Stuwadoorsbesluit BES

Type Amvb Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Voorschriften, als bedoeld bij artikel 2, 1ste lid, sub a, b, c, e, f, g en h Stuwadoorswet 1946 BES

§ 1. De veiligheid in verband met de te verrichten werkzaamheden, het vervoer in het bedrijf der havenarbeiders naar en van de plaatsen waar die werkzaamheden verricht worden inbegrepen

Artikel 1
1.

Het dek van een zeeschip moet voor havenarbeiders, die aan boord van het schip stuwadoorsarbeid gaan verrichten, veilig te bereiken zijn.

2.

Indien voor het geven van toegang tot het zeeschip loopplanken gebruikt worden, moeten deze aan de boordzijde stevig bevestigd zijn; zij moeten eene breedte hebben van ten minste 0,50 m en moeten ten minste aan één zijde van voldoend sterke leiders zijn voorzien, die op doelmatige hoogte zijn aangebracht.

3.

Indien voor het geven van toegang andere ladders dan touwladders worden gebruikt, moeten deze ten minste 0,80 m boven de verschansing reiken; zij moeten doelmatig geplaatst en aan de bovenzijde tegen zijdelings verschuiven beveiligd zijn.

4.

Ter plaatse, waar loopplanken, trappen of ladders toegang tot het zeeschip geven, moeten goed vaststaande trappen of andere doelmatige hulpmiddelen van den bovenkant der verschansing naar het dek leiden.

Artikel 2
1.

Indien havenarbeiders over water naar een zeeschip moeten worden vervoerd, moeten vaartuigen beschikbaar worden gesteld om de havenarbeiders kosteloos van den wal van aanwerving naar het schip en van het schip naar den wal van aanwerving te brengen.

2.

Deze vaartuigen moeten in goeden staat van onderhoud verkeeren, voorzien zijn van de noodige hulpmiddelen voor veilig varen en, zoo nodig, van doelmatige reddingsmiddelen. Zij moeten voldoende bemand zijn door ervaren personeel.

3.

Met deze vaartuigen mag geen grooter aantal personen tegelijkertijd worden vervoerd dan de veiligheid der vaart toelaat, welk aantal op een goed zichtbare plaats op elk vaartuig moet zijn vermeld. Indien behalve personen tevens goederen worden vervoerd, wordt voor elke 75 kg vervoerd goed, het aantal toe te laten personen met één verminderd.

1a. Geschiedt het vervoer over land, dan moeten voertuigen beschikbaar worden gesteld om de havenarbeiders kosteloos van den wal van aanwerving naar het schip en van het schip naar den wal van aanwerving te brengen.

2a. Deze voertuigen moeten in goeden staat van onderhoud verkeeren en voldoen aan de wettelijk gestelde eischen.

3a. Met deze voertuigen mag geen groter aantal personen tegelijk worden vervoerd, dan de veiligheid toelaat, welk aantal op een goed zichtbare plaats op elk voertuig moet zijn vermeld. Indien behalve personen tevens goederen worden vervoerd, wordt voor elke 75 kg vervoerd goed het aantal toe te laten personen met één verminderd.

Artikel 3

Aan een zeeschip, waarheen havenarbeiders over water worden vervoerd, moet eene statietrap of eene goede, binnenboords bevestigde, stormladder van voldoende lengte aanwezig zijn, opdat vanuit de in artikel 2 bedoelde vaartuigen gemakkelijk de bovenzijde der verschansing kan bereikt worden, tenzij toegang tot het zeeschip wordt verkregen door middel van ladders, geplaatst op een langszij liggend vaartuig van voldoende grootte.

Artikel 4

De in artikel 2 bedoelde vaartuigen mogen slechts daar aan den wal aanleggen, waar doelmatige trappen of ladders of andere voldoende hulpmiddelen aanwezig zijn, om van den wal die vaartuigen of vanuit laatstgenoemde den wal te bereiken.

Artikel 5

De toegangen tot de vaartuigen, bedoeld in artikel 2, en tot de zeeschepen, waaraan stuwadoorsarbeid verricht wordt, moeten bij het aan boord komen en van boord gaan der havenarbeiders voldoende verlicht zijn.

§ 2. Het voorkomen van ongevallen en het verleenen van hulp bij ongevallen

Artikel 6

Ter plaatse, waar de stuwadoorsarbeid verricht wordt, moeten de zich op minder dan 1,80 m boven de vloeren, bordessen of traptreden bevindende, gevaar doen vreezende, deelen van:

Artikel 7
1.

Ter plaatse, waar stuwadoorsarbeid verricht wordt, moeten hijschkranen, lieren, elevators en andere hefwerktuigen aan de volgende vereischten voldoen:

2.

Met hijschkranen mogen geen zwaardere lasten worden verplaatst dan overeenkomt met het hefvermogen van die werktuigen, dat uit een oogpunt van veiligheid ten hoogste kan worden toegelaten. Dat hefvermogen moet op de hijschkranen op een goed zichtbare plaats vermeld staan, terwijl het bij kranen met verstelbaren dirk automatisch bij elken stand van den dirk moet worden aangegeven.

Artikel 8

Op een zeeschip, waaraan stuwadoorsarbeid wordt verricht, moeten:

Artikel 9

Ten aanzien van ruimen, tusschendekken, bunkerruimen en andere onder het opperdek gelegen plaatsen van een zeeschip, waaraan stuwadoorsarbeid verricht wordt, gelden de volgende voorschriften:

Artikel 10

Stellingen, waarop stuwadoorsarbeid verricht wordt en die van den wal naar het schip leiden, moeten aan de volgende vereischten voldoen:

Artikel 11

Ten aanzien van hangstellingen buiten boord, waarop stuwadoorsarbeid verricht wordt, en ten aanzien van den arbeid op zulke stellingen gelden de volgende voorschriften:

Artikel 12
1.

Ter plaatse, waar stuwadoorsarbeid verricht wordt, moet aan de volgende voorschriften zijn voldaan:

2.

Met liften mogen geen zwaardere lasten worden vervoerd, dan uit een oogpunt van veiligheid ten hoogste kunnen worden toegelaten. Het toelaatbaar gewicht moet bij de toegangen tot de lift of op den liftbak op een goed zichtbare plaats vermeld staan.

Artikel 13

Ter plaatse, waar stuwadoorsarbeid verricht wordt, moet ten aanzien van de daarbij gebezigde, hieronder vermelde werktuigen aan de volgende voorschriften zijn voldaan:

Artikel 14
1.

Ter plaatse, waar stuwadoorsarbeid wordt verricht, moet aan de volgende voorschriften zijn voldaan:

2.

Het dek van een zeeschip moet, zoolang daaraan stuwadoorsarbeid wordt verricht, voldoende verlicht zijn.

3.

[vervallen]

Artikel 15
1.

Zoo nodig moeten ten aanzien van kettingwerk, dat ter plaatse, waar stuwadoorsarbeid wordt verricht, gebezigd wordt, de herkomst, het jaar van aanmaak, de veilig toelaatbare belasting, zoomede de tijdstippen van beproeving en van uitgloeiing genoteerd worden in een door of namens het hoofd of den bestuurder der onderneming bij te houden register. De in het register vermelde, veilig toelaatbare, belasting en een mede in het register aangegeven merkteeken moeten op het kettingwerk zijn ingeslagen. Dit register wordt de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de Stuwadoorswet 1946 BES, op eerste aanvrage ter inzage gegeven.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.