Wet op het notarisambt BES
Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
- a. Hof van Justitie: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- b. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
- c. stageverklaring: de verklaring van de volbrachte werktijd van drie jaar, bedoeld in artikel 9, derde lid.
Artikel 2
Notaris is de openbare ambtenaar die, voor zover uit een wet niet het tegendeel blijkt, met uitsluiting van ieder ander bevoegd is tot het verlijden van authentieke akten en het verzekeren van de dagtekening en het tijdstip daarvan.
Voor zover zulks niet bij uitsluiting aan anderen opgedragen is, is hij voorts onder meer bevoegd tot:
- a. het geven van verklaringen betreffende de staat en de bevoegdheid van personen;
- b. het afgeven van attestaties de vita;
- c. het legaliseren van handtekeningen;
- d. het afnemen van eden en beloften;
- e. het afgeven van verklaringen van erfrecht.
Tot het voeren van de titel notaris is uitsluitend bevoegd hij die als zodanig benoemd en beëdigd is.
Artikel 3
De notaris wordt bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.
De notaris is met ingang van de eerstvolgende maand na het bereiken van de leeftijd van vijfenzestig jaar van rechtswege ontslagen.
Aan de notaris die voor het bereiken van de in het tweede lid genoemde leeftijd ontslag verzoekt, wordt ontslag verleend bij koninklijk besluit, dat tevens de datum van ingang van het ontslag vermeldt.
Artikel 4
In het besluit van de benoeming wordt het openbaar lichaam, waarbinnen de notaris zijn ambt uitoefent, als standplaats aangewezen. Indien het Saba en Sint Eustatius betreft, worden beide openbare lichamen genoemd als standplaats.
Het aantal notarisstandplaatsen bedraagt voor Bonaire ten hoogste twee en voor Saba en Sint Eustatius samen ten hoogste één.
De notaris is verplicht werkelijk en gestadig kantoor te houden in de hem aangewezen standplaats en aldaar zijn protocol te bewaren.
De notaris moet binnen zijn standplaats wonen.
Artikel 5
Het is de notaris verboden zijn ambt uit te oefenen in een samenwerkingsverband met een of meer notarissen of met een of meer andere vrije beroepsbeoefenaren, tenzij de Kamer van Toezicht op een daartoe strekkend verzoek van de notaris die een dergelijk samenwerkingsverband wenst aan te gaan, ontheffing heeft verleend voor de ambtsuitoefening in bedoeld samenwerkingsverband.
Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, worden voorschriften verbonden; een dergelijke ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.
De voorschriften en beperkingen kunnen door de Kamer van Toezicht te allen tijde worden gewijzigd.
De Kamer van Toezicht kan de ontheffing intrekken, indien de voorschriften of beperkingen niet of niet genoegzaam worden nageleefd.
Artikel 6
De notaris mag zonder gegronde redenen zijn dienst niet weigeren.
Hij moet zijn dienst weigeren indien naar zijn redelijke overtuiging de werkzaamheid die van hem verlangd wordt, leidt tot strijd met de wet, de openbare orde of de goede zeden of zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben.
Hij is voorts verplicht om, op last van de rechter in eerste aanleg van zijn standplaats, zijn dienst kosteloos te verlenen aan personen die, op de wijze in artikel 878 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES vermeld, van hun onvermogen doen blijken.
Artikel 7
De notaris doet binnen een maand na zijn eedsaflegging aan de Kamer van Toezicht opgave van zijn al dan niet bezoldigde nevenbetrekkingen. Indien hij een dergelijke nevenbetrekking aanvaardt of beëindigt doet hij daarvan terstond aan de Kamer van Toezicht opgave. De Kamer van Toezicht houdt een register bij waarin van iedere notaris de nevenbetrekkingen zijn vermeld. Het register ligt bij de secretaris van de Kamer van Toezicht voor een ieder kosteloos ter inzage.
