Wet administratieve rechtspraak BES
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Hof: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- b. Gerecht: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- c. griffier: de griffier van het Hof onderscheidenlijk van het Gerecht.
De algemene maatregel van rijksbestuur bedoeld in artikel 39 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie is van toepassing op de administratieve rechtspraak, tenzij in deze wet anders is bepaald.
Artikel 2
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestuursorgaan verstaan een persoon of een college met enig openbaar gezag bekleed, met uitzondering van:
- a. de kamers en de verenigde vergadering van de Staten-Generaal;
- b. de eilandsraden en de kiescolleges voor de Eerste Kamer, tenzij het betreft het nemen van beschikkingen, bedoeld in artikel 3;
- c. onafhankelijke, bij wet of rijkswet ingestelde, organen die met rechtspraak zijn belast;
- d. de hoofdstembureaus en stembureaus, bedoeld in de Kieswet.
Onder de organen, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de voorzitters, de leden, de commissies uit hun midden, de griffiers en de secretarissen.
Artikel 3
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beschikking: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.
Met een beschikking wordt een weigering om een beschikking te geven gelijk gesteld.
Wanneer de wettelijk gestelde termijn voor het geven van een beschikking is verstreken zonder dat een beschikking is gegeven of – bij het ontbreken van zulk een termijn – wanneer niet binnen redelijke tijd een beschikking is gegeven, geldt dat als het weigeren van het geven van een beschikking.
Artikel 4
[vervallen]
Artikel 5
Alle voorgeschreven toezendingen, kennisgevingen en oproepingen vanwege de griffier, het Gerecht of het Hof geschieden bij aangetekende brief.
Als dagtekening van de aangetekende brief geldt de dag, waarop de toezending, kennisgeving of oproeping heeft plaats gehad.
Artikel 6
De Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van beroepschriften, bedoeld in deze wet.
Stukken opgemaakt ter voldoening aan de bepalingen van deze wet zijn vrij van zegel en worden, voor zover zulks vereist wordt, kosteloos geregistreerd.
Hoofdstuk 2. Het beroep
Artikel 7
Natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, kunnen daartegen beroep instellen bij het Gerecht. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Ten aanzien van rechtspersonen worden mede als hun belangen beschouwd de belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden behartigen.
Geen beroep staat open tegen een beschikking:
- a. houdende intrekking of vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift;
- b. houdende goedkeuring van een in onderdeel a bedoelde beschikking;
- c. die aan goedkeuring onderworpen is;
- d. houdende schorsing of vernietiging van een besluit van een ander bestuursorgaan;
- e. inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit, tenzij deze beschikking de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft;
- f. ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, met uitzondering van een beschikking houdende weigering van de goedkeuring van een dergelijke beschikking;
- g. waartegen beroep bij een andere administratieve rechter kan of kon worden ingesteld;
- h. waarover krachtens wet de rechterlijke macht is of moet worden gehoord;
- i. die is gegeven op grond van bepalingen van strafrechtelijke aard;
- j. houdende de beoordeling van het kennen of kunnen van iemand die te dier zake is geëxamineerd of op andere wijze is getoetst;
- k. inhoudende een technische beoordeling van een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig en de daarop of daarin aanwezige apparatuur alsmede een meetmiddel, een onderdeel daaraan of een hulpinrichting daarvoor;
- l. op grond van een in een wettelijk voorschrift voor het geval van buitengewone omstandigheden toegekende bevoegdheid of opgelegde verplichting in deze omstandigheden genomen;
- m. op grond van een wettelijk voorschrift ter beveiliging van de militaire belangen van het Koninkrijk of diens bondgenoten genomen;
- o. op grond van een wettelijk voorschrift inzake de militaire dienst genomen, voor zover het betreft de inlijving, werkelijke dienst, groot verlof of ontslag, tenzij de beschikking betrekking heeft op verlenging van werkelijke dienst, kostwinnersvergoeding of vrijstelling van militaire dienst;
- p. inzake de nummering van kandidaatlijsten, de geldigheid van lijstverbindingen, het verloop van de stemming, de stemopneming, de vaststelling van de uitslag bij de verkiezing van de leden van vertegenwoordigende organen, de benoemdverklaring in opengevallen plaatsen, de toelating van nieuwe leden van de eilandsraad, alsmede de verlening van tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte;
- q. beschikkingen gegeven op grond van de Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES.
Artikel 8
Het Gerecht doet uitspraak op beroepschriften ingevolge artikel 9 van de Cessantiawet BES en beroepschriften inzake sociale en volksverzekeringen, voor zover in de daarop betrekking hebbende wetten beroep op het Gerecht is opengesteld. Alsdan is deze wet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
Beroep kan worden ingesteld ter zake dat de beschikking in strijd is met:
- a. een algemeen verbindend voorschrift;
- b. een algemeen rechtsbeginsel.
Indien het eerste lid, onderdeel b, toepassing heeft gevonden, wordt in de uitspraak aangegeven welk algemeen rechtsbeginsel geschonden is geoordeeld.
Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
§ 1. Het Gerecht
Artikel 10
[vervallen]
Artikel 11
De behandeling van het beroep en de uitspraak geschieden door het Gerecht.
