Besluit van 27 september 2010, houdende regels ter uitvoering van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Rijksbesluit rechtspositie leden openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 13 juli 2010, nr. 5656891/10/6;
Gelet op de artikelen 18, eerste en tweede lid, 26 van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 12 augustus 2010, nr. W03.10.0357/II/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 22 september 2010, nr. 5666928/10/6;
De bepalingen van het Statuut van het Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze algemene maatregel van rijksbestuur en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- volledige arbeidsduur: het aantal uren dat bij volledige vervulling van de functie per week gewerkt wordt;
- rijkswet: Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- salaris: het bedrag waarop de leden van het openbaar ministerie in verband met het vervullen van het ambt van procureur-generaal, advocaat-generaal, hoofdofficier van justitie, officier van justitie of substituut-officier van justitie, met inachtneming van het bij of krachtens artikel 10 van deze algemene maatregel van rijksbestuur, aanspraak hebben.
In deze algemene maatregel van rijksbestuur en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
- echtgenoot: de partner in een in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede de partner in een buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 2 en 3 van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap wordt erkend.
Artikel 2
Indien op grond van deze algemene maatregel van rijksbestuur regels worden gesteld bij ministeriële rijksregeling, dan komen deze regels in overeenstemming met de regeringen van de landen tot stand.
Artikel 3
Na goedkeuring van Onze Ministers stelt de procureur-generaal een werkreglement alsmede een gedragscode voor de leden van het openbaar ministerie vast.
De gedragscode bevat in ieder geval regels over:
- a. financiële belangen;
- b. het aannemen van giften en geschenken;
- c. het doen van beloftes en toezeggingen;
- d. de omgang met vertrouwelijke informatie;
- e. functiegerelateerde uitgaven en declaraties;
- f. gebruik van publieke voorzieningen.
Hoofdstuk 2. De rechtspositie van leden van het openbaar ministerie
Paragraaf 1. Benoemingsvereisten
Artikel 4
Om benoemd te kunnen worden als lid van het openbaar ministerie, dient het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de rijkswet, met goed gevolg te worden afgelegd aan een universiteit dan wel Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dan wel de Landsverordening Universiteit van Aruba of de Landsverordening Universiteit Nederlandse Antillen dan wel de Landsverordening die de Landsverordening Universiteit Nederlandse Antillen vervangt en waarbij geen wijzigingen zijn aangebracht in de bepalingen die zien op de opleiding op het gebied van het recht.
Voor de toepassing van artikel 18, eerste lid, onder a, van de rijkswet, wordt met de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht gelijkgesteld de graad Bachelor, verleend op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van de opleiding HBO-rechten aan een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, indien blijkens hierop betrekking hebbende bewijsstukken tevens met goed gevolg zijn afgelegd de tentamens van de tot een schakelprogramma behorende onderwijseenheden.
Het schakelprogramma, bedoeld in het tweede lid, omvat onderwijseenheden op het gebied van het recht, die worden aangeboden door een universiteit of Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met een totale studielast van ten minste 60 studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 5
De procureur-generaal, de advocaat-generaal, het hoofd van het kantoor van de procureur-generaal in Sint Maarten en de hoofdofficier van justitie, worden benoemd op basis van deskundigheid die voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden die aan hen zijn opgedragen, nodig is.
Paragraaf 2. Rechten en verplichtingen
Artikel 6
Het benoemingsbesluit voor een lid van het openbaar ministerie vermeldt in elk geval:
- a. zijn naam, voorletter(s), geboortedatum;
- b. de functie waarin hij wordt benoemd;
- c. de dag van ingang van de benoeming.
Het dienstverband van een lid van het openbaar ministerie wordt nader geregeld in een aanstellingsbesluit. Naast de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde onderwerpen, vermeldt het aanstellingsbesluit voor een lid van het openbaar ministerie in elk geval de standplaats.
Het aanstellingsbesluit voor een lid van het openbaar ministerie, niet zijnde een plaatsvervangend officier van justitie, vermeldt bovendien:
- a. de arbeidsduur;
- b. de hoogte van het salaris;
- c. de datum van indiensttreding.
Op verzoek van een lid van het openbaar ministerie, niet zijnde een plaatsvervangend officier van justitie, kan bij besluit van de Gouverneur van Curaçao of Sint Maarten of bij besluit van Onze Minister van Justitie van Nederland besloten worden tot wijziging van de arbeidsduur, als bedoeld in het derde lid, onderdeel a.
Het besluit als bedoeld in het vierde lid wordt op schrift gesteld en met redenen omkleed.
Artikel 7
De volledige arbeidsduur voor de leden van het openbaar ministerie, niet zijnde een plaatsvervangend officier van justitie, bedraagt gemiddeld 40 uur per week.
Artikel 8
Een plaatsvervangend officier van justitie wordt niet aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie.
Een plaatsvervangend officier van justitie kan voor het verrichten van werkzaamheden worden opgeroepen door de procureur-generaal, de advocaat-generaal, het hoofd van het kantoor van de procureur-generaal in Sint Maarten en de hoofdofficier van justitie.
In de bij deze algemene maatregel van rijksbestuur behorende bijlage is de hoogte van de vergoeding vermeld die een plaatsvervangend officier van justitie ontvangt.
Onze Ministers passen de vergoeding van een plaatsvervangend officier van justitie jaarlijks aan op basis van het gemiddelde van de ontwikkeling van de salarissen van de ambtenaren van de landen in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 9
Op eigen verzoek kan een plaatsvervangend officier van justitie tijdelijk worden aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie.
