Uitvoeringsbesluit merken BES

Type Amvb Bes
Publication 2011-10-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze algemene maatregel van bestuur en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Tenzij het tegendeel blijkt, hebben de in deze algemene maatregel van bestuur gebruikte begrippen die tevens voorkomen in de wet, dezelfde betekenis als in de wet.

Hoofdstuk 2. Depot

Artikel 2
1.

Het depot van een merk geschiedt in het Nederlands, hetzij het Engels, door de indiening bij Onze Minister van een document, waarop voorkomen:

2.

[vervallen]

3.

[vervallen]

4.

De afbeelding van het merk voldoet aan de door Onze Minister te stellen eisen.

5.

De waren en diensten worden nauwkeurig omschreven en zo veel mogelijk met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie van waren en diensten, bedoeld in de Overeenkomst van Nice. In ieder geval worden de waren en diensten overeenkomstig de klassen en in de volgorde van deze klassen in genoemde classificatie gerangschikt.

6.

[vervallen]

7.

[vervallen]

Artikel 3

Het depot gaat vergezeld van:

Artikel 4
1.

De in artikel 10, eerste lid, van de wet bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, e en f, en in artikel 3, onderdeel a en, voor wat betreft de basisrechten of vergoedingen, onderdeel c.

2.

De termijn, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet, om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt ten minste een maand. Deze termijn wordt op verzoek of kan ambtshalve worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van het eerste kennisgeving wordt overschreden.

3.

[vervallen]

Artikel 5

[vervallen]

Artikel 6
1.

Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, worden het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het depot hier te lande verricht, dan voegt de laatstgenoemde aan zijn depot een document toe, waaruit zijn rechten blijken.

2.

Indien bij een bijzondere verklaring als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de wet, een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, bevat deze verklaring: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde, een aanduiding van het merk, alsmede de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een bewijs van betaling van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag aan rechten of vergoedingen wordt bijgevoegd.

3.

De deposant die zich op een recht van voorrang beroept, legt een afschrift over van de documenten die dit recht van voorrang staven.

4.

Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid en de artikelen 13 en 15, stelt Onze Minister de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van ten minste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan op verzoek of ambtshalve worden verlengd tot zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving. Indien hieraan niet binnen de oorspronkelijke of verlengde termijn is voldaan, vervalt het recht van voorrang.

Hoofdstuk 3. Inschrijving

Artikel 7
1.

Onze Minister schrijft het depot in het register in door vermelding van:

2.

Inschrijving heeft plaats in de taal waarin het depot is gesteld.

Artikel 8

Indien een beroep op het recht van voorrang is gedaan, wordt dit feit door Onze Minister in het register aangetekend onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt.

Artikel 9
1.

Ieder verzoek tot wijziging van de inschrijving in het register wordt aan Onze Minister gericht en bevat het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het merk, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde.

2.

Wijzigingen in de inschrijving als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet, hebben plaats in dezelfde taal als de inschrijving, tenzij Onze Minister op het desbetreffende verzoek anders heeft beslist.

3.

Bij het verzoek wordt een kopie van de akte overgelegd waaruit overdracht, andere overgang,licentie of een pandrecht, als bedoeld in de artikelen 21, vierde lid, van de wet, blijkt.

4.

De doorhaling van de inschrijving van een overdracht, andere overgang, licentie, pandrecht of beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.

5.

Indien Onze Minister gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het nadere informatie verzoeken, waaronder het overleggen van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.

Hoofdstuk 4. Vernieuwing

Artikel 10
1.

Het verzoek tot vernieuwing van de inschrijving van een depot geschiedt door indiening bij Onze Minister van een door de houder of zijn gemachtigde ondertekend formulier, dat de volgende gegevens bevat:

2.

[vervallen]

3.

Het verzoek gaat vergezeld van:

Artikel 11
1.

Indien bij het verzoek tot vernieuwing niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 10 en 13, of indien Onze Minister een legalisatie als bedoeld in artikel 13, zesde lid, verlangt, stelt Onze Minister de verzoeker onverwijld daarvan in kennis en geeft hem de gelegenheid alsnog aan deze vereisten te voldoen binnen een termijn van ten minste een maand. Deze termijn wordt op verzoek of kan ambtshalve worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien de betaling geheel of ten dele plaatsvindt na de vervaldatum van de inschrijving, is een extrarecht verschuldigd waarvan het bedrag bij ministeriële regeling is vastgesteld.

2.

Indien hieraan niet binnen de oorspronkelijke of verlengde termijn is voldaan, wordt het vernieuwingsverzoek buiten behandeling gelaten.

Artikel 12
1.

Onze Minister schrijft de vernieuwingen in door toevoeging van de nieuwe datum waarop de geldigheidsduur verstrijkt:

2.

De houder wordt door Onze Minister onverwijld een bewijs van vernieuwing van de inschrijving toegezonden, dat de in het register opgenomen gegevens bevat.

3.

De vernieuwing van de inschrijving heeft plaats in dezelfde taal als de eerdere inschrijving, tenzij Onze Minister op het desbetreffende verzoek anders heeft beslist.

Hoofdstuk 5. Administratieve bepalingen

Artikel 13
1.

Alle tot Onze Minister te richten en aan Onze Minister over te leggen stukken zijn in de Nederlandse of Engelse taal gesteld en zijn duidelijk leesbaar. Uit het buitenland afkomstige brieven en bewijzen mogen in een andere taal gesteld zijn. Van bewijzen, in een andere taal gesteld, wordt een vertaling in het Papiaments, Nederlands, Engels of Spaans overgelegd. Onvoldoende gefrankeerde stukken worden geweigerd.

2.

Het reglement op het gebruik en het toezicht behorend bij een collectief merk wordt steeds in de Papiamentse, Nederlandse, Engelse of Spaanse taal gesteld.

3.

De aan Onze Minister over te leggen stukken kunnen per post, per ondertekende telefax of elektronisch worden verzonden.

4.

Onze Minister kan regels opstellen voor het elektronisch indienen van stukken.

5.

Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het register, is ondertekend namens een rechtspersoon, wordt daarbij de hoedanigheid van de ondertekenaar vermeld.

6.

Legalisatie van de ondertekening van stukken waarvan inschrijving wordt gevraagd, is niet vereist, tenzij Onze Minister dit noodzakelijk oordeelt.

Artikel 14
1.

Ter bepaling van het tijdstip, waarop een stuk bij Onze Minister is ingekomen, wordt het onmiddellijk na ontvangst voorzien van een dagtekening, houdende uur, dag, maand en jaar van die ontvangst.

2.

Bij bezorging van een stuk, anders dan per post, wordt op verlangen de ontvangst erkend door op een bij de overhandiging aan te bieden ontvangstbewijs, dat duidelijk en volledig de aard van het stuk vermeldt, het voor dat stuk bestemde stempel af te drukken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.