Lumpsumbesluit ambtenaren BES

Type Amvb Bes
Publication 2011-10-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1. Definities

Artikel 1

De in deze paragraaf vastgestelde begripsbepalingen zijn mede van toepassing op de uit kracht van dit besluit gegeven regelgeving.

Artikel 2

In dit besluit wordt verstaan onder «bevoegd gezag»:

Artikel 3

In dit besluit worden onder «overheidsdienaren» dezelfden verstaan als in het Wachtgeldbesluit ambtenaren BES, met uitzondering van de secretarissen van de openbare lichamen.

Artikel 4

In dit besluit wordt verstaan onder:

2. De uitnodiging tot vrijwillig ontslag

Artikel 5

Indien het bevoegde gezag besluit tot een reorganisatie over te gaan, stelt het, op de wijze als in dit besluit nader bepaald, de overheidsdienaren die in de dienst, het bedrijf of de instelling welke door de voorgenomen reorganisatie wordt betroffen werkzaam zijn, in de gelegenheid om kenbaar te maken dat zij zelf het dienstverband wensen te beëindigen, alvorens aan een of meer van hen ontslag als bedoeld in artikel 4 van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES te verlenen.

Artikel 6
1.

Het bevoegde gezag kan besluiten ten aanzien van een of meer bepaalde diensten, bedrijven of instellingen tot het verlenen van ontslag als bedoeld in artikel 4 van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES over te gaan zonder vooraf de gelegenheid te geven tot het kenbaar maken van de wens tot beëindiging van het dienstverband.

2.

Een dergelijk besluit is met redenen omkleed en wordt zo spoedig mogelijk aan alle betrokken overheidsdienaren bekend gemaakt.

3.

Als reden tot het nemen van het besluit kan onder meer gelden dat het aantal overheidsdienaren dat als gevolg van de reorganisatie naar verwachting ontslagen zal dienen te worden gering is in verhouding tot het totale aantal overheidsdienaren dat in de door de reorganisatie betroffen diensten, bedrijven of instellingen werkzaam is.

Artikel 7
1.

Het bevoegde gezag kan voorts besluiten een of meer bepaalde categorieën van overheidsdienaren, werkzaam in diensten, bedrijven of instellingen die door een voorgenomen reorganisatie worden betroffen, uit te sluiten van de gelegenheid tot het kenbaar maken van de wens tot beëindiging van het dienstverband. Onder categorie wordt hierbij verstaan een groep van overheidsdienaren met een zelfde of vergelijkbare taak of functie, of van een zelfde of vergelijkbaar opleidingsniveau.

2.

Een dergelijk besluit wordt aan alle betrokken overheidsdienaren schriftelijk en met redenen omkleed bekend gemaakt op hetzelfde tijdstip waarop een mededeling als bedoeld in artikel 10 aan de overige overheidsdienaren die in de betreffende diensten, bedrijven of instellingen werkzaam zijn wordt gedaan.

3.

Het besluit kan slechts gegrond zijn hetzij op de verwachting van een quantitatieve onderbezetting van de betreffende diensten, bedrijven of instellingen, of van bepaalde functie- of opleidingsniveau’s daarbinnen, hetzij op een dringende behoefte aan soortgelijk personeel in een andere dienst, bedrijf of instelling, onder hetzelfde bevoegde gezag gesteld.

Artikel 8

[vervallen]

Artikel 9

Indien er enige vorm van georganiseerd overleg bestaat tussen een bevoegd gezag en een organisatie van overheidsdienaren ten aanzien van wie een reorganisatie overwogen wordt, worden de voorgenomen besluiten aangaande die reorganisatie door het bevoegde gezag in dit overleg ter behandeling aangebracht, en zijn daarop de betreffende het overleg tot stand gekomen regelen van toepassing.

