Besluit opleiding tot controleur der Belastingen BES

Type Amvb Bes
Publication 2011-10-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1
1.

Bij ministeriële regeling kan in elk van de openbare lichamen voor de opleiding, vorming en training van ambtenaren bij de Belastingdienst een cursus worden ingesteld voor benoembaarheid tot controleur der Belastingen.

2.

Bij die regeling kan tevens de vergoeding van de docenten voor de vakken genoemd in artikel 9, eerste lid, en de met de dagelijkse leiding van de cursus belaste cursusleider worden vastgesteld.

Artikel 2
1.

De cursus duurt drie jaren en bestaat uit twee gedeelten:

2.

De cursusleider bepaalt jaarlijks de tijdvakken waarin de theoretische en de praktische vorming plaatsvindt, met dien verstande, dat de praktische vorming moet zijn voltooid op het tijdstip waarop de theoretische vorming een einde neemt.

Artikel 3
1.

Er is een Commissie van Toezicht van drie leden welke belast is met de organisatie van en het toezicht op de cursus. Bij ministeriële regeling kunnen functionarissen worden aangewezen die ambtshalve lid zijn van de commissie, waarbij kan worden bepaald dat een van die functionarissen als voorzitter van de commissie optreedt. De bedoelde functionarissen kunnen een plaatsvervanger aanwijzen.

2.

Het derde lid van de commissie wordt op voordracht van de commissieleden bedoeld in het eerste lid door Onze Minister van Financiën benoemd.

3.

De cursusleider treedt op als secretaris van de Commissie van Toezicht.

Artikel 4
1.

Het aantal lesuren voor de vakken, genoemd in artikel 9l eerste lid, alsmede de duur van de lesuren, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

2.

Het rooster van lesuren wordt door Commissie van Toezicht na overleg met de docenten en de cursusleider vastgesteld of gewijzigd en tijdig bekend gemaakt aan de cursisten.

Artikel 5

De docenten en de cursusleider houden aantekening van de vorderingen en verzuim van de cursisten. De cursusleider doet hiervan tenminste eenmaal per kwartaal mededeling van de voorzitter van de Commissie van Toezicht.

Artikel 6
1.

Tot de cursus kunnen worden toegelaten zij die:

2.

Een daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionaris kan, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, een minimum, dan wel, een maximum aantal deelnemers per cursus vaststellen. Ingeval een maximum aantaal deelnemers per cursus wordt vastgesteld, vindt toelating plaats in volgorde van een door de Commissie van Toezicht op te st4ellen lijst van meest geschikte kandidaten aan de hand van door haar vastgestelde criteria.

3.

In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, kunnen zij, die niet voldoen aan de in dat lid gestelde toelatingseisen, niettemin in bijzondere gevallen door de Commissie van Toezicht tot de cursus worden toegelaten.

Artikel 7
1.

De cursisten zijn geen lesgeld verschuldigd.

2.

De cursisten bekostigen zelf kun boeken en verdere benodigdheden.

3.

de cursisten die de opleiding met succes beëindigen zijn gehouden daarop aansluitend (nog) vijf jaren onafgebroken in overheidsdienst werkzaam te zijn.

4.

Indien zij dit dienstverband voortijdig verbreken, zullen zij aan de Staat een schadevergoeding van $ 500,– voor iedere volle maand die ontbreekt aan genoemde periode van vijf jaren verschuldigd zijn.

5.

Geen schadevergoeding is verschuldigd indien de voortijdige verbreking van het dienstverband het gevolg is van welbewezen ziels- en of lichaamsgebreken, buiten eikgen toedoen ontstaan, ter beoordeling van de Gouverneur.

Artikel 8
1.

De cursisten die zonder geldige reden niet geregeld de lessen bijwonen of door slecht gedrag het onderwijs verstoren of belemmeren of niet voldoende presteren, of zich aan enig bedrog aan een examen schuldig maken, kunnen op schriftelijk voorstel van de cursusleider door de Commissie van Toezicht van de verdere deelname aan de cursus worden uitgesloten.

