Wet arbeid vreemdelingen BES

Type Wet Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. De Tewerkstellingsvergunning

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het is een werkgever verboden een vreemdeling arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling ten aanzien van wie tevens een ander als werkgever optreedt, indien die ander beschikt over een voor de desbetreffende arbeid geldige tewerkstellingsvergunning.

Artikel 3

Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling:

§ 2. Het aanvragen van de tewerkstellingsvergunning

Artikel 4

Onze Minister is bevoegd tot het verlenen, verlengen en intrekken van tewerkstellingsvergunningen.

Artikel 5
1.

Een tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd door de werkgever.

2.

[vervallen]

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning moeten worden verstrekt en welke bewijsstukken daarbij moeten worden overgelegd. Tot deze gegevens dan wel bewijsstukken behoort in ieder geval de overeenkomst tot het verrichten van arbeid die met betrokken vreemdeling zal worden aangegaan.

4.

[vervallen]

5.

Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen:

6.

Indien het vijfde lid van toepassing is, wordt het aanvraagformulier en de daarbij overgelegde bescheiden aan de aanvrager teruggezonden onder schriftelijke mededeling van de reden waarom de aanvraag niet in behandeling wordt genomen.

7.

In afwijking van het vijfde lid, aanhef en onderdeel c, wordt een aanvraag onmiddellijk in behandeling genomen, indien Onze Minister van oordeel is:

8.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld die per openbaar lichaam kunnen verschillen, waarbij kan worden afgeweken van het vijfde lid, aanhef en onderdeel c:

9.

De tewerkstellingsvergunning vermeldt de naam en de plaats van vestiging van de werkgever, de persoonsgegevens van de vreemdeling, de geldigheidsduur van de tewerkstellingsvergunning, alsmede een omschrijving van de aard en de plaats van de door de vreemdeling te verrichten arbeid.

10.

Op een aanvraag wordt uiterlijk binnen vijf weken na ontvangst beslist.

§ 3. Beperkingen en voorschriften

Artikel 6
1.

Een tewerkstellingsvergunning kan onder beperkingen worden verleend.

2.

Aan een tewerkstellingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden. De voorschriften strekken ertoe dat:

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.

§ 4. Geldigheidsduur van de tewerkstellingsvergunning

Artikel 7
1.

Een tewerkstellingsvergunning wordt voor ten hoogste drie jaar verleend.

2.

Een tewerkstellingsvergunning kan worden verlengd, waarbij de gehele duur van de tewerkstellingsvergunning en de verlenging de termijn van drie jaar niet overschrijdt.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor de daarbij aangewezen categorieën van vreemdelingen of categorieën van werkzaamheden een tewerkstellingsvergunning die voor minder dan drie jaar is verleend, niet wordt verlengd.

§ 5. Het weigeren van de tewerkstellingsvergunning

Artikel 8
1.

Een tewerkstellingsvergunning wordt geweigerd:

2.

In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt een tewerkstellingsvergunning toegekend, indien Onze Minister van oordeel is, dat sprake is van buitengewone omstandigheden die een spoedige vervulling van de arbeidsplaats noodzakelijk maken en deze omstandigheden niet door de werkgever waren te voorzien of door hem waren te beïnvloeden.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld die per openbaar lichaam kunnen verschillen, waarbij kan worden afgeweken van het eerste lid, aanhef en onderdeel a:

Artikel 9

Een tewerkstellingsvergunning kan worden geweigerd:

§ 6. Het intrekken van de tewerkstellingsvergunning

Artikel 10

Een tewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken:

Artikel 11

Onverminderd het bepaalde in artikel 10 kan intrekking van een tewerkstellingsvergunning slechts geschieden wegens het niet in acht nemen van een beperking waaronder de vergunning is verleend, of wegens het niet naleven van een daaraan verbonden voorschrift.

Hoofdstuk III. Bezwaar

Artikel 12

Degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een beschikking ter zake van een tewerkstellingsvergunning kan hiertegen binnen vier weken na de dag waarop deze is gegeven bezwaar indienen bij Onze Minister. Onder beschikking wordt mede begrepen het niet beslissen door Onze Minister binnen de in artikel vijf, tiende lid, genoemde termijn. Het bezwaar heeft schorsende werking.

Artikel 12a

[vervallen]

Hoofdstuk IV. Toezicht en Opsporing

Artikel 13
1.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.

2.

[vervallen]

Artikel 14
1.

Bij de uitoefening van hun taak dragen de toezichthoudende ambtenaren een legitimatiebewijs bij zich.

2.

Desgevraagd tonen zij hun legitimatiebewijs aanstonds.

3.

Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthoudende ambtenaar en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.

Artikel 15
1.

De toezichthoudende ambtenaren hebben op vertoon van hun legitimatiebewijs, te allen tijde en ongehinderd toegang tot elke plaats, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is. Zonodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm.

2.

Indien de plaats, bedoeld in het eerste lid, een woning is, betreedt een toezichthoudende ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner tenzij met een schriftelijke last van de rechter-commissaris of de officier van justitie dan wel in aanwezigheid één hunner of van een hulpofficier van justitie.

3.

Van dit binnentreden wordt binnen tweemaal vierentwintig uur proces-verbaal opgemaakt, hetwelk wordt ingezonden bij de officier van justitie. Daarin wordt mede van het tijdstip van het binnentreden en van het beoogde doel melding gemaakt.

Artikel 16
1.

Voor zover zulks voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, zijn de toezichthoudende ambtenaren bevoegd:

2.

Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden zijn de toezichthoudende ambtenaren bevoegd de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen afgegeven schriftelijk bewijs.

Artikel 17
1.

Een ieder is verplicht aan toezichthoudende ambtenaren alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kunnen verlangen ter uitoefening van hun bevoegdheden.

2.

Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun geheimhoudingsplicht zich daartoe uitstrekt.

Artikel 18

Met het opsporen van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren. Artikel 185 van het Wetboek van Strafvordering BES is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk V. Strafbepalingen

Artikel 19

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.