Wet van 30 september 2010, houdende regels met betrekking tot het geldstelsel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alsmede enige voorzieningen van overgangsrechtelijke aard (Wet geldstelsel BES)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij als openbare lichamen een staatsrechtelijke positie binnen het Nederlandse staatsbestel krijgen en dat het in verband hiermee wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de munteenheid en de wettige betaalmiddelen van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en dat het met het oog op de transitie voorts wenselijk is om enige voorzieningen van overgangsrechtelijke aard te treffen, waaronder de tijdelijke voortzetting van het Nederlands-Antilliaanse fiscale stelsel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
§ 1. Het geldstelsel van de openbare lichamen
§ 2. Overgangsbepalingen in verband met invoering van de dollar
§ 2a. Tijdelijke voorzetting van het Nederlands-Antilliaanse fiscale stelsel
Artikel 13a
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. tijdstip van transitie: het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;
- b. overgangsperiode: de periode vanaf het tijdstip van transitie tot 1 januari 2011.
Artikel 13b
Voor zover een belastingplichtige of inhoudingsplichtige op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van transitie rechten en verplichtingen heeft, ingevolge:
- a. de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943;
- b. de Landsverordening op de loonbelasting 1976;
- c. de Landsverordening op de winstbelasting 1940;
- d. de Landsverordening omzetbelasting 1999;
- e. de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997;
- f. de Overdrachtsbelastingverordening;
- g. de Successiebelastingverordening 1908;
- h. de Landsverordening spaarvermogensheffing;
- i. de Zegelverordening 1908;
- j. de Gedistilleerdverordening 1908;
- k. de Landsverordening accijns op bier 1970;
- l. de Landsverordening Accijns van Sigaretten 1970;
- m. de Landsverordening van de eerste november 1932 tot heffing van een bijzonder invoerrecht op benzine;
- n. de Regeling bijzonder invoerrecht op benzine Bovenwindse Eilanden;
- o. de Landsverordening ter bevordering bedrijfsvestiging en hotelbouw;
- p. de Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen;
- q. de Landsverordening renovatie hotels;
- r. de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling;
- s. de Landsverordening economische zones 2000;
- t. de Landsverordening tarief van invoerrechten;
- u. de Landsverordening In- en Uitvoer;
- v. de Landsverordening uitvoerrecht op delfstoffen;
- w. de op de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende eilandsverordeningen regelende de heffing van opcenten op de aanslagen in de inkomstenbelasting en de winstbelasting;
- x. de Registratieverordening 1908;
- y. de Landsverordening op de scheepsregistratiebelasting 1987, of
- z. de op de in de onderdelen a tot en met y bedoelde verordeningen gebaseerde regelingen,
blijven deze rechten en verplichtingen daarna doorlopen en blijven de onder a tot en met z genoemde verordeningen en regelingen daarna daarop ongewijzigd van toepassing.
Op de rechten en verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, blijven de Algemene Landsverordening Landsbelastingen, de Invorderingsverordening 1961, de Invorderingsverordening 1970, de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen, de Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943, de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen en de Algemene Verordening I. U. en D. 1908 en de daarop gebaseerde regelingen van toepassing.
Het eerste lid en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op, op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van transitie, bestaande rechtsverhoudingen.
In de overgangsperiode zijn de in het eerste lid, onderdelen a tot en met y, en het tweede lid bedoelde verordeningen als wet van toepassing. De op deze verordeningen gebaseerde regelingen bedoeld in onderdeel z zijn in de overgangsperiode als ministeriële regelingen van toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vierde lid.
Artikel 13c
Op het tijdstip van transitie gaan de taken en bevoegdheden van de Inspecteur der Belastingen en de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen over op de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bedoeld in het derde lid.
Op het tijdstip van transitie gaan de taken en bevoegdheden van de Ontvanger over op de ontvanger van de rijksbelastingdienst, bedoeld in het derde lid.
De inspecteur of ontvanger van de rijksbelastingdienst is de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen.
De bevoegdheid van een inspecteur of ontvanger is niet bepaald naar de geografische indeling van het Rijk. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoofdlijnen van de inrichting van de rijksbelastingdienst en omtrent de functionaris, bedoeld in de vorige volzin, onder wie de belastingplichtige en de belastingschuldige ressorteren.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- 1°. Rijk: het land Nederland, zijnde Nederland en de openbare lichamen;
- 2°. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 13d
De bepalingen van de verordeningen, bedoeld in artikel 13b, eerste en tweede lid, blijven van toepassing op de in die verordeningen strafbaar gestelde feiten die zich hebben voorgedaan vóór het tijdstip van transitie.
Artikel 13e
Op het tijdstip van transitie treedt de Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in paragraaf 2b, in de plaats van de Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in de Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940.
