Besluit rechtspositie Kustwacht BES

Type Amvb Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Definities

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen, wordt verstaan onder:

§ 2. Aanstelling

Artikel 2
1.

Het geneeskundige onderzoek bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de WMABES alsmede het periodieke onderzoek, naar de geschiktheid voor het ambt van geüniformeerd ambtenaar, geschieden overeenkomstig het daaromtrent gestelde bij of krachtens de Schepenwet en het Schepenbesluit 1965.

2.

Als geüniformeerd ambtenaar is slechts geschikt de persoon wiens fysieke en psychische toestand doet verwachten, dat hij zal voldoen aan de eisen die aan hem worden gesteld en bestand zal zijn tegen de daaraan verbonden vermoeienissen.

Artikel 3
1.

Ten aanzien van de belanghebbende wordt door Onze Minister een veiligheidsonderzoek ingesteld.

2.

Het veiligheidsonderzoek omvat:

3.

Tenzij dringende redenen zich daarentegen verzetten, wordt het onderzoek gestart met het inwinnen van justitiële inlichtingen. Indien zulks niet leidt tot bezwaren tegen aanstelling, wordt het veiligheidsonderzoek voortgezet.

4.

Aanstelling vindt niet plaats indien op grond van de uitslag van het veiligheidsonderzoek naar het oordeel van Onze Minister daartoe bezwaren bestaan.

Artikel 4
1.

De directeur van de Kustwacht doet jaarlijks onderzoeken of de geüniformeerde ambtenaar voldoet aan de normvaardigheidsvereisten voor de desbetreffende functie.

2.

De normvaardigheidsvereisten kunnen op voorstel van de directeur van de Kustwacht bij ministeriële beschikking met algemene werking worden vastgesteld. Bij de vaststelling van de vereisten maakt Onze Minister verschil naar sexe en leeftijd. De normvaardigheidsvereisten maken deel uit van de initiële opleiding, bedoeld in artikel 13, eerste lid.

3.

De directeur van de Kustwacht doet voor de geüniformeerde ambtenaar een trainingsschema vaststellen, dat gericht is op het voldoen aan de normvaardigheidsvereisten bij het jaarlijks onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

4.

Indien een geüniformeerd ambtenaar bij het jaarlijks onderzoek niet voldoet aan de normvaardigheidsvereisten, wordt hij in de gelegenheid gesteld om binnen zes maanden alsnog aan de vereisten te voldoen. In bijzondere gevallen kan de directeur van de Kustwacht deze termijn eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste zes maanden.

5.

Indien een geüniformeerd ambtenaar de herkansing, bedoeld in het vierde lid, niet benut of wederom niet voldoet aan de normvaardigheidsvereisten, stelt de directeur van de Kustwacht Onze Minister onverwijld voor de terbeschikkingstelling van de betrokkene aan de Kustwacht te beëindigen, in verband met gebleken ongeschiktheid voor de verdere vervulling van het door hem beklede ambt.

§ 3. Functietoewijzing

Artikel 5
1.

Functietoewijzing en ontheffing uit de functie geschiedt door Onze Minister. De geüniformeerde ambtenaar is gehouden de hem toegewezen functie te vervullen.

2.

Een andere functie wordt de geüniformeerde ambtenaar, tenzij in spoedeisende gevallen, niet toegewezen dan nadat hij is gehoord.

3.

Na ontheffing uit de functie volgt in beginsel functietoewijzing, bestemming voor een bijscholingsopleiding of bestemming voor een omscholingsopleiding.

4.

Onze Minister kan ten aanzien van de geüniformeerde ambtenaar die buiten staat is de hem toegewezen functie te vervullen, daaraan consequenties verbinden met betrekking tot toekomstige functietoewijzing.

Artikel 6
1.

Bij het nemen van een beslissing tot functietoewijzing houdt Onze Minister rekening met de volgende factoren:

2.

Onze Minister kan aan de duur van de functievervulling een maximale termijn verbinden.

Artikel 7
1.

De functies bij de Kustwacht vloeien voort uit een door Onze Minister van Defensie vastgesteld organisatieschema.

2.

De directeur van de Kustwacht stelt de beschrijvingen van de door ambtenaren te vervullen functies bij de Kustwacht vast, alsmede de bijbehorende functievereisten.

3.

Onze Minister waardeert ieder van de ingevolge het tweede lid vastgestelde functiebeschrijvingen, of door de directeur van de Kustwacht gewijzigde functiebeschrijvingen, met een rang dan wel schaal.

4.

De directeur van de Kustwacht legt het formatierapport, bevattende het organogram, de functiebeschrijvingen en -waarderingen en de verantwoording daarvan, over aan Onze Minister.

§ 4. Rangen en bezoldiging

Artikel 8

De rangen en de daarbij behorende bezoldigingsschalen voor degenen die worden aangesteld als geüniformeerde ambtenaar zijn vermeld in de bijlage bij dit besluit.

§ 5. Bevordering

Artikel 9

Aan de geüniformeerde ambtenaar die een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt, wordt op de ingangsdatum van de functievervulling die hogere rang toegekend, tenzij hiervan bij artikel 10, 11 of 12 wordt afgeweken.

Artikel 10
1.

Een functie waaraan de rang van matroos, volmatroos of eerste volmatroos verbonden is, wordt vervuld op basis van een tijdelijke aanstelling voor een periode van ten hoogste vijf jaar.