2.

Uitsluiting vindt in ieder geval plaats op het moment dat, naar het oordeel van de Commissie van Toezicht, onvoldoende kansen resteren op het succesvol beëindigen van de opleiding.

Artikel 9
1.

Gedurende de cursus wordt onderwijs gegeven in de volgende vakken:

2.

De vakken a t/m i worden afgesloten met een schriftelijk examen. de vakken d, e en i worden tevens mondeling geëxamineerd. De Commissie van Toezicht kan bepalen dat tussentijdse (vrijstellende) tentamens worden afgenomen.

Artikel 10
1.

tot het afleggen van de examens worden slechts toegelaten de cursisten die zich hiervoor hebben aangemeld.

2.

De omvang van de kennis die bij de examens wordt gevorderd is aangegeven in het leerplan dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

3.

De examens worden afgenomen door de desbetreffende docent.

De examens worden tevens afgenomen onder toezicht van de voor ieder vak door de examencommissie, op voordracht van de Commissie van Toezicht, aangewezen gecommitteerde.

4.

Bij afwijzing wordt de cursist binnen zes maanden na examendatum in de gelegenheid gesteld een herexamen af te leggen.

5.

Het zich niet aanmelden voor c.q. het niet deelnemen aan een aangemeld examen of herexamen wordt gelijkgesteld met een afwijzing met het cijfer 1 (één) als bedoeld in artikel 15.

Artikel 11

In het openbaar lichaam waar ingevolge artikel 1, eerste lid, een cursus is ingesteld, vormen de betrokken docenten, de cursusleider, de leden van de Commissie van Toezicht de examencommissie voor dat openbaar lichaam.

Een daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionaris of diens plaatsvervanger is ambtshalve voorzitter van de examencommissie. De secretaris van de Commissie van Toezicht is tevens secretaris van de examencommissie.

Artikel 12
1.

De examencommissie stelt een examenreglement vast waarin in ieder geval voorschriften worden opgenomen ten aanzien van:

In het examenreglement worden in elk geval de voorschriften ter zake in de bijlage bij dit besluit opgenomen.

2.

De schriftelijke opgaven worden door de docenten ontworpen en door de examencommissie vastgesteld.

3.

De secretaris van de examencommissie geeft aan elke kandidaat ten minste twee weken van te voren schriftelijk kennis waar en wanneer deze tot het afleggen van een examen moet verschijnen.

4.

De leden van de examencommissie nemen de nodige maatregelen opdat ten opzichte van alles wat op d examens betrekking heeft geheimhouding in acht wordt genomen.

Artikel 13
1.

Het schriftelijk werk wordt door alle kandidaten die deelnemen aan eenzelfde examen, gelijktijdig gemaakt.

2.

Bij een mondeling examen worden de kandidaten afzonderlijk in tegenwoordigheid van de aangewezen gecommitteerde ondervraagd. De gecommitteerde kan ook vragen stellen. Er wordt zoveel mogelijk aantekening gehouden van de daarbij gestelde vragen.

3.

Het gebruik van andere dan door de examencommissie toegestane hulpmiddelen is niet toegestaan.

4.

Aan hen, die zich aan enig bedrag bij het examen schuldig maken, kan door de voorzitter van de examencommissie de verdere deelneming aan dat examen worden ontzegd.

5.

De uitslag van het examen wordt op een door de voorzitter van de examencommissie belegde vergadering vastgesteld en zo spoedige mogelijk aan de kandidaten medegedeeld.

Artikel 14

Het oordeel over de kennis van de kandidaten wordt voor ieder vak uitgedrukt door een van de cijfer 1 t/m 10 – met eventueel de daartussen liggende decimalen – aan welke de volgende betekenis is te hechten:

10. Uitmuntend 5. bijna voldoende
9. zeer goed 4. onvoldoende
8. goed 3. zeer onvoldoende
7. ruim voldoende 2. slecht
6. voldoende 1. zeer slecht
Artikel 15
1.

