Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES

Type Wet Bes
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

De geldende tekst van de in het eerste lid, onderdelen i tot en met n, genoemde verdragen liggen voor een ieder ter inzage bij de beheersinstantie en de commissie.

Hoofdstuk II. Taken en bevoegdheden van Onze Minister

Artikel 2
1.

Onze Minister stelt een maal per vijf jaren een natuurbeleidsplan voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba vast, waarin mede uitvoering wordt gegeven aan de terzake aangegane internationale verplichtingen.

2.

Onze Minister bereidt het natuurbeleidsplan voor in nauw overleg met het bestuurscollege.

3.

Het natuurbeleidsplan bevat in elk geval:

4.

Bij het opstellen van het natuurbeleidsplan houdt Onze Minister rekening met de ruimtelijke ontwikkelingsplannen van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

5.

Het natuurbeleidsplan strekt tot algemeen kader voor het natuurbeleid.

6.

Jaarlijks doet Onze Minister vóór 1 september verslag van de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het natuurbeleidsplan aan de Staten-Generaal. Afschrift van dit verslag wordt mede aangeboden aan het bestuurscollege.

Artikel 2a
1.

Onze minister kan natuurparken instellen ten uitvoering van het Verdrag van Ramsar, het SPAW-protocol of het Biodiversiteitsverdrag.

2.

Onze minister bereidt de instelling van een natuurpark voor in nauw overleg met het bestuurscollege.

3.

Onze minister draagt de gemelde natuurparken voor bij het desbetreffende uitvoerende bureau dat bij deze verdragen is ingesteld, met het verzoek tot opname in de bij het verdrag horende lijst van beschermde soorten.

Artikel 3
1.

Onze minister kan een Commissie natuurbeheer en bescherming instellen.

2.

De commissie heeft tot taak Onze minister en het bestuurscollege desgevraagd of uit eigen beweging van advies te dienen over maatregelen ter uitvoering van deze wet.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de samenstelling, werkwijze en wijze van bezoldiging van de leden van de commissie.

Artikel 4

Onze minister is bevoegd tot het verstrekken van vergunningen en certificaten krachtens de artikelen III, IV en V van het CITES-verdrag, het toestaan van de uitzondering, bedoeld in artikel VII, zevende lid, van het CITES-verdrag.

Artikel 5
1.

Onze Minister wijst een beheersinstantie aan.

2.

De beheersinstantie:

3.

De beheersinstantie verstrekt van elke registratie in de registers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ten 1, een bewijs.

4.

Bij ministeriële regeling worden voor de registers bedoeld in het tweede lid, regels gesteld met betrekking tot de inhoud, de vorm en het beheer, alsmede met betrekking tot de gegevens en bescheiden die bij de aanmelding voor opneming in de registers dienen te worden verstrekt.

5.

De beheersinstantie is bevoegd voor haar taken, bedoeld in het tweede en derde lid, vergoedingen in rekening te brengen die bij ministeriële regeling worden vastgesteld.

Artikel 6
1.

Onze Minister wijst één of meer deskundigen of instanties aan als wetenschappelijke autoriteit.

2.

De wetenschappelijke autoriteit heeft de volgende taken:

3.

De wetenschappelijke autoriteit is bevoegd voor haar taken als bedoeld in het tweede lid, vergoedingen in rekening te brengen die bij ministeriële regeling worden vastgesteld.

Artikel 7

In deartikelen 7A, 7B, 11, 15 en 35, alsmede de daarop berustende bepaling wordt verstaan onder:

Artikel 7a
1.

Handel in specimens, opgenomen in Bijlage I, II of III van het CITES-verdrag, moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van onderscheidenlijk artikel III, IV of V van dit verdrag, onverminderd de uitzonderingsgevallen van artikel VII, tweede, derde, vijfde en zesde lid, van het CITES-verdrag.

2.

Bij doorvoer of overlading als bedoeld in artikel VII van het CITES-verdrag, moet een specimen voorzien zijn van een uitvoer-, wederuitvoer- of aanvoervergunning of -certificaat die in overeenstemming met de bepalingen van artikel VI van het CITES-verdrag is afgegeven.

3.

Bij ministeriele regeling kunnen regels worden gegeven ter uitvoering van het CITES-verdrag.

Artikel 7b
1.

Bij handel als bedoeld in artikel 7A, eerste lid, moeten de krachtens de bepalingen van de artikelen III, IV en V van het CITES-verdrag verstrekte vergunningen en certificaten in overeenstemming zijn met de bepalingen van artikel VI van dit verdrag.

2.

Vergunningen of certificaten kunnen worden ingetrokken, indien:

3.

Het model, bedoeld in Bijlage IV van het CITES-verdrag, betreffende vergunningen en certificaten wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

4.

De regels opgenomen in de Resoluties van het CITES-verdrag met betrekking tot vergunningen en certificaten bedoeld in de artikelen van dit verdrag zijn van toepassing.

Artikel 8

In de artikelen 8A, 8B, 10, tweede lid, 13 en 15, alsmede de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 8a
1.

Het is verboden handelingen of aktiviteiten te verrichten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van het SPAW-protocol, ter zake van plantensoorten, opgenomen in Bijlage I van dat protocol, en zaden, delen of produkten van deze plantensoorten.

2.

Het is verboden handelingen of aktiviteiten te verrichten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van het SPAW-protocol, ter zake van diersoorten, opgenomen in Bijlage II van dat protocol, en eieren, delen of produkten van deze diersoorten.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven ter zake van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.