De notaris mag zijn ambt niet uitoefenen in dienstbetrekking of in een andere betrekking die zijn onafhankelijkheid beperkt, noch een met zijn ambt onverenigbaar beroep uitoefenen of een dergelijke betrekking bekleden, zoals lid van de rechterlijke macht, daaronder niet begrepen het optreden als plaatsvervangend lid van het Hof van Justitie of als plaatsvervanger van de rechter in eerste aanleg, deurwaarder, advocaat, hypotheekbewaarder, opsporings- of belastingambtenaar, gezaghebber, secretaris of ontvanger van een openbaar lichaam of ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de waarnemer die niet tevens notaris is.
In geval van twijfel of sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, beslist Onze Minister.
De notaris wordt door Onze Minister, gehoord het Hof van Justitie en de notaris, ontslagen, indien hij zijn ambt uitoefent in dienstbetrekking of in een andere betrekking die zijn onafhankelijkheid beperkt dan wel een met zijn ambt onverenigbaar beroep uitoefent of een dergelijke betrekking bekleedt.
Hoofdstuk II. Benoembaarheid, sollicitatieprocedure en benoeming
Artikel 8
Voor de benoembaarheid is vereist een stageverklaring, tenzij het een herbenoeming van een eervol ontslagen notaris betreft, dan wel de benoeming van een notaris op een standplaats in een ander openbaar lichaam.
Onze Minister kan van het vereiste over een stageverklaring te beschikken ontheffing verlenen, indien op een andere wijze blijkt dat de kwaliteit van de dienstverlening is geborgd. Bij het verlenen van de ontheffing kunnen aanwijzingen en voorschriften worden gegeven met het oog op het waarborgen van deze kwaliteit.
Artikel 9
Wanneer Onze Minister een nieuwe standplaats dan wel een opengevallen standplaats besluit te vervullen, stelt hij de gelegenheid open om binnen twee maanden te verzoeken om tot notaris te worden benoemd.
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient in tweevoud aan Onze Minister te worden gericht.
Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, moeten worden overgelegd:
- a. een uittreksel uit het bevolkingsregister;
- b. een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg één van de examens, bedoeld in artikel 14, onderdelen a tot en met c, is afgelegd;
- c. een verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in titel II van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES;
- d. verklaring of verklaringen van de volbrachte werktijd van drie jaar op een notaris-kantoor in Curaçao, Sint Maarten, of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, afgegeven door de notaris of notarissen bij wie de belanghebbende werkzaam is geweest, bevestigd door de Voorzitter van de Kamer van Toezicht.
Artikel 10
Nadat de in artikel 9, eerste lid, bedoelde termijn is verstreken, nodigt Onze Minister het Hof van Justitie uit een aanbeveling voor de benoeming te doen uit de sollicitanten.
Het Hof van Justitie maakt binnen zestig dagen een aanbevelingslijst op, bevattende de namen van ten hoogste drie kandidaten, en zendt deze aan Onze Minister.
Onze Minister neemt bij de benoeming zoveel mogelijk de aanbevelingen van het Hof van Justitie in acht.
Artikel 11
De notaris moet binnen twee maanden na de dag waarop zijn benoeming ingaat, voor de rechter in eerste aanleg van zijn standplaats, naar de wijze van zijn godsdienstige gezindheid, de navolgende eed of belofte en verklaring afleggen:
«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen en eerbied voor de rechterlijke autoriteiten;
dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onpartijdigheid zal waarnemen;
dat ik de wettelijk voorgeschreven geheimhouding in acht zal nemen;
en (ik verklaar) dat ik voorts middellijk noch onmiddellijk onder enige naam of voorwendsel tot het verkrijgen van mijn aanstelling, aan wie dan ook, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven».
Waar in deze wet van eedsaflegging wordt gesproken, wordt daaronder mede verstaan het afleggen van de belofte en de verklaring.
De rechter in eerste aanleg is bevoegd vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn verlenging daarvan te verlenen.
Bij verzuim van tijdige aflegging van de eed is de benoeming vervallen.
De bevoegdheid van de nieuwbenoemde notaris begint op de dag na de eedsaflegging.
Indien de nieuwbenoemde notaris de waarnemer is van een vacant kantoor, begint zijn bevoegdheid terstond na de eedsaflegging.