De aanwijzing geschiedt voor een bepaalde tijd en kan worden verlengd. De tijdsduur van de aanwijzing en van de verlenging bedragen elk drie jaar.
De aanwijzing van een plaatsvervangend officier van justitie, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt, na de procureur-generaal te hebben gehoord, bij besluit van de Gouverneur van Curaçao of Sint Maarten of bij besluit van Onze Minister van Justitie van Nederland en vermeldt tenminste:
- a. zijn naam, voorletter(s), geboortedatum;
- b. zijn functie;
- c. de dag van ingang van de aanwijzing;
- d. zijn standplaats;
- e. de hoogte van het salaris;
- f. de arbeidsduur.
Op verzoek van een plaatsvervangend officier van justitie kan bij besluit van de Gouverneur van Curaçao of Sint Maarten of bij besluit van Onze Minister van Justitie van Nederland, besloten worden tot wijziging van de arbeidsduur.
De beslissing tot verlenging dan wel tussentijdse wijziging van de aanwijzing geschiedt bij besluit van de Gouverneur van Curaçao of Sint Maarten of bij besluit van Onze Minister van Justitie van Nederland.
Gedurende de periode van aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 7, 10 tot en met 12, 15 tot en met 20, 22 en 24, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
Het genot van het salaris van de leden van het openbaar ministerie die zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie vangt aan op de dag van indiensttreding. Het salaris wordt per maand genoten.
In de bij deze algemene maatregel van rijksbestuur behorende bijlage is het salaris vermeld dat de leden van het openbaar ministerie, die zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige functie, maandelijks genieten.
De leden van het openbaar ministerie die zijn aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke functie, ontvangen een salaris naar evenredigheid van het salaris dat zij zouden hebben ontvangen indien zij in dezelfde rang zouden zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige functie.
Onze Ministers passen het salaris van de leden van het openbaar ministerie die zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie jaarlijks aan op basis van het gemiddelde van de ontwikkeling van de salarissen van de ambtenaren van de landen in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 11
Een toelage wordt genoten indien en zolang aan de voorwaarden die aan de toelage zijn gesteld, voldaan wordt.
Het genot van een toelage vangt aan op de dag dat aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de toelage voldaan is.
Een toelage wordt per maand genoten. De leden van het openbaar ministerie die zijn benoemd voor het vervullen van een gedeeltelijke functie, ontvangen een toelage die een evenredig deel bedraagt van de toelage die zij zouden hebben ontvangen indien zij in dezelfde rang zouden zijn benoemd voor het vervullen van een volledige functie.
Een toelage wordt tegelijkertijd met het salaris uitbetaald.
Artikel 12
Afhankelijk van de standplaats kunnen de leden van het openbaar ministerie die zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, in aanmerking komen voor een toelage die het verschil in koopkracht tussen de landen compenseert.
Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen of bij of krachtens wet wordt de in het eerste lid bedoelde toelage en de voorwaarden waaronder deze verkregen kan worden, vastgesteld.
Voor de procureur-generaal dan wel de advocaat-generaal is de standplaats bepalend voor de van toepassing zijnde regeling bedoeld in het tweede lid.
Artikel 13
Een lid van het openbaar ministerie heeft in geval van dienstreizen recht op vergoeding van reis- en verblijfskosten.
Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen of bij of krachtens wet worden regels gesteld over de vergoeding van reis- en verblijfskosten.
Voor de procureur-generaal dan wel de advocaat-generaal is de standplaats bepalend voor de van toepassing zijnde regeling bedoeld in het tweede lid.
Artikel 14
Een verhuiskostenvergoeding wordt toegekend aan:
- a. een lid van het openbaar ministerie, met uitzondering van de procureur-generaal, dat werkzaamheden verricht voor het openbaar ministerie van een ander land en ten behoeve van de dienst gedwongen wordt te verhuizen;
- b. een lid van het openbaar ministerie dat in het land van standplaats ten behoeve van de dienst gedwongen wordt van woning te wisselen.
Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen of bij of krachtens wet worden regels gesteld over een verhuiskostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid.
Voor de procureur-generaal dan wel de advocaat-generaal is de standplaats bepalend voor de van toepassing zijnde regeling bedoeld in het tweede lid.
Artikel 15
Boven en behalve het vastgestelde salaris geniet een lid van het openbaar ministerie dat is aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, voor de ongehuwde kinderen beneden de leeftijd van achttien jaar tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, of zijn ongehuwde stiefkinderen beneden de leeftijd van achttien jaar, laatstgenoemden voor zover zij geheel ten laste van het betreffende lid van het openbaar ministerie komen, een kindertoelage.
Het eerste lid is van toepassing op kinderen beneden de leeftijd van achttien jaar, die deel uitmaken van het gezin van een lid van het openbaar ministerie dat is aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, die hij geheel als eigen kinderen onderhoudt en opvoedt en die niet door de eigen ouders kunnen worden onderhouden en opgevoed.
Het eerste lid is van toepassing op ongehuwde niet-erkende kinderen van een lid van het openbaar ministerie, indien hij voor die kinderen onderhoudsplichtig is gesteld of hij de onderhoudsplicht blijkens een authentieke akte heeft erkend.
Indien reeds uit andere hoofde een kindertoelage genoten wordt, wordt de kindertoelage niet uitgekeerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.