Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 september 2010, nr. HO&S/BS/2010/ 227934, betreffende onder meer de bevoegdheid tot het verlenen van toestemming aan rechtspersonen om graden te verlenen (Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs)

Type Beleidsregel
Publication 2024-11-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 4:2 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 1.12, derde lid, eerste volzin, 6.9 en 6.10 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

§ 1. Definities

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

§ 2. Reikwijdte

Artikel 2

Deze beleidsregel heeft betrekking op:

§ 3. Het verlenen van toestemming

Artikel 3
1.

De minister verleent uitsluitend toestemming, indien hij naar aanleiding van de aanvraag en mede op grond van het advies van de inspectie van oordeel is dat:

2.

De minister verleent, na advies van de commissie van advies, genoemd in artikel 6.11, eerste lid, van de wet, geen toestemming indien de naleving van artikel 1.3, vijfde lid, van de wet, onvoldoende is gewaarborgd.

3.

Voor een positief oordeel als bedoeld in het eerste lid dient in ieder geval te worden voldaan aan de volgende eisen:

4.

Ingeval van een aanvraag van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van de wet, die een geaccrediteerde opleiding overgedragen krijgt van een rechtspersoon voor hoger onderwijs, is de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, niet van toepassing.

5.

Het derde lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de continuïteit van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6.10, eerste lid.

§ 4. Benodigde gegevens en bescheiden

Artikel 4
1.

Voor een beslissing op de aanvraag zijn in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden nodig:

2.

Indien een éénjarige masteropleiding wordt voorgedragen, betreffen de documenten, bedoeld in het eerste lid, onder j tot en met l, slechts het lopende en het daaraan voorafgaande kalenderjaar of boekjaar.

3.

De minister kan de aanvrager om nadere inlichtingen en gegevens vragen wanneer de aanvraag en de daarbij overgelegde documenten naar zijn mening onvoldoende informatie bevatten om tot een oordeel te komen.

§ 5. Beslistermijn

Artikel 5

De minister neemt binnen 16 weken nadat een aanvraag is ingediend, een besluit.

§ 6. Ontneming van rechten

Artikel 6
1.

De Minister kan besluiten dat aan een opleiding of aan alle opleidingen verzorgd door een rechtspersoon voor hoger onderwijs, het recht om graden te verlenen wordt ontnomen, indien:

2.

De Minister neemt niet eerder een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, dan nadat advies is verkregen van de commissie van advies, bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, van de wet.

§ 7. Interpretatie van artikel 1.12, derde lid, eerste volzin, van de wet

Artikel 7

De inlichtingen, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, eerste volzin, van de wet, worden opgenomen in het jaarlijkse verslag omtrent de werkzaamheden van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, tweede volzin, van de wet.

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregel aanwijzing instellingen voor hoger onderwijs treedt deze beleidsregel in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a
1.

Onverminderd artikel 3, stelt de Minister voor de beoordeling van de continuïteit van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6.9, derde lid, van de wet, in ieder geval vast of de aanvrager ten minste de kern van het curriculum van de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft zelf verzorgt. Dit houdt ten minste in:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de continuïteit van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6.10, eerste lid.

§ 4. Benodigde gegevens en bescheiden

§ 5. Beslistermijn

§ 6. Ontneming van rechten

§ 7. Interpretatie van artikel 1.12, derde lid, van de wet

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7a

Op aanvragen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn ingediend blijft deze beleidsregel, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan het genoemde tijdstip van inwerkingtreding, van toepassing.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.