Wanneer artikel 8 van toepassing is, geschieden de behandeling en de uitspraak door een meervoudige kamer van het Gerecht, bestaande uit een lid van het Hof als voorzitter en twee bijzondere rechters.
De bevoegdheden die in de artikelen 17, tweede, derde en vierde lid, 21, 23, 26 tot en met 32, 37 tot en met 40, 44, tweede, derde, zesde en zevende lid, 48 en 54 zijn toegekend aan het Gerecht, worden in geval van behandeling door een meervoudige kamer uitgeoefend door de voorzitter.
Artikel 12
De bijzondere rechters bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een tijdvak van zes jaren. Op hun verzoek wordt aan hen bij koninklijk besluit voor de afloop van voornoemd tijdvak ontslag verleend.
Benoembaar tot bijzondere rechter is iedere Nederlander.
Niet benoembaar zijn:
- a. [vervallen]
- b. de actief dienende of op non-activiteit gestelde ambtenaren alsmede hun levenspartners, met uitzondering van de voor het leven benoemde ambtenaren.
Indien ten aanzien van een bijzondere rechter zich na zijn benoeming een van de gevallen voordoet die grond zijn voor niet-benoembaarheid, wordt hij bij koninklijk besluit uit zijn ambt ontslagen.
Op met redenen omkleed voorstel van het Hof kan de bijzondere rechter worden ontslagen:
- 1°. wanneer zij de leeftijd van vijfenzestig jaren hebben bereikt;
- 2°. indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn om hun functies te vervullen;
- 3°. bij het verlies van het Nederlanderschap;
- 4°. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd, die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
- 5°. wanneer zij bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld;
- 6°. wegens handelen of nalaten, dat ernstig nadeel toebrengt aan de goede gang van zaken bij de rechtspraak of aan het in haar te stellen vertrouwen;
- 7°. wanneer zij, na eerder wegens gelijke overtreding te zijn gewaarschuwd, de bepalingen overtreden waarbij hun:
- a. het uitoefenen van enig beroep wordt verboden;
- b. een vast en voortdurend verblijf wordt aangewezen;
- c. verboden wordt zich in enig onderhoud of gesprek in te laten met partijen of haar advocaten, procureurs of gemachtigden, of enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen;
- d. de verplichting wordt opgelegd een geheim te bewaren.
In geval van tussentijds ontslag of overlijden wordt een nieuwe bijzondere rechter benoemd.
Bij algemene maatregel van bestuur, worden regels gegeven omtrent de aan de bijzondere rechters toekomende vergoedingen.
Artikel 13
De bijzondere rechters leggen de volgende eed of belofte af:
«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.»
Alvorens tot die eed of belofte te worden toegelaten, leggen zij de volgende eed (verklaring en belofte) van zuivering af: «Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling, aan iemand wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven. Ik zweer (beloof), dat ik nimmer enige giften of geschenken hoe ook genaamd, zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij in een rechtszaak is of zal worden betrokken, waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)».
De eedsaflegging (verklaring en belofte) van de bijzondere rechters geschiedt ten overstaan van de president van het Hof of een door deze aangewezen ambtenaar.
Artikel 14
Bij de beraadslaging over rechtszaken maken eerst de bijzondere rechters, van de jongstbenoemde tot de oudste, en als laatste de voorzitter hun gevoelen kenbaar. In diezelfde volgorde heeft, zo nodig, de stemming plaats. Er wordt beslist bij meerderheid van stemmen. Een rechter, die niet bij de beraadslaging aanwezig kan zijn, kan zijn gevoelen niet schriftelijk kenbaar maken of door een van zijn mederechters doen voordragen.
§ 2. Het aanhangig maken van beroep
Artikel 15
Het beroep wordt aanhangig gemaakt met een aan het Gerecht gericht beroepschrift, dat in tweevoud wordt ingediend bij de griffie van het Gerecht dat zijn zittingsplaats heeft in het eilandgebied waar de indiener zijn woonplaats heeft.
Het beroepschrift kan worden ingediend door degene die tot het beroep gerechtigd is, of door een door deze aangewezen gemachtigde. De machtiging wordt schriftelijk gegeven en bij het beroepschrift overgelegd.
In afwijking van het tweede lid behoeft een advocaat geen machtiging over te leggen.
Als woonplaats van de indiener die zich door een gemachtigde doet vertegenwoordigen, wordt aangemerkt de woonplaats van die gemachtigde.
Het beroepschrift houdt in:
- a. de naam, voornamen en woonplaats van de indiener van het beroepschrift en, indien het door een gemachtigde wordt ingediend, tevens de naam, voornamen en woonplaats van die gemachtigde;
- b. een duidelijke omschrijving van de beschikking waartegen het beroep is gericht;
- c. de gronden waarop het beroep berust, waaronder het belang dat de indiener bij het beroep heeft;
- d. een aanduiding van hetgeen gevorderd wordt;
- e. de ondertekening door de indiener of zijn gemachtigde;
- f. de keuze van een domicilie op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, indien de indiener geen woonplaats heeft op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- g. de dagtekening.
Bij het beroepschrift worden zo mogelijk de beschikking waarop het beroepschrift betrekking heeft, en de overige op de beschikking betrekking hebbende stukken overgelegd.
Artikel 16
Het beroepschrift wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, of geldt als geweigerd.
De dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, geldt als de dag waarop deze is gegeven.
Wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.