Wet sociale kanstrajecten jongeren BES

Type Wet Bes
Publication 2022-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

deelnemer: de voortijdig schoolverlater die aan het voor hem vastgesteld sociaal kanstraject deelneemt;

deelnemersregister: het register, bedoeld in artikel 6;

Inspectie: de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

kanstrajecttoelage: een toelage als bedoeld in artikel 11, eerste lid;

Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

openbaar lichaam:het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

projectbureau: het bureau, bedoeld in artikel 5, eerste lid;

raamplan sociale kanstrajecten: een plan als bedoeld in artikel 8;

sociaal kanstraject: een sociaal kanstraject als bedoeld in artikel 9;

startkwalificatie: startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet BES;

uitvoeringsinstantie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die wordt bekostigd voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 5, tweede lid;

voortijdig schoolverlater: ingezetene van een openbaar lichaam, die:

Hoofdstuk 2. Oproeping en melding

Artikel 2. Doelgroep sociaal kanstraject

Voor een sociaal kanstraject komt in aanmerking een voortijdig schoolverlater.

Artikel 3. Aanmelding

Een voortijdig schoolverlater wordt onverwijld door het bestuurscollege aangemeld bij het projectbureau.

Hoofdstuk 3. Vrijstelling en ontheffing van de sociale vormingsplicht

Artikel 4. Doorverwijzing; intake; aanbod sociale kanstraject
1.

Het projectbureau nodigt een aangemelde voortijdig schoolverlater uit voor een gesprek om te onderzoeken of de betrokkene kan worden doorverwezen naar onderwijs of arbeidsmarkt. Indien dit het geval is, begeleidt het projectbureau de betrokkene naar het desbetreffende onderwijs of de desbetreffende arbeid.

2.

Indien de betrokkene niet kan worden doorverwezen, voert het projectbureau een educatieve intake uit, om te onderzoeken of de betrokkene in aanmerking komt voor een sociaal kanstraject en, indien dit het geval is, over welke kennis en vaardigheden de betrokkene beschikt.

3.

Op basis van de kennis en vaardigheden wordt de betrokkene door de uitvoeringsinstantie een passend sociaal kanstraject aangeboden.

4.

De betrokkene en de uitvoeringsinstantie sluiten bij aanvaarding van het aanbod een overeenkomst waarin afspraken worden neergelegd over de inhoud van het sociaal kanstraject en de deelname daaraan door de betrokkene.

5.

De betrokkene legt bij het sluiten van de overeenkomst zijn persoonsgegevens over.

Artikel 5. Projectbureau en uitvoeringsinstantie
1.

Elk openbaar lichaam houdt een projectbureau in stand dat tot taak heeft:

2.

Elk openbaar lichaam bekostigt een uitvoeringsinstantie die tot taak heeft:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste en tweede lid.

Artikel 6. Deelnemersregister
1.

Het projectbureau houdt een register bij waarin iedere deelnemer wordt ingeschreven.

2.

In het deelnemersregister worden vermeld:

Hoofdstuk 4. Jongerenregister

Artikel 7. Gebruik register

De in het deelnemersregister opgenomen gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitvoering en handhaving van deze wet en zijn als zodanig uitsluitend toegankelijk voor de uitvoeringsinstantie en de in artikel 20 bedoelde toezichthouders, voor zover deze gegevens redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taak.

Artikel 8. Raamplan sociale kanstrajecten
1.

De uitvoeringsinstantie stelt een raamplan sociale kanstrajecten op, dat ten minste omvat:

2.

Het bestuurscollege stelt het raamplan sociale kanstrajecten vast binnen 60 dagen nadat het uitvoeringsinstantie dat aan hem heeft voorgelegd.

Hoofdstuk 5. Vaststelling raamplan kanstrajecten

Artikel 9. Sociaal kanstraject
1.

