Besluit tarieven in burgerlijke zaken BES

Type Amvb Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1a

Dit besluit berust op artikel 59 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

afdeling Eerste. Deurwaarders

Artikel 2
1.

De deurwaarders mogen, uit welke hoofde en onder welk voorwendsel ook, geen andere of hogere rechten of beloningen vorderen of ontvangen, of doen vorderen of ontvangen, dan die, welke bij dit besluit zijn vastgesteld.

2.

Bij overtreding zijn zij tot teruggave en vergoeding van kosten, schaden en interessen verplicht, onverminderd de toepassing van de strafwet, indien daartoe termen aanwezig zijn.

Artikel 3
1.

Aan de deurwaarder is verschuldigd:

2.

Wanneer een exploot gesteld aan de deurwaarder is overhandigd, is het bedrag in het eerste lid, onder b, genoemd niet verschuldigd.

3.

Blijkt het de deurwaarder, overgaande tot de betekening van een exploot als in het tweede lid bedoeld, dat het niet of niet op de gegeven plaats kan of moet worden uitgebracht, dan brengt hij boven zijn verschotten, afstandsgelden en het schrijfloon, 3 USD in rekening.

4.

De kosten in het eerste lid, onder d en e, en die in het derde lid genoemd, blijven voor rekening van hem die opdracht gaf en kunnen in een geding niet ten laste van de tegenpartij worden gebracht.

Artikel 4

Indien het exploot aan het parket van het Openbaar Ministerie of een andere autoriteit of college wordt gedaan, of een akte aldaar moet worden betekend, en er op het origineel een visum wordt vereist of wel indien het exploot of een ander stuk wordt aangeplakt of aangekondigd, of in een dagblad aangekondigd, rekent de deurwaarder voor elke bemoeienis boven de vergoeding, hem bij artikel 3 toegestaan, 2 USD voor elk stuk, waaromtrent een van de hierboven bedoelde werkzaamheden heeft plaats gehad.

Artikel 5

Aan de deurwaarder is verschuldigd:

Artikel 6
1.

Door de partij of de belanghebbende die de opdracht gaf, worden aan de deurwaarder vergoed alle kosten in billijkheid als verschotten door hem gemaakt, zoals zegel- en registratierechten, briefport en telegramkosten, advertentiekosten, kosten van transport van goederen, vergoeding van werklieden, lokaalhuur, belasting en alle dergelijke, voor zover mogelijk op vertoon van kwitantie wegens het betaalde, en desnoods ter taxatie door de president van het Hof of het Gerecht naar gelang het een zaak betreft voor het Hof of het Gerecht te behandelen of in behandeling.

2.

Indien de deurwaarder, zich voor het doen van ambtsverrichtingen buiten zijn kantoor of het gerechtsgebouw of (buiten kantooruren) zijn woning moet begeven, worden door de partij of de belanghebbende die de opdracht gaf aan hem, naar gelang van de af te leggen reiskosten vergoed.

Aan ieder van de getuigen die de deurwaarder moet vergezellen wordt de helft van de aan de deurwaarder verschuldigde afstandsgelden vergoed. Het Gerecht beslist over geschillen omtrent afstandsgelden.

Artikel 7
1.

De deurwaarder ter rolle dienstdoende, berekent:

2.

De deurwaarders mogen bij comparities voor het Hof, voor het Gerecht, of voor de rechter-commissaris, gelijke vergoeding als voor de afroeping van een zaak ter rolle vorderen van de partij op wiens verzoek de comparitie wordt gehouden.

3.

Indien de comparitie ambtshalve plaats heeft, wordt deze vergoeding door de belanghebbenden, ieder voor een gelijk aandeel, voldaan.

Artikel 8
1.

Voor elke verrichting, krachtens verlof van de rechter op zondag of op een algemeen erkende feestdag, wordt het de deurwaarder verschuldigde met de helft verhoogd.

2.

Algemeen erkende feestdagen zijn:

afdeling Tweede. Bewaarders, deskundigen, getuigen en tolken

Artikel 9
1.

Aan de gestelde bewaarder over in beslag genomen of verzegelde goederen, wordt wanneer hij geen medebewoner van het huis of de plaats is, waarin de inbeslagneming of verzegeling heeft plaats gehad, of zelf bij de bewaring daarvan geen belang heeft, of wanneer hij daarmede in geen andere betrekking is belast, voor elke dag of gedeelte daarvan, kost en onderhoud daaronder begrepen, toegekend een vergoeding van 6 USD.

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde bewaarder medebewoner is van het huis of de plaats, waarin de inbeslagneming of verzegeling heeft plaats gehad, en die zelf bij de bewaring daarvan geen belang heeft of daarmede in geen andere betrekking is belast, wordt aan deze toegekend een vergoeding van 3 USD per dag of gedeelte daarvan, alles daaronder begrepen.

