk verdienen.
Onze Minister trekt een weduwenpensioen, toegekend terzake van invaliditeit in met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand, waarin de weduwe geacht wordt niet langer invalide te zijn.
Onze Minister is bevoegd uitkering van weduwenpensioen voor invaliditeit te weigeren, indien de weduwe, die een dergelijk pensioen geniet, zonder deugdelijke grond weigert zich aan een door Onze Minister gewenst geneeskundig onderzoek te onderwerpen.
Artikel 12
Het wezenpensioen bedraagt voor een kind, dat door het overlijden van de verzekerde ouderloos is geworden, USD 134
per 1 januari 2026: USD 575, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire;
per 1 januari 2026: USD 571, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius;
per 1 januari 2026: USD 573, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en
per 1 januari 2026: USD 571, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
per maand, indien het jonger is dan tien jaar en USD 146
per 1 januari 2026: USD 630, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire;
per 1 januari 2026: USD 625, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius;
per 1 januari 2026: USD 628, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en
per 1 januari 2026: USD 625, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
per maand indien het tien jaar of ouder, doch nog geen 15 jaar is.
Het wezenpensioen bedraagt voor een kind, dat door het overlijden van de verzekerde vaderloos onderscheidenlijk moederloos is geworden, USD 132
per 1 januari 2026: USD 528, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire;
per 1 januari 2026: USD 524, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius;
per 1 januari 2026: USD 526, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba; en
per 1 januari 2026: USD 524, indien belanghebbende woonachtig is buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
per maand, indien het jonger is dan tien jaar en USD 134
per 1 januari 2026: USD 575, indien belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.