Wet maritiem beheer BES

Type Wet Bes
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De bij of krachtens deze wet gegeven regels laten onverlet de volkenrechtelijke immuniteit van:

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van schepen geheel of gedeeltelijk worden uitgezonderd van één of meer bij of krachtens deze wet gegeven regels.

Artikel 3
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van voor de openbare lichamen bindende verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties die dezelfde belangen dienen als deze wet, regels worden gegeven, waarbij van de bepalingen van deze wet wordt afgeweken of de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk buiten werking worden gesteld.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de orde, de veiligheid, alsmede ter bescherming van het milieu, regels worden gegeven ter uitvoering van de voor de openbare lichamen bindende verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

3.

Bij toepassing van het eerste of het tweede lid kan worden bepaald dat nadere regels worden gegeven bij of krachtens eilandsverordening.

4.

De regels, bedoeld in het eerste of het tweede lid, kunnen voorschriften of verboden inhouden en tevens het toekennen van ontheffing of vrijstelling van deze voorschriften of verboden.

Hoofdstuk 2. De beheerder

Artikel 4
1.

Onze Minister is, voor zover het onderwerpen betreft die bij of krachtens deze wet worden geregeld en voor zover in deze wet geen ander bestuursorgaan wordt aangewezen, beheerder van de territoriale zee en de exclusieve economische zone.

2.

De beheerder is bevoegd aanwijzingen te geven aan de gebruikers van de maritieme zone onder zijn beheer.

Artikel 5
1.

Bij regeling van Onze Minister kan een bestuurscollege worden aangewezen als beheerder van de territoriale zee gelegen rondom Bonaire, Sint Eustatius of Saba of delen daarvan.

2.

Bij regeling van Onze Minister kan een bestuurscollege worden aangewezen als beheerder van een of meer delen van de exclusieve economische zone.

3.

Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste of tweede lid, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

4.

Desgewenst kan Onze Minister inlichtingen en andere gegevens opvragen bij een bestuurscollege, die deze zo spoedig mogelijk verstrekt.

Artikel 6
1.

Onze Minister of een bestuurscollege, kan het beheer, bedoeld in artikel 4 of in artikel 5, mandateren aan een rechtspersoon die deze bevoegdheid namens hem, onder door hem te stellen voorschriften en beperkingen, uitoefent.

2.

Mandatering van het beheer, bedoeld in artikel 5, door een bestuurscollege aan een rechtspersoon, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

Artikel 7
1.

Een mandaat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, bevat in elk geval:

2.

Een mandataris brengt binnen zes maanden na afloop van een kalenderjaar een openbaar jaarverslag uit, waarin hij tevens een verantwoording opneemt van het door hem gevoerde beleid.

3.

Desgewenst kan de mandans tussentijds inlichtingen en andere gegevens opvragen bij de mandataris, die deze onverwijld verstrekt.

Artikel 8

De aanwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste lid of tweede lid, en het mandaat, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden bekend gemaakt in de Staatscourant, alsmede in ten minste twee in het betrokken openbaar lichaam verschijnende dagbladen.

Artikel 9
1.

De mandans kan het mandaat intrekken, indien:

2.

De mandans trekt het mandaat in elk geval in, na vaststelling van kennelijke en herhaalde taakverwaarlozing.

3.

Indien de mandans een bestuurscollege is, dan wordt Onze Minister geïnformeerd over het voornemen het mandaat in te trekken en over de wijze waarop na die intrekking zal worden voorzien in het beheer.

Artikel 10
1.

Bij regeling van Onze Minister kunnen vergoedingen worden vastgesteld, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten door of namens de beheerder zijn verricht of verleend.

2.

Bij toepassing van artikel 5, eerste lid, kunnen de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld bij eilandsverordening.

3.

Alvorens over te gaan tot het verrichten van werkzaamheden of verlenen van diensten, kan vooruitbetaling van de vastgestelde tarieven worden verlangd.

Hoofdstuk 3. Orde, veiligheid en milieu in het kader van het VN-Zeerechtverdrag

§ 3.1. Vlotte afwikkeling scheepvaartverkeer

Artikel 11
1.

De gezagvoerder van een vrachtschip met een tonnage van meer dan 100 GT, meldt bij binnenkomst in en vertrek uit de territoriale zee in elk geval het volgende aan de beheerder:

2.

Een gelijke verplichting als omschreven in het eerste lid, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, rust op de gezagvoerder van een passagiersschip en op die van een zeevissersschip met een lengte van meer dan 24 meter, waarbij onder een passagiersschip wordt verstaan, een schip waarmee 12 of meer personen tegen betaling worden vervoerd.

3.

De verplichting, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, rust mede op de scheepsbeheerder en diens vertegenwoordiger, ieder afzonderlijk. Zodra één van de personen, bedoeld in het eerste of tweede lid, aan zijn verplichting heeft voldaan, vervalt deze verplichting voor de anderen.

4.

Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald in welke gevallen een melding op grond van andere wettelijke voorschriften tevens wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in het eerste lid.

5.

Het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de gezagvoerder van een buitenlands zeevissersschip, van een tankschip, van een nucleair voortgestuwd schip, of een schip dat radioactieve stoffen, onderscheidenlijk gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert, ingeval van binnenkomst in en vertrek uit de exclusieve economische zone.

Artikel 12

[vervallen]

Artikel 13
1.

Bij regeling van Onze Minister kunnen de te melden gegevens, genoemd in artikel 11, met inachtneming van de volkenrechtelijke beperkingen, worden uitgebreid.

2.

Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kan de meldingsplicht worden uitgebreid met bepaalde delen van de exclusieve economische zone, waaronder beschermde gebieden als bedoeld in artikel 29, en kan deze op andere categorieën schepen van toepassing worden verklaard.

Artikel 14
1.

[vervallen]

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.