Artikel 10

Het besluit om de in een bepaalde dienst, bedrijf of instelling werkzame overheidsdienaren in verband met een voorgenomen reorganisatie in de gelegenheid te stellen kenbaar te maken dat zij zelf het dienstverband wensen te beëindigen wordt aan alle betrokkenen schriftelijk en zoveel mogelijk te zelfder tijd medegedeeld. De mededeling houdt tevens in algemene gegevens over de voorgenomen reorganisatie en over de lumpsum-regeling als bedoeld in dit besluit, over de wijze waarop en de termijn waarbinnen de wens tot beëindiging van het dienstverband kenbaar dient te worden gemaakt, over de ingangsdatum van het alsdan te verlenen ontslag en over de persoon of instantie waarbij nadere inlichtingen over de financiële en rechtspositionele gevolgen van een vrijwillige beëindiging van het dienstverband kunnen worden ingewonnen.

Artikel 11

Gerekend vanaf de dagtekening van de in het vorige artikel bedoelde mededeling hebben zij aan wie deze is gedaan gedurende twee maanden de gelegenheid om hun wens tot beëindiging van het dienstverband schriftelijk kenbaar te maken.

Artikel 12

Na afloop van de in het voorgaande artikel bedoelde termijn wordt in verband met dezelfde reorganisatie noch aan enige daarbij betrokken overheidsdienaar afzonderlijk, noch aan een groep of categorie van overheidsdienaren gezamenlijk opnieuw de gelegenheid gegeven om de wens tot beëindiging van het dienstverband met de in dit besluit bepaalde rechtsgevolgen kenbaar te maken.

3. Het ontslag

Artikel 13
1.

Behoudens het bepaalde in het derde lid en in artikel 14 wordt aan al degenen die in antwoord op een mededeling als bedoeld in artikel 10 kenbaar hebben gemaakt dat zij zelf het dienstverband wensen te beëindigen door het bevoegde gezag eervol ontslag verleend.

2.

Het besluit tot ontslagverlening met toepassing van dit besluit wordt aan de betrokkenen schriftelijk bekend gemaakt binnen een maand na het tijdstip waarop de termijn, bedoeld in artikel 11, geëindigd is.

3.

Is een strafvervolging tegen de overheidsdienaar aanhangig of wordt overwogen hem in aanmerking te brengen voor een disciplinaire straf, dan kan de ontslagverlening worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.

4.

Indien een geval als bedoeld in het derde lid zich heeft voorgedaan en de betrokken overheidsdienaar nadien alsnog voor het verkrijgen van eervol ontslag in aanmerking blijkt te komen, zijn op hem alle bepalingen van dit besluit onverminderd van toepassing.

Artikel 14
1.

Het bevoegde gezag kan weigeren aan een of meer bepaalde overheidsdienaren die in antwoord op een mededeling als bedoeld in artikel 10 kenbaar hebben gemaakt dat zij zelf het dienstverband wensen te beëindigen het gevraagde ontslag met toepassing van dit besluit te verlenen.

2.

Het besluit tot weigering wordt aan de betrokkene(n) schriftelijk en met redenen omkleed medegedeeld binnen een maand na het tijdstip waarop de termijn, bedoeld in artikel 11, geëindigd is.

3.

Het besluit kan slechts gegrond zijn op de overweging dat verlening van het gevraagde ontslag tot een quantitatieve of qualitatieve onderbezetting van de (het) betreffende dienst, bedrijf of instelling, of van bepaalde functie- of opleidingsniveau’s daarbinnen, zou leiden.

Artikel 15

De termijn van een maand, bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, en 14, tweede lid, kan door het bevoegde gezag met een maand verlengd worden. Het besluit tot verlenging wordt aan de betrokkenen vóór de afloop van de oorspronkelijke termijn medegedeeld; het is met redenen omkleed.

Artikel 16
1.

Het ontslag gaat voor alle overheidsdienaren die in een zelfde dienst, bedrijf of instelling werkzaam zijn zoveel mogelijk op hetzelfde tijdstip in. Dit tijdstip valt niet eerder dan op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het besluit, bedoeld in artikel 13, bekend gemaakt is, en niet later dan een maand vóór die waarin voor een of meer in dezelfde (hetzelfde) dienst, bedrijf of instelling werkzame overheidsdienaren in verband met dezelfde reorganisatie het ontslag als bedoeld in artikel 4 van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES zal ingaan.