Artikel 10

Aan deskundigen wordt toegekend een vacatiegeld, ter beoordeling van de rechter die het onderzoek heeft bevolen, maar niet hoger dan 112 USD voor elke vacatie van een uur, of een gedeelte daarvan.

Artikel 11

Voor de eedsaflegging alsook voor de overbrenging van het rapport ter griffie, wordt een halve vacatie berekend.

Artikel 12

Indien deskundigen zich voor het verrichten van hun werkzaamheden van hun woning of kantoor moeten verwijderen, wordt aan hen een gelijk vacatiegeld toegekend, voor de tijd van de heen- en terugreis.

Artikel 13

Aan houders of bewaarders van stukken, die opgeroepen worden om stukken, onder hun berusting of bewaring zijnde, voor de rechter te brengen, wordt ter beoordeling van de rechter voor elke vacatie toegekend een bedrag van ten hoogste 28 USD.

Artikel 14

Aan getuigen wordt, ter beoordeling van de rechter een schadeloosstelling toegekend voor elk uur dat hun tegenwoordigheid wordt vereist, van hoogstens 31 USD per uur of een gedeelte daarvan, met een maximum van 251 USD per dag.

Artikel 15
1.

Aan deskundigen, aan houders of bewaarders van stukken, als bedoeld in de artikelen 10 en 13, en aan getuigen, zal het bedrag van hetgeen de heen- en terugreis kost, worden vergoed, naar billijkheid en ter beoordeling van de rechter.

2.

Daarenboven zal hun, ter beoordeling van de rechter, voor tijdverlies gedurende de heen- en terugreis een schadeloosstelling worden toegekend. Artikel 14, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

Tolken zijn bevoegd voor de mondelinge vertolking voor de rechter in rekening te brengen voor elke vacatie van een half uur of gedeelte daarvan 28 USD. Ingeval tolken in dezelfde vacatie in meer dan een zaak hebben gediend bepaalt de rechter het bedrag dat ten laste van elke zaak afzonderlijk zal worden gebracht.

Artikel 17

De vergoeding voor schriftelijke vertalingen bedraagt 28 USD per pagina vertaling; een pagina dient ten minste 25 regels te kunnen bevatten met 80 tekens per regel.

Artikel 18

Voor niet-beroepstolken en niet-beroepsvertalers worden de vergoedingen, als bedoeld in de artikelen 16 en 17, gesteld op 70% van de daarin genoemde bedragen.

afdeling Derde. Heffing van rechten

§ 1. Vast recht

Artikel 19
1.

In alle zaken, behalve strafzaken worden rechten geheven, behalve van het openbaar ministerie en van de voogdijraad, ambtshalve optredende.

2.

Onze Minister kan bepalen dat voor bepaalde categorieën van zaken geen vast recht verschuldigd zal zijn.

Artikel 20
1.

Voor de indiening van een verzoekschrift bij het Gerecht of het Hof wordt van elke eisende partij een vast recht geheven, onverminderd de verschotten.

2.

Het vast recht bij het Gerecht bedraagt:

3.

In de gevallen waarin het tweede lid niet van toepassing is, is een vast recht verschuldigd van 251 USD, tenzij de eisende partij een direct geldelijk belang heeft dat op een bepaald bedrag kan worden gewaardeerd. In het laatste geval is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

4.

In geval van vermindering van een eis of van een verzoek wordt het recht niet verminderd.

5.

In geval van vermeerdering van een eis of van een verzoek tot een bepaalde geldsom of tot een bepaald direct geldelijk belang, wordt het recht verhoogd en bepaald overeenkomstig het tweede lid, zonodig in verbinding met het derde lid. De verhoging is verschuldigd na de afroeping van de zaak ter terechtzitting waarop eiser zijn eis bij conclusie of akte ter rolle heeft vermeerderd of nadat het verzoek is vermeerderd.

6.

Het verschuldigd vast recht wordt afgerond op het meest nabij gelegen veelvoud van 6 USD.

7.

Het vast recht bij het Hof bedraagt het tweevoud van dat bij het Gerecht.

Artikel 21
1.

Het geding in reconventie, het incidenteel beroep als bedoeld in artikel 267 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, het vereffenen van kosten, schaden en interessen en het doen van rekening en verantwoording worden niet als afzonderlijke gedingen beschouwd.

2.

De vordering tot voeging of tussenkomst, als bedoeld in artikel 214 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, geldt voor de partijen die de vordering doet, als het aanvangen van een nieuw geding. Voor een zodanige vordering is een gelijk bedrag aan vast recht verschuldigd als voor de vordering in het oorspronkelijk geding.

3.

In een geding tot vrijwaring is de eiser tot vrijwaring geen vast recht verschuldigd.

4.

In geval van verzet is de opposant geen vast recht verschuldigd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.