Wet organisatie bloedvoorziening BES

Type Wet Bes
Publication 2018-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Bloedvoorziening

Artikel 2
1.

Onze Minister stelt met het oog op een doeltreffende en doelmatige bloedvoorziening na overleg met het bestuurscollege periodiek een meerjarenplan inzake de bloedvoorziening vast. Uitgangspunten daarbij zijn dat:

2.

Onze Minister stelt bij de voorbereiding van het plan de bij de bloedvoorziening betrokken instanties in de gelegenheid om hun opvattingen ter zake naar voren te brengen.

3.

Onze Minister zendt een afschrift van het plan aan de Staten. Van de vaststelling van het plan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 3
1.

Onze Minister wijst één rechtspersoon aan die ter uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid, tot taak heeft:

2.

De aanwijzing vindt slechts plaats indien wordt voldaan aan de volgende eisen:

3.

Onze Minister kan de aanwijzing onder beperkingen verlenen en aan de aanwijzing voorschriften verbinden. Hij kan, gehoord de rechtspersoon, de beperkingen en voorschriften wijzigen en nieuwe beperkingen en voorschriften vaststellen.

4.

Onze Minister kan de aanwijzing intrekken indien:

5.

De aanwijzing alsmede de beperkingen waaronder deze is verleend en de voorschriften die daaraan zijn verbonden en voorts de intrekking van de aanwijzing worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de overdracht van de in het eerste lid, onder b bedoelde activiteiten ingeval een aanwijzing is ingetrokken.

Artikel 4
1.

Het is verboden bloed in te zamelen anders dan in opdracht van de Bloedvoorzieningsorganisatie.

2.

Het is verboden aan een donor andere dan door hem in redelijkheid gemaakte kosten te vergoeden.

Artikel 5
1.

De Bloedvoorzieningsorganisatie voert de werkzaamheden betreffende het inzamelen van bloed en het bereiden van tussenproducten en bloedproducten uit het ingezamelde bloed, alsmede het bewaren, verpakken, etiketteren, vervoeren en afleveren daarvan, op verantwoorde wijze uit. Onder verantwoord wordt in ieder geval verstaan: doeltreffend en doelmatig alsmede gericht op een zo hoog mogelijke kwaliteit van de tussenproducten en bloedproducten van het ingezamelde bloed en een zo groot mogelijke veiligheid van donor en gebruiker.

2.

Onze Minister kan de Bloedvoorzieningsorganisatie omtrent het eerste lid aanwijzingen geven. Deze aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op:

3.

De aanwijzingen worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel 6
1.

De taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, omvat mede de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de bloedvoorziening.

2.

Ter uitvoering van de werkzaamheden, genoemd in het eerste lid, draagt de Bloedvoorzieningsorganisatie in elk geval zorg voor:

Artikel 7
1.

De Bloedvoorzieningsorganisatie dient jaarlijks vóór 1 december een begroting en een beleidsplan in bij Onze Minister.

2.

Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen regels worden gesteld over de inrichting van de begroting en het beleidsplan.

3.

De begroting en het beleidsplan behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

4.

Onze Minister onthoudt zijn goedkeuring aan de begroting of het beleidsplan indien deze in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet, waaronder begrepen het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 8
1.

De Bloedvoorzieningsorganisatie brengt jaarlijks vóór 1 juni verslag uit aan Onze Minister over de vervulling van haar taken en de uitvoering van de werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van het verslag.

2.

Zodra de Bloedvoorzieningsorganisatie het jaarverslag en de jaarrekening heeft vastgesteld, stelt zij deze aan Onze Minister ter beschikking.

Artikel 9
1.

De Bloedvoorzieningsorganisatie verstrekt voor een goede uitvoering van deze wet Onze Minister de door deze gevraagde gegevens.

2.

De Bloedvoorzieningsorganisatie deelt wijzigingen in de organisatie, het personeel of het materieel, die ingrijpende gevolgen hebben voor het vervullen van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, mede aan Onze Minister.

3.

De Bloedvoorzieningsorganisatie stelt Onze Minister onverwijld in kennis van elk geval van risico’s voor het leven of de gezondheid van mensen, ontstaan of te vrezen als gevolg van gebreken in de bloedvoorziening in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 10
1.

Indien Onze Minister van oordeel is dat het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5, 6, 8 of 9 niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, kan hij de Bloedvoorzieningsorganisatie een schriftelijke aanwijzing geven.

2.

In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5, 6, 8 of 9 niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, de in verband daarmee te nemen maatregelen, alsmede de termijn waarbinnen de Bloedvoorzieningsorganisatie aan de aanwijzing moet voldoen.

3.

Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor het leven of de gezondheid van mensen redelijkerwijs geen uitstel kan leiden, kunnen de ingevolge artikel 18 met het toezicht belaste ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister telkens met eenzelfde periode kan worden verlengd zolang naar het oordeel van Onze Minister het gevaar voor de gezondheid niet is geweken.

4.

De Bloedvoorzieningsorganisatie is verplicht volledig en binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen.

5.

Indien de Bloedvoorzieningsorganisatie inzake het vierde lid in gebreke blijft, kan Onze Minister een bewindvoerder over de Bloedvoorzieningsorganisatie aanstellen.

Artikel 11

Indien Onze Minister van oordeel is dat de Bloedvoorzieningsorganisatie haar taken, genoemd in artikel 3, eerste lid, niet op verantwoorde wijze vervult, kan hij ter zake regels vaststellen.

Hoofdstuk 3. Aflevering

Artikel 12

Het is verboden bloedproducten af te leveren aan anderen dan:

Artikel 13
1.

Het is verboden tussenproducten af te leveren aan anderen dan:

door Onze Minister aangewezen andere natuurlijke of rechtspersonen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.