Reclasseringsbesluit 1953 BES
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- instelling of reclasseringsinstelling: de in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde, rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of stichting, wier statuten, stichtingsbrieven of reglementen het aanwenden van reclasseringspogingen voorschrijven of gedogen voor zover ze een bereidverklaring overeenkomstig artikel 4 heeft afgelegd en deze door Onze Minister is aanvaard;
- Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
- Raad: de Raad voor de rechtshandhaving bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving;
- gestichtshoofd: het hoofd van de betreffende strafgevangenis of het betreffende huis van bewaring;
- voorwaardelijke veroordeling: de veroordeling waarbij de straf, tenzij de rechter later anders beveelt, geheel of gedeeltelijk niet zal worden ten uitvoer gelegd;
- voorwaardelijk veroordeelde: de veroordeelde bij zodanige veroordeling.
Dit besluit berust op de artikelen 17d en 20 van het Wetboek van Strafrecht BES en artikel 15 van de Gratiewet.
Artikel 2
Onze Minister draagt er zorg voor dat reclasseringswerkzaamheden worden uitgevoerd.
Met het oog op deze taak kan Onze Minister steun aan particuliere bemoeiingen geven.
Hoofdstuk II. De particuliere bemoeiingen
Artikel 3
De steun aan particuliere bemoeiingen bestaat in:
- a. het treffen van maatregelen ter bevordering van de reclassering;
- b. het verlenen van subsidies ter tegemoetkoming in de kosten van de reclassering.
Voor deze steun komen uitsluitend instellingen in aanmerking.
Artikel 4
In de bereidverklaring, bedoeld in artikel 1, wordt opgenomen, dat de instelling zich onderwerpt aan de bepalingen van dit besluit, alsmede aan de bepalingen, die ter uitvoering van dit besluit zijn of zullen worden gegeven. De bereidverklaring is vrij van zegel.
Verplegingsinrichtingen, waarover de instelling voor reclasseringsdoeleinden de beschikking heeft, worden in de bereidverklaring vermeld.
In de bereidverklaring kan worden opgenomen, dat de instelling haar arbeid beperkt tot een of meer bepaalde groepen van personen.
Artikel 5
De bereidverklaring wordt voor onbepaalde tijd afgelegd en aanvaard. De aanvaarding kan voorwaardelijk geschieden.
De bereidverklaring en haar aanvaarding zijn opzegbaar met inachtneming van een termijn van drie maanden.
De aanvaarding kan worden ingetrokken, indien de instelling zich niet houdt aan de bepalingen van de bereidverklaring.
De aanvaarding, haar opzegging en haar intrekking geschieden bij met redenen omklede ministeriële beschikking, gehoord de Raad.
Artikel 6
Voorzover de instelling voor haar reclasseringswerk de beschikking heeft of verkrijgt over een verplegingsinrichting, wordt haar bereidverklaring eerst aanvaard of de aanvaarding gehandhaafd, nadat de inrichting door of vanwege Onze Minister is goedgekeurd.
De goedkeuring kan voorwaardelijk geschieden. Goedkeuring en weigering der goedkeuring geschieden gehoord de Raad. Weigering zal bij met redenen omklede ministeriële beschikking plaats vinden. De weigering wordt gemotiveerd.
Artikel 7
De instelling is verplicht aan Onze Minister of aan door deze aan te wijzen ambtenaren of aan de Raad alle gewenste inlichtingen omtrent haar werkzaamheid en de daarmee bereikte resultaten te geven.
Zij houdt omtrent de door haar behandelde gevallen aantekening in daarvoor bestemde registers, die voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.
Artikel 8
De instelling houdt een nauwkeurige, gespecificeerde, financiële administratie.
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften omtrent de inrichting der administratie worden gegeven.
Onze Minister kan de administratie te allen tijde doen nazien.
Op zijn verzoek worden hem afschriften of uittreksels verstrekt.
Hoofdstuk III. Algemene reclasseringswerkzaamheden
Artikel 9
Een reclasseringsinstelling dient op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten van advies omtrent onderwerpen die voor de reclassering van belang zijn.
