Besluit draadomroep en kabelinrichtingen BES
§ 1. Definities
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- b. toezicht houdende ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 31a, van de wet;
- c. kabelinrichting: een inrichting bestemd voor telecommunicatie door middel van kabels en kabelwerken niet zijnde draadomroepinrichtingen;
- d. aanvullende machtiging: een machtiging als bedoeld in artikel 18b, eerste lid, van de wet;
- e. ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet;
- f. bewijs van goedkeuring: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid.
Artikel 1a
Dit besluit berust op de artikelen 13, 18, 18a, 18b, 18c, 19, 23, 31, en 33 van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES.
§ 2. Aanvraag
1. Indiening van een aanvraag
Artikel 2
Een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing voor een draadomroepinrichting of kabelinrichting dient te geschieden op een door Onze Minister te bepalen wijze.
Artikel 3
De aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging of een aanvullende machtiging voor een draadomroepinrichting bevat de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de aanvrager;
- b. dagtekening en ondertekening;
- c. het belang dat de aanvrager heeft bij de gevraagde machtiging;
- d. het doel waarvoor de machtiging wordt aangevraagd;
- e. het aantal woningen of het gebied, waarop de aanvraag betrekking heeft;
- f. de technische gegevens die voor de beoordeling van de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen;
- g. gegevens waaruit blijkt dat de continuïteit van de exploitatie van de draadomroepinrichting voldoende wordt gewaarborgd.
De aanvraag tot verlening of wijziging van een aanvullende machtiging bevat naast gegevens als bedoeld in het eerste lid gegevens met betrekking tot het doel waarvoor de aanvullende machtiging of de wijziging daarvan wordt aangevraagd.
Artikel 4
De aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging voor een kabelinrichting bevat de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de aanvrager;
- b. dagtekening en ondertekening;
- c. de lokatie en aantal woningen waarop de aanvraag betrekking heeft;
- d. het doel waarvoor de machtiging wordt aangevraagd;
- e. de technische gegevens die voor de beoordeling van de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Artikel 5
De aanvraag om verlening of wijziging van een ontheffing bevat de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de aanvrager;
- b. dagtekening en ondertekening;
- c. de lokatie waarop de aanvraag betrekking heeft;
- d. het doel waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;
- e. de technische gegevens die voor de beoordeling van de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Artikel 6
De aanvraag om intrekking van een machtiging, aanvullende machtiging of een ontheffing voor een draadomroepinrichting of kabelinrichting bevat tenminste de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de aanvrager;
- b. dagtekening en ondertekening;
- c. redenen van de aanvraag.
Artikel 7
De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen op grond van het feit dat het belang daarvan voor de beslissing van Onze Minister niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of tegen het belang van de bescherming van bedrijfsgegevens.
Artikel 8
Indien een aanvraag niet is ingediend op de wijze krachtens artikel 2 voorgeschreven of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de voorbereiding van de beschikking, verzoekt Onze Minister de aanvrager de aanvraag aan te vullen binnen een bij het verzoek te stellen termijn.
2. Behandeling van een aanvraag
Artikel 9
Indien verschillende aanvragen tot verlening of wijziging van een machtiging of aanvullende machtiging voor een draadomroepinrichting worden ingediend, zal van de aanvragen die tenminste voldoen aan artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b, c en g, slechts de aanvraag die het eerste is ontvangen in behandeling worden genomen.
Indien de ingevolge het eerste lid in behandeling genomen aanvraag wordt geweigerd, wordt de aanvraag die eerstvolgend op die eerdere aanvraag was ontvangen in behandeling genomen.
Artikel 10
Indien Onze Minister voornemens is een aanvraag tot een machtiging, geheel of gedeeltelijk te weigeren op grond van gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen en die niet in overeenstemming zijn met de gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt, wordt de aanvrager gedurende een door Onze Minister te stellen termijn in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen.
Artikel 11
Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2 wordt door Onze Minister beslist binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Indien niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn beslist kan worden, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en geeft daarbij een termijn aan die niet langer zal zijn dan zes maanden, waarbinnen een beslissing zal worden genomen.
Het verloop van de termijn bedoeld in het eerste lid wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister toepassing geeft aan artikel 8, tot de dag waarop de aanvrager de aanvraag heeft aangevuld dan wel de krachtens artikel 8 gestelde termijn is verstreken.
§ 3. Machtiging, aanvullende machtiging en ontheffing
Artikel 12
Een machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing wordt verleend voor ten hoogste tien jaren.
De aan een machtiging te verbinden voorschriften kunnen mede betrekking hebben op:
- a. de toewijzing van radiofrequenties waarop de draadomroep- of kabelinrichting mag uitzenden en het gebruik van de frequenties;
- b. het aantal uit te zenden radiofrequenties via het kabelnet of de ether;
- c. de aard, het doel en de hoedanigheid van de draadomroep- of kabelinrichting en het kabelnet die de machtiginghouder mag aanleggen en gebruiken;
- d. de tot het zend- en ontvanggedeelte van de draadomroepinrichting behorende antenne-inrichting;
- e. het zendvermogen van de draadomroepinrichting;
- f. de wijze van installeren van de draadomroep- of kabelinrichting en het daarmee verbonden kabelnet;
- g. de bescherming van informatie door middel van technische voorzieningen;
- h. technische normen voor wat betreft beeld en geluidsdraaggolf, de samenstelling daarvan, de separatie en de toleranties van de frequenties;
- i. de bediening en het gebruik van de inrichting;
- j. de verantwoordelijkheid met betrekking tot het installeren, het onderhoud, de bedieningen, het gebruik van de inrichting en het kabelnet alsmede de uitzendingen via deze;
- k. de lokatie van de draadomroep- of kabelinrichting;
- l. het verstrekken van gegevens omtrent de volledige inrichting, het kabelnet, de machtiginghouder, de gebruikers, de lokatie van de inrichting, de signaalkwaliteit bij de gebruikers, welke voor de uitvoering van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels noodzakelijk zijn;
- m. de bescherming van de rechten van derden en de nakoming van bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
Artikel 13
Onze Minister kan bepalen dat de machtiginghouder verplicht is aantekening te houden van de aangesloten gebruikers alsmede de gemeten waarden van de omroepsignalen bij de gebruikers.