2.

Het ontslag kan op verzoek of met instemming van de betrokken overheidsdienaar met ingang van een eerder tijdstip verleend worden.

3.

Indien het vierde lid van artikel 13 van toepassing is, kan het ontslag voor de betrokkene op een later tijdstip ingaan.

Artikel 17

Degene aan wie ingevolge dit besluit op zijn verzoek ontslag verleend is, heeft op grond van dat ontslag geen aanspraak op wachtgeld.

Artikel 18
1.

Op de overheidsdienaar, die, hoewel hij behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 7 of die door een weigering als bedoeld in artikel 14 getroffen is, niettemin ontslag aanvraagt is dit besluit niet van toepassing. Zijn ontslagaanvraag wordt door het bevoegde gezag behandeld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 88 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES of daarmede vergelijkbare, op de betrokkene toepasselijke rechtspositionele bepalingen.

2.

Aan de overheidsdienaar, die behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 7 of die door een weigering als bedoeld in artikel 14 getroffen is wordt in verband met dezelfde reorganisatie geen ontslag als bedoeld in artikel 4 van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES verleend.

Artikel 19
1.

Degene aan wie ingevolge dit besluit ontslag verleend is wordt geacht ermede te hebben ingestemd dat hij in beginsel gedurende een tijdvak van vier jaren, gerekend vanaf het tijdstip waarop het ontslag ingaat, in dienst zal treden van een lichaam als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Pensioenwet ambtenaren BES.

2.

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of bij eilandsverordening, al naar gelang de lumpsum is toegekend door een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2, onder a, onderscheidenlijk door een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2, onder b, kunnen privaatrechtelijke rechtspersonen of instellingen aan de werking van het eerste lid worden onttrokken of daaronder worden gebracht.

4. De Lumpsum

Artikel 20

Aan de overheidsdienaar die de wens tot beëindiging van het dienstverband kenbaar heeft gemaakt en aan wie dienvolgens ontslag verleend is, wordt bij of uiterlijk een maand na de ingang van het ontslag een bepaalde geldsom uitgekeerd, volgens de in deze paragraaf en in paragraaf 6 van dit besluit te stellen regelen.

Artikel 20a
1.

Tot uitkering van een geldsom als bedoeld in artikel 20 wordt tevens overgegaan ten aanzien van de overheidsdienaar aan wie op grond van het bepaalde in artikel 6 ontslag verleend is, indien hij tot zodanige uitkering uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het besluit tot ontslagverlening een schriftelijk verzoek richt tot het bevoegd gezag.

2.

Het verzoek kan niet worden geweigerd.

3.

Ten aanzien van de overheidsdienaar aan wie op grond van dit artikel een geldsom wordt uitgekeerd, wordt het hem verleende ontslag geacht op zijn verzoek te zijn verleend. Het bepaalde in de artikelen 17 en 19 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21

Het bedrag van de lumpsum, bedoeld in artikel 20, is afhankelijk van het wachtgeld, de kindertoelage daaronder mede begrepen, dat de betrokken overheidsdienaar ontvangen zou hebben, indien het hem verleende ontslag niet door de bepalingen van dit besluit, doch door die van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES beheerst zou zijn. Verminderingen op grond van paragraaf 4 van het laatstgenoemde besluit en inhoudingen in verband met premie- of andere verplichtingen worden bij de berekening van dit wachtgeld buiten beschouwing gelaten. De kindertoelage wordt voor de gehele duur van de wachtgeld-periode die voor de betrokkene gegolden zou hebben berekend naar de toestand op de dag voorafgaande aan die waarop het ontslag ingaat.

Artikel 22
1.

Van het wachtgeld, berekend overeenkomstig de bepalingen van het voorgaande artikel, wordt de gekapitaliseerde waarde op de dag van de ingang van het ontslag vastgesteld, waarbij wordt uitgegaan van een rentevoet van 9% ’s jaars.

2.

De lumpsum bedraagt 70% van het aldus gekapitaliseerde wachtgeld, doch ten hoogste (USD 33.600,–).

Artikel 23

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.