Wet studiefinanciering BES
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
Deze wet en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften verstaan onder:
- jongelieden: jongelieden van Nederlandse nationaliteit die:
- a. geboren zijn in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, met dien verstande dat het kind, wiens ouders op het tijdstip der geboorte van dat kind de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba tijdelijk hadden verlaten, geacht wordt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba te zijn geboren, indien de afwezigheid der ouders korter dan een jaar heeft geduurd;
- b. geboren zijn buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, doch wier vader of moeder in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba is geboren;
- c. geboren zijn buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, doch wier vader of moeder tien jaren of langer woonplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft gehad in de zin van het Burgerlijk Wetboek BES;
- Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- ouders: ouders, voogden en verzorgers;
- verzorgers: meerderjarige personen, die, geen ouders of voogden zijnde, kinderen van anderen als eigen kinderen onderhouden en opvoeden, elk afzonderlijk geval door Onze Minister te beoordelen;
- pleegkinderen: kinderen die door verzorgers als eigen kinderen worden onderhouden en opvoeden, elk afzonderlijk geval door Onze Minister te beoordelen;
- studie: studie of opleiding;
- eigen bijdrage: de ouderlijke bijdrage of de bijdrage van de meerderjarige student.
Artikel 2
Overeenkomstige de bepalingen van deze wet kunnen aan jongelieden ten laste van ’s Rijks kas studietoelagen worden verleend, teneinde hen in de gelegenheid te stellen hetzij de Rechtshogeschool te Willemstad op Curaçao, hetzij de opleiding van Leraren bij het voorgezet onderwijs, uitgaande van het Departement van Onderwijs, hetzij het Hoger Technisch Onderwijs op Curaçao, hetzij elders een in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba dan wel op Curaçao of Sint Maarten, niet bestaande onderwijsinrichting te bezoeken of een opleiding te volgen, wanneer dit in het belang van de gemeenschap op Bonaire, Sint Eustatius of Saba is dan wel de kwaliteiten van gegadigden dit billijken.
Bij het verlenen van studietoelagen wordt mede rekening gehouden met de huidige en toekomstige behoeften aan werkkrachten voor ambten, beroepen of bedrijven.
Artikel 3
Aan de jongelieden kunnen studietoelagen worden verleend:
- a. voor het geval het minderjarigen betreft, indien hun ouders op het tijdstip van het toekennen van een studietoelage hun woonplaats hebben in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de zin van het Burgerlijk Wetboek BES;
- b. voor het geval het meerderjarigen betreft, indien zij de leeftijd van vijfentwintig jaar niet hebben overschreden op het tijdstip, dat het genot van de studietoelage aanvangt.
Artikel 4
De studietoelage wordt, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, slechts verleend, indien de studie in Nederland wordt gevolgd.
Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel geldt niet:
- a. wanneer het betreft de studie aan de Rechtshogeschool te Willemstad op Curaçao;
- b. wanneer het betreft de opleiding van leraren bij het voortgezet onderwijs;
- c. wanneer het betreft het Hoger Technisch Onderwijs op Curaçao;
- d. indien oorlog, oorlogsgevaar of ander buitengewone omstandigheden het niet mogelijk of niet raadzaam maken, de studie in Nederland te doen volgen.
Ook buiten de gevallen in het tweede lid, onder d van dit artikel bedoeld kan worden toegestaan de studie elders in het Koninkrijk of in het buitenland te volgen, indien de aard van de voorgenomen studie dit wenselijk of noodzakelijk maakt.
Artikel 5
De studietoelage wordt bepaald op het bedrag van de kosten per jaar van eigen onderhoud en studie van de student.
De studietoelage kan niet meer dan USD 2240 per jaar bedragen, met dien verstande dat, indien uit andere hoofde dan overeenkomstig de bepalingen deze wet van studietoelage wordt genoten, een aanvullende studietoelage wordt genoten, een aanvullende studietoelage kan worden verleend tot een zodanig bedrag, dat het totaal het bedrag van vierduizend gulden per jaar niet te boven gaat. De bedragen, genoemd in de vorige zin, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden verhoogd.
