Besluit van 30 september 2010, houdende regels over het personeel en de organisatie van het brandweerkorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit brandweer BES)

Type Amvb Bes
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 juli 2010, nr. 2010-0000461929, CZW/WSG;

Gelet op de artikelen 27, negende lid, 33, derde, vierde en vijfde lid, en 80, vierde lid, van de Veiligheidswet BES;

De Raad van State gehoord (advies van 11 augustus 2010, nr. W04.10.0342/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 september 2010, nr. 2010-0000550361;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Veiligheidswet BES in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Brandweerpersoneel

§ 2.1. Functies

Artikel 2

Bij ministeriële regeling worden voor het personeel van het brandweerkorps regels gesteld over de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, en de daarbij behorende eisen over opleiden, examineren, bijscholen en oefenen.

Artikel 3
1.

Bij de functies, genoemd in de bijlage 1, behoren functiegerichte opleidingen die worden afgesloten met een Caribisch examen, voor zover daarbij uitsluitend de aanduiding «CN» is vermeld. Voor zover bij de functies uitsluitend de aanduiding «EN» is vermeld, behoren daarbij functiegerichte opleidingen die worden afgesloten met een Europees examen, gevolgd door een op de lokale praktijk in Caribisch Nederland gerichte, beperkte bijscholing. Voor zover bij de functies de aanduiding «CN/EN» is vermeld behoren daarbij functiegerichte opleidingen die worden afgesloten met een Caribisch examen, waarvoor als alternatief gelden functiegerichte opleidingen die worden afgesloten met een Europees examen.

2.

Voor de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, gelden van laag naar hoog de volgende rangen: brandwacht, hoofdbrandwacht, brandmeester, hoofdbrandmeester, commandeur en adjunct-hoofdcommandeur.

§ 2.2. Aanstelling en bevordering

§ 2.2. Aanstelling en bevordering

Artikel 8

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de kleding en uitrusting voor het personeel van het brandweerkorps.

Hoofdstuk 3. Organisatie brandweerkorps

Artikel 9

Ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 27, tweede en derde lid, van de Veiligheidswet BES, draagt de korpsbeheerder brandweer er zorg voor dat het brandweerkorps in elk van de openbare lichamen ten minste een basisbrandweereenheid, een eenheid vliegtuigbrandbestrijding en een ondersteuningseenheid voor hulpverlening heeft.

Artikel 10
1.

De basisbrandweereenheid bestaat uit:

2.

De eenheid is belast met:

3.

De eenheid beschikt over een tankautospuit met uitrusting.

Artikel 11
1.

De eenheid vliegtuigbrandbestrijding bestaat uit:

2.

De eenheid is belast met vliegtuigbrandbestrijding

3.

De eenheid beschikt over een crashtender met uitrusting.

Artikel 12
1.

De ondersteuningseenheid voor hulpverlening bestaat uit:

2.

De eenheid is belast met:

3.

De eenheid beschikt over een hulpverleningsvoertuig met uitrusting.

Hoofdstuk 3. Organisatie brandweerkorps

Artikel 13

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven over de gelijkstelling van diploma’s van het personeel van de brandweer die zijn verstrekt tot de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, met het diploma dan wel deel van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding.

Artikel 14
1.

Indien het bij koninklijk besluit van 9 november 2009 ingediende voorstel van wet houdende bepalingen over de politie en over de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Veiligheidswet BES) tot wet is verheven en die wet in werking treedt, treden de artikelen 3, tweede lid, en 8 tot en met 12 van dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

2.

De andere artikelen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit brandweer BES.

Bijlage. , behorende bij de artikelen 2, eerste lid, 3, tweede lid, en artikel 4, eerste lid, onderdeel b (Functies)

Functies: Rang: Keuring
bevelvoerder brandmeester ja
bevelvoerder luchthaven brandmeester ja
chauffeur brandwacht of hoofdbrandwacht ja
commandant van dienst adjunct-hoofdcommandeur ja
controleur brandpreventie maximaal hoofbrandwacht nee
docent maximaal brandmeester
hoofdofficier van dienst commandeur ja
instructeur maximaal hoofdbrandwacht ja
manschap a brandwacht of hoofdbrandwacht ja
manschap b hoofdbrandwacht ja
medewerker brandpreventie maximaal brandmeester nee
medewerker operationele voorbereiding maximaal brandmeester nee
medewerker opleiden en oefenen maximaal brandmeester nee
oefencoördinator maximaal hoofdbrandwacht nee
officier van dienst hoofdbrandmeester ja
ploegchef maximaal brandmeester nee
specialist brandpreventie maximaal hoofdbrandmeester nee
specialist operationele voorbereiding commandeur nee
specialist opleiden en oefenen maximaal hoofdbrandmeester nee
vakofficier van dienst adjunct-hoofdbrandmeester ja
voertuigbediener brandwacht of hoofdbrandwacht ja

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Brandweerpersoneel

§ 2.1. Functies

Artikel 4
1.

