Gevangenismaatregel 1999 BES

Type Amvb Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Dit besluit berust op de artikelen 12, 16, vierde lid, 18, tweede lid, 28, 32a, 37g, 42 en 44, zesde lid, van de Wet beginselen gevangeniswezen BES.

Artikel 2
1.

De directeur is verantwoordelijk voor het beheer en de regelmatige gang van zaken in het gesticht.

2.

De directeur brengt jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. Bij dit verslag wordt een jaarrekening gevoegd.

3.

De directeur verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen.

4.

De gestichtsmedewerkers komen de opdrachten van de directeur stipt na.

Artikel 3
1.

De directeur draagt er zorg voor dat de gedetineerde, onder handhaving van het karakter van de gevangenisstraf of maatregel, tegemoet wordt getreden op een wijze die zijn menselijke waardigheid respecteert.

2.

Het verblijf van de gedetineerde in het gesticht wordt mede dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van zijn terugkeer in het maatschappelijk leven.

Artikel 4
1.

De plaatsing in en overplaatsing naar een gesticht of een afdeling van een gesticht geschieden zoveel mogelijk met inachtneming van het regime dat het meest strookt met de persoonlijkheid van de gedetineerde, waarbij zowel op de duur van de straf of maatregel als op het gedrag en de mogelijkheden tot reclassering van de gedetineerde wordt gelet.

2.

De plaatsing in een gesticht geschiedt, tenzij bij of krachtens de Wet beginselen gevangeniswezen BES anders is bepaald, op last van het openbaar ministerie na overleg met de betrokken directeur.

3.

Overplaatsing naar een gesticht geschiedt, tenzij bij of krachtens de Wet beginselen gevangeniswezen BES anders is bepaald, op last van Onze Minister na overleg met het openbaar ministerie en de betrokken directeur.

4.

Plaatsing in en overplaatsing naar een afdeling van een gesticht geschiedt door de directeur.

5.

Ten behoeve van een zo verantwoord mogelijk oordeel hebben de betrokken directeur en een door hem aangewezen gestichtsmedewerker het recht het persoonsdossier van de gedetineerde in te zien.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van dit artikel nadere regels worden vastgesteld.

Artikel 4a

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de kwaliteit van de inrichting en de activiteiten van en voor de gedetineerde.

§ 2. De opneming in het gesticht

Artikel 5
1.

Ten behoeve van de registratie van opgenomen gedetineerden wordt bij ministeriële regeling een model gedetineerdenregister vastgesteld

2.

Zo spoedig mogelijk na opneming wordt de gedetineerde in de door de directeur aangewezen ruimte aan kleding en lichaam onderzocht op de aanwezigheid van geld, waardepapieren en andere goederen waarvan het bezit voor gedetineerden verboden is, alsmede op de aanwezigheid van goederen die hem, naar het oordeel van de directeur, uit een oogpunt van veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht ontnomen dienen te worden.

3.

Het onderzoek aan kleding en lichaam wordt ingesteld door een gestichtsmedewerker van hetzelfde geslacht als de gedetineerde.

Artikel 6
1.

Geld, waardepapieren en andere goederen, die de gedetineerde niet onder zijn berusting mag houden, worden door de directeur in bewaring genomen, met dien verstande dat aan bederf onderhevige waren worden vernietigd, tenzij deze met schriftelijke toestemming van de gedetineerde en voor zijn rekening aan een door hem opgegeven derde worden afgestaan.

2.

De gedetineerde kan door de directeur toegestaan worden om de bij hem aangetroffen goederen, anders dan geld of waardepapieren, die geen gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht, onder zijn berusting te houden.

3.

Ten behoeve van het registreren van het in bewaring nemen en vernietigen bedoeld in het eerste lid, wordt bij ministeriële regeling een model bewaarnemingsregister vastgesteld.

§ 3. Gedwongen geneeskundige behandeling

Artikel 7
1.

