Besluit draadomroep en kabelinrichtingen BES

Type Amvb Bes
Publication 2022-05-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Definities

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1a

Dit besluit berust op de artikelen 13, 18, 18a, 18b, 18c, 19, 23, 31, en 33 van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES.

§ 2. Aanvraag

1. Indiening van een aanvraag

Artikel 2

Een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing voor een draadomroepinrichting of kabelinrichting dient te geschieden op een door Onze Minister te bepalen wijze.

Artikel 3
1.

De aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging of een aanvullende machtiging voor een draadomroepinrichting bevat de volgende gegevens:

2.

De aanvraag tot verlening of wijziging van een aanvullende machtiging bevat naast gegevens als bedoeld in het eerste lid gegevens met betrekking tot het doel waarvoor de aanvullende machtiging of de wijziging daarvan wordt aangevraagd.

Artikel 4

De aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging voor een kabelinrichting bevat de volgende gegevens:

Artikel 5

De aanvraag om verlening of wijziging van een ontheffing bevat de volgende gegevens:

Artikel 6

De aanvraag om intrekking van een machtiging, aanvullende machtiging of een ontheffing voor een draadomroepinrichting of kabelinrichting bevat tenminste de volgende gegevens:

Artikel 7

De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen op grond van het feit dat het belang daarvan voor de beslissing van Onze Minister niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of tegen het belang van de bescherming van bedrijfsgegevens.

Artikel 8

Indien een aanvraag niet is ingediend op de wijze krachtens artikel 2 voorgeschreven of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de voorbereiding van de beschikking, verzoekt Onze Minister de aanvrager de aanvraag aan te vullen binnen een bij het verzoek te stellen termijn.

2. Behandeling van een aanvraag

Artikel 9
1.

Indien verschillende aanvragen tot verlening of wijziging van een machtiging of aanvullende machtiging voor een draadomroepinrichting worden ingediend, zal van de aanvragen die tenminste voldoen aan artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b, c en g, slechts de aanvraag die het eerste is ontvangen in behandeling worden genomen.

2.

Indien de ingevolge het eerste lid in behandeling genomen aanvraag wordt geweigerd, wordt de aanvraag die eerstvolgend op die eerdere aanvraag was ontvangen in behandeling genomen.

Artikel 10

Indien Onze Minister voornemens is een aanvraag tot een machtiging, geheel of gedeeltelijk te weigeren op grond van gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen en die niet in overeenstemming zijn met de gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt, wordt de aanvrager gedurende een door Onze Minister te stellen termijn in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen.

Artikel 11
1.

Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2 wordt door Onze Minister beslist binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.

2.

Indien niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn beslist kan worden, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en geeft daarbij een termijn aan die niet langer zal zijn dan zes maanden, waarbinnen een beslissing zal worden genomen.

3.

Het verloop van de termijn bedoeld in het eerste lid wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister toepassing geeft aan artikel 8, tot de dag waarop de aanvrager de aanvraag heeft aangevuld dan wel de krachtens artikel 8 gestelde termijn is verstreken.

§ 3. Machtiging, aanvullende machtiging en ontheffing

Artikel 12
1.

Een machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing wordt verleend voor ten hoogste tien jaren.

2.

De aan een machtiging te verbinden voorschriften kunnen mede betrekking hebben op:

Artikel 13
1.

Onze Minister kan bepalen dat de machtiginghouder verplicht is aantekening te houden van de aangesloten gebruikers alsmede de gemeten waarden van de omroepsignalen bij de gebruikers.

2.

De aantekeningen, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in een lijst die is ingericht overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen model.

3.

De lijst van aantekeningen, bedoeld in het tweede lid, bevat in ieder geval de navolgende gegevens:

4.

De gegevens, welke in de lijst van aantekeningen zijn opgenomen, moeten maandelijks ter goedkeuring worden overlegd aan Onze Minister en dienen tenminste drie jaar te worden bewaard.

Artikel 14
1.

Onze Minister kan bepalen dat de machtiginghouder verplicht is de regels met betrekking tot de aansluiting, afsluiting, het onderhoud en de reparatie alsmede de rechten en aansprakelijkheden van de gebruiker en de machtiginghouder in een standaardcontract tussen de gebruiker en machtiginghouder neer te leggen en overeen te komen.

2.

Een standaardcontract als bedoeld in het eerste lid wordt ter goedkeuring aan Onze Minister voorgelegd.

3.

Het is de machtiginghouder niet toegestaan om zonder overleg met of toestemming van Onze Minister, veranderingen aan te brengen in een zodanig standaardcontract.

Artikel 15

Indien de houder van de verleende machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing deze niet binnen een periode van twaalf maanden gebruikt, trekt Onze Minister deze in behoudens ingeval zulks naar het oordeel van Onze Minister als onredelijk is aan te merken. In dat geval bepaalt Onze Minister een termijn waarbinnen de machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing alsnog gebruikt dient te worden. Geschiedt zulks niet binnen die termijn dan trekt Onze Minister de machtiging in.

§ 4. Registratie

Artikel 16
1.

Door of namens Onze Minister wordt een register bijgehouden van alle verleende machtigingen. Daarin worden in ieder geval vermeld:

2.

Indien de machtiginghouder zulks wenst, wordt hem een bewijs van registratie in het register verstrekt. Een dergelijk registratiebewijs wordt slechts verstrekt nadat de vergoedingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid, zijn betaald en is één jaar geldig.

§ 5. Vergoeding

Artikel 17

Vervallen

§ 6. Technische eisen

Artikel 18
1.

Onze Minister stelt technische eisen vast waaraan zend- en ontvanginrichtingen voor gebruik in een draadomroep- of kabelinrichting dienen te voldoen.

2.

De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen mogen slechts strekken ten dienste van:

3.

De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de methoden en vereiste meetapparatuur bestemd voor het testen van de zend- en ontvanginrichtingen op conformiteit met de gestelde technische eisen.

4.

De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de methoden voor het registreren van de gemeten waarden van de omroepsignalen afkomstig van zend- en ontvanginrichtingen op conformiteit met de gestelde technische eisen.

5.

De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de vast te stellen specificaties voor samenwerking van versleutelingsapparatuur en zend- en ontvangapparatuur met de infrastructuur ten behoeve van draadomroep- en kabelinrichtingen voor wat betreft:

6.

De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de wijze van aanleg en onderhoud van de infrastructuur ten behoeve van draadomroep- en kabelinrichtingen, de wijze van aansluiting van de gebruikers, de lokatie van de zend- en ontvanginrichtingen, de maximum toe te laten vermogens en frequenties op conformiteit met de gestelde technische eisen.

7.

De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de te stellen eisen aan de bekwaamheid van het personeel belast met het beheer van de infrastructuur.

§ 7. Installeren van draadomroep- en kabelinrichtingen

Artikel 19
1.

Degene die draadomroep- of kabelinrichtingen installeert dan wel diegene die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een bedrijf voor het installeren en in stand houden van draadomroep- of kabelinrichtingen dient in het bezit te zijn van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.