Wet identificatieplicht BES

Type Wet Bes
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1
1.

Iedere persoon vanaf 12 jaar is verplicht te allen tijde een op hem betrekking hebbend identiteitsdocument, als bedoeld in artikel 2, bij zich te hebben.

2.

Iedere persoon, bedoeld in het eerste lid, is verplicht bij openbare vermakelijkheden, in instellingen voor onderwijs, in horeca-gelegenheden en binnen een afstand van 500 meter gerekend vanaf de grens van de locatie waar de vermakelijkheid plaats vindt, dan wel waarop de opstal van de instelling of de gelegenheid zich bevindt, desgevraagd terstond een identiteitsdocument, bedoeld in het eerste lid, ter inzage te verstrekken aan de opsporingsambtenaren, bedoeld in de artikelen 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van hen in het kader van de handhaving van de openbare orde of de opsporing van strafbare feiten toegekende wettelijke bevoegdheden.

3.

Iedere persoon, bedoeld in het eerste lid, is verplicht desgevraagd terstond een identiteits-document, bedoeld in het eerste lid, ter inzage te verstrekken aan de opsporingsambtenaren, bedoeld in de artikelen 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de toepassing en handhaving van:

4.

De opsporingsambtenaar, bedoeld in het tweede en derde lid, is bevoegd van het ter inzage verstrekte document, bedoeld in het tweede en derde lid, afschrift te nemen of dit daartoe tijdelijk mee te nemen. Is sprake van een tijdelijk meenemen dan verstrekt de opsporingsambtenaar een met redenen omkleed bewijs van inname.

Artikel 2
1.

Onder identiteitsdocument, als bedoeld in artikel 1, wordt verstaan:

2.

Onze Minister van Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen.

Artikel 3
1.

Handelen in strijd met de in artikel 1 gestelde voorschriften is een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.

2.

Indien tijdens het plegen van een strafbaar feit, bedoeld in het eerste lid, nog geen jaar is verlopen sedert een eerdere veroordeling van de schuldige wegens het plegen van een strafbaar feit, bedoeld in dat lid, onherroepelijk is geworden dan wel vrijwillig is voldaan aan een voorwaarde door het openbaar ministerie krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gesteld, kan hechtenis of een geldboete tot het dubbele van het in het eerste lid voor elk gestelde maximum worden opgelegd.

Artikel 4

Vervallen.

Artikel 5

Deze wet wordt aangehaald als: Wet identificatieplicht BES.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.