Artikel 13f
In afwijking van artikel 37, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 58 van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelasting, wordt in de overgangsperiode dubbele belasting voorkomen overeenkomstig de regels van de Belastingregeling voor het Koninkrijk met uitzondering van de regels, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, artikel 11, derde lid, onderdeel b, artikel 26, tweede lid, onderdeel c, artikel 30, onderdeel c, artikel 32, onderdeel c, van die regeling en met dien verstande dat voor:
- a. «Aruba, Curaçao en Sint Maarten», «Curaçao, Sint Maarten», «Curaçao en Sint Maarten», «Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten» «Curaçao, onderscheidenlijk Aruba, onderscheidenlijk Sint Maarten» of «Aruba, Curaçao of Sint Maarten» telkens moet worden gelezen «de openbare lichamen»;
- b. «Nederland» telkens moet worden gelezen «het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk».
De in het eerste lid bedoelde wijze van voorkoming van dubbele belasting, wordt gedurende de overgangsperiode aangemerkt als de Belastingregeling voor het land Nederland.
§ 2b. Raad van Beroep voor belastingzaken
Artikel 13g
De Raad van Beroep voor belastingzaken is gevestigd in de zittingsplaats van het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Raad kan ook elders zitting houden.
De Raad van Beroep voor belastingzaken doet uitspraak op beroepschriften inzake belastingen.
Artikel 13h
De Raad van Beroep voor belastingzaken bestaat uit een voorzitter en twee leden.
Voorzitter is de President van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of zijn aangewezen plaatsvervanger.
De leden worden door de voorzitter gekozen uit de bezoldigde met rechtspraak belaste leden, waaruit het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is samengesteld, hetzij voor een bepaalde termijn, hetzij voor een bepaalde zaak.
Artikel 13i
Als secretaris van de Raad van Beroep voor belastingzaken treedt op de griffier van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die zo nodig wordt vervangen door de substituut-griffier van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 13j
De Raad van Beroep voor belastingzaken vergadert op plaats en tijd door de voorzitter te bepalen.
De vergaderingen zijn niet openbaar.
De Raad van Beroep voor belastingzaken beslist bij meerderheid van stemmen.
Zijn meer dan twee verschillende gevoelens uitgebracht, dan wordt besloten in de zin, die het meest overeenkomt met het gevoelen van de meerderheid.
§ 2c. Aanpassingen van Nederlandse fiscale wetgeving
Artikel 13k
Wijzigt de Algemene douanewet.
Artikel 13l
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Artikel 13m
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel 13n
Wijzigt de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 13o
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Artikel 13p
Wijzigt de Successiewet 1956.
Artikel 13q
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 13r
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Artikel 13s
Wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Artikel 13t
Wijzigt de Wet op de kansspelbelasting.
Artikel 13u
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 13v
Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
Artikel 13w
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
§ 2d. Wijzigingen in overige wetgeving
Artikel 13x
Wijzigt de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 13y
Wijzigt de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 13z
Wijzigt de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
§ 3. Slotbepalingen
Artikel 14
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor een goede uitvoering van deze wet nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in deze wet geregelde onderwerpen.
Artikel 15
Handelen in strijd met artikel 6, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 6, tweede lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren of geldboete van de vierde categorie.
Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding. Het in het tweede lid strafbaar gestelde feit is een misdrijf.
Artikel 16
Indien artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen op een eerder tijdstip in werking treedt dan deze wet, blijft tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de Nederlands-Antilliaanse gulden de munteenheid van de openbare lichamen.
Gedurende de in het eerste lid bedoelde periode hebben de in Nederlands-Antilliaanse guldens luidende bankbiljetten en munten die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen als wettig betaalmiddel in omloop waren, de hoedanigheid van wettig betaalmiddel in de openbare lichamen.
Verwijzingen naar de dollar, opgenomen in een wettelijk voorschrift, gelden gedurende de in het eerste lid bedoelde periode als verwijzingen naar Nederlands-Antilliaanse guldens, volgens de omrekenkoers USD 1,00 = NAf. 1,790. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering van de artikelen 13a tot en met 13z en 16, die in werking treden op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 18
Deze wet wordt aangehaald als: Wet geldstelsel BES.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
- b. dollar: de gelijknamige munteenheid van de Verenigde Staten van Amerika;
- c. dollarbiljetten en dollarmunten: als wettig betaalmiddel van de Verenigde Staten van Amerika in omloop zijnde bankbiljetten en munten;
- d. openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- e. kredietinstelling: kredietinstelling in de zin van de Wet financiële markten BES.
Artikel 2
De munteenheid van de openbare lichamen is de dollar. De rekeneenheid is één dollar; de dollar is verdeeld in honderd centen.
Bij in cijfers aangegeven bedragen kan de dollar worden aangeduid met de letters «USD» of het symbool «$», geplaatst voor het bedrag.
Artikel 3
Bankbiljetten en munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel in de openbare lichamen zijn:
- a. dollarmunten met een nominale waarde van ten hoogste USD 1;
- b. dollarbiljetten met een nominale waarde van ten hoogste USD 100.
Artikel 4
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.