Bij het verlenen van studietoelage kunnen aan de student een tegemoetkoming van ten hoogste USD 224 in uitrustingskosten, alsmede de vergoeding van de reiskosten heen en terug naar het land waar de studie zal worden gevolgd, worden toegekend. Een student aan de Rechtshogeschool te Willemstad, of een student aan een opleiding van leraren bij het voortgezet onderwijs in een van de eilandgebieden van de voormalige Nederlandse Antillen, of een student in opleiding bij het Hoger Technisch Onderwijs op Curaçao afkomstig van een ander eilandgebied van de voormalige Nederlandse Antillen, komt in aanmerking voor vergoeding der reiskosten heen en terug.
Van de tegemoetkoming in uitrustingskosten kan ten hoogste een vierde aan de gegadigde worden uitgekeerd; het resterende bedrag wordt aan de in artikel 16 bedoelde gemachtigde ter beschikking gesteld.
Om voor de vergoeding van reiskosten in aanmerking te komen moet de student zich ten aanzien van de reis houden aan de aanwijzingen, door Onze Minister te geven.
Artikel 6
De ouders der studenten zijn een bijdrage per jaar verschuldigd in de kosten van onderhoud en studie volgens regelen, bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen.
Indien een studietoelage is verleend aan een meerderjarige die eigen inkomsten heeft, beslist Onze Minister of, en zo ja welk bedrag, door de student zelf kan worden bijgedragen in de kosten van zijn onderhoud en studie.
Artikel 6a
Aan jongelieden, die op grond van deze wet in het genot zijn van een studietoelage kunnen volgens regelen bij algemene maatregel van bestuur te stellen, ten laste van ’s Rijks kas kas voor studiedoeleinden renteloze voorschotten worden verleend.
Artikel 7
Onze Minister benoemt een studietoelagencommissie, bestaande uit ten minste vijf leden. De leden worden telkens voor vier jaren benoemd. De aftredende leden zijn aanstonds herbenoembaar.
Aan de studietoelagencommissie wordt door Onze Minister een secretaris toegevoegd.
Indien in een vergadering der studietoelagencommissie door een lid stemming wordt gevraagd inzake het al dan niet voordragen van een gegadigde voor een studietoelage aan Onze Minister, geschiedt dit schriftelijk.
Hoofdstuk 2. Samenstelling, toekenning en duur studiefinanciering BES en opstarttoelage
Artikel 8
Telkenjare wordt in de maand januari van Rijkswege kennis gegeven van de mogelijkheid tot het aanvragen van studietoelagen.
De aanvragen om een studietoelage worden ingediend bij Onze Minister.
Bij beschikking van Onze Minister worden nadere voorschriften gegeven omtrent de uitvoering van dit artikel en omtrent de bij het verzoekschrift over te leggen stukken.
Artikel 9
Indien de vereiste stukken niet volledig zijn overgelegd, stelt de voorzitter van de studietoelagencommissie de aanvrager alsnog in de gelegenheid, des stukken binnen twee weken aan te vullen.
Artikel 10
Indien de overgelegde stukken volledig zijn en de gegadigde voldoet aan het bepaalde in artikel 3:
- a. wint de voorzitter van de studietoelagencommissie bij de hoofden van de onderwijsinrichtingen welke de gegadigde heeft bezocht, inlichtingen in omtrent diens aanleg, geschiktheid, ijver en gedrag;
- b. gaat de voorzitter van de studietoelagencommissie na, welk bedrag nodig zal zijn om de kosten van onderhoud en studie te dekken;
- c. verzoekt de voorzitter van de studietoelagencommissie Onze Minister de eigen bijdrage overeenkomstig de regelen bedoeld inartikel 6 te doen berekenen, zulks met inachtneming van het vastgestelde bedrag der kosten van onderhoud en studie.
Artikel 11
[vervallen]
Artikel 12
De studietoelagencommissie beoordeelt:
- a. of het al dan niet mogelijk is de voorgenomen studie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan wel Curaçao of Sint Maarten te volgen;
- b. of de gekozen inrichting (inrichtingen) van onderwijs genoegzame waarborgen biedt (bieden) voor doeltreffend onderricht om het beoogde doel binnen redelijke tijd te bereiken;
- c. of verwacht mag worden, dat de gegadigde de voorgenomen studie in de normale studie tijd met goed gevolg zal voleindigen.
Indien een studietoelage wordt gevraagd voor studie buiten Nederland op grond van het derde lid van artikel 4, dan beoordeelt de studietoelagencommissie of de aard van de voorgenomen studie het wenselijk of noodzakelijk maakt haar in het opgegeven land te volgen.