Voordat de directeur beslist dat de door de arts noodzakelijk geachte geneeskundige handeling onder dwang zal worden toegepast, pleegt de directeur overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de gedetineerde verblijft.

2.

In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het ernstige gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van de gedetineerde of van anderen niet op een andere wijze kan worden afgewend. Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de gedetineerde minst ingrijpende handeling.

Artikel 8
1.

De gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de arts.

2.

Van de toepassing van een gedwongen geneeskundige handeling wordt onverwijld melding gedaan aan Onze Minister en de Commissie van Toezicht.

Artikel 9

Zo spoedig mogelijk na de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van de aan de inrichting verbonden arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de gedetineerde dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in het medische dossier.

§ 4. Geestelijke en sociale zorg

Artikel 13
1.

Bij een gesticht zijn een of meer geestelijke raadslieden en maatschappelijke hulpverleners werkzaam.

2.

De gedetineerde heeft het recht de bij het gesticht werkzame geestelijke raadslieden en maatschappelijke hulpverleners tijdens de door de directeur vastgestelde spreek- of inloopuren te bezoeken, tenzij de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht zich daartegen, naar het oordeel van de directeur, bepaaldelijk verzet.

3.

De gedetineerde heeft het recht individuele gesprekken te voeren met de geestelijke raadslieden of maatschappelijke hulpverleners die bij het gesticht werkzaam zijn, dan wel door de directeur is toegelaten.

§ 5. Gezondheidskundige zorg en voorzieningen

Artikel 14

De directeur draagt er zorg voor dat de celruimtes, werkplaatsen, ruimtes voor persoonlijke en medische verzorging, keukens, alsmede de zich daarin bevindende voorzieningen en apparatuur voldoen aan de eisen die daaraan, gelet op de stand van de kennis in de gezondheidskunde en de stand van de techniek, redelijkerwijs gesteld mogen worden.

Artikel 15
1.

De directeur, daarin bijgestaan door de aan het gesticht verbonden arts, draagt er zorg voor dat de gedetineerde de beschikking heeft over voldoende voorzieningen en middelen ten behoeve van zijn persoonlijke verzorging.

2.

De aan het gesticht verbonden arts is bevoegd aanwijzingen te geven aan degene die in het gesticht belast is met de aanschaf en het beheer van de voorzieningen en middelen bedoeld in het eerste lid. Hij heeft toegang tot alle ruimtes in het gesticht.

3.

Door de directeur kunnen bepaalde persoonlijke verzorgingshandelingen worden verplicht gesteld, beperkt of uitgebreid, indien redenen van medische of hygiënische aard daartoe volgens de aan het gesticht verbonden arts bepaaldelijk aanleiding geven.

Artikel 16
1.

De directeur kan ter zake van het dragen van eigen kleding nadere voorschriften vaststellen, waaronder een verbod op het dragen daarvan.

2.

De gedetineerde is verplicht de voorgeschreven kleding te dragen.

3.

De te verstrekken kleding wordt door de directeur aan het advies van de aan het gesticht verbonden arts onderworpen in verband met de geschiktheid voor het klimaat in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de gezondheid van gedetineerden in het algemeen.

4.

Indien de gedetineerde buiten het gesticht verblijft wordt het hem toegestaan eigen kleding te dragen, tenzij de openbare veiligheid of de openbare orde zich daartegen, naar het oordeel van de directeur, bepaaldelijk verzet.

§ 6. Voeding

Artikel 17
1.

De directeur, daarin bijgestaan door de aan het gesticht verbonden voedingsdeskundige, draagt er zorg voor dat de gedetineerden kwantitatief en kwalitatief voldoende voeding wordt verstrekt.

2.

De voedingsdeskundige is bevoegd aanwijzingen te geven aan degene die in het gesticht met de voorbereiding van de voeding is belast. Hij heeft toegang tot alle plaatsen waar voeding ten behoeve van de gedetineerden wordt bereid.

Artikel 18
1.