Artikel 10
[Vervallen]
Artikel 11
[Vervallen]
Artikel 12
[Vervallen]
Artikel 13
[Vervallen]
Artikel 14
[Vervallen]
Artikel 15
[vervallen]
Artikel 16
[Vervallen]
Artikel 17
[Vervallen]
Artikel 18
[Vervallen]
Artikel 19
[Vervallen]
Hoofdstuk IV. Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke veroordeling
Artikel 20
[vervallen]
Artikel 21
[vervallen]
Artikel 22
[vervallen]
Artikel 23
Bij de uitoefening van het toezicht op de bijzondere voorwaarden aan een voorwaardelijk veroordeelde opgelegd, wordt buiten noodzaak alles vermeden, wat deze in zijn vrijheid zou kunnen beperken of maatschappelijk zou kunnen benadelen.
Indien de rechter ingevolge artikel 17c van het Wetboek van Strafrecht BES als bijzondere voorwaarde heeft gesteld, dat de veroordeelde zich ter verpleging zal opnemen in een bij zijn bevel aan te wijzen inrichting of, ingevolge artikel 17d van genoemd Wetboek, een opdracht heeft gegeven om aan de veroordeelde terzake van de naleving van bijzondere voorwaarden bijstand te verlenen, wint het openbaar ministerie, alvorens in de gevallen bedoeld bij de artikelen 17g en 17h van genoemd Wetboek, de zaak aan te brengen, het advies in van het hoofd der inrichting onderscheidenlijk van de instelling, inrichting of bijzondere ambtenaar, die met het verlenen van bijstand aan de voorwaardelijk veroordeelde is belast.
Artikel 24
De instellingen met het verlenen van bijstand aan een voorwaardelijk veroordeelde belast, zijn bevoegd zulks onder haar verantwoordelijkheid te doen plaatsvinden door bepaald aangewezen vertegenwoordigers (algemene of bijzondere patroons).
Zij geven van zodanige aanwijzing vooraf kennis aan het openbaar ministerie.
Onze Minister kan bepalen dat aan een aanwijzing geen gevolg zal worden gegeven.
Artikel 25
De instelling, die met verlenen van de bijstand is belast, ontvangt, indien wenselijk, van de opdracht reeds kennis voordat de veroordeling onherroepelijk is geworden, door de zorg van het openbaar ministerie..
Onmiddellijk nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden, ontvangt de instelling door de zorg van het openbaar ministerie een kennisgeving, houdende de straf aan de veroordeelde opgelegd en alle tot het in artikel 17a, Wetboek van Strafrecht BES, bedoelde bevel betrekkelijke beslissingen.
De kennisgeving vermeldt de tijdstippen van begin en aanvankelijk einde van de proeftijd; indien die tijdstippen nog niet aanstonds worden opgegeven, dan volgt de mededeling daarvan zo spoedig mogelijk.
Latere beslissingen, overeenkomstig de artikelen 17g of 17h Wetboek van Strafrecht BES genomen, worden op gelijke wijze medegedeeld.
Artikel 26
De persoon die de bijstand verleent, tracht een op vertrouwen gegronde persoonlijke band met de veroordeelde te leggen en die in het belang van de nakoming van de aan deze opgelegde voorwaarden en van diens reclassering, te benutten.
Bij het verlenen van de bijstand wordt zoveel mogelijk alles vermeden, wat de veroordeelde in zijn vrijheid zou kunnen beperken of maatschappelijk zou kunnen benadelen.
Hoofdstuk V. Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling
Artikel 27
Tenminste twee maanden voor de dag waarop een tot gevangenisstraf veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld, zendt het gestichtshoofd te zijnen aanzien aan Onze Minister hetzij een gemotiveerd voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling, hetzij een gemotiveerd bericht, dat niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, hetzij een gemotiveerd bericht, dat nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid, dient het gestichtshoofd Onze Minister van bericht en raad inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde zo dikwijls Onze Minister zulks vraagt of het gestichtshoofd het gewenst acht.
