Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES

Type Amvb Bes
Publication 2018-12-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Definities

Artikel 1

De in deze paragraaf vastgestelde begripsbepalingen zijn mede van toepassing op de uit kracht van dit besluit gegeven regelgeving.

Artikel 2

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 3

In dit besluit wordt voorts verstaan onder:

§ 2. Het wachtgeld

Artikel 4

Aan de overheidsdienaar wordt met ingang van de dag waarop het hem verleende ontslag ingaat op zijn daartoe strekkend verzoek door het bevoegd gezag een wachtgeld toegekend, indien het ontslag hem eervol, doch niet op eigen verzoek is verleend met toepassing van het bepaalde bij:

Artikel 5

De lengte van het tijdvak gedurende welk het wachtgeld wordt genoten is afhankelijk van het aantal volle jaren dat de diensttijd van belanghebbende, voorafgaand aan de dag van het ontslag, uitmaakt, en wel als volgt:

Diensttijd duur van de wachtgeld-periode
1 jaar 2 maanden
2 jaren 4 maanden
3 jaren 6 maanden
4 jaren 8 maanden
5 jaren 10 maanden
6 jaren 12 maanden
7 jaren 14 maanden
8 jaren 16 maanden
9 jaren 18 maanden
10 jaren 20 maanden
11 jaren 22 maanden
12 en meer jaren 24 maanden
Artikel 6

Het wachtgeld wordt gedurende de eerste 3 maanden van de wachtgeld periode, bedoeld in artikel 5, bepaald op 95% van het laatstelijk genoten inkomen, gedurende de volgende 7 maanden op 85%, gedurende de daarop volgende 10 maanden op 75% en gedurende rest van de periode op 70%.

Artikel 7

Indien een overheidsdienaar in meer dan één betrekking in vaste dienst of gedurende ten minste vijf jaren onafgebroken in tijdelijke dienst werkzaam is geweest en hem uit een of meer, doch niet uit al deze betrekkingen eervol, doch niet op eigen verzoek en met toepassing van een van de in artikel 4 genoemde wettelijke bepalingen ontslag wordt verleend, wordt voor de vaststelling van het wachtgeld in aanmerking genomen dat gedeelte van het laatstelijk genoten inkomen, dat naar het oordeel van het bevoegd gezag dient te worden toegerekend aan de betrekking of betrekkingen waaruit het ontslag wordt verleend.

Artikel 8
1.

Het verzoek tot toekenning van een wachtgeld, hierna aanvrage genoemd, wordt door de belanghebbende schriftelijk tot het bevoegd gezag gericht uiterlijk na verloop van een maand na de dag waarop het hem verleende ontslag is ingegaan.

2.

Het geschrift dat de aanvrage bevat is vrij van zegel of andere van overheidswege op te leggen kosten.

3.

De belanghebbende is verplicht alle inlichtingen en inzage van alle stukken te verschaffen, waarvan door het bevoegd gezag de kennisneming voor de behandeling van en beslissing inzake de aanvrage noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 9

In bijzondere gevallen, waarin de bepalingen van dit besluit geen billijke maatstaf voor de toekenning of berekening van een wachtgeld blijkt op te leveren, kan het bevoegd gezag daarin voorzien.

§ 3. Bijzondere verplichtingen van de wachtgelder

Artikel 10
1.

De overheidsdienaar of belanghebbende, die voornemens is een wachtgeld aan te vragen of reeds een aanvrage ingediend, maar daarop nog geen beslissing verkregen heeft, is verplicht een hem bij of na de aanzegging van het ontslag aangeboden betrekking, welke mede in verband met zijn persoonlijkheid en de omstandigheden voor hem passend kan worden geacht, te aanvaarden, tenzij voor hem binnen een jaar na de dag waarop zijn ontslag ingaat recht op pensioen zal ontstaan.

2.

Een gelijke verplichting bestaat voor de wachtgelder, zolang een tijdvak van meer dan een jaar hem scheidt van de dag waarop voor hem recht op pensioen zal ontstaan.

3.

De wachtgelder is verplicht gebruik te maken van de gelegenheid om op een wijze, die mede in verband met zijn persoonlijkheid en de omstandigheden voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verwerven, zolang een tijdvak van meer dan een jaar hem scheidt van de dag waarop voor hem recht op pensioen zal ontstaan.

4.

De wachtgelder is verplicht gevolg te geven aan een oproeping of aanwijzing van het bevoegde gezag of een door het bevoegde gezag ingeschakelde instantie van arbeidsbemiddeling, die kan leiden tot het verkrijgen van een betrekking die of ander werk dat voor hem passend kan worden geacht.

Artikel 11
1.