Op grond van de resultaten van de educatieve intake, bedoeld in artikel 4, stelt de uitvoeringsinstantie een op de individuele situatie afgestemd sociaal kanstraject voor de deelnemer vast.

2.

Het sociaal kanstraject bestaat uit een of meerdere modulen die samengesteld zijn met het oog op:

3.

Het sociaal kanstraject heeft een totale duur van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaar. De periode van twee jaar kan op aanvraag bij het projectbureau worden verlengd met ten hoogste zes maanden.

4.

Het kanstraject kan worden gewijzigd in verband met wijzigingen in de omstandigheden waarin de deelnemer verkeert.

Hoofdstuk 6. Kanstraject

Artikel 10. Getuigschrift

Nadat de deelnemer alle modules van het voor hem vastgestelde dan wel gewijzigde kanstraject met succes heeft afgerond, ontvangt hij een certificaat of een diploma, afhankelijk van de aard van het traject.

Artikel 11. Kanstrajecttoelage
1.

Een deelnemer komt in aanmerking voor een kanstrajecttoelage die bestaat uit:

2.

Om in aanmerking te komen voor een kanstrajecttoelage dient de deelnemer een aanvraag in bij het projectbureau.

3.

Het projectbureau neemt binnen vier weken een besluit en stelt de deelnemer daarvan schriftelijk op de hoogte.

4.

Onverminderd de afspraken in de overeenkomst vervalt de aanspraak op de kanstrajecttoelage van de deelnemer die zonder geldige reden niet aan het sociaal kanstraject heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste twee weken in ieder geval met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het niet deelnemen zonder geldige reden aanving.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

6.

In afwijking van het eerste lid komt een gedetineerde deelnemer niet in aanmerking voor een kanstrajecttoelage.

Artikel 12. Handelingsplan
1.

De uitvoeringsinstantie stelt voor de aanvang van het sociaal kanstraject van de deelnemer met een specifieke zorgbehoefte een handelingsplan op.

2.

De uitvoeringsinstantie evalueert jaarlijks het handelingsplan met de deelnemer.

Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht

Artikel 13. Bekostiging sociale kanstrajecten
1.

Het bestuurscollege bekostigt het projectbureau voor de uitvoering van zijn taken en de uitvoeringsinstantie voor de aan de uitvoering van de sociale kanstrajecten verbonden kosten.

2.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de kosten van een sociaal kanstraject niet meer bedragen dan een in die regeling vast te stellen bedrag.

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9. Administratieve boeten

Artikel 19. Terugvordering of verrekening middelen
1.

Bij het geheel of gedeeltelijk intrekken van de bijzondere uitkering op grond van artikel 18 besluit Onze Minister tot:

2.

Het openbaar lichaam is verplicht binnen vier weken na een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, over te gaan tot betaling. Indien betaling uitblijft, is het openbaar lichaam zonder aanmaning of rechterlijke tussenkomst wettelijke rente verschuldigd.

Artikel 20. Toezicht
1.

Met de uitoefening van het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast de door Onze Minister aangewezen toezichthouders.

2.

Met het toezicht op de kwaliteit van de aangeboden kanstrajecten is de inspectie belast.

4.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het toezicht, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 10. Strafbepalingen

Artikel 21. Strafbepalingen

Hij die op grond van de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen gehouden is inlichtingen of gegevens te verstrekken en daarbij opzettelijk een valse opgave doet dan wel opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid iets verzwijgt wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden, een geldboete van de vierde categorie of met beide straffen. Het in de eerste volzin strafbaar gestelde feit is een misdrijf.

Artikel 22. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet sociale kanstrajecten jongeren BES.

Artikel 23

Hij die op grond van de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen gehouden is inlichtingen of gegevens te verstrekken en daarbij opzettelijk een valse opgave doet dan wel opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid iets verzwijgt wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden, een geldboete van ten hoogste USD 8.400 of met beide straffen. Het in de eerste volzin strafbaar gestelde feit is een misdrijf.

Artikel 24

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.