2.

De vereisten voor aanstelling in een rang als bedoeld in het eerste lid zijn:

het op het beoogde tijdstip van aanstelling bereikt hebben van een leeftijd van tenminste achttien en ten hoogste 25 jaar;

het bezit van ten minste een MAVO-4 of LTS-T-diploma;

het bezit van een zwemdiploma.

3.

Van het vereisten genoemd in het tweede lid, kan op voorstel van de directeur van de Kustwacht worden afgeweken.

4.

In afwijking van het gestelde in artikel 9 wordt een matroos na het voltooien van de initiële opleiding, bedoeld in artikel 13, eerste lid, bevorderd tot de rang van volmatroos. Na tenminste twee jaar functioneren in de rang van volmatroos, vindt bevordering plaats tot eerste volmatroos, tenzij het resultaat van de beoordeling dit niet toestaat.

De in het eerste lid genoemde periode kan op voordracht van de directeur van de Kustwacht eenmaal worden verlengd met maximaal eenzelfde periode, mits de leeftijd van dertig jaar niet wordt overschreden. De directeur van de Kustwacht adviseert Onze Minister over de noodzaak en gewenste duur van de verlenging.

Na ommekomst van de tijdelijke aanstelling, bedoeld in dit artikel, zal Onze Minister zich inspannen voor plaatsing van de geüniformeerde ambtenaar bij de overheid op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 11
1.

Een functie waaraan de rang van kwartiermeester of hoger is verbonden, wordt vervuld op basis van een vaste aanstelling.

2.

Van het vereiste, bedoeld in het eerste lid, kan door Onze Minister op voorstel van de directeur van de Kustwacht worden afgeweken voor een periode van ten hoogste een jaar ten aanzien van de geüniformeerde ambtenaar in de rang van eerste volmatroos, die beoogd wordt een functie te vervullen waaraan de rang van kwartiermeester is verbonden en, op een later tijdstip, zo nodig, de rang van bootsman. Aan de tijdelijke vervulling als bedoeld in de eerste volzin, is een toelage verbonden als bedoeld in artikel 26 van de WMABES

Artikel 12
1.

Met het oog op een evenwichtige loopbaanontwikkeling en ervaringsopbouw kan Onze Minister op voorstel van de directeur van de Kustwacht in vaste dienst aangestelde geüniformeerde ambtenaren voor een periode van twee jaar aanstellen in een rang die één schaal lager is dan de schaal die verbonden is aan de rang die behoort bij de door die geüniformeerd ambtenaar te vervullen functie. In bijzondere gevallen kan deze periode op voorstel van de directeur van de Kustwacht verlengd worden tot ten hoogste drie jaar.

2.

De kwartiermeester die een aaneengesloten periode van ten minste tien jaar bij de Kustwacht werkzaam is geweest, en wiens functioneren gedurende die periode steeds ten minste als voldoende is beoordeeld, komt bij het bereiken van de leeftijd van 45 jaar in aanmerking voor een bevordering tot bootsman.

§ 6. Opleiding

Artikel 13
1.

De geüniformeerd ambtenaar wordt bij aanstelling in beginsel aangewezen voor het volgen van de initiële opleiding. Deze opleiding is ten minste gericht op het verkrijgen van de benodigde kennis en vaardigheden voor de eerste functie of functies waarvoor hij is bestemd.

2.

Aan de aanwijzing voor het volgen van de initiële opleiding kan, indien de aard of de duur van de opleiding dit naar het oordeel van Onze Minister wettigt, de verplichting worden verbonden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de door Onze Minister vast te stellen kosten van de opleiding. De terugbetalingsverplichting kan worden geëffectueerd indien de geüniformeerd ambtenaar na het verstrijken van de voor hem geldende proeftijd:

3.

Onder de kosten van de opleiding valt niet de tijdens de opleiding genoten bezoldiging.

Artikel 14
1.

De geüniformeerde ambtenaar kan, al dan niet op eigen verzoek, door Onze Minister worden aangewezen voor het volgen van een bijscholingsopleiding om de benodigde kennis en vaardigheid te behouden die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn functie, dan wel te verkrijgen voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies waarvoor hij is bestemd. Hij wordt tijdig in de gelegenheid gesteld tot het volgen van die opleiding.

2.

Aan het volgen van de opleiding op verzoek is, voor wat betreft de verplichtingen die daaraan kunnen worden verbonden, het bepaalde in artikel 13, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15
1.

De geüniformeerde ambtenaar kan, al dan niet op eigen verzoek, door Onze Minister worden aangewezen voor het volgen van een omscholingsopleiding ter verkrijging van de benodigde kennis en vaardigheid voor de vervulling van functies binnen andere groepen van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd.

2.

Aan het volgen van de opleiding op verzoek is, voor wat betreft de verplichtingen die daaraan kunnen worden verbonden, het bepaalde in artikel 13, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

De geüniformeerde ambtenaar heeft, onder nader door Onze Minister te stellen regels, aanspraak op een vergoeding van de aan een bijscholings- of omscholingsopleiding verbonden noodzakelijke en te zijnen laste komende kosten.

Artikel 17

Onze Minister kan, indien de billijkheid dit naar zijn oordeel vordert, een geüniformeerd ambtenaar, op wie een verplichting rust als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15, geheel of gedeeltelijk van die verplichting ontheffen.

Artikel 18

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.