Artikel 28
Alvorens een voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling te doen, wint het gestichtshoofd bericht en raad in van reclasseringsinstellingen omtrent de persoon en de vooruitzichten van de veroordeelde. Bij het verzoek om bericht en raad, dat schriftelijk wordt gedaan, wordt een staat van inlichtingen overgelegd.
Het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling gaat vergezeld van:
- a. de beschrijving van persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten van de veroordeelde;
- b. de vermelding van de rechterlijke uitspraak of uitspraken uit kracht waarvan op de veroordeelde straf wordt ten uitvoer gelegd of nog zal worden ten uitvoer gelegd, van de daarbij opgelegde straffen, van de dag waarop de werkelijke straftijd is ingegaan en van die, waarop deze zal eindigen;
- c. advies omtrent het al dan niet uitkeren van gelden uit de uitgaanskas;
- d. advies omtrent de bijzondere voorwaarden die aan de invrijheidstelling zouden behoren te worden verbonden;
- e. advies omtrent het al dan niet in het leven roepen van een bijzonder toezicht op de naleving der voorwaarden.
Het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling, alsmede het gemotiveerd bericht, dat niet of nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, zoals bedoeld in artikel 27, lid 1 en het rapport van de reclasseringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 29, lid 2, zijn samen vervat in een bij dit besluit vastgesteld model.
Artikel 29
Indien het gestichtshoofd van mening is, dat ten aanzien van een veroordeelde niet of nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, deelt hij zulks, met vermelding van redenen, schriftelijk mede aan de in het eerste lid van artikel 28 bedoelde reclasseringsinstellingen. In geval hij van mening is, dat nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, deelt hij tevens mede, wanneer de mogelijkheid ener voorwaardelijke invrijheidstelling opnieuw zou dienen te worden overwogen.
Indien de reclasseringsinstellingen van mening zijn, dat omtrent de veroordeelde in voor deze gunstiger zin dient te worden geadviseerd, voegen zij bij hun advies aan het gestichtshoofd een rapport omtrent de persoon en de vooruitzichten van de veroordeelde, alsmede, indien zij van mening zijn, dat tot voorwaardelijke invrijheidstelling dient te worden overgegaan, een conceptvoorstel, ingericht volgens het in het derde lid van artikel 28 bedoelde model.
Het gestichtshoofd voorziet de stukken van zijn nader advies, en zendt deze aan Onze Minister.
Artikel 30
Bij het voorstel en, voorzover Onze Minister zulks mocht hebben verlangd, bij het bericht, worden overgelegd:
- a. een staat van inlichtingen van het openbaar ministerie;
- b. alle berichten en adviezen, krachtens artikel 31 ingewonnen;
- c. de ondertekende verklaring van degene, die het gestichtshoofd met het bijzondere toezicht op de naleving der voorwaarden zou wensen belast te zien, dat hij bereid is een opdracht tot bijzonder toezicht te aanvaarden; en voorts, tenzij zodanige hulp niet nodig wordt geoordeeld;
- d. de ondertekende verklaring van degene die zich heeft bereid verklaard de veroordeelde na ontslag te steunen, te onderhouden of in dienst te nemen.
Artikel 31
Aan het gestichtshoofd worden op zijn verzoek door alle besturen of hoofden van andere strafgestichten en de reclasseringsinstellingen de inlichtingen verstrekt, die hij nodig heeft ter uitvoering van de voorschriften van de artikelen 27 en 28.
Op verzoek van het gestichtshoofd kan Onze Minister inlichtingen verstrekken met het oog op de uitoefening van de taken bedoeld in het eerste lid.
Artikel 32
Aan de reclasseringsinstelling wordt op zijn verzoek door de besturen en hoofden van andere strafgestichten de inlichtingen verstrekt met het oog op de taakuitoefening bij een voorwaardelijke invrijheidstelling.
Op verzoek van de reclasseringsinstelling kan Onze Minister inlichtingen verstrekken met het oog op de uitoefening van de taken bedoeld in het eerste lid.
Artikel 33
Van de ministeriële beschikking tot voorwaardelijke invrijheidstelling evenals van de herziene beschikking als bedoeld in artikel 34, lid 2, wordt ten spoedigste afschrift gezonden aan:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.