Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES

Type Wet Bes
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze wet en de uitvoering daarvan te geven voorschriften wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Onze Minister wijst zelfstandigheden aan, welke zowel als geneesmiddel als voor ander dan geneeskundig doel plegen te worden gebruikt en die onder de voorwaarden, die Onze Minister stelt, niet worden geacht te zijn geneesmiddel.

2.

Onze Minister wijst geneesmiddelen aan, welke anderen dan de in het eerste lid van artikel 3 bedoelde personen ter aflevering in voorraad mogen hebben, mogen afleveren en mogen terhandstellen.

3.

Indien andere dan de in het eerste lid van artikel 3 bedoelde personen geneesmiddelen, aangewezen krachtens de vorige leden, ter aflevering in voorraad hebben of afleveren, worden zij niet geacht de artsenijbereidkunde uit te oefenen.

4.

Het afleveren van geneesmiddelen op recept wordt steeds geacht te zijn uitoefening van de artsenijbereidkunde.

5.

Aan geneeskundigen, tandheelkundigen, verloskundigen, mondhygiënisten of optometristen worden geneesmiddelen slechts ter hand gesteld na ontvangst van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek. Het verzoek vermeldt de naam, het adres en de hoedanigheid van de verzoeker alsmede de naam en de hoeveelheid van het geneesmiddel.

Hoofdstuk II. Het uitoefenen der artsenijbereidkunde

Artikel 3
1.

Tot uitoefening der artsenijbereidkunde zijn bevoegd:

2.

Onze Minister kan aan personen, die niet bevoegd zijn tot uitoefening van de artsenijbereidkunde, vergunning verlenen tot het in voorraad hebben, afleveren, terhandstellen dan wel een combinatie van het in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen van bepaalde bij die vergunning aan te wijzen verpakte geneesmiddelen. Onze Minister kan aan de vergunning voorwaarden verbinden, de vergunning weigeren of deze intrekken, indien het belang van de volksgezondheid zulks vordert.

3.

Aan personen, die niet bevoegd zijn tot uitoefening van artsenijbereidkunde, is het bereiden, het in voorraad hebben, het afleveren of terhandstellen van geneesmiddelen verboden, met uitzondering van het in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen van de zelfstandigheden aangewezen krachtens het eerste of van de geneesmiddelen aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 2 en het in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen van verpakte geneesmiddelen krachtens een vergunning als bedoeld in het tweede lid.

4.

[vervallen]

Artikel 3a
1.

Voor een vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, wordt jaarlijks een vergoeding geheven overeenkomstig regelen bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, kan Onze Minister een vergunning intrekken:

Artikel 4
1.

Hij, die de artsenijbereidkunde uitoefent, is gehouden dit met nauwkeurigheid en met inachtneming van de wettelijke voorschriften te doen.

2.

Een geneesmiddel mag slechts worden afgeleverd, indien duidelijk is aangegeven hetgeen wordt verlangd.

Hoofdstuk III. Verpakte geneesmiddelen

Artikel 5
1.

Het is verboden verpakte geneesmiddelen welke niet staan in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet, te bereiden, in voorraad te hebben, te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen, in te voeren, of te verhandelen.

2.

Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet voor:

3.

Indien het belang van de volksgezondheid zulks vordert, is onze Minister bevoegd ten aanzien van een geneesmiddel, welk staat in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet, te bepalen, dat gedurende een bij zijn beschikking aan te wijzen tijdvak van ten hoogste twaalf maanden niet mag worden afgeleverd of terhandgesteld dan met inachtneming van bij die beschikking gestelde voorwaarden.

Artikel 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld nopens de bereiding, het in voorraad hebben, het verkopen, het afleveren, de ter hand stelling, de invoer, de handel en het ter aflevering in voorraad hebben, de aanprijzing en de verpakking van verpakte geneesmiddelen. Bij algemene maatregel van bestuur, kan, in het belang van de volksgezondheid bepaald worden dat een of meer van die voorschriften niet van toepassing zullen zijn op een verpakt geneesmiddel, of wel van toepassing zullen zijn op enige zelfstandigheid.

Hoofdstuk IV. De apotheker

§ 1. De inschrijving

Artikel 7
1.

Hij, die de hoedanigheid van apotheker bezit, mag van zijn bevoegdheid tot uitoefening artsenijbereidkunde geen gebruik maken voordat hij op zijn verzoek door de Inspecteur in het register der apothekers die de artsenijbereidkunde uitoefenen is ingeschreven.

2.

Bij een verzoek om inschrijving moet door de verzoeker het bewijs van zijn hoedanigheid van apotheker worden overgelegd. Van de inschrijving wordt aantekening gedaan op het bewijs van bevoegdheid.

3.

De inschrijving geschiedt voor een apotheek bevestigd in een bepaald aangewezen perceel.

4.

Voor een inschrijving als bedoeld in het eerste lid, wordt een vergoeding geheven overeenkomstig regelen bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen. De inschrijving geschiedt niet dan nadat de vergoeding is betaald.

5.

Bij het verzoek tot inschrijving dient door de verzoeker te worden overgelegd:

Artikel 8
1.

De inschrijving wordt door de Inspecteur geweigerd, indien de aanvrager in de uitoefening zijner bevoegdheid is geschorst en de termijn van schorsing nog niet is verstreken, zomede indien hem deze bevoegdheid is ontnomen.

2.

De Inspecteur is bevoegd de inschrijving te weigeren:

Artikel 9
1.

De inschrijving vervalt:

2.

De Inspecteur is bevoegd de inschrijving van een apotheker in te trekken, indien naar zijn oordeel voldoende waarborgen voor de aflevering van deugdelijke geneesmiddelen niet aanwezig zijn. Onder deze waarborgen is mede begrepen dat het door de apotheker in zijn apotheek uit te oefenen toezicht voldoende zal zijn.

3.

In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is de Inspecteur bevoegd de apotheek te sluiten en de toegang te verzegelen en verzegeld te houden zolang geen nieuwe inschrijving is geschied.

Artikel 10

[vervallen]

Artikel 11

De apotheker is verplicht, zodra hij ophoudt de artsenijbereidkunde uit te oefenen in de apotheek waarvoor hij is ingeschreven, daarvan schriftelijk kennis te geven aan de Inspecteur.

§ 2. De uitoefening van het beroep

Artikel 12

De apotheker mag de artsenijbereidkunde slechts in één apotheek uitoefenen, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 24 en het tweede lid laatste zin van artikel 44.

Artikel 13

Indien in een apotheek meer dan één apotheker de artsenijbereidkunde uitoefent, rusten alle verplichtingen, welke deze wet of de ter uitvoering daarvan te geven voorschriften de apotheker oplegt, op de oudste in leeftijd, tenzij de betrokken apothekers schriftelijk anders zijn overeengekomen en de Inspecteur aan belanghebbenden schriftelijk van zijn instemming met deze overeenkomst heeft doen blijken.

Artikel 14
1.

De apotheker is verplicht zorg te dragen, dat de in zijn apotheek werkzame personen de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen naleven.

2.

Hij is van de verplichting, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, bevrijd, voor zover hij kan aantonen, dat hij gedaan heeft wat redelijkerwijze mogelijk was om een overtreding te voorkomen.

Artikel 15

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.