Artikel 12
Tenzij de notaris op een nieuwe standplaats is benoemd, geeft hij ten minste vijf dagen vóór de eedsaflegging van zijn voornemen daartoe bij aangetekende brief kennis aan de de fungerende notaris of aan degene die het vacante kantoor waarneemt, onder opgave van de datum op welke hij de eed zal afleggen.
De griffier van het Gerecht in eerste aanleg is gehouden de waarnemer op de dag van het afleggen van de eed onverwijld van dit feit in kennis te stellen.
Artikel 13
Binnen een week na de eedsaflegging legt de notaris, hetzij in persoon, hetzij door een schriftelijk gemachtigde, zijn handtekening en paraaf neer ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Hoofdstuk III. Kandidaat-notaris
Artikel 14
Kandidaat-notaris is hij die:
- a. hetzij, aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van het recht door een universiteit als bedoeld in artikel 24, eerste lid, Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de graad van Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad van Master op het gebied van het recht is verleend;
- b. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen;
- c. en tevens werkzaam is op het kantoor van een notaris.
Artikel 15
Hij die een betrekking als kandidaat-notaris ten kantore van een notaris heeft aanvaard, geeft hiervan, onder overlegging van het getuigschrift van het door hem afgelegde examen, kennis aan de President van het Hof van Justitie en aan de Voorzitter van de Kamer van Toezicht.
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt voor «gezien» getekend door de notaris in wiens kantoor de kandidaat-notaris werkzaam is en houdt in:
- a. de voornamen, de naam en de datum en plaats van geboorte van de kandidaat-notaris;
- b. de voornamen, de naam en de standplaats van de notaris in Curaçao, Sint Maarten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba in wiens kantoor de kandidaat-notaris het laatst werkzaam was en het tijdvak gedurende welk dat het geval was, dan wel de verklaring dat hij nog niet als kandidaat-notaris werkzaam was.
De werktijd, geldend voor een stageverklaring, wordt gerekend vanaf de dag waarop de kennisgeving door de Voorzitter van de Kamer van Toezicht is ontvangen.
De Voorzitter van de Kamer van Toezicht zendt de notaris in wiens kantoor de kandidaat-notaris werkzaam is, en de kandidaat-notaris een bewijs van ontvangst van de kennisgeving.
Het door de kandidaat-notaris overgelegde getuigschrift van het door hem afgelegde examen wordt, voor «gezien» getekend en gedateerd door de Voorzitter van de Kamer van Toezicht, aan de kandidaat-notaris teruggezonden.
Binnen een week nadat de kandidaat-notaris zijn betrekking ten kantore van een notaris heeft beëindigd, geeft de laatstgenoemde hiervan schriftelijk kennis aan de President van het Hof van Justitie en aan de Voorzitter van de Kamer van Toezicht.
Hoofdstuk IV. Waarneming
Artikel 16
De notaris die tijdelijk van zijn ambtsbediening wil worden ontheven, kan daartoe verlof vragen aan de President van het Hof van Justitie.
Hij is daartoe verplicht wanneer hij zich langer dan veertien opeenvolgende dagen van zijn standplaats wil verwijderen of wanneer hij langer dan veertien opeenvolgende dagen zijn ambt niet wenst uit te oefenen.
Op verzoek van de notaris kan het verlof te allen tijde worden ingetrokken, waarvan de notaris en de waarnemer, indien deze is aangewezen, onverwijld in kennis worden gesteld.
Artikel 17
De President van het Hof van Justitie wijst een waarnemer voor een notaris aan:
- a. indien aan de notaris een verlof als bedoeld in artikel 16 of artikel 59, wordt verleend;
- b. indien hij van oordeel is dat de notaris tijdelijk verhinderd is zijn ambt uit te oefenen;
- c. indien de notaris wordt geschorst, uit zijn ambt ontzet of ontslagen;
- d. indien de notaris zonder een verlof als bedoeld in artikel 16, zich langer dan veertien opeenvolgende dagen van zijn standplaats heeft verwijderd of zijn ambt niet uitoefent;
- e. in geval van overlijden van de notaris.
De President van het Hof van Justitie kan een regeling treffen omtrent het honorarium, die geldt tussen de vervangen notaris en de waarnemer. Hij kan de door hem getroffen regeling naar omstandigheden wijzigen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.