De wachtgelder is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan het bevoegd gezag, onder opgave, voor zoveel mogelijk, van de inkomsten die hij uit de werkzaamheden zal verwerven.

2.

Indien de inkomsten niet vooraf kunnen worden opgegeven of van dien aard zijn, dat zij over een langere termijn moeten worden berekend vóór het verschijnen van de eerst-mogelijke uitbetalingstermijn van zijn wachtgeld opgave van de inkomsten die hij sedert het ter hand nemen van de werkzaamheden of sedert de vorige opgave heeft verworven.

Artikel 12

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover het de wachtgelders betreft die ten laste van de staat een wachtgeld genieten, en het Bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, voor zover het de wachtgelders betreft die ten laste van dat openbaar lichaam een wachtgeld genieten, kunnen nadere algemene en bijzondere voorschriften geven aangaande het tijdstip en de wijze waarop mededelingen als in het voorgaande artikel bedoeld dienen te worden verschaft en aangaande de aangelegenheden waarop zij betrekking dienen te hebben.

Artikel 13

De belanghebbende die een wachtgeld aanvaardt, wordt geacht door deze aanvaarding erin toe te stemmen dat allen die daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag in aanmerking komen alle op hem betrekking hebbende inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.

Artikel 14
1.

Het wachtgeld wordt in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba betaalbaar gesteld.

2.

De wachtgelder behoeft toestemming van het bevoegd gezag om zich met behoud van wachtgeld buiten het Koninkrijk te vestigen. Zulk een toestemming, betrekking hebbend op een bepaald land of op bepaalde landen, kan ook ambtshalve bij algemene kennisgeving worden verleend.

3.

De wachtgelder stelt het bevoegd gezag tijdig van elke wijziging van zijn woon- of verblijfplaats in kennis. Indien hij zich buiten Nederland vestigt, doet hij aan het bevoegd gezag tijdig opgave van de wijze waarop betaling van het wachtgeld binnen het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba te zijnen name kan geschieden.

4.

De kosten die het bevoegd gezag rederlijkerwijs moet maken om buiten Nederland inlichtingen als in artikel 13 bedoeld in te winnen, komen ten laste van de wachtgelder en worden op zijn wachtgeld in mindering gebracht.

5.

Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de toeslag op het wachtgeld, bedoeld in de artikelen 15 en 20.

§ 4. Weigering, vermindering en intrekking van wachtgeld en wachtgeldtoeslag

Artikel 15
1.

Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die als overheidsdienaar niet voldaan heeft aan de ingevolge artikel 10, eerste lid, op hem rustende verplichting, tenzij hij aantoont dat het inkomen dat hij uit de hem aangeboden betrekking zou hebben verworven tenminste 10% lagere zou zijn geweest dan dat hetwelk hij genoot uit betrekking waaruit hij ontslagen is. In het laatste geval wordt hem een wachtgeld toegekend waarop het inkomen dat hij uit de hem aangeboden betrekking zou hebben verworven in mindering gebracht.

2.

Als de belanghebbende als overheidsdienaar wel heeft voldaan aan de ingevolge artikel 10, eerste lid, op hem rustende verplichting, en een betrekking heeft aanvaard als bedoeld in het eerste lid, of een andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten heeft verkregen, wordt hem wachtgeld toegekend, met in achtneming van het bepaalde in artikel 20.

3.

Als de betrekking of andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uur per week en een looptijd van ten minste drie maanden heeft en verkregen is door toedoen van belanghebbende zelf,wordt hem gedurende de voor hem geldende wachtperiode, bedoeld in artikel 5, niettegenstaande het bepaalde in het tweede lid, naast het wachtgeld een maandelijkse toeslag toegekend gelijk aan 25% van het laatstelijk als ambtnaar genoten inkomen. Het bepaalde en eerste volzin is niet van toepassing, indien het gaat om een plaatsing, herplaatsing of terbeschikkingstelling, bedoeld in artikel 29. Indien de betrekking of de andere gelegenheid tot verwerving van inkomsten een bepaalde looptijd heeft, vervalt de toeslag van rechtswege na ommekomst van die looptijd, tenzij sprake is van een direct aansluitende verlenging daarvan met een looptijd van ten minste drie maanden of van een direct aansluitende andere betrekking of andere gelegenheid tot verwerven van inkomsten met een arbeidsduur van gemiddeld ten minste 36 uren per week en een looptijd van ten minste drie maanden.

Artikel 16

Geen wachtgeld wordt toegekend aan de belanghebbende die weigert of nalaat de inlichtingen en de inzage van stukken te verschaffen, welke hem door het bevoegd gezag ingevolge artikel 8, derde lid, gevraagd zijn.

Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.