Artikel 13
Zodra de studie toelagencommissie haar werkzaamheden als bedoeld in artikel 12 heeft beëindigd, deelt zij haar bevindingen schriftelijk aan Onze Minister mede onder vermelding of zij de gegadigde al dan niet voordraagt tot het verlenen van een studietoelage.
Indien de gegadigde in aanmerking komt voor een studietoelage, kent Onze Minister hem deze toelage bij beschikking toe. Indien de gegadigde niet in aanmerking komt voor een studietoelage, doet Onze Minister hiervan mededeling aan de aanvrager.
Artikel 14
In de beschikking tot het verlenen van een studietoelage wordt het tijdstip waarop het genot van de studietoelage aanvangt bepaald; dit tijdstip zal niet vallen vόόr de dag waarop de gegadigde, indien hij meerderjarig is, of zo hij minderjarig is diens ouders, zich bij onderhandse akte hebben verbonden tot het nakomen van de in deze wet bepaalde en in de beschikking te noemen verplichtingen.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde onderhandse akte wordt geregistreerd.
In de beschikking worden tevens vermeld:
- a. het bedrag per jaar waarop de studietoelage wordt bepaald, alsmede de termijn(en) waarin dit bedrag zal worden uitgekeerd;
- b. de eventuele tegemoetkoming in uitrustingskosten;
- c. de eventuele vergoeding van de reiskosten;
- d. het bedrag per jaar van de eventuele eigen bijdrage;
- e. de inrichting of inrichtingen van onderwijs waar de studie zal worden gevolgd; deze inrichting(en) kan (kunnen), zo daartoe aanleiding bestaat, in algemene zin worden aangeduid;
- f. de in artikel 16 bedoelde gemachtigde, indien het een studie in het buitenland betreft;
- g. eventueel de bijzondere voorwaarden, aan de toekenning van de studietoelage te verbinden.
Een studietoelage wordt verleend voor de duur of verdere duur van de voorgenomen studie.
Artikel 15
Zodra de studietoelage is verleend, legt Onze Minister schriftelijk het bedrag der eigen bijdrage vast, met vermelding van de betalingstermijnen en de vervaldata.
Onze Minister kan dit bedrag zonodig door middel van een dwangschrift invorderen.
Hoofdstuk III. Voorzieningen gedurende de studie
Artikel 16
Voor iedere student die buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba studeert, wordt een gemachtigde aangewezen, woonachtig in het land waar de studie wordt gevolgd. Deze gemachtigde houdt namens Onze Minister toezicht op de vorderingen van de student en verleent deze de bijstand die hij behoeft.
De gemachtigde mag niet verbonden zijn aan de studieinrichting, welke de belanghebbende bezoekt.
De gemachtigde kan tevens als vertegenwoordiger der ouders optreden, indien deze dit verlangen.
De gemachtigde brengt regelmatig, in elk geval na het einde van elk schooljaar of cursusjaar, verslag uit aan Onze Minister omtrent de vorderingen, het bedrag en de ijver van de student en omtrent de uit diens studietoelage gedane ontvangsten en uitgaven.
Onze Minister zorgt dat de student of indien deze in het buitenland studeert diens studietoelage tijdig ter beschikking wordt gesteld van de gemachtigde, die zorg draagt, dat de kosten van onderhoud en studie van de student daaruit worden gekweten.
Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent de uitvoering van dit artikel en omtrent de uitoefening van het toezicht en de afrekening der gedane ontvangsten en uitgaven.
Artikel 17
Indien gedurende de studie belangrijke wijzigingen intreden in de financiële omstandigheden van de ouders of van de meerderjarige student, dan wordt de eigen bijdrage bij beschikking opnieuw vastgesteld.
Treden belangrijke wijzigingen op in de kosten van onderhoud en studie, dan wordt het bedrag van de studietoelage herzien.
Hoofdstuk IV. Intrekking van de studietoelage gedurende de studie
Artikel 18
Onze Minister trekt des studietoelage in;
- a. indien de studieresultaten van de student onvoldoende zijn, behoudens het bepaalde in artikel 19;
- b. indien de ijver van de student gering of zijn gedrag slecht blijkt te zijn;
- c. indien de studie zonder geldige redenen wordt afgebroken.
Onze Minister stelt, indien de studietoelage wordt ingetrokken op grond van het onder a van het eerste lid van dit artikel bepaalde, vast, of de onvoldoende studieresultaten aan de schuld van de student te wijten zijn.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.