Indien de gedetineerde uit hoofde van zijn levensovertuiging bijzondere voeding verzoekt aan de directeur, wordt met die wens, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, rekening gehouden.

2.

De aan het gesticht verbonden arts kan aan bepaalde gedetineerden om gezondheidsredenen dieetvoeding voorschrijven.

3.

De directeur draagt er zorg voor dat de dieetvoeding bedoeld in het tweede lid, beschikbaar is en overeenkomstig de aanwijzingen van de aan het gesticht verbonden arts wordt verstrekt.

§ 7. Geldelijke middelen van de gedetineerde

Artikel 19
1.

Het bezit van contant geld door de gedetineerde in de inrichting of een afdeling is verboden, tenzij in het huishoudelijk reglement anders is bepaald.

2.

Voor iedere gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk door de directeur een rekening-courant geopend in het rekeningenregister van het gesticht, ingericht naar een bij ministeriële regeling vastgesteld model.

3.

Voor zover van toepassing bestaat de rekening uit de volgende posten:

4.

Als «Eigen geld» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 6 en 23.

5.

Als «Zakgeld» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 21 en 22

6.

Als «Uitgaanskas» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 21 en 22.

7.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de besteedbaarheid van de posten «Eigen geld» en «Zakgeld» en de wijze waarop deze posten en de post «Uitgaanskas» zullen worden uitgekeerd aan de gedetineerde bij zijn invrijheidstelling.

§ 8. Arbeid

Artikel 20
1.

De gedetineerde heeft recht op deelname aan de in het gesticht beschikbare arbeid.

2.

De directeur draagt er zorg voor dat bij de toedeling van arbeid rekening wordt gehouden met de geschiktheid ter zake van de gedetineerde.

3.

De directeur is belast met de vaststelling en uitbetaling van het arbeidsloon.

Artikel 21
1.

De gedetineerde is verplicht de hem opgedragen arbeid naar behoren te verrichten.

2.

Het met arbeid verdiende bedrag wordt per kalendermaand door de directeur berekend en zo spoedig mogelijk na afloop daarvan op de rekening bedoeld in artikel 19, geboekt voor de ene helft als «Zakgeld» en voor de andere helft als «Uitgaanskas», met dien verstande dat bij onveroordeelde en tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde gedetineerden het bedrag volledig als «Zakgeld» wordt geboekt.

3.

Ten behoeve van de registratie van het gewerkte aantal arbeidsuren en het daarmee verdiende bedrag wordt bij ministeriële regeling een model arbeidsregister vastgesteld.

Artikel 22

[vervallen]

§ 9. Ontvangst en bezit van goederen tijdens het verblijf in het gesticht

Artikel 23
1.

Het is de gedetineerde met toestemming van de directeur en op de door deze vast te stellen wijze toegestaan kleding en andere goederen te ontvangen of te verzenden. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing.

2.

De gedetineerde mag, naast de bedragen bedoeld in de artikelen 21 en 22, per kalendermaand van derden maximaal USD 280 ontvangen.

§ 10. Bezoek en briefwisseling

Artikel 24
1.

De gedetineerde heeft het recht om op de bij of krachtens het voor het gesticht vastgestelde huishoudelijk reglement bepaalde tijdstippen, tenminste eenmaal per twee weken gedurende tenminste 1 uur bezoek te ontvangen van een ieder.

2.

Bij of krachtens het voor het gesticht vastgestelde huishoudelijk reglement kunnen gevallen worden aangewezen waarin de gedetineerde vaker of langer bezoek mag ontvangen en de voorwaarden waaronder zulks kan geschieden.

3.

Bij of krachtens het voor het gesticht vastgestelde huishoudelijk reglement worden regels gesteld omtrent de aanmelding en toelating van bezoekers, het aantal personen per bezoek, de wijze waarop de bezoekers zich dienen te gedragen in het gesticht en de aanwezigheid van gestichtsmedewerkers bij het bezoek.

Artikel 25

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.