De aantekeningen, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in een lijst die is ingericht overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen model.
De lijst van aantekeningen, bedoeld in het tweede lid, bevat in ieder geval de navolgende gegevens:
- a. de naam, het adres en de woonplaats van de gebruiker, en
- b. de sterkte en de kwaliteit van het omroepsignaal gemeten op elke aansluitpunt bij de gebruiker, ten tijde de aansluiting.
De gegevens, welke in de lijst van aantekeningen zijn opgenomen, moeten maandelijks ter goedkeuring worden overlegd aan Onze Minister en dienen tenminste drie jaar te worden bewaard.
Artikel 14
Onze Minister kan bepalen dat de machtiginghouder verplicht is de regels met betrekking tot de aansluiting, afsluiting, het onderhoud en de reparatie alsmede de rechten en aansprakelijkheden van de gebruiker en de machtiginghouder in een standaardcontract tussen de gebruiker en machtiginghouder neer te leggen en overeen te komen.
Een standaardcontract als bedoeld in het eerste lid wordt ter goedkeuring aan Onze Minister voorgelegd.
Het is de machtiginghouder niet toegestaan om zonder overleg met of toestemming van Onze Minister, veranderingen aan te brengen in een zodanig standaardcontract.
Artikel 15
Indien de houder van de verleende machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing deze niet binnen een periode van twaalf maanden gebruikt, trekt Onze Minister deze in behoudens ingeval zulks naar het oordeel van Onze Minister als onredelijk is aan te merken. In dat geval bepaalt Onze Minister een termijn waarbinnen de machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing alsnog gebruikt dient te worden. Geschiedt zulks niet binnen die termijn dan trekt Onze Minister de machtiging in.
§ 4. Registratie
Artikel 16
Door of namens Onze Minister wordt een register bijgehouden van alle verleende machtigingen. Daarin worden in ieder geval vermeld:
- a. de naam en het adres van de houder van de machtiging;
- b. de aard van de machtiging;
- c. een omschrijving van de draadomroep- of kabelinrichting waarvoor de machtiging is afgegeven.
Indien de machtiginghouder zulks wenst, wordt hem een bewijs van registratie in het register verstrekt. Een dergelijk registratiebewijs wordt slechts verstrekt nadat de vergoedingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid, zijn betaald en is één jaar geldig.
§ 5. Vergoeding
Artikel 17
Vervallen
§ 6. Technische eisen
Artikel 18
Onze Minister stelt technische eisen vast waaraan zend- en ontvanginrichtingen voor gebruik in een draadomroep- of kabelinrichting dienen te voldoen.
De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen mogen slechts strekken ten dienste van:
- a. de waarborg van het regelmatig verloop van het verkeer in een draadomroep- of kabelinrichting;
- b.
- 1°. het voorkomen van storingen door draadomroep- of kabelinrichtingen in andere elektrische en elektronische inrichtingen;
- 2°. bestand zijn van draadomroep- en kabelinrichtingen tegen storingen van andere elektrische en elektronische inrichtingen;
- 3°. het voorkomen van storingen in de werking van de draadomroep- en kabelinfrastructuur;
- c. de waarborg van de kwaliteit van de omroepsignalen die via de draadomroep- en kabelinfrastructuur geleverd worden aan de gebruikers;
- d. het verzekeren van de veiligheid van de draadomroep- en kabelinrichtingen voor gebruikers ervan en voor de personen werkzaam in het beheer van de daarvoor bestemde infrastructuur.
De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de methoden en vereiste meetapparatuur bestemd voor het testen van de zend- en ontvanginrichtingen op conformiteit met de gestelde technische eisen.
De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de methoden voor het registreren van de gemeten waarden van de omroepsignalen afkomstig van zend- en ontvanginrichtingen op conformiteit met de gestelde technische eisen.
De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de vast te stellen specificaties voor samenwerking van versleutelingsapparatuur en zend- en ontvangapparatuur met de infrastructuur ten behoeve van draadomroep- en kabelinrichtingen voor wat betreft:
- a. het tot stand brengen, instandhouden en beëindigen van een verbinding door middel van de infrastructuur;
- b. de rechtstreekse verzending dan wel ontvangst van omroepsignalen over die verbinding.
De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de wijze van aanleg en onderhoud van de infrastructuur ten behoeve van draadomroep- en kabelinrichtingen, de wijze van aansluiting van de gebruikers, de lokatie van de zend- en ontvanginrichtingen, de maximum toe te laten vermogens en frequenties op conformiteit met de gestelde technische eisen.
De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de te stellen eisen aan de bekwaamheid van het personeel belast met het beheer van de infrastructuur.
§ 7. Installeren van draadomroep- en kabelinrichtingen
Artikel 19
Degene die draadomroep- of kabelinrichtingen installeert dan wel diegene die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een bedrijf voor het installeren en in stand houden van draadomroep- of kabelinrichtingen dient in het bezit te zijn van:
- a. een door Onze Minister te bepalen diploma van een universiteit of hogeschool;
- b. een door Onze Minister te bepalen diploma van een instelling van middelbaar- of lager beroepsonderwijs, of
- c. een diploma van een door Onze Minister erkende vakopleiding voor het installeren van draadomroep- of kabelinrichtingen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.