De eindcijferlijst wordt in een door de voorzitter van de examencommissie belegde vergadering vastgesteld.

2.

Aan de geslaagden worden een getuigschrift en de eindcijferlijst uitgereikt. Deze worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie.

3.

Op verzoek kan aan de niet-geslaagden een eindcijferlijst worden uitgereikt.

Artikel 16

Bij ministeriële regeling kan een vergoeding worden bepaald die de gecommitteerden en examinatoren genieten voor het afnemen van de examens.

Artikel 17

Het in de voorgaande artikelen ten aanzien van examens bepaalde is eveneens van toepassing op tentamens.

Artikel 18

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven ten aanzien van onderwerpen waarin dit besluit niet voorziet.

Artikel 19

Dit besluit berust op artikel 10, onder a, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES.

Artikel 20

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleiding tot controleur der Belastingen BES.

Bijlage. behorende bij het Besluit opleiding tot controleur der Belastingen BES

LEERPLAN

a. Algemene vorming

Doel:

Het geven van inzicht in o.a.:

b. Nederlands taal

Doel:

Het vergroten van de taalvaardigheid, zowel passief (luisteren en lezen als actief (spreken en schrijven

c. Correspondentie en rapportage

Doel:

Het leren opstellen van brieven en rapporten in begrijpelijk Nederlands op een logische en systematische wijze.

Dit onderdeel valt uiteen in:

d. Privaatrecht

Doel:

Het geven van inzicht in de structuur en functie van het rechtsbestel. Nadruk wordt gelegd op onderdelen die een raakvlak hebben met het belastingrecht.

De volgende onderwerpen komen aan de orde:

e. Belastingrecht

Doel:

Het op een zodanig peil brengen van de kennis omtrent de regelgeving t.a.v. de verschillende belastingmiddelen, dat op verantwoorde wijze kan worden opgetreden bij heffing, inning dan wel controle.

Bijzondere nadruk valt op de winstsfeer.

Indeling:

f. Boekhouden

Doel:

Het bijbrengen van inzicht in boekhoudingen gevoerd door kleine en middelgrote ondernemingen en door beoefenaars van vrije beroepen. Tevens is opgenomen een aantal onderwerpen uit handelsrekenen en Handelskennis.

Dit vak wordt als volgt behandeld:

g. Voortgezet boekhouden

Doel:

Het kennis laten maken met basis begrippen uit de statistiek en de financiële rekenkunde. Daarnaast het behandelen van enige onderwerpen uit het boekhouden die nauw verbonden zijn aan de bedrijfseconomie, alsmede het geven van enig inzicht in het geautomatiseerd administreren.

Indeling:

h. Economie

Doel:

Het bijbrengen van kennis van belangrijke economische begrippen en het verschaffen van inzicht in het economische gebeuren.

Nadruk lig op bedrijfseconomische aspecten, de algemene economie komst slechts zijdeling aan de orde.

Indeling:

i. Controletechniek

Doel:

De cursisten te leren hoe een boekhouding kan worden gecontroleerd. De controle is hierbij gericht op het uitbrengen van een advies m.b.t. de aanvaardbaarheid van belastingsaangiften.

De volgende onderdelen zullen worden behandeld:

j. Sociale vaardigheden

Doel:

Het leren omgaan met mensen in een van nature vaak vijandige sfeer, zonder de gestelde doelen van het oog te verliezen.

In dit kader komen o.m. aan de orde:

EXAMENREGLEMENT als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit opleiding tot controleur der Belastingen BES.

Artikel 1

Waarna hierna esproken wordt over «examen» wordt daaronder mede verstaand «tentamen»

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Voor de verschillende examenonderdelen geldt de volgende tijdsduur:

Artikel 8

Geslaagd is de kandidaat die:

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

In die gevallen waarvoor dit reglement geen voorschriften bevat beslist de examencommissie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.