Onze Minister kan een persoon slechts aanstellen of bevorderen tot een of meer functies, genoemd in bijlage 1, indien deze

2.

Onze Minister kan ontheffing verlenen voor het in het bezit zijn van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding, bedoeld in het eerste lid, onder a.

3.

In afwijking van het eerste lid, onder a, kan degene die een opleiding volgt tot een van de functies, genoemd in bijlage 1, als aspirant tot de desbetreffende functie worden aangesteld of bevorderd.

4.

De artikelen 3, tweede lid, 5, en 6, tweede lid, voor zover dit artikel 5 van overeenkomstige toepassing verklaart, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES zijn niet van toepassing op het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Artikel 5

Onverminderd artikel 7 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, wordt het personeelslid, aangesteld of bevorderd tot een functie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, periodiek onderworpen aan een geneeskundig onderzoek ter beoordeling of hij in staat is de opgedragen werkzaamheden naar behoren te verrichten. Artikel 4 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6
1.

Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en 5, en de beoordeling van de resultaten daarvan geschieden door een door Onze Minister aangewezen arts. Bij ministeriële regeling worden regels gegeven over het geneeskundig onderzoek.

2.

De uitslag van het geneeskundig onderzoek wordt de betrokkene zo spoedig mogelijk medegedeeld.

3.

De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van Onze Minister.

4.

Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 4, eerste lid, vindt eerst plaats nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van desbetreffende persoon hebben plaats gevonden en Onze Minister op grond daarvan voornemens is de betrokkene aan te stellen.

Artikel 7
1.

Indien aan het geneeskundig onderzoek een negatieve gevolgtrekking dan wel een positieve gevolgtrekking onder bepaalde beperkingen wordt verbonden, heeft de betrokkene het recht op herkeuring. Hij maakt zijn wens daartoe met redenen omkleed kenbaar binnen een week nadat de genoemde gevolgtrekking aan hem is medegedeeld. Onze Minister treft een regeling voor herkeuring door een onafhankelijk geneeskundige.

2.

De door Onze Minister te nemen beslissing wordt uitgesteld totdat de uitslag van de herkeuring hem is medegedeeld.

3.

De kosten van de herkeuring worden gedragen door Onze Minister. Deze mag echter een redelijke bijdrage van betrokkene verlangen.

§ 2.3. Kleding en uitrusting

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13a
1.

Het personeelslid dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel is aangesteld in een functie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, wordt uiterlijk een jaar na dat tijdstip voor het eerst onderworpen aan een periodiek geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 5.

2.

Het personeelslid dat op grond van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, niet of slechts onder beperkingen in staat wordt geacht de opgedragen werkzaamheden naar behoren te verrichten, wordt uiterlijk twee jaren na het tijdstip van inwerkingtreding voor een tweede maal onderworpen aan een periodiek geneeskundig onderzoek, teneinde te beoordelen of hij alsnog respectievelijk zonder beperkingen in staat wordt geacht de opgedragen werkzaamheden naar behoren te verrichten.

3.

Indien het personeelslid op grond van het tweede periodiek geneeskundig onderzoek niet alsnog en zonder beperkingen in staat wordt geacht de opgedragen werkzaamheden naar behoren te verrichten, maar grond bestaat aan te nemen dat het personeelslid binnen uiterlijk een jaar na het tweede periodiek geneeskundig onderzoek daartoe wel in staat zal zijn, kan de korpsbeheerder brandweer op voordracht van de algemeen commandant besluiten het personeelslid uiterlijk een jaar na het tweede periodiek geneeskundig onderzoek een derde maal aan een zodanig onderzoek te onderwerpen. De korpsbeheerder brandweer stelt zowel de algemeen commandant als het Instituut Fysieke Veiligheid schriftelijk in kennis van een zodanig besluit.

Bijlage 1. behorende bij de artikelen 2 en 3, eerste lid (functies met functioneel examenvereiste, met rangen en opleidings- en examenstelsel)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.